Ouderling Ronald E. Poelman
van de Zeventig
U en ik behoren nu tot de generaties die zo bevoorrecht zijn dat zij de wet van tiende kennen en kunnen naleven. De zegeningen die voortvloeien uit gehoorzaamheid aan die wet zijn zowel stoffelijk als geestelijk.
Amerika zat diep in de economische depressie van de jaren dertig. In ons gezin waren verscheidene kleine kinderen en mijn vader was al maandenlang werkloos. Er was geen steun voor werklozen van de kant van de regering en het welzijnszorgprogramma van de kerk functioneerde nog niet. Wij waren echt in nood. Men zou kunnen zeggen dat wij straatarm waren. Hoewel ik nog maar klein was, voelde ik de grote bezorgdheid van mijn ouders.
Elke morgen knielden we samen in gebed en om de beurt spraken we het gebed uit. Op een gedenkwaardige ochtend was mijn moeder aan de beurt. Zij beschreef onze dringendste behoeften enigszins en daarna dankte ze onze hemelse Vader voor het voorrecht om de wet van tiende te kunnen naleven. Ik kreeg direct een gevoel van troost en geruststelling. De wet van tiende naleven was een voorrecht en zou tot zegeningen leiden. Ik twijfelde er niet aan, want mijn moeder wist het zeker.
De eerste keer dat ik tiende betaalde was het een bedrag van vijf cent. Ik ging samen met mijn vader naar het kantoor van de bisschop. Hij nam mijn vijf cent plechtig aan en schreef de kwitantie. Toen stond hij op, kwam achter zijn bureau vandaan en ging naast me zitten. Met zijn hand op mijn schouder gaf hij me het kleine, maar belangrijke, stukje papier en zei: 'Ronald, je bent goed begonnen en als je zo doorgaat, word je een volmaakt tiendebetaler.' Ik had nooit gedacht dat ik ergens volmaakt in kon zijn. Ik deed gewoon mijn best om een goede jongen te zijn. Maar met deze woorden inspireerde de bisschop me om in één fundamenteel aspect van het evangelie naar volmaaktheid te streven. De zegeningen, zowel stoffelijk als geestelijk, waren overvloedig.
In de tussenliggende jaren is mijn getuigenis dat tiende betalen een voorrecht is vaak bevestigd. Dankzij mijn gehoorzaamheid aan die wet kon ik onder andere tot het heilig priesterschap worden geordend, mijn tempelbegiftiging ontvangen, een voltijdzending vervullen en voor tijd en eeuwigheid aan mijn familieleden worden verzegeld. Bovendien was ik in staat om herhaaldelijk naar de tempel terug te keren om anderen te dienen en onderricht te ontvangen in zaken van eeuwig belang.
De heilige betekenis van de wet van tiende werd door de Heiland zelf na zijn opstanding en tijdens zijn bediening aan het volk in wat we nu Amerika noemen, bevestigd.
In het Boek van Mormon staat dat de Heiland de Nephieten onderwees uit de Schriften die zij hadden, maar hij had het ook over andere Schriftuur die zij niet hadden en droeg hen op de woorden die de Vader aan Maleachi had gegeven op te schrijven, onder andere het volgende:
'Zal een mens God beroven? Maar gij berooft Mij, en zegt: Waarin beroven wij U? In de tienden en het hefoffer. Brengt alle tienden in het schathuis, opdat er spijze zij in Mijn huis; en beproeft Mij nu daarin, zegt de Here der heirscharen, of Ik u de vensteren des hemels dan niet zal openen, en u zegen afgieten, zodat er geen schuren genoeg zullen zijn om die te ontvangen' (3 Nephi 24:8, 10).
De Heiland benadrukte ook hoe belangrijk dit gebod voor ons is toen hij tegen de Nephieten zei:
'( . . . ) Deze schriften, die gij niet onder u hadt, heeft de Vader Mij geboden u te geven; want volgens Zijn wijsheid moesten ze aan toekomstige geslachten worden gegeven' (3 Nephi 26:2).
U en ik behoren nu tot de generaties die zo bevoorrecht zijn dat zij de wet van tiende kennen en kunnen naleven. De zegeningen die voortvloeien uit gehoorzaamheid aan die wet zijn zowel stoffelijk als geestelijk, zoals velen van ons kunnen getuigen.
In deze laatste dagen heeft de Heer gezegd:
'Ziet, tot aan de komst van de Zoon des Mensen wordt de tijd "heden" genoemd, en voorwaar, het is een tijd van opoffering, en een tijd voor het heffen van tienden van Mijn volk ( . . . )' (LV 64:23).
Moet het betalen van tiende als een offer beschouwd worden? Ja, een offer is een gave die men aan de Godheid toewijdt. Het woord wijden betekent oorspronkelijk 'heilig maken'. Wat we aan de Heer teruggeven als tiende, is inderdaad heilig en de gehoorzamen worden opgebouwd.
Veel eerder al benadrukte de Heer in het boek Leviticus tegenover Mozes de heiligheid van de tiende:
'Ook is alle tiende van het land [ . . . ] van de Here; het is de Here heilig' (Leviticus 27:30).
Mijn vrouw en ik waren nog maar kort getrouwd en we verwachtten ons eerste kind. Ik studeerde rechten aan de universiteit en werkte 's avonds bij een benzinestation. We hadden heel weinig geld. We hadden ons kleine flatje met een paar tweedehands meubeltjes en veel houten kistjes ingericht.
Tegen de tijd dat de baby moest komen, hadden we alles verzameld wat we nodig hadden, behalve een ledikantje. En we hadden geen geld om er één te kopen.
Wij waren gewend onze tiende iedere maand op vastenzondag te betalen. Daar die dag naderde, bespraken we de mogelijkheid om het betalen van onze tiende uit te stellen zodat we een eerste aanbetaling op het bedje konden doen. In de geest van vasten en na erover te hebben gebeden, besloten we onze tiende te betalen en onze hemelse Vader te vertrouwen.
Een paar dagen later liep ik door de stad en kwam geheel onverwacht mijn vroegere zendingspresident tegen. Hij vroeg of ik nog studeerde en of ik een baan had. Ik antwoordde: 'Allebei.'
Of ik getrouwd was. 'Ja!'
Of we kinderen hadden. 'Nee, maar de eerste wordt over een paar weken geboren.'
'Heb je al een ledikantje voor de baby?' 'Nee,' antwoordde ik aarzelend, verbaasd over zo'n directe vraag.
'Nou,' zei hij, 'ik zit tegenwoordig in de meubelverkoop en ik zou graag een kinderledikantje als geschenk bij jullie laten bezorgen.'
Ik kreeg een geweldig gevoel van opluchting, dankbaarheid en getuigenis.
Dit geschenk vervulde een stoffelijke behoefte, maar zij verschaft ons nog steeds een heel bijzondere herinnering aan de geestelijke ervaring waarmee zij gepaard ging, die weer bevestigt dat de wet van tiende een gebod met een belofte is.
Bij de grootste moeilijkheden in het leven hebben wij niet zozeer behoefte aan stoffelijke middelen, maar aan de gaven van de Geest. Zulke moeilijkheden zijn misschien het ziekbed, lijden of sterven van een geliefde, een opstandig of ongehoorzaam gezinslid, valse beschuldigingen en andere diepe teleurstellingen. Tijdens zulke beproevingen hebben wij behoefte aan meer geloof, inspiratie, troost, moed, geduld en het vermogen om te vergeven. Deze zegeningen kunnen vanuit de vensters des hemels uitgestort worden.
Ik moet denken aan de goede, getrouwe mensen die in de leringen van Alma de oude geloofden en bij de kudde van God kwamen. Het Boek van Mormon vermeldt dat zij gehoorzaam en rechtvaardig waren (zie Mosiah 18). Maar ondanks hun goede levenswandel doorstonden zij allerlei ellende die hun vijanden hun toebrachten. Toen zij hun hart voor God uitstortten, antwoordde Hij hun met troostrijke woorden en verzekerde hun dat Hij ze in hun lijden zou bijstaan.
Dan lezen we: '[ . . . ] de Here versterkte hen, zodat zij hun lasten met gemak konden dragen, en zij onderwierpen zich met blijdschap en geduld aan de ganse wil des Heren' (Mosiah 24:15).
Mogen wij zo versterkt worden en zo nederig zijn.
Ook al leven we de wet van tiende na, toch zullen wij met het lijden en de beproevingen van de sterfelijkheid te maken krijgen. Als wij echter eerlijk zijn tegenover de Heer, kunnen wij er, wanneer we met tegenslag geconfronteerd worden, van op aan dat wij met geloof, kracht, wijsheid en de hulp van anderen gezegend zullen worden met alles wat nodig is, niet alleen om onze problemen te overwinnen, maar ook om van onze ervaringen te leren en erdoor te groeien.
Onze profeet en leider, president Gordon B. Hinckley, heeft gezegd:
'Ik kan van de wet van tiende en de eruit voortvloeiende zegeningen getuigen omdat ik die heb meegemaakt. En iedere man of vrouw in deze kerk die een volledige tiende betaalt en eerlijk is tegenover de Heer, kan van de goddelijkheid van dit beginsel getuigen' (Ensign, juli 1996, blz. 73).
Als één van al die leden van de kerk geef ik u mijn eigen getuigenis. De zegeningen van het naleven van dat beginsel zijn gemoedsrust, meer geloof, inspiratie en het verlangen om alle geboden van onze Vader in de hemel nog beter na te leven.
Tot slot, en als allerbelangrijkste, getuig ik dat ik weet dat God leeft, dat Hij onze Vader is, en dat Hij ons liefheeft. Jezus van Nazaret is de Zoon van God, en tevens onze Heiland en Verlosser. Wij worden tegenwoordig geleid door een levende profeet, Gordon B. Hinckley. In de naam van Jezus Christus. Amen.