President Thomas S. Monson
Eerste raadgever in het Eerste Presidium
Ik begin mijn boodschap vanochtend met een vraag: Hebt u weleens vakantie gevierd met uw hele familie? Zo niet, dan zult u voor verrassingen komen te staan als u het doet. Mijn vrouw en ik zijn enkele jaren geleden met onze kinderen, hun partners en de kleinkinderen naar Disneyland gegaan, in het zuiden van Californië. Toen ze eenmaal door de ingang van dit bekende pretpark waren, haastte de groep zich naar wat toen de nieuwste attractie was:
. Je gaat een nagebouwde raket in, gaat zitten en doet je veiligheidsgordel om. Plotseling begint het hele voertuig hevig te bibberen. Ik geloof dat de mechanische stem uit de luidspreker het 'zware turbulentie' noemde. (Ik ben niet meer teruggegaan naar deze attractie. Ik krijg al meer turbulentie dan mij lief is bij het vliegen van plaats naar plaats voor de vervulling van mijn taken.)
Toen we na een paar minuten waren bijgekomen, gingen we naar de attractie met de langste rij. Die heet Splash Mountain. De menigte stond in een lange kronkelrij. De muziek die door de luidsprekers over de wachtende menigte werd uitgestort, bevatte de tekst van het liedje:
We waren inmiddels zover dat we in de boot konden stappen die ons in een dermate verticale duik zou brengen dat hij gegil ontlokte aan de passagiers van de boot voor ons die de waterval af rolde en in het water onderaan gleed en tot stilstand kwam. Maar vlak voordat wij onze duik namen, merkte ik een bordje aan een muur op waar een diepzinnige waarheid op stond: 'Moeilijkheden kun je niet ontvluchten; er is geen plek ver genoeg weg!'
Die paar woorden zijn mij bijgebleven. Ze slaan niet alleen op het thema van Splash Mountain, maar ook op onze reis door het sterfelijk leven.
Het leven is een school van ervaring, een tijd van beproeving. Wij leren steeds meer naarmate wij onze beproevingen dragen en ons hartzeer doorstaan.
Wanneer we de gebeurtenissen overdenken die ons kunnen overkomen zoals ziekte, ongelukken, de dood, en legio andere moeilijkheden dan kunnen we, net als Job vanouds, zeggen: 'De mens wordt tot moeite geboren'.2 Job was een 'vroom en oprecht' man en was 'godvrezend en wijkende van het kwaad'3. Job was godvruchtig in zijn gedrag, en was welvarend, maar zou een beproeving doormaken die ieder ander had kunnen vernietigen. Beroofd van zijn bezittingen, veracht door zijn vrienden, gekweld door zijn lijden, gebroken door het verlies van zijn gezin, werd hij aangespoord om 'God vaarwel [te zeggen] en [te sterven]'4. Hij weerstond die verleiding en riep uit het diepst van zijn ziel: 'Zie mijn Getuige is in de hemel, mijn Pleitbezorger in den hoge'5.
We kunnen gerust aannemen dat er nooit iemand geleefd heeft die volkomen gevrijwaard was van lijden en beproeving, noch is er een periode in de geschiedenis van de mens geweest die niet zijn volledige deel aan beroering, vernietiging en ellende had.
Als het pad des levens een gemene bocht maakt, dan is er de verleiding om de vraag te stellen: 'Waarom ik?' Het is gebruikelijk om onszelf de schuld te geven, zelfs al hadden we totaal geen controle over onze moeilijkheid. Van tijd tot tijd lijkt er geen licht aan het eind van de tunnel te zijn, geen morgengloren om het duister van de nacht te doorbreken. We voelen ons omringd door de pijn van een gebroken hart, de teleurstelling van dromen die niet zijn uitgekomen, en de wanhoop van vervlogen hoop. We sluiten ons aan bij de bijbelse smeekbede 'Is er geen balsem in Gilead ( . . . )?'7 We voelen ons verlaten, ons hart voelt gebroken aan, we voelen ons alleen.
Iedereen die zo wanhoopt, bied ik de verzekering die we vinden in de psalm: 'Des avonds vernacht het geween, tegen de morgen is er gejuich'8.
Laten we, telkens wanneer we geneigd zijn om ons terneer te laten slaan door de klappen van het leven, bedenken dat anderen deze zelfde weg begaan hebben, het hebben doorstaan, en overwonnen hebben.
Er lijkt een oneindige voorraad moeilijkheden weggelegd voor ons allen. Ons probleem is dat we vaak onmiddellijke oplossingen verwachten, waarbij we vergeten dat er vaak de hemelse deugd van geduld vereist wordt.
Overmatige schulden.
De lijst is zonder einde. In de tegenwoordige wereld is er vaak de neiging om zich niet verbonden te voelen met de Gever van alle goede gaven of zich zelfs geïsoleerd van Hem te voelen. Wij maken ons zorgen dat wij alleen door het leven gaan. U vraagt zich af: 'Hoe kunnen we ons redden?' Wat ons de grootste troost brengt, is het evangelie.
Van ons bed vol pijn, van het kussen dat nat van tranen is, worden wij ten hemel verheven door die goddelijke verzekering en dierbare belofte: 'Ik zal u niet begeven en u niet verlaten'9.
Een dergelijke troost is onbetaalbaar op onze reis over het pad door het sterfelijk leven, dat zoveel kruisingen en bochten heeft. Zelden wordt die verzekering ons gegeven door middel van een flitsend bord of een harde stem. Nee, de taal van de Geest klinkt zacht, verheft het hart, en troost de ziel.
Om de wijsheid van de Heer in het licht van onze moeilijkheden niet in twijfel te trekken, moeten we bedenken dat de wijsheid van God de mens als dwaasheid kan toeschijnen; maar de allergrootste les die wij in het sterfelijk leven kunnen leren, is dat als God spreekt en een mens gehoorzaamt, die mens het altijd goed doet.
De ervaring van Elia de Tisbiet illustreert die waarheid. Tijdens een verschrikkelijke hongersnood en droogte, temidden van de wanhoop van de honger, het lijden, en misschien zelfs de dood, 'kwam het woord des Heren tot hem: Maak u gereed, ga naar Sarefat, ( . . . ) en houd daar verblijf. Zie, Ik heb daar een weduwe geboden u te verzorgen.'10
Elia trok de wijsheid van de Heer niet in twijfel. 'Daarop maakte hij zich gereed en ging naar Sarefat. Toen hij bij de stadspoort kwam, zie, daar was een weduwe bezig hout te sprokkelen. Hij riep haar toe en zeide: Haal mij toch in een kruik een weinig water, opdat ik drinke.
'Toen zij het ging halen, riep hij haar na en zeide: Breng mij ook een bete broods mee.
'Daarop zeide zij: Zo waar de Here, uw God, leeft, ik heb geen broodkoek, maar enkel een handvol meel in de pot en een weinig olie in de kruik. En zie, ik ben bezig een paar stukken hout te sprokkelen. Dan wil ik het thuis voor mij en mijn zoon gaan bereiden, en als wij het gegeten hebben, moeten wij maar sterven.
'Doch Elia zeide tot haar: Vrees niet, ga het thuis bereiden, zoals gij gezegd hebt, doch bereid mij daarvan eerst een kleine koek en breng mij die hier; voor u en uw zoon kunt gij het later bereiden.
'Want zo zegt de Here, de God van Israël: Het meel in de pot zal niet opraken, en de olie in de kruik zal niet ontbreken tot op de dag, waarop de Here regen op de aardbodem geven zal.'11
Zij trok die onwaarschijnlijke belofte niet in twijfel. 'Daarop ging zij heen en deed, zoals Elia gezegd had, en een tijdlang at zij, evenals hij, en haar huis. Het meel in de pot raakte niet op, en de olie in de kruik ontbrak niet, naar het woord des Heren, dat Hij door de dienst van Elia gesproken had.'12
Laten we nu snel door de bladzijden van de geschiedenis heen bladeren naar die bijzondere avond toen herders bij hun kudden de heilige aankondiging hoorden: 'Weest niet bevreesd, want zie, ik verkondig u grote blijdschap, die heel het volk zal ten deel vallen: U is heden de Heiland geboren, namelijk Christus, de Here, in de stad van David.'13
Met de geboorte van het kindje in Betlehem werd er een grote begiftiging gegeven een macht die sterker was dan wapens, een rijkdom die blijvender was dan de munten van Caesar. De reeds lang voorspelde belofte was vervuld; het Christuskind was geboren.
Met de geboorte van het kindje in Betlehem werd er een grote begiftiging gegeven een macht die sterker was dan wapens, een rijkdom die blijvender was dan de munten van Caesar. De reeds lang voorspelde belofte was vervuld; het Christuskind was geboren.
Uit Nazaret en door de generaties der tijd heen krijgen wij zijn uitnemende voorbeeld, zijn welkome woorden, zijn goddelijke daden. Zij inspireren tot geduld om beproeving te doorstaan, kracht om verdriet te verdragen, moed om de dood onder ogen te zien, en vertrouwen om het leven tegemoet te treden. In deze wereld van chaos, beproeving en onzekerheid is onze behoefte aan goddelijke leiding nooit wanhopiger geweest.
De lessen uit Nazaret, Kapernaüm, Jeruzalem en Galilea overschrijden de grenzen van afstand, tijd en de beperkingen van ons begrip, en zij bieden ons bezorgde hart licht en een weg. Voor ons liggen de Hof van Getsemane en de heuvel Golgota.
Het verslag in de Bijbel vertelt ons: 'Toen ging Jezus met hen naar een plaats, genaamd Getsemane, en Hij zeide tot de discipelen: Zet u hier neder, terwijl Ik heenga om daar te bidden. En Hij nam Petrus, [Jakobus en Johannes] mede en Hij begon bedroefd en beangst te worden. Toen zeide Hij tot hen: Mijn ziel is zeer bedroefd, tot stervens toe; blijft hier en waakt met Mij. En Hij ging een weinig verder en Hij wierp Zich met het aangezicht ter aarde en bad, zeggende:'16
'Vader, indien Gij wilt, neem deze beker van Mij weg; doch niet mijn wil, maar de uwe geschiede!
'En Hem verscheen een engel uit de hemel om Hem kracht te geven.
'En Hij werd dodelijk beangst en bad des te vuriger. En zijn zweet werd als bloeddruppels, die op de aarde vielen.'17
Wat voor lijden, wat voor offer, wat voor zielenpijn heeft Hij verdragen door voor de zonden van de wereld te boeten.
De dichter heeft voor ons geschreven:
In de gouden jaren van de jeugd
lijkt de aard' een zomer vol van vreugd'.
De ziel is blij, het hart is licht,
Geen schaduw valt op het gezicht.
Wij weten 't niet, maar er ligt, ongenood,
Ergens achter het mooie avondrood
Voor ons een hof van duisternis en wee:
Het is de hof van Getsemane.
In donk're lanen, over onbekende stromen,
Overbrugd door onvervulde dromen,
Achter jaren die wij vergeten wanen,
Voorbij de fontein van zoute tranen
Ligt die hof. Waarheen je ook gaat,
Je komt er niet omheen. Vroeg of laat
Voeren alle paden door die stee',
Ooit gaan ze door Getsemane.
18
De aardse zending van de Heiland der wereld was bijna ten einde. Voor Hem lagen het kruis op Golgota, de corrupte daden van hen die dorstten naar het bloed van de Zoon van God. Zijn goddelijke reactie is een eenvoudig maar zeer belangrijk gebed: 'Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen.'19
Het einde kwam: 'Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest. En toen Hij dat gezegd had,'20 stierf de grote Verlosser. Hij werd in een graf gelegd. Hij herrees op de ochtend van de derde dag. Zijn discipelen hebben Hem gezien. Die woorden over de epochale gebeurtenis blijven door de annalen des tijds voortleven en schenken onze ziel zelfs nu de troost, de zekerheid, de balsem en de stelligheid: 'Hij is hier niet, want Hij is opgewekt'.21 De opstanding was voor ons allen realiteit geworden.
Vorige week ontving ik een brief van Laurence M. Hilton, een brief die getuigde van geloof. Ik wil u graag laten delen in deze brief, waarin tot uiting komt hoe tragedie tegemoet werd getreden met geloof, in geen enkel opzicht twijfelend.
In 1892 gingen Thomas en Sarah Hilton, de grootouders van Laurence, naar Samoa, waar Thomas bij aankomst werd aangesteld als zendingspresident. Zij hadden een klein dochtertje bij zich, en daar werden er nog eens twee zoons geboren. Tragisch is dat alle drie kinderen op Samoa stierven, en in 1895 kwamen broeder en zuster Hilton kinderloos terug van zending.
David O. McKay was een vriend van ze en was diep geraakt door het verlies dat ze hadden geleden. In 1921 deed ouderling McKay, samen met ouderling Hugh J. Cannon, Samoa aan als onderdeel van een wereldreis. Voor hij aan zijn reis begon, had hij zuster Hilton, inmiddels weduwe, beloofd dat hij een bezoek zou afleggen aan de graven van haar drie kinderen. Ik lees u de brief voor die hij haar vanaf Samoa schreef:
'Geachte zuster Hilton,
'Op het moment dat de stralen van de ondergaande zon de toppen van de grote kokosnotenbomen raakten op woensdag 18 mei 1921, stond een groepje van vijf met gebogen hoofd op de kleine begraafplaats van Fagali'i. ( . . . ) We waren daar, zoals u zich zult herinneren, om de belofte gestand te doen die ik u voor mijn vertrek had gedaan.
'De graven en de stenen waren in goede staat. ( . . . ) De bijgaande tekst heb ik overgenomen van de stenen terwijl ik mij ( . . . ) buiten de stenen muur bevond die de plek omgeeft.
'Janette Hilton
Geb.: 10 september 1891
Overleden: 4 juni 1892
'Rust zacht, lieve Jennie'
'George Emmett Hilton
Geb.: 12 oktober 1894
Overleden 19 oktober 1894
'Vredig zal uw sluimer zijn'
'Thomas Harold Hilton
Geb.: 21 september 1892
Overleden 17 maart 1894
'Rust op de heuvelrug, rust'
'Toen ik naar die drie kleine graven keek, probeerde ik mij voor te stellen hoe u zich als jonge moeder gevoeld moet hebben hier op het oude Samoa. Toen ik dat deed, werden de kleine grafstenen monumenten, niet alleen van de baby's die daaronder rusten, maar ook van het geloof en de toewijding van een moeder aan de eeuwige beginselen van de waarheid en het leven. Uw drie kleintjes, zuster Hilton, in stilte zeer welsprekend en indrukwekkend, zijn verder gegaan met het edele zendingswerk dat u bijna dertig jaar geleden bent begonnen, en dat zullen ze blijven doen zolang als er hulpvaardige handen zijn die hun laatste aardse rustplaats verzorgen.
Liefdevolle handen sloten hun stervende ogen;
Liefdevolle handen vouwden hun frêle armpjes;
Vreemde handen verzorgden hun nederige graven;
Geëerd door vreemden, en door vreemden beweend.
'Tofa Soifua
David O. McKay'
Dit ontroerende verslag verschaft het treurende hart 'de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat.'22 Onze hemelse Vader leeft. Jezus Christus, de Heer, is onze Heiland en Verlosser. Hij heeft de profeet Joseph Smith geleid. Hij leidt nu zijn profeet, president Gordon B. Hinckley. Van die waarheid getuig ik.
Dat we ons verdriet zullen verdragen, onze lasten zullen dragen en onze angsten onder ogen zien daarom bid ik. Ik weet dat Hij leeft. In de naam van Jezus Christus. Amen.
NOTEN
1. Gilbert, Ray, ©1946 by Santly-Joy, Inc., 1619 Broadway, New York, N.Y.
2. Job 5:7.
3. Job 1:1.
4. Job 2:9.
5. Job 16:19.
6. Job 19:25.
7. Jeremia 8:22
8. Psalm 30:6
9. Jozua 1:5.
10. 1 Koningen 17:8, 9.
11. 1 Koningen 17:1014.
12. 1 Koningen 17:15, 16.
13. Lucas 2:10, 11.
14. Lucas 2:52.
15. Hand. 10:38.
16. Matteüs 26:3639.
17. Lucas 22:4244.
18. Ella Wheeler Wilcox, "Gethsemane," in Soursebook of Poetry, comp. Al Bryant (1968), 435
19. Lucas 23:34.
20. Lucas 23:46
21. Matteüs 28:6
22. Filippenzen 4:7.