Ouderling Henry B. Eyring
van het Quorum der Twaalf Apostelen
'Het gebed kan kinderen de door de ouders gewenste bescherming bieden.'
Ouders moeten hun kinderen leren bidden. Kinderen leren van wat de ouders doen en zeggen. Kinderen die een moeder of vader met oprecht bidden door de beproevingen van het leven zien gaan, en dan een oprecht getuigenis horen dat God liefdevol heeft geantwoord, onthouden wat zij hebben gezien en gehoord. Als zij beproevingen krijgen, zijn ze voorbereid.
Als kinderen later niet meer thuis wonen, kan het gebed de door de ouders gewenste bescherming bieden. Afscheid nemen kan moeilijk zijn, vooral als de ouders en het kind weten dat ze elkaar langere tijd niet zullen zien. Ik had die ervaring met mijn vader. We namen afscheid op de hoek van een straat in New York. Hij was daar voor zijn werk. Ik was daar op doorreis naar een andere plaats. We wisten allebei dat ik waarschijnlijk nooit meer bij mijn ouders thuis zou wonen.
Het was een zonnige dag, rond het middaguur, de straten waren vol auto's en voetgangers. Op die hoek was een verkeerslicht waar de auto's en voetgangers een aantal minuten voor wachten. Het licht sprong op rood; de auto's stopten. De massa voetgangers haastte zich dan van de stoep om de straat over te steken.
Het was tijd om afscheid te nemen en ik stak ook de straat over. Halverwege bleef ik staan, aan alle kanten liepen de mensen mij voorbij. Ik keek om. In plaats van te zijn weggelopen, stond mijn vader daar nog steeds, op de hoek naar mij te kijken. Ik vond dat hij er eenzaam en verdrietig uitzag. Ik wilde naar hem teruglopen, maar besefte dat de auto's weer snel zouden gaan rijden, dus draaide ik me om en liep door.
Jaren later sprak ik met hem over dat moment. Hij zei dat ik de uitdrukking op zijn gezicht verkeerd had geïnterpreteerd. Hij was toen niet verdrietig, maar bezorgd. Hij had mij achterom zien kijken, alsof ik een kleine jongen was, onzeker en op zoek naar wat zekerheid. Hij vertelde me toen wat hij op dat moment dacht: Zal het goed met hem gaan? Heb ik hem voldoende geleerd? Is hij voorbereid op alle toekomstige gebeurtenissen?
Maar het waren toen niet alleen gedachten die hem bezighielden. Ik wist, toen ik naar hem keek, dat hij ook iets voelde. Hij wilde dat ik beschermd zou worden, dat ik veilig zou zijn. Alle jaren dat ik thuis gewoond had, had ik dat verlangen in zijn gebeden gehoord en gevoeld, en zelfs nog meer in de gebeden van mijn moeder. Daar had ik iets van geleerd, en dat had ik onthouden.
Het gebed is een zaak van het hart. Ik had veel meer dan de regels van het gebed gehoord. Ik had van mijn ouders en van de leer van de Heiland geleerd dat we onze hemelse Vader in de eerbiedige taal van het gebed mogen aanspreken. 'Onze Vader in de hemel (. . .) uw naam worde geheiligd' (Matteüs 6:9). Ik wist dat we zijn naam nooit ijdel gebruiken; nooit. Kunt u zich voorstellen hoe de gebeden van een kind worden geschaad als het een ouder de naam van God ijdel hoort gebruiken? Er zijn ernstige gevolgen aan zo'n overtreding jegens de kleinen verbonden.
Ik had geleerd dat het belangrijk was om voor zegeningen te bedanken en om vergeving te vragen. 'Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren' (vs. 12). Ik had geleerd dat we vragen om iets wat we nodig hebben, en bidden dat anderen gezegend mogen worden. 'Geef ons heden ons dagelijks brood' (vs.11). Ik wist dat we onze wil moesten overgeven. 'Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in de hemel, alzo ook op de aarde' (vs. 10). Ik heb geleerd en ook ondervonden dat het waar is dat we voor gevaar gewaarschuwd kunnen worden en dat we het al heel gauw merken als we iets gedaan hebben dat God mishaagt. 'En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze' (vs. 13).
Ik had geleerd dat we altijd in de naam van Jezus Christus moesten bidden. Maar van iets dat ik had gezien en gehoord, had ik geleerd dat deze woorden meer dan een formaliteit zijn. Er hing een plaat van de Heiland in de slaapkamer waar mijn moeder de laatste jaren van haar leven doorbracht. Ze had die daar gehangen vanwege iets dat haar neef Samuel O. Bennion haar gezegd had. Hij was met een apostel op reis die hem een visioen van de Heiland beschreef. Ouderling Bennion had haar die plaat gegeven met de woorden dat het de beste afbeelding van het sterke karakter van de Heiland was die hij ooit had gezien. Dus had ze die plaat ingelijst en opgehangen waar ze hem vanaf haar bed kon zien.
Ze kende de Heiland en had Hem lief. Ik had van haar geleerd dat wij niet in de naam van een vreemde bidden als we onze hemelse Vader aanspreken. Ik had in haar leven gezien dat haar hart op de Heiland was gericht. Zij had zich jarenlang vastbesloten en consequent ingespannen om Hem te dienen en te behagen. Ik wist dat de volgende tekst waar was: 'Want hoe kent iemand de Meester, die hij niet heeft gediend, en die voor hem een vreemdeling is, en verre is van de gedachten en voornemens van zijn hart?' (Mosiah 5:13.)
Jaren na het heengaan van mijn moeder en vader zijn de woorden 'in de naam van Jezus Christus' niet oppervlakkig voor mij, of ik ze nu uitspreek of dat ik een ander ze hoor uitspreken. We dienen niet alleen om de gedachten en bedoelingen van het hart van de Meester te leren kennen, maar we bidden dat onze hemelse Vader ons zowel in ons hart als ons verstand een antwoord zal geven. (Zie Jeremia 31:33; Hebreeën 8:10, 10:16; 2 Korintiërs 3:3.)
President George Q. Cannon heeft de zegeningen beschreven van mensen die gezamenlijk om dergelijke antwoorden hebben gebeden. Hij sprak over een priesterschapsvergadering, en ook velen van u gaan naar die vergadering met uw hart als volgt voorbereid:
'Ik ga naar die vergadering met mijn verstand volledig vrij van alle invloeden die de Geest van God weerhouden. Ik ga met een gebed in mijn hart en vraag God om zijn wil in mijn hart te griffen, niet mijn eigen wil die ondanks de mening van anderen toch vastbesloten is. Als ik en alle anderen met die geest daarheen gaan, zal de Geest van God in ons midden zijn, en zullen wij de wil van God doen, omdat God die aan ons openbaart. Dan zien we licht in de richting die wij opgaan en duisternis in de richting die we niet opgaan.' (Deseret Semi-weekly News, 30 september 1890, blz. 2; cursivering toegevoegd.)
Als we onze kinderen leren bidden, is het ons doel om de wil van de Heer in hun hart gegrift te krijgen, waarna zij gewillig heengaan en doen wat de Heer van hen verwacht. Naar aanleiding van wat wij doen en zeggen, is het mogelijk dat onze kinderen voldoende geloof ontwikkelen om in ieder geval iets te voelen van wat de Heiland voelde toen Hij bad om de kracht die Hij nodig had om zijn oneindige offer voor ons te brengen: 'En Hij ging een weinig verder en Hij wierp Zich met het aangezicht ter aarde en bad, zeggende: Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat deze beker Mij voorbijgaan; doch niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt' (Matteüs 26:39).
Mijn gebeden zijn ook beantwoord. Deze antwoorden waren uitermate duidelijk toen mijn wil volkomen werd overschaduwd door een overweldigend verlangen om te weten wat de wil van God was. Toen kreeg ik het antwoord van onze liefdevolle hemelse Vader, door de stille zachte stem die in mijn hart werd gegrift.
Sommige ouders luisteren met de volgende vraag in gedachten: 'Maar hoe kan ik het hart verzachten van mijn kind dat ouder is en ervan overtuigd dat hij of zij God niet nodig heeft? Hoe kan ik een hart voldoende verzachten zodat God zijn wil erin kan griffen?' Soms kan tegenspoed een hart verzachten. Maar zelfs tegenspoed is voor sommige mensen niet genoeg.
Maar er is één behoefte die zelfs de hoogmoedigste en meest verstokte mensen niet zelf kunnen vervullen. Zij kunnen zelf de last van hun zonden niet van hun schouders wegnemen. En zelfs de meest verstokte mensen voelen soms de pijn van hun geweten en hebben daarom de vergeving van God nodig. De liefdevolle vader Alma zei over die behoefte het volgende tegen zijn zoon: 'En nu kon het plan der barmhartigheid niet worden volvoerd, tenzij er een verzoening zou worden gemaakt; daarom maakt God zelf verzoening voor de zonden der wereld om het plan der barmhartigheid te volvoeren, en de eisen der gerechtigheid te bevredigen, opdat God een volmaakt, rechtvaardig en tevens een barmhartig God zou zijn' (Alma 42:15).
En toen, nadat hij zijn getuigenis van de Heiland en diens verzoening had gegeven, smeekte de vader om zijn hart te verzachten: 'O, mijn zoon, ik verlang, dat gij de gerechtigheid van God niet meer loochent. Tracht uzelf niet in het minst wegens uw zonden te verontschuldigen door de gerechtigheid Gods te ontkennen; maar geef de gerechtigheid Gods en zijn barmhartigheid en zijn lankmoedigheid de vrije teugel in uw hart en laten ze u tot in het stof vernederen' (Alma 42:30).
Alma wist wat wij kunnen weten: dat getuigen van Jezus Christus en zijn kruisiging de grootste kans was om zijn zoon ervan te overtuigen dat hij de hulp van God nodig had. En de gebeden worden beantwoord van hen wier hart is verzacht door dat overweldigende gevoel van behoefte aan vergeving.
Als we de mensen die ons dierbaar zijn, bijbrengen dat wij geestkinderen zijn die tijdelijk bij onze liefdevolle hemelse Vader vandaan zijn, dan doen we de deur van het gebed voor hen open.
Wij woonden bij Hem in zijn tegenwoordigheid voordat wij hier kwamen om beproefd te worden. Wij wisten hoe Hij eruitzag en Hij wist hoe wij eruitzagen. Net als mijn aardse vader me zag weglopen, zag onze Vader in de hemel ons naar deze aarde vertrekken.
Zijn geliefde Zoon, Jehova, verliet die prachtige woning om op aarde te komen en te doorstaan wat wij moeten doorstaan en om voor alle zonden die we zouden begaan te boeten. Hij maakte voor ons de enige weg vrij om weer thuis te komen bij onze hemelse Vader en bij Hem. Als de Heilige Geest ons net voldoende kan vertellen wie we zijn, zouden we kunnen voelen wat Enos voelde. Aldus bad hij:
'En mijn ziel hongerde; en ik knielde voor mijn Maker neder en riep Hem aan in krachtig gebed en smeken voor mijn ziel; en de ganse dag riep ik Hem aan; ja, toen de avond viel, verhief ik nog steeds mijn stem ten hemel.
'En er kwam een stem tot mij, die zeide: Enos, uw zonden zijn u vergeven en gij zult worden gezegend' (Enos 1:45).
Ik kan u beloven dat u geen grotere vreugde zult ervaren dan die u zult voelen als een van uw kinderen in moeilijke tijden in gebed gaat en een dergelijk antwoord krijgt. Op een dag zult u van hen gescheiden worden. U zult verlangen met hen herenigd te worden. Onze liefhebbende hemelse Vader weet dat dat verlangen nooit overgaat, tenzij we als gezin bij Hem en zijn geliefde Zoon herenigd worden. Hij heeft het zo geregeld dat al zijn kinderen die zegening nodig hebben. Om die te vinden moeten ze er zelf om vragen, zonder te twijfelen, zoals Joseph Smith heeft gedaan.
Mijn vader was die dag in New York bezorgd, omdat hij wist -- en mijn moeder wist dat ook -- dat de enige echte tragedie zou zijn dat we voorgoed uit elkaar zouden zijn. Daarom leerden ze mij bidden. Ze wisten dat we met Gods hulp en met zijn beloften voor eeuwig bij elkaar konden zijn. Ze leerden mij bidden door hun voorbeeld. Doet u dat ook.
De middag dat mijn moeder stierf gingen we vanuit het ziekenhuis naar ons huis. Een tijdje zaten we stil in de donkere woonkamer. Vader stond op en ging naar zijn slaapkamer, waar hij een paar minuten bleef. Teruggekomen in de woonkamer had hij een glimlach op zijn gezicht. Hij zei dat hij om moeder bezorgd was geweest. Terwijl hij haar spullen in de verpleegkamer meenam en het personeel bedankte voor hun goede zorgen, dacht hij aan haar -- dat ze binnen enkele minuten na haar dood naar de geestenwereld was gegaan. Hij was bang dat ze daar alleen zou zijn als er niemand was om haar te begroeten.
Hij was naar zijn slaapkamer gegaan om zijn hemelse Vader te vragen of er iemand Mildred, zijn vrouw en mijn moeder, zou begroeten. Hij zei dat hij in zijn gebed ten antwoord had gekregen dat zijn moeder zijn lieve vrouw had ontmoet. Dat bracht ook bij mij een glimlach teweeg. Oma Eyring was niet erg groot. Ik zag duidelijk voor me hoe ze door de menigte rende op haar korte beentjes om mijn moeder te ontmoeten.
Vader was op dat moment niet van plan geweest mij een les in bidden te geven, maar hij deed dat wel. Ik kan me geen enkele preek over bidden van mijn moeder of mijn vader herinneren. Zij baden in slechte tijden en in goede tijden. Ze vertelden ons op een heel feitelijke manier hoe goed God was, hoe machtig en hoe dichtbij. De meeste gebeden die ik gehoord heb, gingen over wat ervoor nodig was om eeuwig bij elkaar te zijn. En de antwoorden, die in mij hart gegrift blijven, waren meestal de geruststelling dat we op de goede weg waren.
Toen ik in mijn geest mijn grootmoeder op mijn moeder zal toelopen, voelde ik grote vreugde voor hen en het verlangen om mijn lieve vrouw en onze kinderen zo bijeen te brengen. Dat verlangen leidt ons ertoe onze kinderen te leren bidden.
Ik getuig dat onze hemelse Vader de smeekbeden van getrouwe ouders die willen weten hoe ze hun kinderen moeten leren bidden, beantwoordt. Ik getuig dat we wegens het zoenoffer van Jezus Christus als gezin het eeuwige leven kunnen hebben, als we ons houden aan de verbonden die ons in deze, zijn kerk worden aangeboden. Dit getuig ik als zijn dienstknecht in de naam van Jezus Christus. Amen.