The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Broadcast General Conference Archives
Conferences
April 1998
Kinderen en het gezin

Kinderen en het gezin

Ouderling W. Eugene Hansen
van het Presidium der Zeventig

Sterke gezinsbanden komen niet uit de lucht vallen. Dat vergt tijd. Het vergt toewijding. Het vergt gebed. Het vergt inspanning.

Ouderling W. Eugene Hansen

Uit de Schriften blijkt overduidelijk de liefde van de Heer voor kinderen. En dat is begrijpelijk want '[kinderen] zijn een erfdeel des Heren' (Psalm 127:3).

In het Nieuwe Testament gaf de Heiland duidelijk de ernst aan van het schaden of het kwaad doen van 'één dezer kleinen' ­ zoals in Matteüs is opgetekend. 'Het zou beter voor hem zijn, dat een molensteen om zijn hals was gehangen en hij verzwolgen was in de diepte der zee' (Matteüs. 18:6).

Een van de ontroerendste taferelen in het Boek van Mormon ­ een getuige van Jezus Christus ­ vond plaats toen de herrezen Heer aan de Nephieten verscheen die in die tijd op het westelijk halfrond woonden. Tijdens dat bezoek bediende Hij de kleine kinderen zeer liefdevol.

We lezen hoe Hij, toen Hij temidden van de menigte stond, de mensen opriep om hun kinderen bij Hem te brengen. Hij knielde in hun midden neer en bad tot de Vader voor hen. De woorden die Hij sprak, waren zo heilig dat ze niet opgeschreven konden worden. Hij weende en nam de kinderen één voor één bij Zich en zegende hen.

Toen de menigte naar de hemel keek, zagen zij de hemelen zich openen, en engelen nederdalen. De kinderen waren met vuur omgeven, en engelen dienden hen.

Daar wij de liefde van de Heer voor kleine kinderen erkennen, is het niet zo gek dat zij die de Heer tegenwoordig op aarde vertegenwoordigen, zich duidelijk en krachtig hebben uitgesproken met betrekking tot de verantwoordelijkheid van ouders voor hun kinderen.

Ik verwijs naar het document dat het Eerste Presidium en de Raad der Twaalf Apostelen hebben uitgegeven, getiteld: 'Het gezin: een proclamatie aan de wereld'. In dat document kunnen we lezen:

'Man en vrouw hebben de plechtige taak om van elkaar en van hun kinderen te houden, en voor elkaar en hun kinderen te zorgen. ( . . . ) Ouders hebben de heilige plicht om hun kinderen in liefde en rechtschapenheid op te voeden, te voorzien in hun stoffelijke en geestelijke behoeften, ze te leren dat ze elkaar moeten liefhebben en helpen, de geboden van God moeten naleven en gezagsgetrouwe burgers behoren te zijn, waar ze zich ook mogen bevinden. De echtgenoten ­ de moeders en vaders ­ zullen door God verantwoordelijk worden gehouden voor het nakomen van deze verplichtingen' (De Ster, januari 1996, blz. 93).

Dit zijn verstandige woorden, vooral in het licht van de voortdurende aanvallen van de tegenstander op de traditionele waarden, en de uitwerking daarvan op het gezin. Het wordt duidelijk dat er veel gedaan moet worden om de stromingen terug te dringen die het gezinsleven voortdurend onder druk zetten.

In haar wanhoop zoekt de samenleving naar wereldse oplossingen. Er worden maatschappelijke programma's opgezet. Regeringsinstanties worden ingeschakeld om geld en programma's beschikbaar te stellen in een poging om de vernietigende stroming tegen te gaan. Hoewel er hier en daar succes wordt geboekt, is de algemene trend alarmerend. Ik beweer dat we, als we werkelijke en blijvende resultaten willen boeken, tot onze geestelijke wortels moeten terugkeren. We moeten naar de raad van de profeten luisteren.

Nogmaals lees ik voor uit de proclamatie over het gezin: 'Het gezin is door God ingesteld. ( . . . ) Kinderen hebben er recht op om binnen het huwelijk geboren te worden, en te worden opgevoed door een vader en een moeder die de huwelijksgelofte met volledige trouw eren. De kans op een gelukkig gezinsleven is het grootst als de leringen van de Heer Jezus Christus eraan ten grondslag liggen. Een geslaagd huwelijk en een hecht gezin worden gegrondvest op en in stand gehouden met de beginselen van geloof, gebed, bekering, vergeving, respect, liefde, mededogen, werk en gezonde ontspanning. Volgens het goddelijk plan behoort de vader zijn gezin met liefde en in rechtschapenheid te presideren. Hij heeft tot taak te voorzien in de behoeften en de bescherming van zijn gezin. De taak van de moeder is op de eerste plaats de zorg voor de kinderen. Vader en moeder hebben de plicht om elkaar als gelijkwaardige partners met deze heilige taken te helpen. Invaliditeit, overlijden, of andere omstandigheden kunnen individuele aanpassing noodzakelijk maken. Andere familieleden behoren zonodig steun te verlenen.'

Nadenkend over deze geïnspireerde woorden uit een hedendaagse openbaring, erken ik de zegen dat ik in een goed gezin ben opgegroeid ­ een thuis waar ouders zich meer bezighielden met de kinderen die God hen had gegeven, dan met het vergaren van wereldse roem of bezittingen.

Ik was de een-na-oudste in een gezin met acht kinderen. We woonden op een kleine boerderij in het noorden van Utah. Er was weinig geld, dus ik werd al op jonge leeftijd gezegend met de noodzaak om te leren werken. Door ons beperkte inkomen werden we in feite allemaal gedwongen om zuinig met geld om te gaan, en om als we oud genoeg waren bij te dragen aan de financiën van het gezin. Mijn vader had een lievelingsuitspraak over lanterfanten: 'Er is niets zo saai als lanterfanten, want je kunt niet eens even pauze houden en uitrusten.'

Hoewel de tijden zijn veranderd, zijn de beginselen dat niet. Ook nu moeten ouders hun kinderen de kans geven bij te dragen tot het welzijn van het gezin. In zo'n gezin zijn de kinderen gelukkiger. Er is een geest van liefde en saamhorigheid in het gezin.

Ik heb op die kleine boerderij geleerd dat geld en bezittingen niet de sleutels tot geluk en succes zijn. Natuurlijk moet er voldoende zijn om in de noodzakelijke behoeften te voorzien, maar geld op zichzelf brengt zelden of nooit geluk.

Op onze boerderij kregen we ook de kans om nederig te worden. Het leek wel als we goede gewassen hadden, en de prijzen hoog waren, dat een vroege vorst of een hagelstorm ervoor zorgde dat ons inkomen werd teruggebracht tot een absoluut minimum.

Ik heb mijn vader meer dan eens horen zeggen: 'Ik vind het niet erg om een harde leerschool door te maken ­ maar het is erg vervelend telkens herhalingscursussen te krijgen.'

Ondanks de voortdurende financiële moeilijkheden, hadden we een goed leven. Er was liefde bij ons thuis. We wilden graag thuis zijn. En het was goed voor ons om onze behoeften soms aan de kant te zetten zodat er aan de behoeften van anderen in het gezin tegemoet kon worden gekomen.

De meubels in onze huiskamer zouden nooit de VT-wonen gehaald hebben, maar we hadden twee waardevolle voorwerpen: we hadden een piano en een boekenkast. Wat waren die twee eenvoudige bezittingen belangrijk in de ontwikkeling van de productieve talenten en interesses in onze kinderjaren.

De invloed van goede muziek en goede boeken is aan de volgende generatie overgedragen. Zelfs de televisie heeft de piano en de boekenkast in ons gezinsleven niet vervangen.

We waren ook gezegend met een vader en moeder, die werkten als gelijkwaardige partners aan hun ernstige en essentiële taak: het grootbrengen van een gezin.

Ik heb veel geleerd door te kijken hoe zij hun kinderen op de doelmatigste wijze opvoedden ­ door hun voorbeeld.

Mijn vader heeft mij het volgende geleerd:

  • Plichtsbesef en dienstbetoon, zo vaak ik hem zijn eigen werk in de steek zag laten om wijkleden te helpen.

  • Geloof, als ik hem hoorde bidden of een gezinslid of anderen een zegen zag geven.

  • Liefde, als ik zag hoe hij zijn ouders op leeftijd liefdevol verzorgde.

  • Normen, als hij ervaringen en gebeurtenissen gebruikte om mij te leren welk pad hij verwachtte dat ik volgde.

  • Betrouwbaarheid, toen hij een wekker voor me kocht, en me daarna opdroeg vijf koeien 's morgens en 's avonds te melken. Ik volgde toen nog voortgezet onderwijs.

    Hij leerde mij integriteit. Ik heb hem nooit iets oneerlijks zien doen.

    Mijn moeder heeft mij ook veel geleerd, namelijk:

  • Zuinigheid, door de woorden van het volgende pioniersgezegde in praktijk te brengen: gebruik het op, draag het af, red het ermee, laat het werken, of doe het zonder.

  • Opofferingsgezindheid, als ik zag dat zij bepaalde zaken voor haar kinderen opofferde.

  • Kuisheid, toen wij nog jong waren, sprak ze al de verwachting uit dat wij zedelijk rein zouden blijven.

  • Liefde, terwijl ik haar moederliefde bij ons thuis zag en ervaarde.

  • Vriendelijkheid: ik heb haar nog nooit iets onvriendelijks zien doen.

    Ik dank de Heer voor liefhebbende ouders die ons zowel morele als geestelijke normen hebben bijgebracht, en die ons in hun wijsheid duidelijk hebben gemaakt dat er bepaalde onvoorwaardelijke eisen aan ons gesteld werden ­ naar de kerk gaan, tiende betalen, de Schriften lezen, respect hebben voor ouders en kerkleiders. Veelzeggend was dat ze ons door hun voorbeeld onderwezen, niet alleen door hun woorden.

    Van wezenlijk belang voor het sterken van het gezin is het besef dat sterke gezinsbanden niet uit de lucht komen vallen. Dat vergt tijd. Het vergt toewijding. Het vergt gebed. Het vergt inspanning. Ouders moet doordrongen zijn van hun taak en bereid zijn die te vervullen. De vreugde en het geluk die daaruit voortvloeien, zijn onbeschrijflijk.

    Onze geliefde president Gordon B. Hinckley heeft ons de raad gegeven: 'Blijf uw kinderen vormen en liefhebben. ( . . . ) Van al uw bezittingen is niets zo belangrijk als uw kinderen' (geciteerd in Church News, 3 februari 1996, blz. 2).

    Ik geef u mijn getuigenis dat de proclamatie over het gezin hedendaagse Schriftuur is, die de Heer ons door middel van zijn profeten heeft verschaft.

    God leeft, Jezus is de Christus, dit is zijn kerk. In de naam van Jezus Christus. Amen.

  •  
    © 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy