The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Broadcast General Conference Archives
Conferences
April 1998
Christus kan gedrag veranderen

Christus kan gedrag veranderen

Ouderling Richard E. Cook
van de Zeventig

Als onze bekeerlingen 'tot leven' komen ­ en daarbij dienen ze met het evangelie gevoed te worden ­ komen ze 'tot leven' als leerling, als ouder, in hun beroep, en als burger van hun land.

Ouderling Richard E. Cook

Zuster Cook en ik werden op zending geroepen naar Mongolië, ruwweg een jaar voordat het zendingsgebied officieel werd georganiseerd. We kijken op die tijd terug als een van de gedenkwaardigste, voldoeninggevendste en gezegendste periodes in ons leven, en er vloeien uit die periode nog steeds zegeningen en rijke ervaringen voort.

De Heer heeft tegen de zendelingen gezegd: 'En wanneer gij al uw dagen zoudt besteden met bekering tot dit volk te prediken, en slechts één ziel tot Mij brengt, hoe groot zal dan uw vreugde met deze zijn in het koninkrijk Mijns Vaders' (LV 18:15).

Deze belofte is een inspiratie voor iedere zendeling, en alsof dat nog niet genoeg is, zijn er ook nog andere zegeningen die uit zendingswerk voortkomen, vele verschillende zegeningen. Sommige krijgen we direct; andere komen in de loop der tijd.

Wij ervoeren een van deze 'in de loop der tijd'-zegeningen afgelopen februari in Provo (Utah), toen we het geven van een naam en een zegen aan een Mongools meisje uit onze grote vriendenkring bijwoonden. Haar naam is Tungalag. Haar moeder, Davaajargal, is een hedendaagse pionier: ze was de eerste vrouw in Mongolië die zich liet dopen. Haar vader studeert aan de BYU.

Ik kende Sanchir al een tijdje voordat hij lid van de kerk werd. Pas na een jaar en heel veel gesprekken met toegewijde zendelingen liet hij zich dopen. Het is een wonder dat deze jonge vader, die pas twee jaar in de kerk was, de woorden van deze prachtige zegen kon uitspreken: 'Tungalag, we zegenen je dat je een goed mens zult worden.' Ik zal die eerste woorden nooit vergeten!

In deze zegen sprak hij over zaken die hij zich voor zijn doop nooit had kunnen voorstellen. Het bijwonen van deze zegen, en het besef in hoeverre het evangelie deze jongeman en zijn gezin heeft veranderd, was voor mij echt een geweldige beloning.

President Hinckley heeft gezegd: 'De grootste voldoening ervaar ik als ik zie wat dit evangelie voor mensen doet. Het geeft hun een nieuwe kijk op het leven. Het geeft hun perspectief als nooit tevoren. Het richt hun blik op edele en goddelijke zaken. Er gebeurt iets wonderlijks met ze. Zij zien op tot Christus en komen tot leven' ('Bekeerlingen en jongemannen', De Ster, juli 1997, blz. 48).

Het is mijn ervaring dat als onze bekeerlingen 'tot leven' komen ­ en daarbij dienen ze met het evangelie gevoed te worden ­ ze 'tot leven' komen als leerling, als ouder, in hun beroep, en als burger van hun land. Hun leven en het leven van hun nageslacht wordt voor eeuwig veranderd.

Kort nadat mijn vrouw en ik in Mongolië waren aangekomen, werd ons gevraagd om met twee jonge zendelingen naar de stad Muren te vliegen. Onze terugreis liep vertraging op door slecht weer. Iedere dag gingen we naar het vliegveld om te kijken of er een vliegtuig vertrok. Met andere passagiers wachten we op bericht of we die dag zouden vertrekken of dat we weer terug naar de stad moesten.

Er was een groep toeristen uit Nieuw-Zeeland en Australië die met dezelfde vlucht mee zou gaan. Ze vertelden ons dat ze met paarden naar de meest afgelegen, nauwelijks betreden gebieden van Mongolië waren geweest.

Terwijl we op het vliegveld zaten te wachten, sprak een van de toeristen een van onze zendelingen aan en zei: 'Ik weet wie jullie zijn! Wat doen jullie hier? Deze mensen hebben jullie niet nodig. Het is een onverdorven volk, met een rijke cultuur. Waarom gaan jullie niet gewoon naar huis? Laat deze mensen toch met rust.'

De zendeling kwam naar mij toe en was erg ontsteld. We spraken over de verschillende antwoorden die hij had kunnen geven. Pas twee weken later las ik een uitspraak die president Benson in 1975 had gedaan, waarin een uitstekend antwoord op die vragen werd gegeven:

'Sommigen zullen zich afvragen waarom wij als volk en als kerk consequent en kalm het individu willen veranderen, hoewel er zulke grote problemen om ons heen zijn. ( . . . ) ' Maar verpauperende steden zijn slechts een weerspiegeling van verpauperende mensen. ( . . . ) In de geboden van God wordt er de nadruk opgelegd dat de verbetering van het individu de enige manier is om een echte verbetering van de samenleving tot stand te brengen.

'De Heer werkt van binnenuit. De wereld daarentegen werkt in op de mens. De wereld haalt de mens uit de sloppen. Christus haalt het slop uit de mens, waarna hij zichzelf uit de sloppen haalt. Christus verandert de mens, die daarna zijn omgeving verandert. De wereld wil het gedrag van de mens vormen, maar Christus kan het gedrag van de mens veranderen.' ('Uit God geboren', De Ster, nummer 2, 1986, blz. 3.)

President Kimball heeft het zendingswerk weleens het levensbloed van de kerk genoemd, en dat is het ook. Niet alleen omdat nieuwe bekeerlingen de kerk vitaliteit en kracht geven, maar ook de zendelingen krijgen nieuwe vitaliteit en kracht als zij deelnemen aan iemands bekering tot Christus. Deze vitaliteit en kracht zijn machtige instrumenten in de hand van God om het evangelie te laten voortrollen totdat de ganse aarde is gevuld, zoals Daniël in zijn droom zag (zie LV 65:2).

Hoewel we onze keuzevrijheid hebben, is het zendingswerk, in zijn verschillende vormen, geen facultatief programma. Het is niet verkeerd om over de zegeningen van het zendingswerk te praten, maar eigenlijk moeten we zendingswerk verrichten omdat het onze taak is. De Schriften, en alle profeten sinds Joseph Smith herinneren ons aan onze taak om uit te gaan onder alle volken en onze naasten te waarschuwen.

Wilford Woodruff heeft het heel duidelijk gemaakt toen hij zei: 'Er is sinds de schepping van de wereld geen groep mensen geweest met een grotere verantwoordelijkheid om deze generatie te waarschuwen. We moeten onze stem lang en luid, dag en nacht, laten klinken, zolang we de kans hebben om de woorden Gods tot dit geslacht te spreken. Dat wordt er van ons verwacht. Dat is onze roeping. Dat is onze taak. Dat is onze zaak' (Journal of Discourses, deel 21, blz. 122).

Ik bid dat we van het zendingswerk onze zaak zullen maken, en geen andere, minder belangrijke, zaken in de weg laten staan. We krijgen zegeningen als we al Gods geboden onderhouden. Er zijn echter maar weinig zegeningen zo heerlijk als de zegeningen van zendingswerk! Wat is dat werk fijn. Ik zeg dit in de naam van Jezus Christus. Amen.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy