The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Talen Hoofdmenu
Algemene conferentie
oktober 2000
Inwijdingsdag

Inwijdingsdag

President Thomas S. Monson
Eerste raadgever in het Eerste Presidium

'Zouden we niet, als symbool van onze dank, als uiting van onze liefde voor de Heer, ons leven en ons thuis op soortgelijke wijze opnieuw kunnen toewijden?'

President Thomas S. Monson

In een lofzang worden de tedere gevoelens beschreven die op deze inwijdingsdag in mijn hart en ziel leven. Ik denk dat die woorden ook uw gevoelens weergeven:

Op deze dag van grote blijdschap, Heer,
Prijzen wij uw heilige naam;
In dit heilige huis van aanbidding
Verkondigen wij luid uw eer en faam!
Helder en klaar klinkt onze stem
In lofzangen van verrukking
Aan onze Maker, Heer en Koning!
1
 
Op 7 april 1863 had Charles C. Rich het over de behoefte aan een tabernakel om in samen te komen. Hij zei toen: 'Wat zal ik zeggen met betrekking tot de tabernakel? Wij kunnen meteen inzien dat we momenteel de zegening van zo'n gebouw goed zouden kunnen gebruiken. Als we het uitstellen, wanneer wordt hij dan gebouwd? Als dat huis eenmaal gebouwd is, kunnen we genieten (. . .) van de voordelen en zegeningen die het zal bieden. Datzelfde beginsel is toe te passen op alles wat we aanpakken, en waarmee we geconfronteerd worden, of het nu de bouw van een tempel is, (. . .) een tabernakel, het uitzenden van spannen trekdieren om de armen te verzamelen, of (. . .) enig ander werk dat van ons vereist wordt. Niets wat van ons wordt vereist, wordt gedaan tot we aan de slag gaan en zelf iets doen. We hebben geen andere mensen op wie we kunnen steunen, en dus is het aan ons om aan het werk te gaan en ons deel goed te doen.'2

Ze gingen aan het werk!

En dank zij God voor onze edele profeet, president Gordon B. Hinckley, die, met de vooruitziende blik van een ziener, de behoefte zag aan dit magnifieke gebouw en, met de hulp van vele anderen, 'aan het werk' ging. Het resultaat zien wij nu voor ons, en vanmorgen wordt het ingewijd.

Zouden we niet, als symbool van onze dank, als uiting van onze liefde voor de Heer, ons leven en ons thuis op soortgelijke wijze opnieuw kunnen toewijden?

De apostel Paulus voegt in zijn brief aan de Korintiërs nog een apostolische dimensie toe aan onze toewijding aan het bouwen: 'Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest Gods in u woont?'3

De behoefte aan persoonlijke toewijding is essentieel in de huidige samenleving. Slechts een vluchtige blik op enkele krantenartikelen beschrijft onze benarde toestand al.

Uit de Associated Press kwam het volgende: 'In de naam van vrije meningsuiting heeft het hooggerechtshof een federale wet verworpen die kinderen beschermde tegen seksgeoriënteerde kabeltelevisiezenders.4

Uit The San Jose Mercury News kwam het verhaal: 'Duitsland mag dan de economische motor van Europa zijn, maar op zondag houdt die stil. De krachten van de wereldwijde markt beginnen Duitslands traditionele rustdag echter te verstoren. Nu er (. . .) in Amerikaanse stijl al [zeven dagen per week] gewinkeld [kan worden], en het Internet 24 uur per dag toegang tot de goederen van de wereld biedt, zijn dergelijke winkelregels "als een kasteel uit de oude tijd". Om te wedijveren met andere steden van wereldklasse, moet Berlijn agressiever zijn. "Wij willen meer geld verdienen."'5

Zien wij de ontgoocheling waarmee duizenden mensen tegenwoordig overspoeld worden, dan leren we op de harde manier wat een profeet drieduizend jaar geleden voor ons heeft opgeschreven: 'Hij die zilver liefheeft, wordt niet bevredigd door zilver; noch wordt hij die overvloed liefheeft, bevredigd door aanwas.'6

De alom geëerde Abraham Lincoln heeft onze benarde toestand goed beschreven:

'Wij hebben de meest uitgelezen zegeningen van de hemel ontvangen. Wij zijn al deze jaren behouden in vrede en welvaart. Wij zijn toegenomen in aantal, rijkdom en macht (. . .) maar wij zijn God vergeten. Wij zijn de genadige hand vergeten die ons heeft behouden in vrede, en die ons heeft vermenigvuldigd, verrijkt en versterkt. In onze hoogmoed en het bedrog van ons hart hebben wij ons voorgesteld dat al die zegeningen zijn voortgekomen uit de een of andere superieure wijsheid en deugd van onszelf. Dronken door dit ononderbroken succes, zijn we te zelfredzaam geworden om de noodzaak te voelen tot de behoudende en verlossende genade, te trots om te bidden tot de God, die ons geschapen heeft.'7

Woeden de stormen op de zeeën van het leven, dan zoekt een verstandige zeeman een rustige haven op. Het gezin zoals we dat traditioneel kenden, is zo'n veilige haven. 'Het gezin is de basis van een rechtschapen leven, en niets kan zijn plaats innemen of zijn essentiële functies vervullen.'8 In feite is een thuis veel meer dan een huis. Een huis is gebouwd van hout en steen. Een thuis is gemaakt van liefde, opoffering en respect. Een huis kan een thuis zijn, en een thuis kan een hemel zijn als het een onderdak biedt aan een gezin. Als de gezinnen waar een samenleving uit bestaat een basis van echte waarden en fundamentele deugden hebben, zal hoop wanhoop overwinnen, en zal geloof twijfel overwinnen.

Dergelijke waarden, als die in ons gezin aangeleerd en nageleefd worden, zullen zijn als welkome regen voor uitgedroogde grond. Er ontstaat dan liefde, en onze trouw aan het beste dat in ons is, wordt vergroot; en de deugden van ons karakter, onze integriteit en goedheid, worden gevoed. Het gezin moet de voornaamste plaats in onze levenswijze blijven bekleden, omdat het de enig mogelijke basis is waarop een samenleving van verantwoordelijke mensen ooit met succes een toekomst heeft kunnen bouwen en de waarden heeft kunnen behouden die zij in het heden koesteren.

Gelukkige gezinnen komen in verschillende verschijningsvormen voor. In sommige zijn er een vader, moeder, broers en zusters die in liefde samen leven. Andere bestaan uit een alleenstaande ouder met een of twee kinderen, terwijl weer andere uit slechts één persoon bestaan. Er zijn echter kenmerken die te vinden zijn in elk gelukkig gezin, uit hoeveel of wat voor gezinsleden dat ook bestaat. Die kenmerken zijn:

Een gewoonte van gebed.

Een leeszaal van lering.

Een legaat van liefde.

Hier, in Amerika, heeft Jakob, de broer van Nephi, gezegd: 'Ziet op tot God met vast gemoed en bidt tot Hem met buitengewoon groot geloof.'9

Een vooraanstaand rechter werd eens gevraagd wat wij, als burgers van de landen in de wereld, kunnen doen om de misdaad en de ongehoorzaamheid aan de wet terug te dringen, en vrede en tevredenheid in ons leven en ons land te brengen. Hij antwoordde bedachtzaam: 'Ik stel voor dat we het ouderwetse gebruik van het gezinsgebed weer oppakken.'

Over het stichten van een leeszaal van lering in ons leven en ons gezin, heeft de Heer ons deze raad gegeven: 'Put woorden van wijsheid uit de beste boeken; zoekt wetenschap, ja, door studie alsmede door geloof.'10

De standaardwerken bieden ons de leeszaal van lering waarover ik het had. We moeten oppassen dat we het vermogen van kinderen om het woord van God te lezen en te begrijpen niet onderschatten.

Wij, als ouders, moeten onthouden dat ons leven het boek in de gezinsleeszaal is dat onze kinderen het meest koesteren. Is ons voorbeeld het navolgen waard? Leven we zó dat een zoon of dochter kan zeggen: 'Ik wil in mijn vaders voetspoor volgen', of 'Ik wil net zo worden als mijn moeder'? In tegenstelling tot het boek op de plank in de leeszaal, waarvan de kaft de inhoud verbergt, is ons leven niet verborgen te houden. Ouders, wij zijn als een open boek in de leeszaal van lering van ons gezin.

En geven wij een voorbeeld van een legaat van liefde? En ons gezin? Bernadine Healy heeft eens in een inaugurele rede deze raad gegeven: 'Als arts die het enorme voorrecht heeft gehad om de diepst doorvoelde momenten van het leven van mensen mee te maken, inclusief hun laatste momenten, wil ik u een geheim vertellen. Mensen die op het punt staan te sterven, denken niet aan de graden die zij hebben gehaald, de posities die zij bekleed hebben, of de rijkdommen die zij vergaard hebben. Het enige dat uiteindelijk telt, is wie u hebt liefgehad, en wie u heeft liefgehad. De cirkel van liefde is alles, en is een goede maatstaf voor een leven dat voorbij is. Het is het geschenk met de grootste waarde.'11

De boodschap van onze Heer en Heiland was er een van liefde. Hij kan als een licht zijn voor ons persoonlijke pad naar de verhoging.

Tegen het eind van zijn leven, keek een vader terug op de besteding van zijn tijd op aarde. Hij was een veelgeprezen, gerespecteerd auteur van talrijke geleerde werken, en zei: Ik zou willen dat ik een boek minder had geschreven en wat vaker met mijn kinderen was gaan vissen.

De tijd gaat zo snel voorbij. Veel ouders zeggen dat het lijkt alsof hun kinderen gisteren zijn geboren. Nu zijn die kinderen groot, en hebben misschien zelf wel kinderen. Waar zijn al die jaren gebleven? vragen ze. We kunnen het verleden niet terugroepen, we kunnen deze tijd niet stilzetten, en we kunnen in onze huidige staat de toekomst niet meemaken. De tijd is een gave, een schat die we niet opzij moeten zetten voor de toekomst, maar die we verstandig moeten gebruiken in het heden.

Hebben wij een geest van liefde ontwikkeld in ons gezin? President David O. McKay heeft opgemerkt: 'Een waar mormoons thuis is er een waarin Christus, als Hij er binnenkwam, graag wat zou blijven rusten.'12

Wat doen wij om ervoor te zorgen dat ons thuis aan die beschrijving voldoet? Voldoen wij zelf aan die beschrijving?

Op de reis over het levenspad, vallen er slachtoffers. Sommigen wijken af van de wegwijzers die leiden naar het eeuwige leven, waarop zij alleen maar ontdekken dat de gekozen omleiding uiteindelijk dood loopt. Onverschilligheid, zorgeloosheid, egoïsme en zonde eisen alle hun kostbare tol in het leven van de mens. Er zijn mensen die, om onverklaarbare redenen, marcheren op het geluid van een andere tamboer, om er later achter te komen dat zij de rattenvanger van ellende en lijden hebben gevolgd.

Vandaag laten wij vanaf dit spreekgestoelte een uitnodiging uitgaan aan mensen in de hele wereld. Geef de dwaaltochten op, vermoeide reiziger. Kom naar het evangelie van Jezus Christus. Kom naar die hemelse haven die thuis heet. Hier zult u de waarheid ontdekken. Hier zult u leren dat de Godheid echt bestaat, welke troost het heilsplan biedt, hoe heilig het huwelijksverbond is, en welke macht het individueel gebed heeft. Kom naar huis.

Al sinds onze jeugd herinneren velen van ons zich het verhaal van een kleine jongen die ontvoerd werd, weggerukt van zijn ouders en zijn thuis, en meegenomen naar een verafgelegen dorp. Onder die omstandigheden groeide de jongen op tot jongeman, zonder enige kennis van zijn ware ouders of aardse thuis.

Maar waar was zijn thuis? Waar kon hij zijn moeder en vader vinden? O, kon hij zich zelfs hun naam maar herinneren, dan zou zijn opgave niet zo hopeloos lijken. Wanhopig probeerde hij zich een glimp van zijn jonge jaren te herinneren.

Plotsklaps herinnerde hij zich het geluid van een klok die vanuit de toren bovenop een dorpskerk elke sabbatochtend zijn welkom had geluid. De jongeman dwaalde van het ene dorp naar het andere, altijd luisterend naar dat bekende klokkengeluid. Sommige klokken klonken bijna hetzelfde, terwijl andere totaal niet klonken als het geluid dat hij zich herinnerde.

Uiteindelijk stond de vermoeide jongeman op een zondagochtend voor een kerk in een typisch dorpje. Hij luisterde aandachtig toen de klok begon te luiden. Het geluid klonk bekend. Het was anders dan enig geluid dat hij had gehoord, behalve dat van de klok waarvan het geluid in zijn jonge geheugen was gegrift. Ja, het was diezelfde klok. Dat was de juiste klank. Zijn ogen vulden zich met tranen. Zijn hart verheugde zich. Zijn ziel liep over van dankbaarheid. De jongeman viel op zijn knieën, keek op naar de klokkentoren -- naar de hemel -- en fluisterde in een dankgebed: 'Dank zij God. Ik ben thuis.'

Net als het gelui van een klok dat iemand zich herinnerde, zal de waarheid van het evangelie van Jezus Christus de ziel van hem die oprecht zoekt, bekend voorkomen. Velen van u hebben een lange zoektocht achter de rug naar dat wat klinkt als waarheid. De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen doet een ernstig beroep op u. Doe uw deur open voor de zendelingen. Stel u open voor het woord van God. Stel uw hart open -- stel uw ziel open -- voor het geluid van die stille, zachte stem die getuigt van waarheid. Zoals de profeet Jesaja heeft beloofd: 'Uw oren [zullen] achter u het woord horen: Dit is de weg, wandelt daarop.'13 En dan zult u, net als de jongeman waarover ik heb gesproken, op uw gebogen knieën tot uw God en de mijne zeggen: 'Ik ben thuis.'

Moge dat de zegen van allen zijn, dat bid ik in de naam van Jezus Christus. Amen.

NOTEN

1. Leroy J. Robertson (1896­1971), 'On This Day of Joy and Gladness', Hymns, nr. 64.
2. Deseret News Weekly, 20 mei 1863, blz. 369.
3. 1 Korintiërs 3:16.
4. Richard Carelli, 'High Court Kills Limits on TV Sex,' Salt Lake Tribune, 23 mei 2000, A1.
5. Daniel Rubin, 'Global Economy Erodes Ban on Sunday Shopping,' Salt Lake Tribune, 23 mei 2000, A1.
6. Prediker 5:10; naar de King James-vertaling van de Bijbel.
7. James D. Richardson, A Compilation of the Messages and Papers of the Presidents, tien delen (1897), deel 5, blz. 3366.
8. Geciteerd in Conference Report, oktober 1962, blz. 72.
9. Jakob 3:1.
10. LV 88:118.
11. 'On Light and Worth: Lessons from Medicine', inaugurele rede, Vassar College, 29 mei 1994, blz. 10, speciale collecties.
12. Conference Report, oktober 1947, blz. 120.
13. Jesaja 30:21.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy