The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Broadcast General Conference Archives
Conferences
April 1998
Opdat wij één mogen zijn

Opdat wij één mogen zijn

Ouderling Henry B. Eyring
van het Quorum der Twaalf Apostelen

De Heiland van de wereld sprak zowel over de eenheid als over de manier waarop we onze houding kunnen veranderen om die eenheid mogelijk te maken.

Ouderling Henry B. Eyring

De Heiland van de wereld, Jezus Christus, zei van hen die deel van zijn kerk uitmaken: 'Zijt één; en indien gij niet één zijt, zijt gij de Mijnen niet' (LV 38:27). En tijdens de schepping van man en vrouw, was eenheid in het huwelijk niet gegeven als hoop, maar als een gebod! 'Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en zij zullen tot één vlees zijn' (Genesis 2:24). Onze hemelse Vader wil dat we één zijn. Die eenheid van liefde is niet alleen idealistisch, maar noodzakelijk.

De vereiste dat we één moeten zijn, geldt niet alleen voor dit leven, maar is eindeloos. Het eerste huwelijk werd door God in de hof van Eden gesloten, toen Adam en Eva nog onsterfelijk waren. Hij gaf de mens vanaf het begin het verlangen om voor eeuwig als man en vrouw verenigd te zijn, en om als gezin in een volmaakte, rechtschapen eenheid te leven. Hij plaatste in zijn kinderen het verlangen om in vrede met iedereen in hun omgeving te leven.

Maar na de val werd het al snel duidelijk dat het niet zo eenvoudig zou zijn om in eenheid te leven. En al snel sloeg het noodlot toe. Kaïn doodde zijn broer Abel. De kinderen van Adam en Eva waren aan de verleidingen van Satan overgeleverd. Deskundig, doortrapt en vol haat streeft hij zijn doel na. Het tegenovergestelde doel van onze hemelse Vader en de Heiland. Zij willen ons volmaakte eenheid en eeuwig leven geven. De vijand Satan kent het heilsplan al van voor de schepping. Hij weet dat deze heilige, vreugdevolle gezinsbanden zich alleen in de eeuwigheid kunnen handhaven. Satan wil ons van onze geliefden afscheiden en ons ellendig maken. En hij plant de zaden van onenigheid in het hart van de mens, in de hoop dat wij onderling verdeeld zullen raken.

Wij hebben allemaal weleens eenheid en verdeeldheid ervaren. Soms in het gezin, en misschien in andere omstandigheden hebben we allemaal wel eens gezien dat iemand liefdevol de belangen van een ander boven zijn eigen belangen heeft gesteld. En we kennen allemaal het gevoel van verdriet en eenzaamheid als we afgescheiden en alleen zijn. Er hoeft ons niet gezegd te worden waar we voor moeten kiezen. Dat weten we wel. Maar we hebben hoop nodig zodat we die eenheid in dit leven kunnen ervaren, en er in de toekomende wereld voor in aanmerking kunnen komen. En we moeten weten hoe we die geweldige zegen kunnen ontvangen, zodat we daaraan kunnen werken.

De Heiland van de wereld sprak zowel over de eenheid als over de manier waarop we onze houding kunnen veranderen om die eenheid mogelijk te maken. Hij leerde ons dat duidelijk in het gebed dat Hij voor zijn dood uitsprak in zijn laatste bijeenkomst met zijn apostelen. Dit prachtige, verheven gebed staat in het boek Johannes. Hij stond op het punt om dat verschrikkelijke offer voor ons te brengen, waardoor het eeuwige leven mogelijk werd gemaakt. Hij zou de apostelen verlaten die Hij had geordend, die Hij liefhad, en die Hij de sleutels had gegeven om zijn kerk te leiden. En daarom bad Hij tot zijn Vader, de volmaakte Zoon tot zijn volmaakte Vader. We zien in zijn woorden de manier waarop gezinnen verenigd zullen worden, net zoals alle kinderen van onze hemelse Vader die de Heiland en zijn dienstknechten volgen:

'Gelijk Gij Mij gezonden hebt in de wereld, heb ook Ik hen gezonden in de wereld; en Ik heilig Mijzelf voor hen, opdat ook zij geheiligd mogen zijn in waarheid.

'En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen, die door hun woord in Mij geloven,

'opdat zij allen één zijn, gelijk Gij, Vader, in Mij en Ik in U, dat ook zij in Ons zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt' (Johannes 17:18­21).

In die paar woorden maakte Hij duidelijk hoe het evangelie van Jezus Christus ons toestaat om één te worden. Wie de waarheid geloven die Hij verkondigde, kunnen de verordeningen en verbonden aanvaarden die door zijn gemachtigde dienstknechten aangeboden worden. Dan zullen zij door gehoorzaamheid aan de verordeningen en verbonden van aard veranderen. De verzoening van de Heiland maakt het op die manier mogelijk dat wij geheiligd worden. Dan kunnen wij in eenheid door het leven gaan. Dan kunnen wij vrede in dit leven hebben, en in de eeuwigheid met de Vader en zijn Zoon vertoeven.

Het was de zending van de apostelen en profeten in die tijd om net als tegenwoordig de kinderen van Adam en Eva tot een eenheid des geloofs te brengen. Het uiteindelijke doel is om gezinnen ­ mannen, vrouwen, kinderen, kleinkinderen, voorouders en uiteindelijk alle kinderen van Adam en Eva ­ te verenigen.

U herinnert zich vast dat de Heiland bad: 'En Ik heilig Mijzelf voor hen' ­ waarbij Hij het over de apostelen had ­ 'opdat ook zij geheiligd mogen zijn in waarheid' (Johannes 17:19). De Heilige Geest is een heiligmaker. Wij kunnen Hem als metgezel hebben omdat de Heer het Melchizedeks priesterschap door middel van de profeet Joseph Smith heeft hersteld. De sleutels van dat priesterschap bevinden zich nu op aarde. Door middel van die sleutels kunnen wij verbonden sluiten, waardoor wij de Heilige Geest voortdurend bij ons kunnen hebben.

Als mensen die Geest bij zich hebben, kunnen we eensgezindheid verwachten. De Geest plaatst het getuigenis van waarheid in ons hart, waardoor zij, die anderen in dat getuigenis laten delen, verenigd zullen worden. De Geest van God zal nooit onenigheid voortbrengen (zie 3 Nephi 11:29). Hij zal nooit de aandacht vestigen op verschillen tussen de mensen die tot strijd aanleiding geven. (Zie Joseph F. Smith, Gospel Doctrine, 13e ed. [1963], blz. 131.) Hij verschaft gemoedsrust en een gevoel van eenheid met anderen. Hij verenigt zielen. Een verenigd gezin, een verenigde kerk en een vredige wereld zijn afhankelijk van verenigde zielen.

Zelfs een kind kan begrijpen wat het moet doen om de Heilige Geest bij zich te hebben. Dat staat duidelijk in het avondmaalsgebed. We horen het iedere week als we de avondmaalsdienst bijwonen. Op die heilige momenten vernieuwen we de verbonden die we bij de doop gesloten hebben. En de Heer herinnert ons aan de belofte die we ontvangen hebben toen we als lid van de kerk bevestigd werden en de Heilige Geest ontvingen. Een deel van het avondmaalsgebed gaat als volgt: 'Dat zij gewillig zijn de naam van Uw Zoon op zich te nemen, Zijner altijd indachtig te zijn, en Zijn geboden te onderhouden, die Hij hun heeft gegeven, opdat zij altijd Zijn Geest met zich mogen hebben' (LV 20:77).

Als we dat verbond nakomen, kunnen we zijn Geest bij ons hebben. Als eerste beloven we zijn naam op ons te nemen. Dat betekent dat wij erkennen dat wij Hem toebehoren. Wij zullen Hem in ons leven op de eerste plaats stellen. We willen wat Hij wil, en niet wat we zelf willen, of wat de wereld van ons verwacht. Zolang we wereldse zaken op de eerste plaats stellen, zal er geen vrede in ons hart zijn. Als we als gezin of als volk naar aardse bezittingen streven, zullen we uiteindelijk alleen maar verdeeld zijn (zie Harold B. Lee, Stand Ye in Holy Places [1974], blz. 97). Het ideaal om voor elkaar te doen wat de Heer van ons verwacht, wat vanzelf zal volgen als wij zijn naam op ons nemen, kan ons op een geestelijk niveau brengen dat een stukje hemel op aarde zal zijn.

Ten tweede beloven we Hem altijd indachtig te zijn. Dat doen we iedere keer als we in zijn naam bidden. We zijn Hem vooral indachtig als we Hem om vergeving vragen, en dat moeten we vaak doen. Op dat moment, gedenken wij zijn zoenoffer waardoor bekering en vergeving mogelijk gemaakt worden. Als we onze zaak bij de Heer bepleiten, gedenken wij Hem als de Voorspraak bij de Vader. En als de gevoelens van vergeving en gemoedsrust tot ons komen, gedenken wij zijn geduld en zijn eindeloze liefde, waardoor ons hart met liefde wordt vervuld.

We houden ons ook aan onze belofte om Hem te gedenken als we als gezin bidden en de Schriften bestuderen. Tijdens het gezinsgebed aan de ontbijttafel kan een van de kinderen voor een ander kind bidden dat bepaalde zaken, zoals een proefwerk of een andere taak, goed mag verlopen. Als de zegeningen ontvangen worden, zal het gezegende kind de liefde van de Voorspraak herinneren in wiens naam er 's morgens gebeden is. En dan zullen de harten in liefde verbonden worden.

Iedere keer als we met het gezin de Schriften bestuderen, houden we ons aan het verbond om Hem te gedenken. De Schriften getuigen van de Heer Jezus Christus, want dat is de boodschap van alle profeten. Zelfs als kinderen zich de woorden niet meer kunnen herinneren, zullen ze zich wel de ware schrijver, Jezus Christus, herinneren.

Ten derde beloven we, als we aan het avondmaal deelnemen, om zijn geboden te onderhouden, alle geboden. President J. Reuben Clark jr. heeft ons ­ zoals hij zo vaak deed ­ gewaarschuwd om niet selectief te zijn in het onderhouden van de geboden. Hij zei: 'De Heer heeft ons niets gegeven wat onnuttig of onnodig is. Hij heeft de Schriften gevuld met geboden, zodat wij het eeuwig heil kunnen ontvangen.'

President Clark gaat verder: 'Als we aan het avondmaal deelnemen, beloven we zijn geboden te onderhouden. Er zijn geen uitzonderingen. Er is geen onderscheid, en er zijn geen verschillen' (Conference Report, april 1955, blz. 10­11). President Clark heeft gezegd dat we, net zoals we ons van allezonden bekeren en niet van enkele, ook beloven om alle geboden te onderhouden. Dat klinkt misschien moeilijk, maar het is eenvoudig. We onderwerpen ons eenvoudigweg aan het gezag van de Heiland en beloven om alle geboden te gehoorzamen (zie Mosiah 3:19). Door onze overgave aan het gezag van Jezus Christus zullen we als gezin, als kerk en als kinderen van onze hemelse Vader verbonden worden.

De Heer brengt dat gezag door middel van zijn profeten op nederige dienstknechten over. Door dat geloof wordt ons bezoek als huisonderwijzer of huisbezoekster een boodschap van de Heer. We zijn vertegenwoordigers van Hem. Een doodgewone man en een tiener gaan bij de hun toegewezen gezinnen naar binnen met het geloof dat zij door middel van de machten des hemels het gezin kunnen verenigen, en ervoor kunnen zorgen dat er geen ongenoegen is, noch liegen, lasteren of kwaadspreken. Door te geloven dat de Heer zijn dienstknechten roept, kunnen wij hun beperkingen door de vingers zien als zij ons vermanen. We zullen hun goede bedoelingen duidelijker zien dan hun menselijke beperkingen. We zullen minder snel beledigd zijn, en meer genegen zijn om dankbaarheid ten opzichte van de Meester te tonen, die hen tenslotte geroepen heeft.

Er zijn een aantal geboden die, bij overtreding, de eenheid vernietigen. Sommige hebben met onze woorden te maken, en andere met onze reacties ten opzichte van anderen. We mogen over niemand kwaadspreken. We moeten in alle mensen het goede zien, en zoveel mogelijk goeds over een ander zeggen (zie David O. McKay, Conference Report, oktober 1967, blz. 4­11).

We moeten ook stelling nemen tegen hen die minachtend over heilige zaken spreken, want daardoor wordt de Geest beledigd, waardoor twist en verwarring ontstaat. President Spencer W. Kimball heeft ons het voorbeeld gegeven door zonder minachting stelling te nemen, toen hij in een ziekenhuis tegen een personeelslid dat in zijn frustratie de naam van God ijdel gebruikte, het volgende zei: 'Houd er alstublieft mee op. U misbruikt de naam van mijn Heer.' Er was een dodelijke stilte, waarna een stem zachtjes zei: 'Het spijt me.' (The Teachings of Spencer W. Kimball, verzameld door Edward L. Kimball [1982], blz. 198). Een geïnspireerde, liefhebbende vermaning kan een uitnodiging tot eenheid zijn. Als we geen gehoor aan de influistering van de Geest geven, kan dat tot twist leiden.

Om eenheid te hebben, moeten we bepaalde geboden onderhouden die met onze gevoelens te maken hebben. We moeten vergevensgezind zijn en geen kwade gevoelens koesteren tegen hen die ons beledigen. De Heiland heeft vanaf het kruis het goede voorbeeld gegeven: 'Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen' (Lucas 23:34). Wij kunnen niet in het hart kijken van degene die ons beledigt. Ook kennen wij niet alle bronnen van onze eigen boosheid en pijn. De apostel Paulus heeft ons verteld hoe wij in een wereld met onvolmaakte mensen liefde kunnen tonen: 'De liefde is lankmoedig, de liefde is goedertieren, zij is niet afgunstig, de liefde praalt niet, zij is niet opgeblazen, zij kwetst niemands gevoel, zij zoekt zichzelf niet, zij wordt niet verbitterd, zij rekent het kwade niet toe' (1 Korintiërs 13:4­5). En hij gaf een ernstige waarschuwing tegen onze reactie op de fouten van anderen, en het vergeten van onze eigen fouten: 'Want nu zien wij nog door een spiegel, in raadselen, doch straks van aangezicht tot aangezicht. Nu ken ik onvolkomen, maar dan zal ik ten volle kennen, zoals ik zelf gekend ben' (1 Korintiërs 13:12).

Het avondmaalsgebed kan ons er iedere week aan herinneren hoe de gave van eenheid door gehoorzaamheid aan de wetten en verordeningen van het evangelie van Jezus Christus tot stand komt. Als we ons aan de verbonden houden om zijn naam op ons te nemen, Hem altijd indachtig te zijn, en zijn geboden te onderhouden, zullen we het gezelschap van zijn Geest ontvangen. Daardoor zal ons hart worden verzacht en zullen wij worden verenigd. Maar er zijn twee waarschuwingen die bij die belofte horen.

Ten eerste blijft de Heilige Geest alleen bij ons als wij rein en vrij van liefde voor aardse zaken blijven. De keuze om onrein te zijn, zal de Heilige Geest verdrijven. De Geest verblijft alleen bij hen die de Heer boven de wereld verkiezen. 'Weest rein' (3 Nephi 20:41; LV 38:42), en 'Gij moet de Here, uw God, liefhebben met uw ganse hart, en met uw ganse macht, verstand en sterkte' (LV 59:5), zijn geen suggesties, maar geboden. En ze zijn noodzakelijk om de Geest bij ons te kunnen hebben, want zonder de Geest zijn wij niets.

De andere waarschuwing is om op te passen voor hoogmoed. Een gezin of een volk dat door de Geest wordt verenigd, krijgt een bepaalde macht. Met die macht komt de erkenning van de wereld. Of die erkenning nu eer of afgunst teweegbrengt, wij kunnen er hoogmoedig van worden. Daardoor wordt de Geest beledigd. Er bestaat een bescherming tegen hoogmoed, de bron van verdeeldheid. We moeten de gaven erkennen die God ons heeft gegeven, niet alleen als teken van zijn liefde voor ons, maar als hulpmiddel om anderen te kunnen dienen. Een man en zijn vrouw worden een eenheid als zij hun overeenkomsten gebruiken om elkaar te begrijpen, en hun verschillen gebruiken om elkaar aan te vullen. Daardoor kunnen ze voor elkaar en voor anderen dienstbaar zijn. Op dezelfde manier kunnen we een eenheid vormen met hen die onze leerstellingen niet aanvaarden, maar die wel hetzelfde verlangen als wij hebben om de kinderen van onze hemelse Vader tot zegen te zijn.

Wij kunnen vredestichters worden, en kinderen Gods genoemd worden (zie Matteüs 5:9).

God, onze Vader, leeft. Zijn geliefde Zoon Jezus Christus staat aan het hoofd van zijn kerk en Hij biedt iedereen de vredesbanier aan. Daarvan getuig ik in de naam van Jezus Christus. Amen.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy