The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Talen Hoofdmenu
Algemene conferentie
oktober 2000
Discipelschap

Discipelschap

Ouderling L. Tom Perry
van het Quorum der Twaalf Apostelen

'Wij moeten een voortdurend proces in werking stellen dat ons dichterbij onze Heer en Heiland brengt, zodat wij onder zijn discipelen geteld kunnen worden.'

Ouderling L. Tom Perry

Mijn moeder kon erg goed delegeren. Gedurende onze jeugd kregen mijn broers, zussen en ik elke zaterdagochtend een huishoudelijk karweitje. De instructies die ze ons gaf, had ze van haar eigen moeder geleerd. 'Zorg dat je goed in de hoeken en bij de plinten schoonmaakt. Als je al iets overslaat, laat dat dan in het midden van de kamer zijn.'

Zij wist heel goed dat als wij de hoeken schoonmaakten, zij nooit enig probleem zou hebben met wat er in het midden van de kamer achterbleef. Dat wat zichtbaar is voor het oog, zou nooit vies gelaten worden.

In de loop der jaren heb ik mijn moeders raad op veel verschillende manieren toegepast. Hij is vooral goed toe te passen bij een geestelijke schoonmaakbeurt. De aspecten van ons leven die zichtbaar zijn voor het publiek, zijn meestal geen probleem omdat we een zo goed mogelijke indruk willen maken. Maar in de verborgen hoekjes van ons leven waar van alles zit waar alleen wij van afweten, moeten we vooral goed schoonmaken.

Een van die hoekjes waaraan wij vooral aandacht moeten besteden, is het hoekje van onze gedachten. We moeten voortdurend oppassen voor die lege momenten waarop we onze gedachten laten afdwalen naar terreinen die we moeten vermijden. In Spreuken lezen we:

We lezen: 'Want gelijk een mens denkt in zijn hart, zo is hij' (Spreuken 23:7; naar de King Jamesvertaling van de Bijbel).

En Judas heeft geschreven: '(. . .) dromenzieners [bezoedelen] hun vlees' (Judas 1:8).

Het is onontkoombaar dat onze gedachten vorm geven aan ons leven. James Allen heeft het als volgt uitgedrukt in zijn boek As a Man Thinketh:

'Zoals de plant ontspringt uit het zaad, en er dus niet buiten kan, ontspringt ook elke daad van de mens uit de verborgen zaadjes van gedachten, en had niet tot stand kunnen komen zonder hen. Dat geldt net zo goed voor daden die "spontaan" en "zonder voorbedachten rade" genoemd worden als voor daden die bewust worden verricht.

'(. . .) in de wapenkamer van zijn gedachten vervaardigt hij de wapens waarmee hij zichzelf vernietigt; hij vervaardigt ook de werktuigen waarmee hij voor zichzelf hemelse woningen van vreugde, kracht en vrede bouwt. (. . .) Tussen die twee uitersten bevinden zich alle gradaties van het karakter, en de mens is hun maker en meester (. . .). De mens is de meester van zijn gedachten, de vormgever van zijn karakter, en de maker en schepper van zijn omstandigheden, milieu en bestemming.' (As a Man Thinketh [1983], blz. 7­10.)

Vervolgens voegde de heer Allen daar aan toe: 'Laat een mens zijn gedachten radicaal veranderen, dan zal hij zich verbazen over de snelle omschakeling die dat teweeg zal brengen in de materiële omstandigheden van zijn leven. De mensen denken dat hun gedachten geheim gehouden kunnen worden, maar dat kan niet; ze kristalliseren al gauw uit tot gewoonten, en gewoonten bepalen het karakter.' (As a Man Thinketh, blz. 33­34.)

We moeten er echt naar streven om het hoekje van onze gedachten rein te houden. Het ideaal is om onze gedachten op geestelijke zaken gericht te houden.

En een ander hoekje waar zich door verwaarlozing misschien wat stof ophoopt, is de juiste richting die we ons gezin geven. President Kimball heeft daar als volgt zijn zorg over uitgesproken:

'Ons succes als individu en als kerk zal grotendeels worden bepaald door hoe getrouw we ons richten op het thuis naleven van het evangelie. Alleen als wij de verantwoordelijkheid van elk individu en de rol van het gezin duidelijk inzien, kunnen we goed begrijpen dat priesterschapsquorums en hulporganisaties, wijken en ringen, voornamelijk bestaan om de leden te assisteren bij het thuis naleven van het evangelie. Dan zien wij in dat mensen belangrijker zijn dan programma's en dat kerkprogramma's altijd evangeliegerichte gezinsactiviteiten dienen te ondersteunen, en daar nooit afbreuk aan mogen doen. (. . .)

'Alles zou moeten samenwerken om van ons thuis een plek te maken waar we graag zijn, een plek waar geluisterd en geleerd wordt, een plek waar elk gezinslid onderlinge liefde, steun, waardering en bemoediging kan vinden.

'Ik herhaal dat ons succes, als individu en als kerk, grotendeels afhangt van hoe getrouw wij ons richten op het thuis naleven van het evangelie.' ('Living the Gospel in the Home', Ensign, 1978, blz. 101.)

Mijn algemene raad aan u is dat wij leefregels moeten instellen die een geestelijke schoonmaak bevorderen -- een voortdurend proces, dat ons dichterbij onze Heer en Heiland brengt, zodat wij onder zijn discipelen geteld kunnen worden.

Het centrale doel van onze proeftijd in dit leven is om ons voor te bereiden God te ontmoeten en de zegeningen te beërven die Hij zijn kinderen heeft beloofd op voorwaarde dat zij goed leven. De Heiland heeft het voorbeeld gegeven tijdens zijn aardse bediening en heeft zijn volgelingen aangemoedigd om zijn discipelen te worden.

Er is het volgende geschreven over discipelschap: 'Het woord discipel komt uit het Latijn (. . .) [en betekent] "leerling". Een discipel van Christus is iemand die leert hoe hij moet worden zoals Christus -- die leert te denken, te voelen en te handelen zoals Hij. Een waar discipel te zijn, die leertaak te vervullen, is het meest veeleisende regime dat de mens kent. Geen enkele andere discipline is ermee te vergelijken, in vereiste noch in beloning. Het omvat iemands volledige omschakeling van de natuurlijke staat van de mens naar die van een heilige, iemand die de Heer liefheeft en Hem met zijn hele hart, macht, verstand en sterkte dient.' ('Becoming a Disciple', Ensign, september 1974, blz. 81.)

De Heiland heeft hen die Hem willen volgen, deze instructie gegeven over de essentie van het discipelschap:

'(. . .) Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij.

'En als een mens zijn kruis opneemt, ontzegt hij zichzelf alle goddeloosheid, ja, alle wereldse begeerte, en onderhoudt hij mijn geboden' (BJS, Matteüs 16:24).

'Overtreed mijn geboden niet om uw leven te redden; want wie zijn leven in deze wereld zal redden, zal het verliezen in de toekomende wereld.

'En wie ook zijn leven in deze wereld verliest om Mijnentwil, zal het vinden in de toekomende wereld.

'Verzaak daarom de wereld en red uw ziel' (BJS, Matteüs 16:27­29).

Als de geest het vlees overwint, wordt het vlees een dienstknecht in plaats van de meester. Hebben wij de hoekjes van wereldsheid schoongemaakt en zijn we klaar om de Heer te gehoorzamen, dan kunnen we zijn woord ontvangen en zijn geboden onderhouden.

Er vindt een grote verandering plaats in het leven van mensen die zich inzetten om een discipel van de Heer te worden. Een van de sprekendste voorbeelden uit de Schriften die ik kan bedenken, is dat van de bekering van Alma de jonge, en de verandering die er in zijn gelaat optrad toen hij een discipel van de Heer werd. Weet u nog: Alma en de zonen van Mosiah werden onder de ongelovigen gerekend. Alma was een man van veel woorden, en hij kon de mensen aardig vleien. Hij bracht de mensen ertoe om allerlei goddeloosheid te bedrijven. Hij werd een grote hinderpaal voor de kerk, want hij stal het hart van veel mensen, en veroorzaakte veel tweedracht onder hen. Maar dankzij de nederige smeekbeden van zijn vader, verscheen er een engel aan hen toen zij rondtrokken om kwaad te bedrijven. Alma was zo verbaasd dat hij ter aarde viel, en de engel gebood hem: 'Alma, sta op! Waarom vervolgt gij de kerk van God? Want de Here heeft gezegd: Dit is mijn kerk en Ik zal ze bevestigen; en niets zal ze te gronde richten dan alleen de overtreding mijns volks' (Mosiah 27:13). Hij was zo zwak dat hij zijn ledematen niet kon optillen en gedragen moest worden. Hij was bovendien stom. Hij werd naar zijn vader gebracht. Zijn vader verheugde zich en riep het volk op om voor zijn zoon te bidden.

'En nadat zij twee dagen en twee nachten lang hadden gevast en gebeden, herkregen Alma's ledematen hun kracht en hij stond op en begon hen toe te spreken, en noodde hen welgemoed te zijn.

'Want, zeide hij, ik heb mij van mijn zonden bekeerd, en ben door de Here verlost; ziet, ik ben uit de Geest geboren' (Mosiah 27:23­24).

Vervolgens vertelt hij over de grote beproeving en het grote lijden dat hij doormaakte toen hij besefte dat hij uit het koninkrijk Gods geworpen was. Hij herinnerde zich de leringen van zijn vader en riep de Heer aan opdat hij gespaard mocht worden.

Nu zien wij dat er een grote verandering tot stand komt wanneer hij een discipel van onze Verlosser wordt.

'En van die tijd af begonnen Alma en zij, die bij hem waren, toen de engel aan hen verscheen, het volk te leren; zij reisden door het ganse land, verkondigden aan al het volk de dingen, die zij hadden gehoord en gezien, en predikten het woord Gods onder grote verdrukking (. . .)' (Mosiah 27:32).

In de pioniersgeschiedenis van mijn familie zijn er veel verslagen over edele zielen die blijk hebben gegeven van de eigenschappen van een waar discipel. De overgrootvader van mijn kinderen was een kloekmoedig discipel van Jezus Christus. Zijn ouders waren rijke grootgrondbezitters in Denemarken. Hij was de zoon die de grond van zijn vader zou erven. Hij werd verliefd op een knappe jonge vrouw die niet uit dezelfde sociale klasse kwam als zijn eigen familie. Het werd hem afgeraden om de relatie voort te zetten. Hij had echter niet de neiging om naar de raad van zijn familie te luisteren, en bij een van zijn bezoeken aan haar ontdekte hij dat haar hele familie lid van de kerk was geworden. Hij weigerde naar de leer te luisteren die haar familie aanvaard had, en hij zei haar in niet mis te verstane bewoordingen dat zij moest kiezen tussen hem en de kerk. Zij zei stoutmoedig dat ze haar godsdienst niet zou opgeven.

Door die krachtige uitspraak besloot hij te luisteren naar de leringen die zo belangrijk voor haar waren. Spoedig daarna werd zijn hart geraakt door de Geest en werd ook hij bekeerd tot het evangelie. Maar toen hij zijn ouders vertelde dat hij besloten had om toe te treden tot de kerk en deze jonge vrouw te huwen, werden ze boos op hem en dwongen ze hem tot een keus tussen zijn familie met hun rijkdom en de kerk. Hij liet de gemakken die hij zijn hele leven had gehad achter, trad toe tot de kerk en trouwde met haar.

Ze begonnen zich meteen voor te bereiden om Denemarken te verlaten en naar Zion te reizen. Nu hij de steun van zijn familie niet meer had, moest hij hard werken in elk baantje dat hij maar vinden kon om te sparen voor de reis naar het nieuwe land. Na een jaar hard werken had hij genoeg gespaard voor hun reis. Toen ze zich opmaakten om te vertrekken, kwam hun gemeentepresident langs en zei dat er een gezin was met grotere behoeften dan zijn vrouw en hij. Er werd hem gevraagd of hij zijn spaargeld aan het behoeftige gezin wilde geven zodat zij naar Zion konden gaan.

Het discipelschap vereist opoffering. Zij gaven hun spaargeld aan het behoeftige gezin en begonnen aan een nieuw jaar van hard werken en sparen voor hun reis naar Zion. Uiteindelijk kwamen ze in Zion aan, maar pas nadat ze zich nog veel meer opofferingen hadden getroost voor het ware discipelschap.

De rijke jongeling kreeg een van de grootste beproevingen van het discipelschap toen hem werd gezegd: '(. . .) verkoop uw bezit en geef het aan de armen (. . .) en kom hier, volg Mij' (Lucas 18:22).

Voor velen van ons is het net zo moeilijk om onze slechte gewoonten en wereldse gedachten af te leggen opdat wij ons zonder strijdige eigenschappen en vastberaden kunnen toewijden aan de dienst van de Heer.

Moge ons leven, als discipel van Christus, zijn voorbeeld weerspiegelen. Mogen wij zijn naam op ons nemen en te allen tijde en op alle plaatsen staan als zijn getuige. (Zie Mosiah 18:9.)

Moge God ons bovendien zegenen, opdat wij er oprecht naar zullen verlangen om onze geestelijke schoonmaak uit te voeren, alle hoekjes schoon te maken en alles op te ruimen dat iets af zou doen aan ons discipelschap van de Heer, zodat wij kunnen voortgaan in onze dienst aan Hem, die onze Koning en Heiland is, dat bid ik nederig, in de naam van onze Heer, Jezus Christus. Amen.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy