Ouderling Joseph B. Wirthlin
van het Quorum der Twaalf Apostelen
De dagen van onze proeftijd zijn bepaald, maar niemand weet het aantal dagen. Iedere dag van voorbereiding is van onschatbare waarde.
Geliefde broeders en zusters, ik ben dankbaar dat ik samen met u deze algemene conferentie van de kerk kan bijwonen. Ik bid om de leiding van de Heilige Geest. Ik wil met u graag het belang van het sterfelijk leven als voorbereidingsperiode bespreken. Amulek heeft getuigd: 'Dit leven is de tijd voor de mens om zich voor te bereiden God te ontmoeten; ja, ziet, de tijd van dit leven is de tijd voor de mensen om hun arbeid te volbrengen.'
1
Als leden van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen hebben wij een bijzonder begrip van de eeuwige aard van onze ziel. We weten dat we een voorsterfelijk leven hadden. We hebben het grote plan van gelukzaligheid van onze hemelse Vader aanvaard, en kozen ervoor om onze Heer en Heiland Jezus Christus te volgen. De beginselen waar wij voor kozen en waarvoor wij gestreden hebben, zijn: (1) keuzevrijheid, de vrijheid om tussen goed en kwaad te kiezen; (2) vooruitgang, de mogelijkheid om te leren en eenmaal als onze hemelse Vader te worden; en (3) geloof, geloof in het plan van onze Vader en in de verzoening van Jezus Christus waardoor wij in de tegenwoordigheid van God kunnen terugkeren. Daarom mochten wij naar deze aarde komen. Over ons aardse leven heeft de Meester gezegd: 'Wij zullen hen hiermee beproeven om te zien of zij alles zullen doen wat de Here, hun God, hun ook zal gebieden.'2
We begrijpen dat we een nasterfelijk bestaan van onbepaalde duur zullen ontvangen, en dat wij door onze gedachten en daden in dit sterfelijk leven beslissen wat voor soort leven we hierna zullen leiden. De sterfelijkheid is uiterst kort, maar immens belangrijk.
We leren uit de Schriften dat 'de weg des Heren één eeuwige cirkelgang [is],'3 en dat God 'alle dingen weet, en ( . . . ) van eeuwigheid tot eeuwigheid is.'4 Ook wij zijn eeuwige wezens. Ons leven op aarde is een uiterst belangrijk onderdeel in het plan van gelukzaligheid van onze liefdevolle Vader in de hemel voor zijn kinderen. '[Wij] zijn, opdat [wij] vreugde mogen hebben.'5 De profeet Joseph Smith heeft gezegd: 'Vreugde is het doel en oogmerk van ons bestaan ( . . . ) als wij het pad volgen ( . . . ) van deugd, oprechtheid, getrouwheid, heiligheid en het onderhouden van Gods geboden.'6
Dit moment is een onderdeel van onze eeuwige vooruitgang, om met ons gezin in de tegenwoordigheid van onze Vader in de hemel terug te keren. President Gordon B. Hinckley heeft gezegd: 'We zijn hier op aarde met een geweldig erfgoed, een goddelijke gave. Wat zou deze wereld anders zijn als iedereen zou beseffen dat al onze handelingen eeuwige gevolgen hebben. Hoe meer bevredigend zou ons leven zijn als we ( . . . ) erkennen dat we er dagelijks aan werken om de eeuwigheid te bereiken.'7
Aan de hand van dat begrip kunnen we in ons dagelijks leven verstandige beslissingen nemen. Als we het leven vanuit een eeuwig perspectief bekijken, kunnen we onze beperkte aardse energie op de belangrijke zaken concentreren. We kunnen vermijden dat we ons leven verdoen met het verzamelen van 'schatten op aarde, waar mot en roest ze ontoonbaar maakt'.8 We kunnen schatten in de hemel verzamelen, en ervoor zorgen dat we ons geestelijk eerstgeboorterecht niet verspelen.
Dit is de dag van onze sterfelijke proeftijd. We kunnen onze eeuwige reis vergelijken met een race van drie ronden. We hebben de eerste ronde met succes afgelegd en hebben veel vooruitgang gemaakt. We zijn nu aan de tweede ronde begonnen. Kunt u zich een hardloper voorstellen die langs de kant van de baan bloemen gaat plukken, of achter een konijn aangaat? Maar dat doen we wel als we onze tijd aan wereldse zaken besteden waardoor we niet dichter bij de derde ronde komen, het eeuwige leven, de grootste van alle gaven Gods.9
Tijdens zijn bediening in zowel de oude als de nieuwe wereld heeft de Heiland gezegd: 'Gij dan zult volmaakt zijn.'10 Het Griekse woord dat aan volmaakt ten grondslag ligt, betekent 'tot zijn einde gebracht, voleindigd of voltooid'. Onze hemelse Vader wil dat wij deze aardse proeftijd gebruiken om onszelf volledig te ontwikkelen, om onze talenten en vaardigheden uit te buiten. Als we dat doen, zullen we de vreugde ervaren als volledige en vervolmaakte zoons en dochters van God voor de Vader te staan, gepolijst door gehoorzaamheid, en waardig om het erfgoed in ontvangst te nemen dat Hij aan de getrouwen heeft beloofd.
De Heiland heeft het voorbeeld gegeven en ons geboden de werken te doen die Hij gedaan heeft.11 Ik ben altijd onder de indruk van de laatste aanmoediging van Moroni die hij aan het eind van zijn leven gaf: 'Komt tot Christus, en wordt in Hem vervolmaakt, en onthoudt u van alle goddeloosheid.'12
Alma legde aan zijn volgelingen uit dat we na de doop bereid moeten zijn om anderen te dienen, 'elkanders lasten te dragen, ( . . . ) met de treurenden te treuren ( . . . ) hen te vertroosten, die vertroosting nodig hebben, en ( . . . ) om te allen tijde als getuige van God te staan.'13 We kunnen ons heil niet zelf bereiken. We kunnen niet in de tegenwoordigheid van onze hemelse Vader terugkeren als we onze broeders en zusters niet helpen. Als we begrijpen dat we allemaal letterlijk broers en zussen in het gezin van God zijn, moeten we ons ook verplicht voelen om voor elkaars welzijn te zorgen, en om door woord en daad onze liefde te tonen. Onze omgang met de andere kinderen van onze hemelse Vader moet zijn motivatie vinden in naastenliefde, 'de reine liefde van Christus'.14
Als we vooruitgang maken en meer op onze Heiland gaan lijken, kunnen we iedereen sterken met wie we omgaan, met inbegrip van onze familie en vrienden. De Heer heeft ons in gemeenten van heiligen geplaatst, waar we de evangeliebeginselen in ons dagelijks leven kunnen toepassen. Deze groepen zijn tegelijkertijd school, testfaciliteit en laboratorium, waarin wij de evangeliebeginselen in praktijk kunnen brengen.
In zijn brief aan de gemeente in Korinte bepleitte Paulus eenheid onder de heiligen. Ze moesten elkaar dienen, 'opdat er geen verdeeldheid in het lichaam zou zijn, maar de leden gelijkelijk voor elkander zouden zorgen. Als één lid lijdt, lijden alle leden mede, als één lid eer ontvangt, delen alle leden in de vreugde.'15 Wij zijn zo sterk als ieder individueel lid van het lichaam [de kerk] van Christus. We moeten alles doen wat in ons vermogen ligt, om alle leden hun goddelijke doel te laten bereiken, als 'erfgenamen van God, en medeërfgenamen van Christus.'16
Bij onze steun aan anderen, moeten we de raad van president Hinckley indachtig zijn om de vriendschappelijke hand uit te steken, en onze liefde te tonen aan de honderdduizenden leden die zich jaarlijks laten dopen. Het geweldigste instrument dat de Heer beschikbaar heeft om bekeerlingen een warm welkom te verschaffen en 'hen op het recht pad te houden,'17 is de liefde die wij uitstralen als wij de tijd nemen om onszelf aan nieuwe leden voor te stellen, hun naam te onthouden, naar hen te luisteren en iets over hen te weten te komen.
Lid worden van een nieuwe kerk en een nieuw leven beginnen, is nooit gemakkelijk en vaak beangstigend.
Wij moeten allemaal de vriend zijn die ieder nieuw lid nodig heeft om actief en getrouw in de kerk te blijven. Als er vriendschap ontstaat, zijn bekeerlingen 'geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods.'18 Als mensen gedoopt worden, worden 'hun namen [ . . . ] ingeschreven' en in de ledenadministratie van de kerk opgenomen, 'opdat zij bekend zouden zijn, en door het goede woord van God worden gevoed.'19
Doelend op de wonderbaarlijke verandering die zich in het leven van de nieuwe leden voordoet als zij op de juiste manier door het goede woord van God gevoed worden, heeft ouderling John A. Widtsoe gezegd: 'Eenvoudige, gewone mensen die het evangelie aanvaarden van de lippen van een nederige zendeling, worden door deze verlichtende waarheden van het evangelie zodanig veranderd, dat zij niet langer dezelfde mensen zijn.'20
De vooruitgang op onze levensreis kan worden gestagneerd door fouten onzerzijds, waardoor we van onze koers afraken. Als we in onze fouten volharden, raken we steeds verder van ons doel af.
We kunnen ons leven met de reis van een ruimtevaartuig vergelijken. Als de motor is opgestart, wordt de vlucht nauwkeurig in de gaten gehouden. Iedere afwijking van de koers wordt onmiddellijk aangepast. Iedere fractie van een afwijking kan het schip kilometers bij zijn doel vandaan brengen. Hoe langer de correctie wordt uitgesteld, hoe groter de aanpassing moet zijn. Kunt u zich voorstellen hoever we uit koers kunnen raken als we geen correcties aanbrengen?
De Heer heeft ons voorzien van profeten, de Schriften, ouders, en andere wijze leiders om ons op koers te leren blijven. Zij kunnen ons helpen bij het controleren van onze vooruitgang, en het aanbrengen van de noodzakelijke correcties, net zoals de koers van een satelliet in de gaten wordt gehouden en zonodig wordt aangepast. Onze koers op aarde is zo belangrijk. De koers wordt bepaald door de beslissingen die wij dagelijks nemen. We kunnen onze gedachten en daden niet scheiden van hun invloed op de toekomst.
We kunnen onszelf de vraag stellen of we door onze levenswijze wel recht hebben op de zegeningen van de Vader. De dagen van onze proeftijd zijn bepaald, maar niemand weet het aantal dagen. Iedere dag van voorbereiding is van onschatbare waarde.
Ik heb de vaardige handen van indianenvrouwen in het zuidwesten van de Verenigde Staten aan het werk gezien, die ingewikkelde patronen in hun prachtige kleden weven. Zij selecteren en bereiden iedere draad zorgvuldig, en zorgen ervoor dat zij precies op de juiste plaats terechtkomen. Ze weven de verschillende kleuren kunstzinnig in de stof zodat er een kleed ontstaat dat met hun ontwerp overeenkomt.
Op dezelfde manier weven wij in ons leven het patroon dat wij uiteindelijk als eindproduct willen presenteren. Wij weven in ons sterfelijk leven dagelijks, door bepaalde handelingen te verrichten en bij te dragen tot het ingewikkelde, prachtige patroon, volgens het plan van de Meester. Als we verkeerde beslissingen nemen, moeten we met een weeffout in de stof van onze ziel genoegen nemen, of door middel van bekering dat gedeelte uit onze ziel weghalen en vervangen door de juiste draden, zoals onze Maker voor ons had bedoeld.
Het tapijt van ons leven wordt nu gevormd. De Heer noemde ons leven in het voorsterfelijk bestaan onze eerste staat, en beloofde ons: 'En aan die hun eerste staat behouden, zal meer worden gegeven; en zij die hun eerste staat niet behouden, zullen geen heerlijkheid ontvangen in hetzelfde koninkrijk met hen die wel hun eerste staat behouden; en op het hoofd van die hun tweede staat behouden, zal voor eeuwig heerlijkheid vermeerderd worden.'21
Uitstel en besluiteloosheid kunnen onze voorbereidingen op het nasterfelijk leven vertragen. Ouderling Joseph Fielding Smith heeft gezegd: 'Uitstel met betrekking tot de evangeliebeginselen is de dief van het eeuwige leven namelijk het leven in de tegenwoordigheid van de Vader en de Zoon.'22 In het Boek van Mormon kunnen we de smeekbede van Amulek lezen: Ik verzoek u 'dat gij de dag uwer bekering niet tot het einde uitstelt; ( . . . ) want dezelfde geest, die uw lichaam in bezit heeft ten tijde, dat gij uit dit leven gaat, zal macht hebben om uw lichaam in die eeuwige wereld te bezitten.'23
Er is gezegd: 'Het leven is zo'n bijzondere gave dat we het niet moeten laten verwateren. Iedere dag is niet slechts een gewone dag, maar meer een vallende waterdruppel, een gouden levensmoment dat de levensvijver verrijkt.'24
Besluiteloosheid kan ons inactiveren of verlammen, en onze voorbereiding in de sterfelijkheid hinderen. We kunnen net als de inwoners van Nineve worden, van wie de Heer tegen Jona zei dat het 'mensen zijn, die het onderscheid niet kennen tussen hun rechterhand en hun linkerhand.'25 De apostel Jakobus noemde iemand die 'innerlijk verdeeld ( . . . ) is, ongestadig op al zijn wegen.'26 Een oud Zwitsers gezegde omschrijft besluiteloosheid met de volgende woorden:
Eén been eruit,
één been erin:
't is niet buiten,
maar binnen evenmin.
Niet ja, niet nee;
niet koud of warm.
Hoe gans onvrij,
hoe bitter arm
de mens die 't zo
en 't leven doet:
Hij weet niet hoe
het verder moet.
27
We kunnen niet besluiteloos in onze relatie tot onze man of vrouw, ouders of kinderen zijn. Gaan we van onze kinderen genieten wanneer zij wat ouder zijn geworden, en wij het niet zo druk meer hebben? En hoe zit dat met goede vriendschappen die verwateren door de lange brieven die we van plan zijn om te schrijven, maar die we nooit afmaken en versturen? Gaan we geregeld naar de tempel? Denk eens aan de boeken die we willen lezen, aan de opwellingen om goede werken te verrichten, en de goede doelen die we willen steunen. Stoppen we altijd onze koffer vol met goede voornemens, en gaan we nooit op pad? Stellen we altijd uit wat we moeten doen? Laten we de beslissing nemen om vandaag te leven niet morgen, maar vandaag op dit uur, zolang we nog tijd hebben.
We weten dat de dood een noodzakelijke overgang is. Vroeg of laat zal dat ieders lot zijn. Ons sterfelijk lichaam gaat terug in de aarde, en onze geest gaat terug naar de geestenwereld. Door middel van het zoenoffer van de Heiland, zullen we allemaal opstaan. Wij zullen allemaal voor de rechterstoel van de grote Jehova gebracht worden, en aan de hand van ons sterfelijk leven geoordeeld worden.
Als we alle beslissingen in ons leven met de opstanding en het oordeel in gedachten nemen, zullen we onze proeftijd nuttig gebruikt hebben, en zullen we in dit leven gemoedsrust vinden, en in het nabestaan eeuwig leven.
Ik getuig dat deze leerstellingen waar zijn. U kunt de waarheid van het evangelie door de influisteringen van de Geest te weten komen. De Heer heeft gezegd: 'Indien iemand diens wil doen wil, zal hij van deze leer weten, of zij van God komt, dan of Ik uit Mijzelf spreek.'28
De Heiland leeft en heeft ons allemaal lief. Dat weet ik met heel mijn hart. Wij zijn kinderen van onze liefdevolle Vader in de hemel, die de profeet Joseph Smith heeft geroepen om het volledige evangelie te herstellen. Onze Vader in de hemel heeft ons ook met een hedendaagse profeet gezegend om ons terug bij Hem te brengen. President Gordon B. Hinckley is nu die profeet. Daarvan getuig ik in de naam van Jezus Christus. Amen.
NOTEN
1 Alma 34:32.
2. Abraham 3:25.
3. 1 Nephi 10:19.
4. Moroni 7:22.
5. 2 Nephi 2:25.
6. De Ster, juli 1996, blz. 56; Leringen van de profeet Joseph Smith, blz. 230231.
7. Teachings of Gordon B. Hinckley, blz. 174.
8. Matteüs 6:19.
9. Zie LV 14:7.
10. Matteüs 5:48; 3 Nephi 12:48.
11. Zie Johannes 14:12.
12. Moroni 10:32.
13. Mosiah 18:89.
14. Moroni 7:47.
15. Zie 1 Korintiërs 12:2526; zie ook de verzen 1227.
16. Romeinen 8:17.
17. Moroni 6:4.
18. Efeziërs 2:19.
19. Moroni 6:4.
20. 'Symbolism in Irrigation', Improvement Era, juni 1952, blz. 423.
21. Abraham 3:26.
22. The Way to Perfection, 10de editie (1953), blz. 423.
23. Alma 34:3334.
24. Thomas J. Parmley, geciteerd in R. Scott Lloyd, 'Alumni 95, Returned to High School', Church News, 12 juni 1993, blz. 13.
25. Jona 4:11.
26. Jakobus 1:8.
27. De Ster, juli 1990, blz. 22.
28. Johannes 7:17; zie ook de verzen 1416.