Ouderling Robert D. Hales
van het Quorum der Twaalf Apostelen
'Onze doop en bevestiging is de poort naar zijn koninkrijk. Als we er binnen gaan, sluiten we een verbond dat we van zijn koninkrijk zullen zijn -- voor altijd!'
Wat een vreugde is het om vandaag, na te zijn hersteld van drie grote operaties, die mij ervan weerhielden om in de afgelopen twee algemene conferenties te spreken, hier in dit schitterende Conferentiecentrum te spreken en mijn getuigenis te geven aan degenen die het woord van de Heer willen horen.
De afgelopen twee jaar heb ik geloof in de Heer geoefend dat Hij me zou loodsen door periodes van lichamelijke en psychische pijnen en overdenking. Ik heb ondervonden dat aanhoudende, intense pijn een heiligende, reinigende werking heeft die ons nederig maakt en nader brengt tot de Geest van God. Als wij luisteren en gehoorzamen, zullen we door zijn Geest geleid worden en in onze dagelijkse inspanningen zijn wil doen.
Er zijn momenten geweest waarop ik in mijn gebeden een aantal directe vragen heb gesteld, zoals: 'Wat wilt U me door deze ervaringen leren?'
Terwijl ik in die kritieke periode van mijn leven de Schriften bestudeerde, was de sluier dun en kreeg ik antwoorden zoals die opgetekend zijn in het leven van anderen die zelfs nog zwaarder beproefd zijn. 'Mijn zoon, vrede zij uw ziel; uw tegenspoed en smarten zullen slechts kort van duur zijn;
'En dan, indien gij het goed verdraagt, zal God u ten hemel verheffen' (LV 121:78).
De donkere, depressieve momenten werden snel verdreven door het licht van het evangelie, toen de Geest gemoedsrust en troost bracht met de verzekering dat alles in orde zou komen.
Een paar keer heb ik tegen de Heer gezegd dat ik mijn lesjes wel geleerd had en dat ik niet nog meer lijden hoefde te doorstaan. Dergelijke smeekbeden leken niet te helpen, want het werd me duidelijk dat ik dit reinigingsproces van beproevingen moest ondergaan in de tijd en op de manier van de Heer. Je kunt prediken 'uw wil geschiede' (Matteüs 26:42), maar dat in de praktijk te brengen is vers twee. Ook heb ik begrepen dat ik niet alleen gelaten zou worden, maar dat beschermengelen voor me zouden zorgen. Er waren een aantal engelachtigen in de persoon van dokters, verpleegsters, en bovenal mijn lieve vrouw, Mary. En soms, als de Heer dat wenste, werd ik getroost met een bezoek van hemelse scharen die verkwikking en eeuwige geruststelling brachten als ik dat nodig had.
Hoewel mijn lijden niet te vergelijken is met de zielenstrijd van de Heiland in Getsemane, heb ik meer inzicht gekregen in zijn verzoening en zijn lijden. In zijn zielenstrijd vroeg Hij zijn Vader: 'Indien het mogelijk is, laat deze beker Mij voorbijgaan; doch niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt' (Matteüs 26:39). Zijn Vader in de hemel stuurde een engel om Hem te steunen en te troosten toen Hij dat nodig had. (Zie Lucas 22:43.)
Jezus koos ervoor om deze wereld pas los te laten toen hij tot het einde toe volhard had en zijn zending voor de mensheid vervuld had. Aan het kruis op Golgota beval Hij met een eenvoudig zinnetje zijn geest aan bij de Vader: 'Het is volbracht' (Johannes 19:30). Omdat Hij tot het einde toe volhard had, werd Hij bevrijd van de sterfelijkheid.
Ook wij moeten tot het einde toe volharden. In het Boek van Mormon staat: 'Indien iemand niet tot het einde toe volhardt in het volgen van het voorbeeld van de Zoon des levenden Gods, [kan] hij niet zalig worden' (2 Nephi 31:16).
De ervaringen van de afgelopen twee jaar hebben me geestelijk sterker gemaakt en me de moed gegeven om krachtiger tot de wereld te getuigen welke diepe gevoelens mij bezielen. Ik sta vandaag voor u met het besluit om net als de profeten vanouds de evangeliebeginselen te verkondigen -- zonder angst, met duidelijke uitspraken, en door eenvoudige evangeliewaarheden te behandelen.
In die geest wil ik bespreken hoe de verordening van de doop en het ontvangen van de gave van de Heilige Geest ons afscheiden van de wereldse invloeden en ons brengen in het koninkrijk van God.
Er is een bekend gezegde: Wel in de wereld, maar niet van de wereld. (Zie Johannes 17:11, 1417.) Ons sterfelijk bestaan is nodig om het heilsplan in vervulling te laten gaan. Daarom moeten we in deze wereld leven, maar ook de wereldse invloeden weerstaan die altijd om ons heen zijn.
Jezus heeft gezegd: 'Mijn koninkrijk is niet van deze wereld' (Johannes 18:36). Door die woorden ben ik meer over zijn koninkrijk gaan nadenken. Ik ben tot de slotsom gekomen dat we, als we ons door onderdompeling laten dopen door iemand met het juiste priesterschapsgezag en ervoor kiezen onze Heiland te volgen, zowel in zijn koninkrijk als van zijn koninkrijk zijn.
Van Gods koninkrijk zijn, vereist dat we gehoor geven aan de aan-sporing van de Heiland: 'Volgt Mij' (2 Nephi 31:10). Nephi heeft gezegd dat we Jezus volgen door de geboden van onze hemelse Vader te onderhouden. 'Welnu, mijn geliefde broederen, kunnen wij Jezus volgen, indien wij niet gewillig zijn de geboden des Vaders te onderhouden?' (2 Nephi 31:10.)
Bij de doop sluiten we een verbond met onze hemelse Vader dat we bereid zijn in zijn koninkrijk te komen en vanaf die tijd zijn geboden te onderhouden, zelfs ondanks het feit dat we nog steeds in de wereld leven. In het Boek van Mormon worden we eraan herinnerd dat onze doop een verbond is om 'te allen tijde als getuigen van God [en zijn koninkrijk] te staan, in alle dingen en in alle plaatsen, waar gij u ook moogt bevinden, zelfs tot in de dood, opdat gij door God moogt worden verlost en onder de deelgenoten der eerste opstanding worden gerekend, opdat gij het eeuwige leven moogt hebben' (Mosiah 18:9; cursivering toegevoegd).
Als we ons doopverbond en de gave van de Heilige Geest begrijpen, zal dat ons leven veranderen en zullen we onze volkomen trouw aan het koninkrijk van God bewijzen. Als we luisteren wanneer er verleidingen op ons pad komen, zal de Heilige Geest ons eraan herinneren dat we beloofd hebben onze Heiland indachtig te zijn en zijn geboden te onderhouden.
President Brigham Young heeft gezegd: 'Alle heiligen der laatste dagen gaan het nieuw en eeuwig verbond aan wanneer zij lid worden van deze kerk. Zij verbinden zich om op te houden het koninkrijk van de duivel en de koninkrijken van deze wereld te steunen en te koesteren. Zij gaan het nieuw en eeuwig verbond aan om alleen het koninkrijk van God en geen enkel ander koninkrijk te steunen. Zij leggen een eed van de heiligste soort af voor de hemelen en de aarde, en ook op de geldigheid van hun eigen verlossing, dat zij de waarheid en rechtschapenheid zullen steunen in plaats van goddeloosheid en valsheid, en het koninkrijk van God zullen opbouwen in plaats van de koninkrijken van deze wereld.' (Leringen van kerkpresidenten: Brigham Young [1997], blz. 6263.)
Het koninkrijk van God binnengaan is zo belangrijk dat Jezus zich heeft laten dopen om ons te laten zien 'hoe smal het pad en hoe eng de poort is, waardoor [wij] moeten binnengaan' (2 Nephi 31:9). 'Ondanks zijn heiligheid toont Hij de kinderen der mensen, dat Hij in zijn sterfelijke staat Zich voor de Vader vernedert, en voor de Vader getuigt, dat Hij Hem wil gehoorzamen door het onderhouden van zijn geboden (2 Nephi 31:7).
Jezus werd geboren uit een sterfelijke moeder, en heeft zich laten dopen om te voldoen aan het gebod van zijn Vader dat zoons en dochters van God zich moeten laten dopen. Hij heeft ieder van ons het voorbeeld gegeven dat we ons voor onze hemelse Vader moeten vernederen. Hij heeft zich laten dopen om tot zijn Vader te getuigen dat Hij gehoorzaam zijn geboden zou onderhouden. Hij heeft zich laten dopen om ons te laten zien dat we de gave van de Heilige Geest moeten ontvangen . (Zie 2 Nephi 31:49.)
Als wij het voorbeeld van Jezus volgen, laten wij ook zien dat we ons zullen bekeren en de geboden van onze Vader in de hemel gehoorzaam zullen onderhouden. We vernederen ons met een gebroken hart en een verslagen geest door onze zonden te erkennen en vergeving voor onze overtredingen te vragen. (Zie 3 Nephi 9:20.) We sluiten een verbond dat we gewillig zijn de naam van Jezus Christus op ons te nemen en Hem altijd indachtig te zijn.
'Want de poort waardoor gij dient binnen te gaan, is bekering en doop in water; en dan komt vergeving uwer zonden door vuur en door de Heilige Geest.
'Dan zijt gij op dit enge en smalle pad, dat naar het eeuwige leven leidt' (2 Nephi 31:1718).
Dit is de belofte die we kregen toen we in het koninkrijk kwamen door de doop, toen er handen op ons hoofd werden gelegd, ons de gave van de Heilige Geest verleend werd en we bevestigd werden als lid van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen -- wat inhoudt dat we 'medeburger der heiligen' werden 'en huisgenoten Gods' (Efeziërs 2:19) en dat we in de nieuwheid des levens moeten wandelen. (Zie Romeinen 6:4.)
We kunnen niet lichtvaardig omgaan met de wet die wij gekregen hebben om onze kinderen te onderwijzen in de leer van bekering, van geloof in Christus, de Zoon van de levende God, en van doop en de gave van de Heilige Geest door handoplegging op achtjarige leeftijd, hetgeen de door God vastgestelde leeftijd van verantwoordelijkheid is. We moeten onze kinderen en kleinkinderen beter uitleggen wat het betekent om het koninkrijk van God binnen te gaan. Daarvan moeten wij rekenschap afleggen. Veel leden van de kerk begrijpen niet helemaal wat er gebeurde toen ze de wateren des doops ingingen. Het is heel belangrijk dat we inzicht hebben in de wonderbaarlijke gave van de vergeving van zonden, maar er is nog veel meer. Begrijpt u, en begrijpen uw kinderen dat ze, als ze zich hebben laten dopen, voor altijd veranderd zijn? Volwassen bekeerlingen begrijpen die verandering vaak beter omdat zij het verschil voelen als ze uit de wereld in het koninkrijk van God komen.
Als we ons laten dopen, nemen we de heilige naam van Jezus Christus op ons. Zijn naam op ons nemen is een van de belangrijkste gebeurtenissen in ons leven. Toch maken we dat soms mee zonder het helemaal te begrijpen.
Hoeveel van onze kinderen -- hoeveel van ons -- begrijpen echt dat we, toen we ons lieten dopen, niet alleen de naam van Christus maar ook de wet van gehoorzaamheid op ons namen?
Elke week beloven we in de avondmaalsdienst als we ons doopverbond hernieuwen dat we het verlossende offer van onze Heiland zullen gedenken. We beloven dat we zullen doen wat de Heiland gedaan heeft -- onze Vader gehoorzamen en altijd zijn geboden onderhouden. De zegening die we daarvoor terugkrijgen is dat we altijd zijn Geest bij ons zullen hebben.
De gave van de Heilige Geest die ons bij onze bevestiging gegeven wordt, geeft ons het vermogen om het verschil te zien tussen de onzelfzuchtige aard van het koninkrijk van God en de zelfzuchtige praktijken van de wereld. De Heilige Geest geeft ons kracht en moed om te leven volgens de manier van het koninkrijk van God en is de bron van ons getuigenis van de Vader en de Zoon. Als we de wil van onze Vader in de hemel gehoorzamen, zullen we die onbetaalbare gave van de Heilige Geest altijd bij ons hebben.
We hebben het gezelschap van de Heilige Geest voortdurend nodig om beter te kunnen kiezen in de besluiten die we dagelijks moeten nemen. Onze jongemannen en jongevrouwen worden bestookt met de lelijke zaken van de wereld. Het gezelschap van de Heilige Geest zal hun kracht geven om het kwade te weerstaan en, zo nodig, zich te bekeren en terug te keren op het enge en smalle pad. Niemand van ons is immuun voor de verleidingen van de tegenstander. Allemaal hebben we de versterking nodig die ons door de Heilige Geest ter beschikking staat. Ouders behoren de Heilige Geest in gebed te vragen in hun ingewijde huis te verblijven. Door de gave van de Heilige Geest kunnen gezinsleden verstandige keuzen doen -- keuzen waardoor ze als gezin kunnen terugkeren naar hun Vader in de hemel en zijn Zoon Jezus Christus om voor eeuwig bij Hen te wonen.
In de Schriften wordt bevestigd dat echte bekeerlingen meer doen dan alleen de verlokkingen van de wereld verzaken. Zij houden van God en van hun medemensen. Hun geest en hun hart zijn gericht op het zoenoffer van de Heiland. Vanaf het moment van hun bekering hebben Enos, Alma de jonge, Paulus en anderen zich van ganser harte gericht op de taak om zichzelf en hun medemens tot God te brengen. Wereldse macht en bezittingen verloren hun vroegere betekenis. De zoons van Mosiah weigerden een aards koninkrijk en riskeerden hun leven voor anderen. Die getrouwe zoons werden gedreven door de hoop dat ze misschien één ziel konden redden -- waardoor ze voor zichzelf en hun broeders een plaats in Gods eeuwige koninkrijk verwierven.
Door ervoor te kiezen in zijn koninkrijk te zijn, isoleren we ons niet, maar scheiden we ons af van de wereld. Onze kleding is fatsoenlijk, onze gedachten zijn rein, onze taal is netjes. De films en de televisieprogramma's die we bekijken, de muziek waarnaar we luisteren, de boeken, tijdschriften en kranten die we lezen, zijn opbouwend. We kiezen vrienden die achter onze eeuwige doelen staan, en we behandelen anderen vriendelijk. We schuwen de ondeugden van onzedelijkheid, gokken, tabak, drank en drugs. Onze zondagse activiteiten weerspiegelen het gebod van God dat we de sabbatdag gedenken en heilig houden. We volgen het voorbeeld van Jezus Christus in de manier waarop we anderen behandelen. We leven dusdanig dat we waardig zijn om het huis van de Heer te betreden.
We zullen een voorbeeld zijn 'voor de gelovigen in woord, in wandel, in liefde, in geloof en in reinheid' (1 Timoteüs 4:12).
We ontvangen 'een grote verandering (. . .) in ons hart, zodat wij geen lust meer hebben om het kwade te doen, maar wel om voortdurend het goede te doen.' We houden ons aan ons 'verbond (. . .) om zijn wil te doen en gehoorzaam te zijn aan zijn geboden in alle dingen (. . .) al onze overige dagen' (Mosiah 5:2, 5).
We laten zien dat we 'verlangend [zijn] om (. . .) zijn volk te worden genoemd, en gewillig (. . .) elkanders lasten te dragen, zodat ze licht mogen zijn;
'Ja, en gewillig (. . .) met de treurenden te treuren; ja, en hen te vertroosten, die vertroosting nodig hebben' (Mosiah 18:89).
Ik vraag alle ouders dringend hun kinderen voor te bereiden op de heilige verordening van de doop; en alle zendelingen vraag ik hun bekeerlingen voor te bereiden. Behandel de betekenis ervan zo, dat hun doop de rest van hun leven in hun geestelijk geheugen gegrift zal staan. Neem ze wekelijks mee naar de avondmaalsdienst waar ze door de verordening van het avondmaal hun doopverbonden kunnen hernieuwen. Wees een goed voorbeeld voor hen. Leer hun dat, door de doop en de gave van de Heilige Geest, de manier waarop ze de zaken van de wereld bekijken, moet veranderen. Er moet een grote verandering in hun hart en geest plaatsvinden zodat ze in staat zullen zijn zich af te wenden van de verleidingen van de wereld en vanaf die tijd hun 'hart, macht en verstand' (LV 4:2) erop zullen richten in het koninkrijk van God te zijn.
Ik ben dankbaar voor mijn doop en bevestiging als lid van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. Ik ben dankbaar voor de geestelijke kracht en de leiding die ik mijn hele leven door de gave van de Heilige Geest heb gekregen. Ik ben dankbaar voor mijn eerzame ouders en leerkrachten die me doordrongen hebben van de betekenis van de doop, zodat mijn herinnering aan die gebeurtenis en mijn gevoelens daarover mijn hele leven van invloed zijn geweest.
Ik getuig van de goddelijkheid van het evangelie dat in de laatste dagen hersteld is. Ik getuig van de verzoening van Jezus Christus en van de doelmatigheid en de macht van het priesterschap en de verordeningen van het evangelie die ermee verbonden zijn. Ik bid dat wij, als lid van zijn koninkrijk, allemaal zullen begrijpen dat onze doop en bevestiging de poort is naar zijn koninkrijk. Als we er binnen gaan, sluiten we een verbond dat we van zijn koninkrijk zullen zijn -- voor altijd! In de naam van Jezus Christus. Amen.