The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Talen Hoofdmenu
Algemene conferentie
oktober 2000
De innerlijke vijand

De innerlijke vijand

President James E. Faust
Tweede raadgever in het Eerste Presidium

'Wij moeten er allemaal aan werken om moedige, gedisciplineerde en loyale priesterschapsdragers te zijn, toegerust met de juiste wapens om de strijd tegen het kwaad te winnen.'

President James E. Faust

Geliefde broeders van de priesterschap, ik spreek mijn liefde en waardering voor u uit. Wij zijn u allen dankbaar dat u tot de vooruitgang van dit heilige werk in de hele wereld bijdraagt. Ik voel me nederig en vereerd dat ik een van u mag zijn.

Al voordat de wereld begon, was er een grote oorlog in de hemel tussen de machten van het goed en het kwaad.1 Die oorlog woedt tegenwoordig nog krachtiger. Satan is nog steeds de aanvoerder van de legers van het kwaad. Hij verleidt ons nog steeds, net zoals hij Mozes verleidde toen hij zei: 'Mensenkind, aanbid mij.'2 Als priesterschapsdrager maken wij deel uit van het grote leger van rechtschapenheid om de strijdkrachten van Lucifer te bestrijden. Wij moeten er allemaal aan werken om moedige, gedisciplineerde en loyale priesterschapsdragers te zijn, toegerust met de juiste wapens om de strijd tegen het kwaad te winnen. Paulus zei dat deze wapens het pantser der gerechtigheid, het schild des geloofs, de helm des heils, en het zwaard des Geestes -- het woord van God -- zijn.3

Vanavond wil ik graag spreken over de innerlijke strijd die eenieder van ons moet leveren. President Joseph F. Smith heeft gezegd: 'Onze eerste vijand vinden we in onszelf. Het is verstandig om die vijand eerst te verslaan en ons over te geven aan de wil van de Vader, en gehoorzaam te zijn aan de beginselen van het leven en het eeuwig heil, die Hij aan de wereld heeft gegeven om het eeuwig heil van de mens tot stand te brengen.'4 Dat betekent eenvoudigweg dat we het goede in ons moeten versterken en de verleidingen van Satan moeten overwinnen. De richtingzoeker is zeker. Alma zegt dat 'al het goede van God komt en al het kwade van de duivel.'5

Robert Louis Stevenson heeft deze voortdurende strijd tussen goed en kwaad in zijn boek over Dr. Jekyll en Mr. Hyde beschreven. In het begin van het verhaal staat dat Dr. Jekyll een gerenommeerd arts in Londen was, een goede, vriendelijke man, die in zijn jeugd naar het kwaad had geneigd, maar dat echter had kunnen onderdrukken. Door zijn interesse in medicijnen, ontdekte hij een middel waardoor hij zijn uiterlijk in een afzichtelijke dwerg kon veranderen, de verpersoonlijking van het kwaad, die hij Mr. Hyde noemde. Eenzelfde dosis gaf hem de vorm en persoonlijkheid van de gerenommeerde arts terug. De arts veranderde geregeld in Mr. Hyde, waarbij hij deze kant van zijn persoonlijkheid steeds meer macht gaf. Dr. Jekyll vond het steeds moeilijker om zijn deugdzame wezen terug te krijgen. Hij merkte ook dat hij soms zonder de het middeltje in Mr. Hyde veranderde.'6 Als Mr. Hyde vermoordde hij iemand, en toen het middel hem niet meer in Dr. Jekyll veranderden, kwam de waarheid aan het licht en pleegde hij zelfmoord. Door het misbruik van drugs werd zijn leven verwoest. En dat kan ook in het echte leven gebeuren.

Om nooit in een kwade, goddeloze Mr. Hyde te veranderen, moeten we ons voornemen om niet aan die verwoestende verleidingen toe te geven. Experimenteer nooit met verslavende middelen. Gebruik nooit tabak, in wat voor vorm dan ook, of enig ander verslavend middel. Blijf uit de buurt van alcoholische dranken. Verslaving brengt tragische gevolgen met zich mee, die moeilijk zijn te overwinnen.

We worden gezegend als we ons aan onze beginselen vasthouden. Toen ik president van de ring Cottonwood was, was Dr. Creed Haymond een van onze ringpatriarchen. Hij gaf af en toe een sterk getuigenis van het woord van wijsheid. Als jongeman was hij aanvoerder van het atletiekteam van de Penn State University. In 1919 werden broeder Haymond en zijn team uitgenodigd om aan de jaarlijkse collegewedstrijden deel te nemen. De avond voor de wedstrijd gaf zijn coach, Lawson Robertson, die verscheidene olympische teams had gecoacht, hem de opdracht om met zijn teamleden wat wijn te drinken. In die tijd vonden coaches ten onrechte dat wijn goed was voor de spieren die door de zware training hard waren geworden. Alle teamleden namen wat wijn, maar broeder Haymond weigerde omdat zijn ouders hem in het woord van wijsheid hadden onderricht. Broeder Haymond voelde zich niet op zijn gemak omdat hij niet graag ongehoorzaam aan zijn coach was. Hij moest tegen de snelste mannen in de wereld lopen. En als hij slecht zou presteren, zou hij dan zijn coach nog onder ogen durven komen?

De volgende dag waren alle teamleden ziek en presteerden slecht, of liepen helemaal niet. Broeder Haymond voelde zich echter goed en won de 100 en de 200 meter. Zijn coach zei tegen hem: 'Je hebt net de 200 meter sneller gelopen dan ooit enig ander mens.' Die avond, en de rest van zijn leven, was Creed Haymond dankbaar voor zijn eenvoudige geloof in het woord van wijsheid.7

Toen ik tijdens de Tweede Wereldoorlog in militaire dienst was, ging ik met een aantal goede jongemannen om. Maar langzamerhand zag ik een aantal van hen van een godvrezende Dr. Jekyll in een Mr. Hyde veranderen. Sommigen begonnen met koffiedrinken omdat het water vies was en het door de waterzuiveringstabletten niet goed smaakte. Na de koffie begonnen sommigen wat bier te drinken. Iedere soldaat die overzee werd gestuurd kreeg een bepaalde hoeveelheid sigaretten en zo nu en dan een fles whisky die veel geld waard waren.

President George Albert Smith heeft eens het volgende advies gegeven: 'Als je die lijn overschrijdt en ook maar één voet in het domein van de duivel zet, ben je in de macht van de verleider, en als hij in zijn opzet slaagt, zul je niet meer behoorlijk kunnen denken of zelfs redeneren, omdat je de Geest van de Heer kwijt bent.'8 Sommige soldaten bleven aan de veilige kant van de lijn en experimenteerden niet met deze middelen en handelden er ook niet in, hoewel we ze gratis kregen. Maar anderen verzamelden de sigaretten en de drank als afleiding in de moeilijke oorlog. Een aantal begaf zich zelfs op het pad van onzedelijkheid, in de overtuiging dat de stress van de oorlog de lagere normen mogelijk maakte, waardoor de Mr. Hyde in hun karakter de leiding kon nemen.

Na de oorlog merkten zij die aan tabak, alcohol en onzedelijkheid waren verslaafd, dat ze die slechte gewoonten niet zo gemakkelijk afleerden. De jongemannen met zoveel vooruitzichten, die de lijn langzaam maar zeker overschreden, beroofden zichzelf en hun gezinsleden van het beloofde geluk en kregen te maken met echtscheiding, uiteengevallen gezinnen en hartzeer.

Zij die hun normen nooit verlaagden, raakten ook niet verslaafd. Zij kwamen sterker en beter voorbereid uit deze moeilijke periode in hun leven om als vader en grootvader een productief, voorbeeldig en gelukkig leven te leiden. Zij zijn ook werkzaam geweest als vooraanstaand leider in de kerk en de samenleving.

Nog een valse filosofie die de Mr. Hyde in ons karakter aanspreekt, is dat een beetje pornografie geen kwaad kan. Dat is een verschrikkelijke misvatting. Pornografie is net zo verslavend als cocaïne of andere drugs. Ik kreeg onlangs een hartverscheurende brief van een geëxcommuniceerde man wiens ziel met verdriet en spijt vervuld is. Met zijn toestemming citeer ik het volgende uit zijn brief: 'Ik hoop dat deze brief aan iedereen die daaraan twijfelt, duidelijk zal maken dat het pad van verdelging slechts verdriet en pijn veroorzaakt, en dat geen enkele zonde deze prijs waard is.'

Verder zegt hij: 'Ik heb mezelf verdriet en pijn aangedaan. Geen enkel zelfzuchtig of wellustig verlangen is de moeite waard om je lidmaatschap in de kerk kwijt te raken. Ik heb mijn vrouw en mijn twee prachtige kinderen veel verdriet gedaan. Ik ben dankbaar voor de enorme inspanningen van mijn vrouw om mij te helpen bij het overwinnen van mijn zonden. Mijn vrouw is het slachtoffer van mijn zonden en heeft veel verdriet en leed moeten doorstaan. Ik verlang naar de dag dat ik weer lid van de kerk van de Heer mag worden en dat ons gezin weer eeuwig kan zijn.'

In de brief geeft hij verder toe: 'Mijn zonden zijn een direct gevolg van het feit dat ik als kind aan pornografie verslaafd ben geraakt. Pornografie is zonder twijfel verslavend en giftig. Als ik in mijn jeugd had geleerd om mezelf te beheersen, zou ik nu nog lid van de kerk zijn.'

Een van de misleidingen van Mr. Hyde wordt door sommige mensen 'bekering met voorbedachten rade' genoemd. Zo'n leerstelling is er niet in deze kerk. Dat kan aantrekkelijk lijken, maar is in feite een verderfelijk idee. Het doel is om ons over te halen opzettelijk te zondigen, met de voorbedachten rade om ons snel te bekeren en de volledige zegeningen van het evangelie, zoals de tempelzegens of een zending te ontvangen. Ware bekering kan een lang en pijnlijk proces zijn. Deze dwaze leer werd al door Nephi voorspeld:

'En er zullen ook velen zijn, die zeggen: Eet, drinkt, en weest vrolijk; vreest nochtans God -- Hij zal het bedrijven van een weinig zonde wel rechtvaardigen; liegt dus een weinig, maakt misbruik van iemands woorden, graaft een kuil voor uw naaste; daar steekt geen kwaad in; doet al deze dingen, want morgen sterven wij. En indien het zo zij, dat wij schuldig zijn, zal God ons met weinige slagen slaan, en ten slotte zullen wij zalig worden in het koninkrijk Gods.'9

Over al deze mensen die deze leer verkondigen zegt de Heer: 'Het bloed der heiligen zal hen van de aardbodem aanklagen.'10 Dat komt omdat al onze verbonden niet alleen door verordeningen ontvangen worden, maar, om eeuwig te zijn, door de Heilige Geest der belofte11 moeten worden verzegeld. Deze goddelijke goedkeuring wordt alleen door getrouwheid aan onze verordeningen en verbonden gegeven. Het valse beginsel van de zogenaamde bekering met voorbedachten rade omvat een element van misleiding, maar de Heilige Geest der belofte kan niet misleid worden.

Sommige mensen dragen een masker van fatsoenlijkheid en uiterlijke rechtschapenheid, maar leiden een leven van misleiding. Net als Dr. Jekyll geloven ze dat ze een dubbel leven kunnen leiden en dat niemand erachter komt. Jakobus heeft gezegd: 'Innerlijk verdeeld als hij is, ongestadig op al zijn wegen.'12 In het Boek van Mormon staat het verslag van Corianton die met zijn vader en broer op zending ging onder de Zoramieten. Door zijn dubbele leven liet hij zijn zending in de steek, en zijn vader, die uitriep: 'O zie, mijn zoon, welke grote ongerechtigheid gij over de Zoramieten hebt gebracht; want toen zij uw gedrag zagen, wilden zij niet in mijn woorden geloven.'13

Hypocrieten zijn mensen die uiterlijk een masker van goedheid dragen, maar van binnen kwaad en misleiding bedrijven. Net als de schriftgeleerden en Farizeeën die bij de Heiland kwamen en deden alsof zij ergens mee zaten en zijn wijze raad inriepen. 'Meester,' zeiden ze vleiend, 'wij weten, dat Gij waarachtig zijt en de weg Gods in waarheid leert en dat Gij U aan niemand stoort; want Gij ziet de mensen niet naar de ogen.'

Met deze misleidende aanpak hoopten ze Hem in de val te lokken. Ze vroegen: 'Zeg ons dan, wat dunkt u? Is het geoorloofd de keizer belasting te betalen of niet?' Hun vraag zat vol met kwade bedoelingen omdat een van de weerzinwekkendste Romeinse wetten de belasting was. Als hij 'ja' had geantwoord, hadden de Farizeeën kunnen zeggen dat Hij niet loyaal ten opzichte van de Joden was. Als Hij 'nee' had gezegd, hadden ze Hem van burgerlijke ongehoorzaamheid beschuldigd. 'Doch Jezus doorzag hun valsheid en zeide: Wat verzoekt gij Mij, huichelaars?'

Hij vroeg hen om een schelling en stelde de vraag: 'Wiens beeldenaar en opschrift is dit?' Zij antwoordden: 'Van de keizer. Toen zeide Hij tot hen: Geeft dan de keizer wat des keizers is, en Gode wat Gods is.'14 We leven in de wereld, maar we mogen niet overweldigd worden door de huichelarij en de misleiding daarin.

De waarheid met betrekking tot wie wij zijn en wat wij doen, zal uiteindelijk aan het licht komen. De Heer heeft ons de volgende herinnering gegeven: 'Hun ongerechtigheden zullen van de daken worden verkondigd, en hun geheime daden zullen worden onthuld.'15 Omdat wij in een moreel ongevoelige omgeving leven, vinden we het moeilijk om tegen onszelf en anderen te zeggen dat ons gedrag niet juist is.

Broeders, wij kunnen ons tegen de innerlijke vijand beschermen door de beschermende mantel van Gods priesterschap te dragen. Persoonlijk moeten we de grote macht van het priesterschap in ons leven toepassen. Dat houdt in dat we onze goddelijke keuzevrijheid dagelijks gebruiken om anderen tot zegen te zijn, door op huisonderwijs te gaan, verordeningen te verrichten en gezinsavond te houden. Gezamenlijk hebben we de opdracht om de boodschap van het eeuwig heil aan de wereld bekend te maken. En dat doen we onder leiding van president Gordon B. Hinckley, die alle sleutels van het priesterschap op aarde in zijn bezit heeft. Maar wij kunnen die zending niet vervullen, tenzij wij onze innerlijke strijd winnen. Als we dat doen, zullen we in staat zijn om onze wapenrusting Gods aan te doen en de zegeningen te ontvangen van de eed en het verbond van het priesterschap. De Heer heeft beloofd: '(. . .) allen, die deze priesterschap ontvangen, ontvangen Mij (. . .).

'En hij, die Mij ontvangt, ontvangt mijn Vader;

'En hij, die mijn Vader ontvangt, ontvangt mijn Vaders koninkrijk; daarom zal alles, wat mijn Vader heeft, aan hem worden gegeven.'16

Verhoging in het koninkrijk van de Vader omvat koninkrijken, tronen, heerschappijen, vorstendommen en machten die voor eeuwig toenemen.17 Ik hoop dat wij er allen naar zullen streven onze innerlijke vijand te overwinnen zodat wij deze zegeningen kunnen ontvangen. Dat bid ik in de naam van Jezus Christus. Amen.

NOTEN

1. Zie Openbaring 12:4­9, Mozes 4:1­4, Abraham 3:24­28, LV 29:36­38, Jesaja 14:12­20, Lucas 10:18.
2. Mozes 1:12.
3. Zie Efeziërs 6:14­17.
4. Leringen van kerkpresidenten: Joseph F. Smith (1998), blz. 253.
5. Alma 5:40.
6. Thesaurus of Book Digests (1999), blz. 206.
7. Zie Joseph J. Cannon, 'Speed and the Spirit', Improvement Era, oktober 1928, blz. 1001­1007.
8. Sharing the Gospel with Others, onder redactie van Preston Nibley, blz. 43.
9. 2 Nephi 28:8.
10. 2 Nephi 28:10.
11. Zie LV 132:7.
12. Jakobus 1:8.
13. Alma 39:11.
14. Matteüs 22:16­21.
15. LV 1:3.
16. LV 84:35, 37, 38.
17. Zie Leringen van kerkpresidenten: Brigham Young (1997), blz. 72.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy