Ouderling Donald L. Staheli
van de Zeventig
De Heer ziet in dat velen van ons geneigd zijn om af te wijken van zijn raad als het goed met ons gaat, en dat we ons pas bij moeilijkheden tot Hem en zijn zegeningen wenden.
Broeders en zusters, ik ben ootmoedig en dankbaar gestemd vanwege de roeping waardoor ik hier vandaag voor u sta. Ik ben dankbaar voor de liefde en steun van mijn geweldige vrouw en kinderen. Ik word opgebeurd door de kracht van de algemene autoriteiten en voel mij gezegend dat ik nu met hen mag samenwerken. Maar belangrijker nog: ik koester mijn band met de Heiland en mijn getuigenis van Hem. Ik getuig dat Hij leeft, en dat Hij zijn kerk leidt door onze geliefde profeet en president, Gordon B. Hinckley.
Het afgelopen jaar heeft voor mij vooral in het teken gestaan van het omschakelen van het leven van een zakenman naar dat van een getrouw voltijddienstknecht van onze Vader in de hemel, en een bijzondere getuige van Jezus Christus. Dat is een verheffende ervaring geweest die mij bewuster heeft gemaakt van de verantwoordelijkheid, de zegeningen en gelegenheden die het evangelie ons allen biedt als wij de beginselen ervan gehoorzamen.
President Boyd K. Packer heeft verscheidene malen gezegd dat 'wij allen recht hebben op inspiratie en leiding van de Heilige Geest'. En daaraan voegt hij toe: 'Wij maken geen van allen voldoende gebruik van onze voorrechten'. Bij het overdenken van de implicaties van die uitspraak, wordt mij duidelijk dat velen van ons verscheidene geestelijke gelegenheden en zegeningen mislopen door toe te staan dat 'de zaken die het belangrijkst zouden moeten zijn in het leven ten prooi vallen aan de zaken die het minst belangrijk zijn'.
Als wie van ons ook zou worden gevraagd 'Wat is het belangrijkste in het leven?', dan zouden de meesten van ons vlot antwoorden: ons gezin en de gelegenheid die het evangelie ons biedt om een eeuwig gezin te worden 'voor eeuwig samen' te zijn. Maar toch leidt de druk van het dagelijks leven ons weg van onze inzet voor die zaak waarvan wij het belang zo trots verkondigen. En zo worden gaandeweg de zaken die voor ons het belangrijkst zouden moeten zijn, onderworpen aan die zaken die, hoewel ze op dat moment belangrijk lijken, geen belang hebben voor ons langetermijndoel. En in veel gevallen kunnen de verleidingen en de druk om de minder belangrijke zaken na te streven ons op verkeerde levenspaden leiden.
President Spencer W. Kimball heeft ons gewaarschuwd dat 'de zorgen van de wereld zo talrijk zijn en zo verstrikkend, dat zelfs heel goede mensen worden weggeleid van de waarheid omdat ze teveel geven om wereldse zaken'.1
Hoewel ik in mijn leven mijn deel heb gehad aan lessen in gehoorzaamheid, leerde ik als jongen de meest onvergetelijke van mijn hond en mijn moeder. Toen ik ongeveer acht was, bracht mijn vader een jong hondje mee naar huis dat ik onmiddellijk Spot noemde. Doordat ik hem probeerde kunstjes en gehoorzaamheid te leren, werden we beste maatjes. Hij leerde snel, maar kon het alleen niet laten om blaffend achter auto's aan te rennen die door onze stoffige straat in een dorpje in het zuiden van Utah reden. Hoezeer ik het ook probeerde, ik kon Spot die slechte gewoonte niet afleren. Op een dag kwam er een buurman hard voorbijrijden in zijn wagen. Hij kende Spot en zijn slechte gewoonte. En toen Spot dit keer op zijn gebruikelijke agressieve manier op de wagen afkwam, stuurde de man zijn wagen op Spot af, waarbij hij met zijn achterwiel over Spot heenreed.
De tranen stroomden over mijn gezicht toen ik met Spot in mijn armen naar huis liep en mijn moeder en broer om hulp riep. Toen we het bloed van zijn kop wasten, werd al snel duidelijk dat Spots ongehoorzame daad hem het leven gekost had. Toen Spot begraven was en mijn tranen waren gedroogd, leerde mijn moeder me een van de grote levenslessen: ze legde het beginsel van gehoorzaamheid en zijn toepassing in het dagelijks leven uit. Ze legde uit dat schijnbaar onbeduidende vormen van ongehoorzaamheid op langere termijn ellende en spijt tot gevolg kunnen hebben, en zelfs kunnen leiden tot de dood.
Bij onze groei in het evangelie leren we de waarde van gehoorzaamheid aan beginselen die ons voortdurend op één lijn brengen met de leringen van onze Heiland en de profeten. Zijn we hun leringen gehoorzaam, dan beginnen we te begrijpen wat de Heiland bedoelde toen Hij zei: 'Want ieder, die zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen, maar ieder, die zijn leven verloren heeft om Mijnentwil, die zal het vinden.'2
Daar wij allen weleens moeite hebben met gehoorzaamheid, kunnen we moed putten uit de aanmoediging van president Hinckley '( . . . ) dat de Heer ons nooit geboden zal geven die wij niet kunnen onderhouden. Hij zal ons nooit vragen iets te doen waartoe wij het vermogen niet bezitten.'3
Wij allen, maar vooral jullie jongelui, zouden er goed aan doen om die raad van de profeet in gedachten te houden bij de druk die leeftijdgenoten dagelijks op ons uitoefenen. Naarmate we opgroeien tot jonge volwassenen, en wat daarna komt, is het stellen van prioriteiten en omgaan met de druk van werk, kerk en gezin een balanceertruc die voortdurende herevaluatie vereist.
Men zou zich het beste regelmatig kunnen afvragen: 'Als ik doorga op de weg die ik nu volg, waar kom ik dan uit, en wat gebeurt er dan met mijn gezin?' Leggen we het fundament voor een eeuwig gezin, of schenken we meer aandacht aan de trots die we voelen als gevolg van onze prestaties en onze verzameling wereldse trofeeën, die meer prioriteit krijgen dan de zaken die echt het belangrijkst zouden moeten zijn?
Hoe oud we ook zijn, en in welk levensstadium we ons ook bevinden, dagelijkse gehoorzaamheid aan de beginselen van het evangelie is de enige weg die in elk geval naar eeuwig geluk voert. President Ezra Taft Benson heeft hier de volgende scherpzinnige opmerking over gemaakt: 'Op het moment dat gehoorzaamheid ophoudt ons te irriteren, en ons voornaamste streven wordt, zal God ons begiftigen met macht.'4
Het Boek van Mormon is een onophoudelijk verhaal van de verschillende volken van wie de gehoorzaamheid met de tijd af- en weer toenam. Het gevolg van hun ongehoorzaamheid is duidelijk. De waarschuwingen die zij kregen, gelden heden ten dage net zo goed voor ieder van ons.
In de Schriften wordt ons duidelijk gemaakt dat de Heer inziet dat velen van ons geneigd zijn om af te wijken van zijn raad als het goed met ons gaat, en dat we ons pas bij moeilijkheden tot Hem en zijn zegeningen wenden. Hij heeft ons ook gewaarschuwd voor de consequenties van ons afdwalen: 'En Mijn volk moet noodzakelijkerwijze worden gekastijd, totdat zij gehoorzaamheid leren, indien nodig door de dingen, die zij lijden.'5
Of we nu gekastijd worden, of moeilijkheden te verduren krijgen naarmate we heen en weer geslingerd worden op de levenszeeën door gehoorzaamheid aan de leringen van onze Heiland en de profeten komen we in aanmerking voor de grote belofte van koning Benjamin aan hen die Gods geboden onderhouden: 'Want ziet, zij worden in alles gezegend, zowel in het stoffelijke als het geestelijke; en indien zij getrouw volharden tot het einde, worden zij in de hemel ontvangen, opdat zij daardoor met God in een staat van eeuwigdurende gelukzaligheid kunnen wonen.'6
Onze reactie op de oproep van de Heiland 'Kom hier, volg Mij'7, of op zijn aansporing 'Wanneer gij Mij liefhebt, zult gij mijn geboden bewaren', moet duidelijk en ondubbelzinnig zijn. Het is mijn getuigenis dat wij, naarmate wij gehoor geven aan zijn oproep, zijn liefde en vrede in ons leven zullen ontvangen. In de naam van Jezus Christus. Amen.
NOTEN
1. Zie Ensign, mei 1978, blz. 77.
2. Matteüs 16:25.
3. Zie Ensign, november 1985, blz. 83.
4. Leer en Verbonden 105:6.
5. Mosiah 2:41.
6. Lucas 18:22.
7. Johannes 14:15.