Zuster Anne G. Wirthlin
Eerste raadgeefster in het algemeen jeugdwerkpresidium
Met de begeleiding van liefhebbende ouders en toegewijde leerkrachten, raken kleine kinderen vertrouwd met de Schriften en met de Geest.
Als deel van zijn verkondiging aan de Nephieten, bevestigde de Heiland de woorden van de profeet Jesaja, die over Israël in de laatste dagen profeteerde: 'Een kort ogenblik heb Ik u verlaten, maar met grote ontferming zal Ik u vergaderen.
'( . . . ) Want de bergen zullen wijken, en de heuvelen worden verwijderd, maar Mijn goedertierenheid zal van u niet wijken, noch zal het verbond met Mijn volk wijken, zegt de Here' (3 Nephi 22:7, 10).
Vervolgens openbaart de Heiland een van de manieren waarop zijn verbond van vrede voor de rechtvaardigen in de laatste dagen zal worden bewaard: 'En al uw kinderen zullen door de Here worden onderwezen; en groot zal de vrede van uw kinderen zijn' (3 Nephi 22:13).
Deze woorden van de Heiland zijn het thema van het jeugdwerk en staan in de doelstellingen van het jeugdwerk genoemd: kinderen in het evangelie van Jezus Christus onderwijzen en ze het evangelie leren naleven.
Als we de gebeurtenissen in deze laatste dagen beschouwen, kunnen we er niet aan twijfelen dat de Heer in deze tekst direct tot ons spreekt. Wij zijn het Israël van de laatste dagen. Wij moeten onze kinderen over Hem vertellen. Voortdurende vrede is niet afhankelijk van externe invloeden waar wij geen invloed op hebben. 'Leer van Mij, en luister naar Mijn woorden; wandel in de ootmoed van Mijn Geest, en in Mij zult gij vrede hebben' (LV 19:23).
De woorden die de Heer eeuwen geleden heeft gesproken, zijn woorden van hoop en geruststelling, die troost verschaffen aan rechtschapen ouders die hun kinderen over Hem vertellen. Ze spreken tot ons in een tijd dat vrede in het hart van kinderen een ongrijpbare droom lijkt te zijn. Maar de Heiland heeft ons verzekerd dat het realiteit kan worden als we onze kinderen er in onderwijzen. Het jeugdwerk steunt de ouders in deze moeilijke taak.
Toen ik een keer een leiderschapstraining in Brazilië moest geven, kreeg ik de kans om een kinderkamer van het jeugdwerk te bezoeken. Er zaten ongeveer acht kinderen met hun leerkracht om de tafel. Ik keek verbaasd naar deze kleintjes van twee of drie jaar oud, die eventjes alle aandacht voor een plaat van de Heiland hadden die de leerkracht hen liet zien. Ze vertelde hun dat de Heiland heel veel van kinderen houdt, en dat Hij van een ieder van hen houdt. Ze vertelde dat hun hemelse Vader ook veel van hen houdt. Ik keek en zij luisterden, en ik had het gevoel dat ze veel meer begrepen dan ik voor mogelijk had gehouden. Zij hoorden de woorden en voelden de liefde. In de pracht en de eenvoud van dat moment kregen die kinderen het antwoord op de belangrijkste vraag in het leven: 'Wie ben ik?' In hun zuivere, kinderlijke geloof werd hun geest ontvankelijk voor deze waarheden. Die ervaring zal iedere zondag in de kinderkamer worden herhaald. Dat zijn belangrijke leermomenten in het leven van jonge kinderen, op een tijdstip dat ze open staan voor leringen.
Recent onderzoek op het gebied van de ontwikkeling van kinderhersenen heeft nieuwe inzichten opgeleverd met betrekking tot hoe en wanneer een kind leert. Ik citeer uit een recent onderzoeksrapport: 'Vanaf de geboorte vermenigvuldigen de hersencellen zich razendsnel; er worden verbindingen gelegd waardoor een leven aan ervaring kan worden gevormd. De eerste drie jaar zijn doorslaggevend' (J. Madeline Nash, 'Fertile Minds', Time, 10 februari 1997).
Is het vreemd dat onze Vader in de hemel het verstand van jonge kinderen zo heeft geschapen dat ze in staat zijn om te leren wie ze zijn en wat ze moeten doen? De jaren vanaf de geboorte tot het tiende jaar zijn doorslaggevend voor de ontwikkeling van de taal, die de basis legt voor het begrijpen van toekomstige kennis en waarheid. Die basis bestaat uit de woorden die ze horen en de indrukken die ze opdoen uit de wereld om zich heen. Dat zijn de ideale jaren voor de ouders om de kinderen uit de Schriften voor te lezen. Zij zullen de taal van de Schriften leren begrijpen.
U hebt misschien wel eens kinderen met de Schriften in de hand naar het jeugdwerk zien lopen. Jeugdwerkkinderen krijgen dit jaar les uit de Schriften, en ze leren de Schriften gebruiken. Het thema voor de participatieperiode is: 'Ik weet dat de Schriften waar zijn.' Op een zondag bezocht ik de participatieperiode van een jeugdwerk. Ik zag dat ze de Schriften opengeslagen op hun schoot hadden liggen. De jeugdwerkpresidente en de leerkrachten hielpen hen met het opzoeken van verhalen over de profeten. Mij werd gevraagd om een lievelingstekst aan de kinderen voor te lezen. Toen ik klaar was, hield een vierjarig meisje haar Schriften omhoog en zei: 'Die tekst staat ook in mijn Schriften.' Met de begeleiding van liefhebbende ouders en toegewijde leerkrachten, raken kleine kinderen vertrouwd met de Schriften en met de Geest.
Een jeugdwerkleidster vertelde hoe dankbaar ze was voor de aandacht die in het jeugdwerk aan de Schriften wordt besteed. Ze vertelde dat zij en haar man hun kinderen van twee, drie en vier jaar iedere avond voordat zij naar bed gingen uit de Schriften voorlazen. Ik vroeg of ze daar wat meer over kon vertellen. Ik moet toegeven dat ik betwijfelde of zulke jonge kinderen de taal van de Schriften konden begrijpen. Ze zei dat zij en haar man dezelfde twijfels hadden toen ze voor het eerst met hun kinderen begonnen te lezen. Maar ze zei dat het taalgebruik na een week al geen probleem meer was. De kinderen vinden het heerlijk om samen te lezen en de Geest te voelen, en het is verbazingwekkend hoeveel ze begrijpen.
Het potentieel van een heel jong kind om te leren en te begrijpen, is veel groter dan wij denken. Kinderen leren elke dag nieuwe woorden, en dat biedt ons de geweldige kans om hun ook de taal van de Schriften te leren. Na verloop van tijd zullen ze door de leiding van ouders en leerkrachten begrijpen dat onze hemelse Vader door middel van de Schriften tot hen spreekt, en dat ze door middel van de Schriften antwoorden op hun problemen kunnen vinden.
Een vriendin vertelde me over een ervaring die ze met haar zoon Alex had toen ze net verhuisd waren. De verhuizing was niet makkelijk voor Alex. Hij vond het moeilijk om naar een nieuwe school te gaan. Hij vond het zo erg dat hij ver van huis was, dat hij niet naar school wilde. Op een dag las zijn moeder hem 2 Timoteüs 1:7 voor: 'Want God heeft ons niet gegeven een geest van lafhartigheid, maar van kracht, van liefde en van bezonnenheid.'
Ze zei: 'Ik vertelde Alex hoe vaak ik door middel van dit vers geholpen was als ik bang was.' Door haar liefde en het bespreken van haar ervaring met deze tekst, hielp ze Alex bij het overwinnen van zijn angst. Maar wat nog belangrijker was, ze stelde hem in staat om een ervaring met de Schriften te hebben waardoor hij de kracht van de Schriften in zijn leven ging begrijpen.
Nephi heeft gezegd: 'Want mijn ziel verheugt zich in de schriften, en ik denk er over na en ik schrijf ze op tot nut en lering mijner kinderen' (2 Nephi 4:15).
Hoe kunnen we onze kinderen ertoe brengen uit de Schriften te leren, zodat de woorden van de profeten hun leven kunnen beïnvloeden? Er is ons aangeraden om de Schriften als gezin te bestuderen. Als het lezen en het bespreken van de Schriften een traditie in ons gezin wordt, zullen onze kinderen meer geneigd zijn om het een gewoonte in hun leven te maken.
Toen onze kinderen jong waren, vonden we het belangrijk om deze traditie in ons gezin te vestigen. We besloten om het Boek van Mormon te lezen, en het aan het eind van het schooljaar uitgelezen te hebben. Iedere ochtend lazen we voor het ontbijt een hoofdstuk, en we bereikten ons doel. Hoewel ik niets wil afdoen van het goede dat uit deze ervaring voortkwam, kwamen we aan het eind tot de conclusie dat onze concentratie meer op het bereiken van het doel was gevestigd dan op het leerproces. Tijdens de drukte op de vroege ochtend aan de ontbijttafel hadden we weinig tijd om ideeën uit te wisselen of over de betekenis van Gods woorden in ons leven na te denken. Toen de Heiland tot de Nephieten predikte, zei hij: 'Gaat daarom naar uw woonplaatsen, en overdenkt wat Ik u heb gezegd, en bidt de Vader in Mijn naam, dat gij het moogt begrijpen, en bereidt uw gemoed voor op de dag van morgen, en Ik kom wederom tot u' (3 Nephi 17:3).
De Heiland heeft ons een manier gegeven om de Schriften te bestuderen. We horen het woord, we overwegen de betekenis, we vragen onze hemelse Vader om begrip, en dan zal ons verstand en ons hart zijn voorbereid om de beloofde zegeningen te ontvangen. Overwegen is meer dan lezen; het betekent op zoek gaan naar de betekenis, waardoor we moeilijke beslissingen en keuzen in ons leven onder ogen kunnen zien. Daardoor kunnen de woorden vanuit ons verstand naar ons hart verplaatst worden. De Geest getuigt in ons hart, als we met een gebed in ons hart de verborgenheden van onze hemelse Vader proberen te ontdekken. Als we dat getuigenis en die kennis hebben ontvangen, zullen we op een christelijkere manier denken, leven en met elkaar omgaan.
Onze kinderen kijken naar ons en naar ons voorbeeld. Als wij voortdurend de Schriften naleven, voorzien we hen van een kompas om in een wereld van tegengestelde normen de waarheid te kunnen onderscheiden. Met de Schriften als uitgangspunt, kunnen we hen bijstaan om hun ervaringen en de gevolgen van hun keuzen te verwerken. Daardoor kunnen we ervoor zorgen dat ze het eeuwig perspectief altijd voor ogen houden, zodat ze nooit zullen vergeten wie ze zijn, en waarheen ze op weg zijn.
De profeet Joseph Smith was op zijn taak voorbereid door toegewijde en wijze ouders die van de Heer hielden. Zij lazen uit de Schriften en onderwezen hun kinderen. En toen de jonge Joseph in de war was, en leiding nodig had, wendde hij zich als vanzelfsprekend tot de Schriften. Hij zei: 'Op twaalfjarige leeftijd werden mijn gedachten volledig beheerst door de belangrijke zorg voor het welzijn van mijn onsterfelijke ziel, waardoor ik de Schriften ging bestuderen, omdat ik geloofde dat ze het woord van God bevatten' (The Personal Writings of Joseph Smith, samengesteld door Dean C. Jesse [1984], blz. 45).
President Hinckley heeft ouders de volgende raad gegeven: 'Lees uw kinderen voor. Lees het verhaal van de Zoon van God. Lees hun uit het Nieuwe Testament voor. Lees hun uit het Boek van Mormon voor. Het kost tijd, en u hebt het erg druk, maar het zal een grote zegen in uw en hun leven zijn. Ze zullen in hun hart grote liefde voor de Heiland van deze wereld ontwikkelen. Hij is de enige die op aarde volmaakt was. Hij zal in hun ogen tot leven komen, en bij hun ontwikkeling tot volwassenheid zal zijn grote zoenoffer een nieuwe en prachtigere betekenis in hun leven krijgen' (geciteerd in Church News, 6 december 997, blz. 2). Broeders en zusters, die geweldige belofte van onze profeet is ook op ons van toepassing als wij onze kinderen uit de Schriften voorlezen.
Er bestaat geen grotere vreugde dan de kennis dat onze kinderen de Heer liefhebben, geen grotere vrede als wij zijn liefde voelen en de betekenis van zijn zoenoffer begrijpen. De geest die ontstaat als wij persoonlijke gevoelens en ervaringen met elkaar bespreken, zal ons als gezin verbinden. Johannes heeft het duidelijk uitgelegd: 'Groter blijdschap ken ik niet, dan dat ik hoor, dat mijn kinderen in de waarheid wandelen' (3 Johannes 1:4).
Het is mijn getuigenis dat dit onze zegeningen zullen zijn als we de raad van onze profeet opvolgen. In de naam van Jezus Christus. Amen.