The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Talen Hoofdmenu
Algemene conferentie
oktober 2000
Een groeiend getuigenis

Een groeiend getuigenis

President James E. Faust
Tweede raadgever in het Eerste Presidium

'Als ik zo op mijn leven terugkijk, herken ik één bron van uitzonderlijke kracht en zegen. Dat is mijn getuigenis en wetenschap dat Jezus de Christus is.'

President James E. Faust

Geliefde broeders, zusters en vrienden, ik leef al heel lang. Als ik zo op mijn leven terugkijk, herken ik één bron van uitzonderlijke kracht en zegen. Dat is mijn getuigenis en wetenschap dat Jezus de Christus is, de Heiland en Verlosser van de hele mensheid. Ik ben uitermate dankbaar dat ik mijn hele leven een eenvoudig geloof heb gehad dat Jezus de Christus is. Dat getuigenis is mij honderden malen bevestigd. Het is de sublieme kennis van mijn ziel. Het is het geestelijke licht van mijn hele wezen. Het is de hoeksteen van mijn leven.

Als een van de minsten onder u, maar als een van zijn apostelen, getuig ik van Christus als onze Heiland en de Verlosser van de wereld. Aangezien dit getuigenis door levenslange ervaring is gevormd, ben ik genoodzaakt om ervaringen te vertellen die erg persoonlijk zijn. Maar het is mijn getuigenis, en ik denk dat de Heiland weet dat ik weet dat Hij leeft.

De eerste hoeksteen van mijn getuigenis werd lang geleden gelegd. Een van mijn eerste herinneringsbeelden is een angstige nachtmerrie die ik als klein kind had. Ik kan me die nog goed herinneren. Ik moet midden in de nacht hard hebben geschreeuwd. Mijn grootmoeder maakte me wakker. Ik huilde, en zij nam me in haar armen en troostte me. Ze haalde een kom met mijn lievelingspudding, die over was, en ik zat op haar schoot terwijl zij me voerde. Ze vertelde me dat we veilig in ons huis waren omdat Jezus over ons waakte. Ik voelde dat dat waar was, en dat geloof ik nog steeds. Ik werd zowel lichamelijk als geestelijk getroost en ging mijn bed weer in, ervan overtuigd dat Jezus inderdaad over ons waakt.

Die eerste gedenkwaardige herinnering heeft tot andere krachtige bevestigingen geleid dat God leeft en dat Jezus onze Heer en Heiland is. Veel van deze bevestigingen heb ik in antwoord op oprecht gebed ontvangen. Als ik als kind iets kwijt was, zoals mijn kostbare zakmes, merkte ik dat ik het kon vinden als ik maar genoeg bad. En ik kon altijd de weggelopen koeien vinden die aan mijn zorg waren toevertrouwd. Soms moest ik vaker bidden, maar mijn gebeden leken altijd te worden beantwoord. Soms was het antwoord nee, maar meestal was het positief en bevestigend. Zelfs als het nee was, kwam ik erachter dat het antwoord, in de wijsheid van de Heer, het beste voor mij was. Mijn geloof bleef groeien naarmate er bouwstenen aan mijn hoeksteen werden toegevoegd, regel op regel en voorschrift op voorschrift. Er zijn er veel te veel die persoonlijk zijn; sommige te heilig om over te praten.

Deze eerste zaadjes van geloof bleven groeien toen ik als jonge Aäronisch-priesterschapsdrager een persoonlijke bevestiging kreeg van het opmerkelijke getuigenis van de drie getuigen, over de waarheid van het Boek van Mormon. Mijn ringpresident was president Henry D. Moyle en zijn vader was James H. Moyle. In de zomer kwam broeder James H. Moyle zijn familie bezoeken, en ging hij bij ons naar de kerk in het zuidoosten van de Salt Lake Valley.

Op een zondag vertelde broeder James H. Moyle ons over een unieke ervaring. Als jongeman ging hij naar de University of Michigan om rechten te studeren. Toen hij met zijn studie klaar was, zei zijn vader tegen hem dat David Whitmer, een van de getuigen van het Boek van Mormon, nog leefde. De vader zei tegen zijn zoon dat hij op de weg terug naar Salt Lake City David Whitmer persoonlijk kon bezoeken. Broeder Moyle wilde hem naar zijn getuigenis van de gouden platen en het Boek van Mormon vragen.

Tijdens zijn bezoek vroeg broeder Moyle aan David Whitmer: 'Mijnheer, u bent een oude man, en ik ben een jongeman. Ik heb tijdens mijn studie getuigenissen en getuigen bestudeerd. Wilt u me alstublieft de waarheid vertellen over uw getuigenis als een van de getuigen van het Boek van Mormon?' David Whitmer vertelde deze jongeman: 'Ja, ik heb de gouden platen in mijn handen gehad, en een engel heeft ze ons laten zien. Mijn getuigenis van het Boek van Mormon is waar.' David Whitmer was geen lid van de kerk meer, maar hij heeft zijn getuigenis van de engel, de gouden platen of de waarheid van het Boek van Mormon nooit ontkend. Toen ik met mijn eigen oren deze bijzondere ervaring van broeder Moyle hoorde, had dat een krachtige, bevestigende invloed op mijn groeiende getuigenis. Toen ik dat hoorde, had ik het gevoel dat ik een bepaalde verantwoordelijkheid kreeg.

Een van de eerste bouwstenen van mijn getuigenis kreeg ik toen ik mijn eerste zending als jongeman in Brazilië vervulde. In die tijd waren onze werkzaamheden zonder succes en moeilijk. We konden ons niet de latere, enorme uitstorting van de Geest van de Heer voorstellen die over dat land en de buurlanden heeft plaats gevonden. Zestig jaar geleden was er slechts één ring in al die landen. Nu zijn er 643 ringen in Latijns-Amerika. En dat is volgens mij nog maar het begin. Het gebeurde is al mijn verwachtingen te boven gegaan. Het is een van de vele wonderen die we hebben zien plaatsvinden. Het is mijn getuigenis dat dit alles niet zonder de hulp van de Heer had kunnen gebeuren. Hij waakt over dit heilige werk, niet alleen in Latijns-Amerika, maar in alle landen ter wereld.

In mijn lange leven heb ik meer vrede, vreugde en geluk gevonden dan ik me ooit had kunnen voorstellen. Een van de grootste zegens in mijn leven is mijn huwelijk met een uitverkoren dochter van God. Ik heb haar met heel mijn hart en ziel lief. Op de vleugelen van haar geest is mijn lichaam gedragen.1 Wij zijn 57 jaar geleden in de Salt Lake-tempel getrouwd, toen ik soldaat in de Tweede Wereldoorlog was en niet wist of ik levend terug zou komen. Haar sterke, standvastige geloof en steun hebben mijn getuigenis in moeilijke tijden versterkt. Als ik die zegen mag ontvangen, zal mijn onvermijdelijke, eeuwige reis, met haar aan mijn zijde, prachtig zijn.

Een andere grote zegen in mijn leven zijn mijn kinderen, hoewel het er even op leek dat we geen kinderen zouden krijgen. Onze vreugde is toegenomen met onze kleinkinderen en achterkleinkinderen. Alleen door de kracht van een priesterschapszegen is dit tot stand gekomen.

Naast zegeningen heb ik echter ook moeilijkheden en verdriet gekend. Ik ben dankbaar voor wat ik in die moeilijke tijden heb geleerd. Als jongeman heb ik de crisisjaren meegemaakt, toen de banken failliet gingen en zoveel mensen hun baan en huis kwijtraakten en honger leden. Ik werkte gelukkig in een conservenfabriek, en verdiende 25 cent per uur. Meer was ik waarschijnlijk niet waard! Maar ik kreeg er wel mijn opleiding mee rond. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zat ik drie jaar in het leger. Toen ons schip tijdens een verschrikkelijke storm op de Grote Oceaan bijna kapseisde, gaf ik mijzelf aan de Heer over en beloofde ik Hem vurig dat ik Hem mijn hele leven zou proberen te dienen.

Soms ben ik gestruikeld en was ik niet zo goed als ik had moeten zijn. We hebben allemaal die pijnlijke, bepalende, moeilijke beslissingen moeten nemen waardoor we een hoger geestelijk niveau kunnen bereiken. Dat zijn de Getsemane's van ons leven, die veel pijn en verdriet veroorzaken. Zij zijn soms te heilig om over te praten. Ze zijn de belangrijke ervaringen waardoor onze onrechtschapen verlangens naar wereldse zaken worden weggevaagd. Als de geestelijke duisternis van onze ogen zal wijken, zullen we duidelijker zien wie we zijn en wat onze taken op het gebied van onze goddelijke bestemming zijn.

Ik geef nederig toe dat die vele ervaringen mijn zekere kennis hebben gevormd dat Jezus onze Heiland en Verlosser is. Ik heb zijn stem gehoord en zijn invloed en aanwezigheid gevoeld -- als een warme, geestelijke mantel. Het bijzondere is dat iedereen die er oprecht naar streeft om de geboden te onderhouden en de leiders te steunen, deze zelfde kennis in meer of mindere mate kan ontvangen. Het voorrecht om voor de Meester werkzaam te zijn, kan veel voldoening en innerlijke rust teweegbrengen.

Door hun getuigenis en geloof konden de eerste leden van de kerk van Palmyra naar Kirtland reizen, en van Nauvoo naar de Salt Lake Valley. Door dat geloof zal dit werk uiteindelijk over de hele wereld worden gevestigd. Door de kracht van dat getuigenis en geloof maakt het werk van God zo'n geweldige vooruitgang. De macht van de Heer schuilt in dit werk, en dat blijkt uit de wonderbaarlijke gebeurtenissen in deze tijd.

President Gordon B. Hinckley presideert waarschijnlijk het grootste aantal getrouwe heiligen dat ooit op aarde heeft geleefd. Ik getuig dat hij waarlijk een groot profeet is. Hij heeft getrouwe volgelingen nodig. De grote kracht van deze kerk komt voort uit ons collectieve en persoonlijke getuigenis, dat door onze eigen beproevingen en getrouwheid wordt gevormd. Door de getrouwheid van de heiligen is dit prachtige Conferentiecentrum gebouwd en op deze historische dag in de naam van de Heer ingewijd. Het is een uniek gebouw. De werken van de Heer zijn in onze tijd wonderbaarlijk en groot. Als volk zijn we nog niet wat we moeten worden -- nog lang niet. Ik hoop echter dat we ernaar zullen streven om een rechtschapener volk te worden, in staat om de zegeningen uit de hemel te blijven ontvangen.

De groei van de tempelbouw is bijzonder in deze tijd. Door de profetische visie van president Hinckley zijn er nu honderd tempels, waarvan er 39 sinds de vorige oktoberconferentie zijn ingewijd. Deze opmerkelijke prestatie is door getrouwe tiendebetalers mogelijk gemaakt. En daardoor heeft de Heer zijn belofte vervuld die Hij door middel van Maleachi heeft gegeven: 'Beproeft Mij toch daarmede, zegt de Here der heerscharen, of Ik dan niet voor u de vensters van de hemel zal openen en zegen in overvloed over u uitgieten.'2 Al deze prachtige, heilige gebouwen zijn een getuigenis van ons geloof dat de Heiland de banden des doods heeft overwonnen en de weg voor ons heeft bereid om verordeningen te verrichten die in een andere wereld van kracht zullen zijn.

Net als Alma kan ik getuigen: 'Alles duidt er op, dat er een God is, ja, namelijk de aarde en alle dingen, die op de oppervlakte er van zijn, ja, en haar beweging, en tevens getuigen alle planeten, die zich langs hun vaste banen bewegen, dat er een verheven Schepper is.'3

In een openbaring aan de profeet Joseph Smith, waarvan ik weet dat die waar is, getuigt de Heiland van Zichzelf, 'dat Ik het ware Licht ben, dat ieder mens verlicht, die in de wereld komt;

'En dat Ik in de Vader ben, en de Vader in Mij is, en de Vader en Ik één zijn.'4

De Heer heeft beloofd 'dat een ieder, die zijn zonden verzaakt, en tot Mij komt, mijn naam aanroept, mijn stem gehoorzaamt, en mijn geboden onderhoudt, mijn aangezicht zal zien, en weten, dat Ik ben.'5

Toen ik jaren geleden tot het heilig apostelschap werd geroepen, werd ik door mijn zekere getuigenis aangespoord om de volgende woorden te spreken:

'Ik weet dat het een van de voornaamste vereisten voor het heilig apostelschap is om een persoonlijke getuige te zijn van Jezus, de Christus en de Verlosser. Misschien dat ik op basis daarvan alleen al in aanmerking kan komen. Deze waarheid is mij bekendgemaakt door de onbeschrijfelijke vrede en macht van de Geest van God.'6

Sinds ik die roeping heb aanvaard, is mijn zekere getuigenis alleen maar gegroeid. Dat komt door mijn onbetwistbare getuigenis dat Jezus de Christus is, de Zoon van God.

Het is mijn grootste verlangen om tot het einde van mijn leven trouw te blijven. Dat wij dat allen mogen doen, is mijn gebed in de naam van Jezus Christus. Amen.

NOTEN

1. Zie 2 Nephi 4:25.
2. Maleachi 3:10.
3. Alma 30:44.
4. LV 93:2­3.
5. LV 93:1.
6. Conference Report, oktober 1978.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy