Ouderling Jeffrey R. Holland
van het Quorum der Twaalf Apostelen
'De oproep in ieder tijdperk -- in het bijzonder in dat waarin wij leven -- is de oproep die Jozua deed: "Heiligt u, want morgen zal de Here in uw midden wonderen doen."'
Broeders, ik hou van en respecteer Gods priesterschap, en het is een eer om de dragers ervan te mogen toespreken. Mijn boodschap is bedoeld voor ons allen, ongeacht leeftijd of ervaring, maar ik wil vanavond vooral spreken tot de diakenen, leraars en priesters van de Aäronische priesterschap, en de jonge, pasgeordende ouderlingen van de Melchizedekse priesterschap -- jullie, die een opkomende generatie zijn, die altijd klaar moeten staan, die altijd bereid moeten zijn om je priesterschap te gebruiken, vaak op manieren die je niet verwacht had.
In die geest is mijn oproep aan jullie vanavond soortgelijk aan de oproep die Jozua deed aan een vroegere generatie priesterschapsdragers, jonge mannen en niet zo jonge mannen, die destijds een wonder moesten verrichten. Tegen hen die de formidabele taak moesten verrichten waar het oude Israël voor stond -- het land dat hun vanouds beloofd was, heroveren en weer in bezit nemen -- zei Jozua: 'Heiligt u, want morgen zal de Here in uw midden wonderen doen.'1
Ik wil een verhaal vertellen om te laten zien hoe snel en onverwacht zo'n 'morgen' kunnen komen en hoe je in sommige gevallen maar weinig tijd hebt om op het laatste moment haastige voorbereidingen te treffen.
Op woensdagmiddag 30 september 1998, afgelopen week nog maar twee jaar geleden, was een junior football team in Inkom (Idaho) buiten bezig met de doordeweekse training. Ze hadden de warming-up al achter de rug, en oefenden nu hoe ze het beste vanuit een scrimmage het spel konden hervatten. Er verschenen donkere wolken, zoals dat in de herfst soms gebeurt, en het begon een beetje te regenen, maar daarover maakte de groep jongens die graag football speelde, zich niet druk.
Plotseling kwam er uit het niets een oorverdovende donderklap, vergezeld door de onafscheidelijke bliksemschicht die de hele omgeving verlichtte.
Op dat moment was een jonge vriend van mij, A. J. Edwards, een diaken in de wijk Port Neff, in de ring McCammon (Idaho), klaar om de bal te ontvangen van een medespeler, wat beslist geleid zou hebben tot een touchdown in deze oefenwedstrijd. Maar de bliksem die hemel en aarde verlicht had, raakte A. J. Edwards van de top van zijn helm tot aan zijn tenen.
De klap verdoofde alle spelers even en sloeg enkelen tegen de grond, terwijl een van de spelers tijdelijk het gezichtsvermogen kwijtraakte en vrijwel alle andere spelers versuft en geschokt raakten. Instinctief begonnen ze naar het betonnen paviljoen te rennen dat aan de rand van het park lag. Sommige jongens begonnen te huilen. Velen van hen vielen op hun knieën en begonnen te bidden. En al die tijd lag A. J. Edwards doodstil op het veld.
Broeder David Johnson uit de wijk Rapid Creek, in de ring McCammon (Idaho), haastte zich naar de speler. Hij riep naar de trainer, die lid van dezelfde wijk was, Rex Shaffer: 'Ik voel geen hartslag. Hij heeft een hartstilstand.' De twee mannen, die wonderlijk genoeg allebei een EHBO-training hadden gehad, begonnen met reanimatie, een strijd op leven en dood.
De jonge assistent-trainer van het team, de achttienjarige Bryce Reynolds, lid van de wijk Mountain View, in de ring McCammon (Idaho), hield A. J.'s hoofd vast terwijl de mannen met hem bezig waren. Terwijl hij toekeek hoe de broeders Johnson en Shaffer met reanimatie bezig waren, kreeg hij een ingeving. Ik ben ervan overtuigd dat het in elke zin van het woord een hemelse openbaring was. Hij herinnerde zich duidelijk een zegen die de bisschop zijn grootvader eens had gegeven na een even tragisch en levensbedreigend ongeluk, jaren daarvoor. Nu hij deze jonge diaken in zijn armen hield, besefte hij dat hij voor de eerste keer in zijn leven op soortgelijke wijze zijn pas op hem bevestigde Melchizedeks priesterschap nodig had. Vooruitlopend op zijn negentiende verjaardag en zijn komende zendingsoproep was de jonge Bryce Reynolds nog maar 39 dagen daarvoor tot ouderling geordend.
Of hij de woorden nu hoorbaar uitsprak, of fluisterde, ouderling Reynolds zei: 'A. J. Edwards, in de naam van de Heer Jezus Christus en door de macht en het gezag van het Melchizedeks priesterschap dat ik draag, zegen ik je dat je beter zult worden. In de naam van Jezus Christus. Amen.' Toen Bryce Reynolds die korte, maar krachtige zegen afsloot die hij met de woorden van een achttienjarige had gegeven, haalde A. J. Edwards voor het eerst weer adem.
Over de verdere gebeden, wonderen en aanvullende priesterschapszegens die deel uitmaakten van deze hele ervaring -- inclusief een rit met een ambulance die op hoge snelheid naar Pocatello reed, en een bijna hopeloze vlucht naar het brandwondencentrum van de University of Utah -- kan de familie Edwards ons allemaal bij een andere gelegenheid vertellen. Het volstaat hier om te zeggen dat een zeer gezonde en robuuste A. J. Edwards vanavond als bijzondere gast bij ons is, samen met zijn vader. Bovendien heb ik onlangs telefonisch met ouderling Bryce Reynolds gesproken, die al zeventien maanden eervol een zending vervult in het zendingsgebied Dallas (Texas). Ik vind hen alle twee geweldige jonge mannen.
Jonge vrienden van zowel de Aäronische als de Melchizedekse priesterschap, niet elk gebed wordt zo snel verhoord en niet elke uitspraak van een priesterschapsdrager kan iemand tot leven wekken of in leven houden. Soms is de wil van God anders, maar, jongemannen, jullie zullen leren, als je het niet al geleerd hebt, dat je geloof en je priesterschap op angstige en zelfs gevaarlijke momenten vereisen dat je je uiterste best doet, en dat je de beste zegeningen uit de hemel over je medemens afroept. Jullie, jongens van de Aäronische priesterschap, zullen je priesterschap niet op precies dezelfde manier gebruiken als een ouderling het Melchizedekse priesterschap gebruikt, maar alle priesterschapsdragers moeten een werktuig in Gods hand zijn, en om dat te worden, moet je -- zoals Jozua heeft gezegd -- 'je heiligen'. Je moet klaar zijn om te handelen, en moet dat waardig zijn.
Daarom zegt de Heer herhaaldelijk in de Schriften: 'Reinigt u, gij die de vaten des Heren draagt'.2 Ik zal je vertellen wat de zinsnede 'die de vaten des Heren draagt' betekent. Vroeger had dat twee betekenissen, die beide te maken hebben met de werking van het priesterschap.
De eerste verwijst naar de terugkeer naar Jeruzalem van verscheidene tempelvoorwerpen die door koning Nebukadnessar naar Babylon gebracht waren. Daar die voorwerpen moesten worden aangeraakt om ze terug te brengen, herinnerde de Heer de broeders in die tijd aan de heiligheid van alles wat met de tempel te maken had. Dus om die schalen, kommen, koppen en andere vaten terug te dragen naar hun vaderland, moesten zij zelf net zo rein zijn als de ceremoniële instrumenten die zij droegen.3
De tweede betekenis houdt verband met de eerste. Kleine schalen en andere voorwerpen werden gebruikt voor de rituele reiniging thuis. De apostel Paulus zei er in een brief aan zijn jonge vriend Timoteüs het volgende over: '(. . .) in een groot huis zijn (. . .) voorwerpen van goud en van zilver (. . .) van hout en van aardewerk' -- de middelen die men in de tijd van de Heiland gebruikte bij het wassen en reinigen. Maar Paulus vervolgt: '(. . .) indien iemand (. . .) zich [. . .] hiervan gereinigd heeft, zal hij een voorwerp zijn met eervolle bestemming, heilig, bruikbaar voor de eigenaar, voor iedere goede taak gereed. Schuw [daarom] de begeerten der jeugd en jaag naar (. . .) gerechtigheid (. . .) de Here aanroepen[de] uit een rein hart.'4
In beide bijbelse verslagen is de boodschap dat wij, als priesterschapsdragers, niet alleen heilige vaten en symbolen van Gods macht vastpakken -- denk aan het klaarzetten, zegenen en ronddienen van het avondmaal -- maar dat we bovendien zelf een heilig werktuig moeten zijn. Gedeeltelijk om wat wij moeten doen, maar belangrijker nog, om wat wij moeten zijn, zegt Paulus tegen Timoteüs dat hij de 'jeugdige begeerten' moet schuwen en de Here 'uit een rein hart' moet aanroepen. Er staat dat we rein moeten zijn.
Wij leven in een tijd waarin die reinheid steeds moeilijker in stand te houden is. Met de moderne techniek kunnen zelfs onze jongste broertjes en zusjes een virtuele reis rond de wereld maken voordat ze zelfs maar oud genoeg zijn om veilig met een driewieler de straat over te steken. Wat voor de meesten in mijn generatie zorgeloze momenten opleverde -- tv kijken of tijdschriften lezen -- is, nu er bovendien video, internet en computers zijn, amusement geworden dat ware morele gevaren inhoudt. En dat woord amusement zet ik cursief. Wist je dat het oorspronkelijke Latijnse woord voor 'amusement' betekende 'een afleiding van gedachten die bedoeld is om te misleiden'? Helaas is dat grotendeels wat vormen van 'amusement' in onze tijd weer geworden zijn in de handen van de aartsmisleider.
Onlangs las ik in een boek de opmerking: 'Onze vrije tijd, zelfs ons spelen, is een zaak waar we serieus aandacht aan moeten besteden. [Dat komt doordat] er geen neutraal gebied is in het heelal: elke vierkante centimeter, elk onderdeel van een seconde wordt opgeëist door God, en wordt weerstreefd door Satan.'5 Ik ben ervan overtuigd dat dit waar is, en geen enkel ander opeisen en weerstreven is essentiëler en opvallender dan de strijd om de gedachten en de moraal, de reinheid van de jeugd.
Broeders, mijn waarschuwing vanavond houdt onder meer in dat dit alleen maar erger zal worden. De deur naar tolerantie, de deur naar wellust, vulgariteit en obsceniteit draait maar in één richting. Hij gaat steeds verder open en zwaait nooit meer terug. Mensen kunnen op individuele basis besluiten om hem dicht te doen, maar vanuit historisch oogpunt is het zeker dat de publieke smaak en opinie dat niet zullen doen. Nee, wat kuisheid betreft, is de enige beheersing die je hierover hebt, je zelfbeheersing.
Als je moeite hebt om je te beheersen in waar je naar kijkt of luistert, in wat je zegt of doet, dan vraag ik je om je Vader in de hemel om hulp te bidden. Bid tot Hem zoals Enos deed toen hij worstelde voor God en hard streed in de Geest.6 Worstel zoals Jakob met de engel, weigerend om los te laten tot hij een bepaalde zegening had gekregen.7 Praat met je vader en je moeder. Praat met je bisschop. Vraag de best mogelijke hulp aan alle goede mensen om je heen. Vermijd koste wat kost andere mensen die je verleiden, je wil verzwakken of het probleem in stand houden. Als je vanavond het gevoel hebt dat je je niet aan alle normen houdt, dan kun je dat oplossen door bekering en door de verzoening van de Heer Jezus Christus. De Heiland heeft voor jou geweend, gebloed en is voor jou gestorven. Hij heeft je alles gegeven dat je nodig hebt om gelukkig te worden en het heil te ontvangen. En Hij zal nu zijn hulp beslist niet aan je onthouden!
En dan kun je andere mensen helpen naar wie je wordt gestuurd, nu en in de toekomst, als drager van Gods priesterschap. Dan kun je zijn wat de Heer eens beschreven heeft als 'een heelmeester voor de kerk'.8
Jonge mannen, wij hebben jullie lief. Wij maken ons zorgen om jullie en willen jullie op alle mogelijke manieren helpen. Bijna tweehon-derd jaar geleden heeft William Wordsworth geschreven dat 'de wereld te veel onder ons' is. Wat zou hij wel niet zeggen over het verval dat tegenwoordig zo drukt op jullie ziel en gevoelens? Bij het bespreken van enkele van deze problemen waarmee jullie geconfronteerd worden, houden wij in gedachten dat een groot aantal jonge mannen getrouw het evangelie naleeft en resoluut voor de Heer staat. Ik ben er zeker van dat dit grote aantal ook de overweldigende meerderheid omvat van allen die vanavond luisteren. Maar de waarschuwingen die wij geven aan de minderheid, zijn zelfs voor de getrouwen belangrijke geheugensteuntjes.
In de moeilijkste en wanhopige dagen van de Tweede Wereldoorlog zei Winston Churchill tegen het Britse volk: 'Ieder mens zal een bijzonder moment in zijn leven ervaren, waarop hij zinnebeeldig gesproken op de schouder wordt getikt en hem de kans wordt geboden iets bijzonders te doen, iets dat bij hem en bij zijn talenten past. Wat zou het tragisch zijn als hij op dat moment onvoorbereid of ongeschikt was voor de opgave die het hoogtepunt in zijn leven zou zijn.'
Broeders, in een nog serieuzere soort oorlogvoering kan de dag komen -- en ik ben ervan overtuigd dat die dag echt zal komen -- waarop onder onverwachte omstandigheden of op een moment van grote nood de bliksem als het ware zal inslaan, en dat er een leven in jouw handen ligt. Wees daar klaar voor als die dag komt. Wees sterk. Wees altijd rein. Respecteer en eer het priesterschap dat je draagt, vanavond en voor altijd. Ik getuig van dit werk, van de macht die wij hebben ontvangen, en van de noodzaak om het gebruik ervan waardig te zijn. Broeders, de oproep voor elke tijd -- en vooral onze tijd -- is Jozua's oproep: 'Heiligt u, want morgen zal de Here in uw midden wonderen doen.' In de naam van Jezus Christus. Amen.
NOTEN
1. Jozua 3:5.
2. Bijvoorbeeld Jesaja 52:11; 3 Nephi 20:41; LV 38:42; 133:5.
3. Zie 2 Koningen 25:1415; Ezra 1:511.
4. 2 Timoteüs 2:2022; cursivering toegevoegd.
5. C. S. Lewis, Christian Reflections, Walter Hooper, red. (1967), blz. 33.
6. Zie Enos 1:210.
7. Genesis 32:2426.
8. LV 31:10.