President Gordon B. Hinckley
'Laten wij goede mensen zijn. Laten wij vriendelijke mensen zijn. Laten wij goede buren zijn. Laten wij zijn wat leden van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen behoren te zijn.'
Mijn broeders en zusters, mijn hart is vol dankbaarheid nu wij vandaag bijeenkomen voor deze grote conferentie. Ik ben dankbaar dat de Heer mijn leven gespaard heeft zodat ik dit nog kon meemaken. Zoals ik al zei tegen de jongevrouwen, tot wie ik een week geleden gesproken heb, gaf iemand mij onlangs een oud jaarboek van mijn oude middelbare school. Het was uit mijn eindexamenjaar. Dat was 73 jaar geleden. Het was de klas van 1928. Het was een interessante ervaring om het door te bladeren. De meesten die er toen zo jong en energiek uitzagen, zijn inmiddels heengegaan. Er zijn nog enkele over, maar die zijn gerimpeld en ietwat zwakjes in hun bewegingen. Soms, als ik klaag over de een of andere kwaal, zegt mijn vrouw: 'Dat komt door je leeftijd, jongen.'
Ik herhaal: ik ben erg dankbaar dat ik nog in leven ben. Ik ben opgetogen over dit geweldige tijdperk waarin wij leven. Ik dank de Heer voor mensen met grote toewijding en grote capaciteiten die zoveel doen om het leven van de mens te verlengen en het makkelijker en aangenamer te maken. Ik ben dankbaar voor de uitstekende artsen die ons helpen met onze zwakten. Ik ben dankbaar voor geweldige vrienden, onder wie ik de fijne, getrouwe heiligen reken die ik heb leren kennen over de hele wereld. Dank u voor alles wat u voor me doet, voor de brieven die u stuurt, de bloemen, de boeken, en allerlei attenties en uitingen van uw liefde. Ik ben dankbaar voor lieve vrienden die mij in staat hebben gesteld om mij onder de heiligen onder de volken van de aarde te begeven, om kennis met hen te maken, om hun mijn getuigenis te geven en hun mijn liefde te betuigen. Ik ben dankbaar voor mijn vrouw, die al bijna 64 jaar mijn metgezellin is. Ik ben dankbaar voor getrouwe nakomelingen. De Heer heeft mij op wonderbaarlijke wijze gezegend.
Ik ben dankbaar voor mijn broeders, de algemene autoriteiten, die mij zoveel voorkomendheid en eerbied betonen. Ik ben dankbaar voor ieder van u, in deze grote familie, meer dan elf miljoen sterk, die samen De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen uitmaakt.
Aan het begin van de conferentie wil ik een kort overzicht van de situatie van de kerk geven.
Zij is sterker dan ooit tevoren. Niet alleen getalsmatig, maar ik geloof dat er in het algemeen ook grotere getrouwheid is onder de heiligen. In het afgelopen half jaar ben ik in de gelegenheid geweest om tempels in te wijden die wijd en zijd over de hele aarde verspreid zijn. We hebben in allerlei talen getuigenis horen geven van de waarheid van dit werk. We hebben het overweldigende geloof gezien van onze mensen die grote afstanden hebben afgelegd om die inwijdingen bij te wonen. We hebben een wonderbaarlijke toename in de groei van het tempelwerk gezien. We maken overigens op de meeste terreinen van onze activiteiten langzaam maar zeker groei door.
Ik ben zo dankbaar dat we in een tijd van relatieve vrede leven. Er woeden geen grote oorlogen in de wereld. Er zijn hier en daar wat moeilijkheden, maar er is geen grote wereldwijde strijd. Wij kunnen het evangelie aan zoveel volken op aarde brengen en de mensen overal waar het komt tot zegen zijn.
We zijn goed op weg om de opleidingsmogelijkheden voor onze jeugd te vergroten. We hebben aangekondigd dat Ricks College een opleiding met een vierjarig leerplan wordt onder de naam BYU--Idaho. We zijn dankbaar dat we vernomen hebben dat we de benodigde erkenning van de desbetreffende overheidsinstelling gekregen hebben. Het is opmerkelijk om die op zo korte termijn te krijgen.
We zijn momenteel gebouwen aan het neerzetten op een schaal waar we nog nooit van hadden gedroomd. Dat is nodig om plaats te bieden aan de gevolgen van de groei van de kerk.
Het welzijnsprogramma maakt ook vooruitgang. We zijn vooral dankbaar dat we op veel plaatsen op aarde op zeer grote schaal humanitaire hulp hebben kunnen verlenen. We hebben voedsel, medicijnen, kleding, beddengoed en andere benodigdheden gedistribueerd om hulp te bieden aan hen die plotseling slachtoffer waren geworden van een ramp.
Ik zal vanavond de priesterschapsdragers toespreken over een ander programma waarvan ik denk dat het u allen zeer zal interesseren.
Een van de tekens van de groei en vitaliteit van de kerk die het meeste opvalt, is de bouw van tempels. Ik heb er al eerder over gesproken, maar ik ben uiterst dankbaar dat we sinds de vorige algemene conferentie ons doel hebben bereikt om vóór het eind van het jaar 2000 honderd tempels in bedrijf te hebben; er zijn er nu zelfs meer. We zijn zojuist teruggekeerd van de inwijding van een tempel in Uruguay, de 103e tempel van de kerk die nu in bedrijf is.
Het grote werk van de tempelbouw gaat over de hele wereld door. Ik keek laatst nog naar de lijst met alle tempels die nu in bedrijf zijn of die zijn aangekondigd -- het zijn er 121. Ik verbaasde me over de lijst en de ongelooflijke diversiteit aan locaties. Het is geweldig, maar we zijn nog niet tevreden. We zullen ermee doorgaan de tempels naar de mensen te brengen, om het de heiligen der laatste dagen overal makkelijker te maken om de zegeningen te ontvangen die alleen maar in die heilige huizen te verkrijgen zijn.
Ik heb al eerder gezegd dat de zegeningen van de tempel de volheid van het priesterschap vertegenwoordigen waarover de Heer sprak toen Hij zijn wil aan de profeet Joseph Smith openbaarde. Nu er tempels veel dichterbij de woonplaatsen van onze mensen staan, zijn alle verordeningen die in het huis des Heren voor zowel de levenden als de doden verkrijgbaar zijn, meer binnen hun bereik.
Er worden binnenkort tempels ingewijd in Winter Quarters (Nebraska); Guadalajara (Mexico); en Perth (Australië). Er zijn tempels in aanbouw in Asunción (Paraguay), Campinas (Brazilië); het Driestedengebied in de staat Washington; Kopenhagen (Denemarken); Lubbock (Texas); Monterrey (Mexico); Nauvoo (Illinois); Snowflake (Arizona); en Den Haag. Nog eens zes tempels zijn aangekondigd, en er worden spoedig eerstespadestekingen voor gehouden. Verder hebben we een aanzienlijk aantal mogelijke bouwplaatsen bezocht in de Verenigde Staten, Midden- en Zuid-Amerika, Europa en de eilanden der zee, en die in overweging genomen. Ik zal geen namen noemen, want dat zou alleen maar opwinding veroorzaken, terwijl we de grond waarop gebouwd moet worden, nog niet in ons bezit hebben.
De bouw van elke tempel is een teken van het volwassen worden van de kerk. We blijven deze heilige huizen van de Heer zo snel bouwen als onze energie en onze middelen toelaten. We zijn dankbaar voor de getrouwe heiligen der laatste dagen die hun tiende betalen en dit belangrijke programma mogelijk maken.
We zijn niet zonder critici, en sommigen van hen zijn gemeen en boosaardig. We hebben ze altijd gehad, en ik denk dat we ze in de toekomst ook altijd zullen hebben. Maar we zullen voortgaan, kwaad met goed vergelden, behulpzaam, vriendelijk en gul zijn. Ik herinner u aan de leringen van de Heer op dit gebied. U kent ze allemaal. Laten wij goede mensen zijn. Laten wij vriendelijke mensen zijn. Laten wij goede buren zijn. Laten wij zijn wat leden van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen behoren te zijn.
Mijn geliefde broeders en zusters, ik waardeer uw gebeden en uw liefde zeer. Ik heb u allen ook lief. Mogen de hemelen zich openen en er zegeningen in overvloed op u komen terwijl u in getrouwheid voor de Heer wandelt.
We gaan nu verder met deze grote conferentie.
God zegene u, mijn geliefde medeleden, dat bid ik in de naam van Jezus Christus. Amen.