The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Talen Hoofdmenu
Algemene conferentie
april 2001
Uw voorbereiding op de tempelzegens

Uw voorbereiding op de tempelzegens

Ouderling Russell M. Nelson
van het Quorum der Twaalf Apostelen

'De mensen die de tempel betreden, moeten ook heilige eigenschappen hebben ontwikkeld. (. . .) We kunnen alleen heiligheid ontwikkelen als we volharden en ons best blijven doen.'

Ouderling Russell M. Nelson

Onder de inspirerende lei ding van president Gordon B. Hinckley zijn de tempels nu toegankelijker dan ooit. Op iedere tempel staan de woorden: 'De Here gewijd.'1 Die woorden betekenen dat zowel de tempel als de doelen van de tempel heilig zijn. De mensen die de tempel betreden, moeten ook heilige eigenschappen hebben ontwikkeld.2 Het is gemakkelijker om een gebouw heilig te noemen dan mensen. We kunnen alleen heiligheid ontwikkelen als we volharden en ons best blijven doen. Door de eeuwen heen hebben de dienstknechten van de Heer tegen het onheilige gewaarschuwd. Jakob, de broer van Nephi, heeft gezegd: 'Indien gij heilig waart, zou ik u over heiligheid spreken; doch omdat gij niet heilig zijt, en mij als een leraar beschouwt, is het inderdaad nodig, dat ik u de gevolgen van de zonde onder het oog breng.'3

Ik voel diezelfde verantwoordelijkheid om te onderwijzen. Als er voor onze leden tempels worden gebouwd, moeten zij zich voorbereiden.

TEMPEL

De tempel is het huis des Heren. De basis voor alle verbonden en verordeningen -- de kern van het heilsplan -- is de verzoening van Jezus Christus. Iedere activiteit, iedere les, alles wat we in de kerk doen, is gericht op de Heer en zijn heilig huis. Onze inspanningen om het evangelie te verkondigen, de heiligen te vervolmaken en de doden te verlossen, leiden allemaal naar de tempel. Iedere heilige tempel is een symbool van ons lidmaatschap in de kerk4, een teken van ons geloof in het leven na de dood en een heilige stap naar de heerlijkheid voor ons en ons gezin.

President Hinckley heeft gezegd: 'Deze unieke, prachtige gebouwen en de verordeningen die erin worden voltrokken, vertegenwoordigen het hoogst bereikbare in onze godsdienst. Deze verordeningen vormen de diepste uitdrukkingswijze van onze geloofsovertuiging.'5

Naar de tempel gaan is een enorme zegen. Maar eerst moeten we de gedragsnormen naleven. We mogen ons niet haasten. We kunnen de voorbereiding niet afraffelen en het risico lopen dat we verbonden verbreken die we eigenlijk niet hadden mogen sluiten. Dat zou nog erger zijn dan helemaal geen verbonden sluiten.

BEGIFTIGING

In de tempel ontvangen we een begiftiging, die letterlijk een gave is. Als we deze gave ontvangen, moeten we de betekenis ervan begrijpen en hoe belangrijk het is om heilige verbonden na te leven. Iedere tempelverordening 'is niet slechts een ritueel, maar een plechtige belofte.'6

De begiftiging is door openbaring gegeven. Daarom kunnen we die het beste begrijpen door openbaring, als we daar met een oprecht hart om gebeden hebben.7 President Brigham Young heeft gezegd: 'Uw begiftiging betekent dat u alle verordeningen in het huis van de Heer ontvangt die u na dit leven nodig hebt om in de tegenwoordigheid van de Vader terug te kunnen keren (. . .) en uw eeuwige verhoging te ontvangen.'8

VERZEGELBEVOEGDHEID

Als we ons voorbereiden om de begiftiging en de andere verordeningen in de tempel te ontvangen, moeten we de verzegelbevoegdheid van het priesterschap begrijpen. Jezus sprak lang geleden over deze bevoegdheid toen Hij tegen zijn apostelen zei: 'Wat gij op aarde binden zult, zal gebonden zijn in de hemelen.'9 Diezelfde bevoegdheid is in deze laatste dagen hersteld. Evenals het priesterschap eeuwig is -- zonder begin of einde -- zijn ook de verordeningen eeuwig waardoor gezinnen voor eeuwig verzegeld kunnen worden.

Door verordeningen, verbonden, begiftigingen en verzegelingen in de tempel kunnen leden met de Heer verzoend worden en kunnen gezinnen voor eeuwig aan elkaar verzegeld worden. Door gehoorzaamheid aan de tempelverbonden komen wij in aanmerking voor het eeuwige leven -- de grootste van alle gaven Gods.10 Het eeuwige leven is meer dan onsterfelijkheid. Het eeuwige leven is verhoging in de hoogste hemel -- het soort leven dat God leidt.

TEMPELAANBEVELING

De voorbereiding omvat ook de aanvraag van een tempelaanbeveling. Onze Verlosser vereist dat zijn tempels tegen ontheiliging beschermd worden. Niets onreins mag zijn heilig huis binnenkomen.11 Toch is iedereen welkom die zich goed voorbereid. Iedereen die een tempelaanbeveling aanvraagt, heeft een gesprek met een rechter in Israël -- de bisschop -- en een ringpresident.12 Zij bezitten de sleutels van het gezag van het priesterschap en zijn verantwoordelijk om aan te geven wanneer wij voldoende zijn voorbereid om naar de tempel te gaan. Tijdens het gesprek beoordelen zij een aantal belangrijke zaken. Zij vragen of wij de wet van tiende naleven, of we het woord van wijsheid naleven en of we de leiders van de kerk steunen. Ze vragen of we eerlijk zijn, zedelijk rein en of we de scheppende macht als een heilige verantwoordelijkheid van onze Schepper eerbiedigen.

Waarom zijn deze zaken zo belangrijk? Omdat ze geestelijke afscheiders zijn. Ze zijn een hulpmiddel om vast te stellen of wij daadwerkelijk als kinderen van het verbond door het leven gaan13, in staat om de verleidingen van de dienstknechten van de zonde te weerstaan.14 Tijdens deze gesprekken wordt vastgesteld of wij volgens de wil van de ware en levende God door het leven gaan, of dat ons hart 'op de rijkdommen en ijdelheden der wereld' is gericht.15

Dergelijke vereisten zijn niet moeilijk te begrijpen. Omdat de tempel het huis van de Heer is, wordt het toegangsbeleid door Hem bepaald. We gaan als zijn gast naar binnen. Een tempelaanbeveling is een kostbaar bezit en een tastbaar teken van gehoorzaamheid aan God en zijn profeten.16

LICHAMELIJKE VOORBEREIDING

We bereiden ons lichamelijk voor door netjes gekleed naar de tempel te gaan. Wij behoren geen vrijetijdskleding te dragen. 'We moeten zodanig gekleed gaan dat we in die kleding een avondmaalsdienst of een andere officiële bijeenkomst kunnen bijwonen.'17

In de tempel is iedereen in smetteloos wit gekleed, om ons eraan te herinneren dat God een rein volk vereist.18 Nationaliteit, taal of functie in de kerk zijn van ondergeschikt belang. Iedereen zit hetzelfde gekleed bij elkaar en is gelijkwaardig in de ogen van onze Schepper.19

Bruidsparen gaan naar de tempel om voor tijd en alle eeuwigheid verzegeld te worden. Een bruid draagt een eenvoudige, witte jurk met lange mouwen, zonder veel versieringen. De bruidegom is ook in het wit gekleed. En broeders die de huwelijksplechtigheid bijwonen, dragen geen smoking.

Het tempelonderkleed heeft een diepe, symbolische betekenis. Het vertegenwoordigt een voortdurende toewijding.20 Net als de Heiland aangaf hoe belangrijk het is om tot het einde toe te volharden, dragen wij het tempelonderkleed getrouw als onderdeel van de wapenrusting Gods.21 Daarmee geven wij uiting aan ons geloof in Hem en in de eeuwige verbonden die Hij met ons heeft gesloten.22

GEESTELIJKE VOORBEREIDING

Naast de lichamelijke voorbereiding bereiden we ons ook geestelijk voor. Omdat de verordeningen en verbonden in de tempel heilig zijn, mogen we buiten de tempel niet praten over wat er in de tempel plaatsvindt. Er zijn echter een aantal beginselen die we kunnen bespreken.

Iedere tempel is een huis van wetenschap.23 We worden er op de manier van de Heiland onderricht.24 Zijn manier is anders dan die van anderen. Zijn manier is oud en vol symboliek. We kunnen veel leren als we overwegen wat ieder symbool betekent.25 De leringen in de tempel zijn eenvoudig en prachtig. Ze worden door nederige mensen begrepen en prikkelen het verstand van de intelligentste mensen.

Geestelijke voorbereiding wordt door studie bevorderd. Ik wil mensen die voor het eerst naar de tempel gaan aanmoedigen om in een concordantie van de Bijbel of in de index van hun Schriften onderwerpen op te zoeken als: Zalven; Verzoening; Christus; Verbond; Val van Adam; Offers; Tempel. Dat zal een stevige fundering voor hen zijn.

Ook in het Oude Testament26 en de boeken Mozes en Abraham in de Parel van grote waarde staat belangrijke informatie. De studie van die oude Schriftuur is zelfs nog interessanter als iemand al naar de tempel is geweest. Die boeken bekrachtigen de antiquiteit van het tempelwerk.27

Iedere verordening gaat gepaard met een verbond -- een belofte. Een verbond met God is niet beperkend, maar beschermend. Dat beginsel is niet nieuw. Als ons water bijvoorbeeld niet schoon is, filteren we het water om ons tegen schadelijke stoffen te beschermen. Verbonden met God zijn een hulpmiddel om schadelijke onzuiverheden uit ons verstand te filteren. Als wij ervoor kiezen om ons van alle goddeloosheid te onthouden,28 raken we niets waardevols kwijt en kunnen we de heerlijkheid van het eeuwige leven beërven. We worden door verbonden niet beperkt; ze zijn een hulpmiddel om boven de beperkingen van onze eigen kracht en visie uit te stijgen.

EEUWIG PERSPECTIEF

President Hinckley heeft dat verheven perspectief als volgt uitgelegd: 'We streven naar een doel na de opstanding', zei hij. 'En dat doel is verhoging in het koninkrijk van onze Vader. (. . .) Het begint met de aanvaarding van Hem als onze eeuwige Vader en zijn Zoon als onze Verlosser. Het omvat deelname aan verscheidene verordeningen, die allemaal belangrijk en noodzakelijk zijn. De eerste is de doop door onderdompeling. Zonder de doop kunnen we volgens de Heiland niet het koninkrijk van God ingaan. Die doop moet gevolgd worden door de geboorte van de Geest, de gave van de Heilige Geest. Daarna komt in de loop der jaren voor mannen de ordening in het priesterschap, gevolgd door de tempelzegens voor mannen en vrouwen die de gedragsnormen naleven. Deze tempelzegens omvatten onze wassing en zalving om rein in de ogen van de Heer te worden. Ze omvatten ook de (. . .) begiftiging van plichten en zegeningen waardoor wij gemotiveerd worden om volgens de beginselen van het evangelie te leven. Ze omvatten de verordening ter verzegeling waardoor alles wat op aarde gebonden wordt, ook in de hemel gebonden zal zijn, zodat de familiebanden blijven bestaan.'29

Ik ben erachter gekomen dat de tempelzegens het meeste betekenen als een dierbare overlijdt. Als we weten dat de pijn van het afscheid alleen tijdelijk is, krijgen we gemoedsrust die het gewone begrip te boven gaat.30 Gezinnen die in de tempel zijn verzegeld, kunnen niet door de dood gescheiden worden. Zij begrijpen dat de dood een noodzakelijk onderdeel van Gods grote plan van gelukzaligheid is.31

Door zo'n perspectief is het gemakkelijker om trouw te blijven aan de gesloten verbonden. President Boyd K. Packer heeft met nadruk gezegd: 'Verordeningen en verbonden worden onze geloofsbrieven voor toelating in [Gods] tegenwoordigheid. Deze waardig te ontvangen is waar het om draait in het leven; ze daarna na te komen is de uitdaging van de sterfelijkheid.'32

De verordeningen in de tempel hebben ook te maken met onze eigen vooruitgang en de verlossing van onze overleden voorouders. 'Want hun zaligheid is nodig en onontbeerlijk voor onze zaligheid, (. . .) zij [kunnen] zonder ons niet tot volmaking komen. Evenmin kunnen wij zonder onze doden tot volmaking komen.'33 Voor hen kunnen wij steeds tempelwerk verrichten. Dat tempelwerk is belangrijk genoeg om in ons drukke schema op te nemen. Als wij voor anderen doen wat zij niet voor zichzelf kunnen doen, volgen wij het voorbeeld van de Heiland, die de verzoening tot stand bracht om andere mensen tot zegen te zijn.

Op een dag zullen we onze Schepper ontmoeten en voor Hem staan om geoordeeld te worden.34 We zullen worden geoordeeld volgens onze verordeningen, verbonden, handelingen en de verlangens van ons hart.35

Kunnen personen die zich op de tempelzegens voorbereiden in deze geestelijk verworden wereld iets betekenen? Jazeker! Die heiligen zijn 'het verbondsvolk des Heren (. . .) gewapend met gerechtigheid en met de macht Gods in grote heerlijkheid.'36 Hun voorbeeld kan de hele mensheid op een hoger plan brengen. Daarvan getuig ik in de naam van Jezus Christus. Amen.

NOTEN

1. Zie Exodus 28:36; 39:30; Psalmen 93:5. Op elke tempel is het equivalent in de landstaal gebruikt.
2. Zie Exodus 19:5–6; Leviticus 19:1–2; Psalmen 24:3–5; 1 Tessalonicenzen 4:7; Moroni 10:32–33; LV 20:69; 110:6–9.
3. 2 Nephi 9:48.
4. Zie 'Following the Master: Teachings of President Howard W. Hunter', Ensign, april 1995, blz. 21–22; 'Het grote symbool van ons lidmaatschap', De Ster, november 1994, blz. 3.
5. 'Over zendingen, tempels en rentmeesterschap', De Ster, januari 1996, blz. 45.
6. Gordon B. Hinckley, Teachings of Gordon B. Hinckley (1997), blz. 638.
7. Zie Moroni 10:4–5.
8. Discourses of Brigham Young, onder redactie van John A. Widtsoe [1941], blz. 416.
9. Matteüs 16:19.
10. Zie LV 14:7.
11. Zie LV 109:20; zie ook Jesaja 52:11; Alma 11:37; 3 Nephi 27:19.
12. Of de gemeentepresident en de zendingspresident.
13. Zie 3 Nephi 20:26; zie ook Russell M. Nelson, 'De kinderen van het verbond', De Ster, juli 1995, blz. 29.
14. Zie Romeinen 6:17, 20; LV 121:17.
15. Alma 7:6.
16. President Hinckley heeft gezegd: 'Ik moedig onze mensen overal aan, met alle overtuigingskracht waartoe ik in staat ben, om zo te leven dat ze een tempelaanbeveling waardig zijn, er één te verkrijgen en deze als een kostbaar bezit te beschouwen, en zich er meer voor in te spannen om naar het huis des Heren te gaan en deel te hebben aan de geest die daar te voelen is en de zegeningen die men op die plaats kan ontvangen.' ('Over zendingen,tempels, en rentmeesterschap', De Ster, januari 1996, blz. 51.)
17. Boyd K. Packer, The Holy Temple [1980], blz. 73.
18. Zie Neal A. Maxwell, 'Not My Will, But Thine' (1988), blz. 135; zie ook LV 100:16.
19. Dit herinnert ons eraan 'dat er bij God geen aanneming des persoons is' (Handelingen 10:34; zie ook Moroni 8:12).
20. De Heer heeft ons beloofd: 'Bergen mogen wijken en heuvelen wankelen, maar mijn goedertierenheid zal van u niet wijken en mijn vredesverbond zal niet wankelen' (BJS, Jesaja 54:10). Wij willen ons toch zeker nooit opzettelijk ontdoen van een symbool van zijn eeuwig verbond.
21. Zie Efeziërs 6:11–13; zie ook Alma 46:13, 21; LV 27:15.
22. In een brief van 10 oktober 1988 heeft het Eerste Presidium geschreven: 'Men ziet vaak gebruiken onder de leden van de kerk die erop wijzen dat ze het verbond dat ze in de tempel gesloten hebben om het tempelonderkleed in de geest van de heilige begiftiging te dragen, niet volledig begrepen hebben.
'Leden van de kerk die in de tempel gekleed zijn met het tempelonderkleed hebben een verbond gesloten om het hun hele leven te dragen. Dat betekent dat het dag en nacht als onderkleding gedragen wordt. (. . .) Bescherming en zegeningen worden beloofd op voorwaarde van rechtschapenheid en getrouwheid in het naleven van het verbond.

'Het beginsel behoort te zijn dat we het tempelkleed dragen, en niet zoeken naar gelegenheden om het uit te trekken. De leden behoren dus niet een deel of het hele tempelonderkleed uit te trekken om in de tuin te werken of om in zwemkleding of ongepaste kleding in huis rond te hangen. Ook behoren zij het niet uit te trekken om mee te doen met recreatieve activiteiten waaraan ze niet kunnen deelnemen met hun tempelonderkleed onder de gewone kleding. Als het tempelkleed moet worden uitgetrokken, bijvoorbeeld bij het zwemmen, moet het zo snel mogelijk weer worden aangetrokken.

'De beginselen fatsoen en lichaamsbedekking horen bij het verbond en behoren de aard te bepalen van alle kleding die we dragen. Leden van de kerk die hun begiftiging hebben ontvangen dragen het tempelonderkleed als herinnering aan de heilige verbonden die zij met de Heer gesloten hebben en ook als bescherming tegen verleiding en het kwaad. De manier waarop het wordt gedragen is een uiterlijk teken van een innerlijke verbintenis om de Heiland te volgen.'

23. Zie LV 88:119; 109:8.
24. Eigenlijk is Hij de weg (zie Johannes 14:6).
25. Zie John A. Widtsoe, 'Temple Worship', Utah Genealogical and Historical Magazine, april 1921, blz. 62.
26. Interessante hoofdstukken: Exodus 26–29, 39; Leviticus 8; 2 Samuël 12 (vers 20); 2 Kronieken 6–7; Jesaja 22; Ezechiël 16.
27. Zie LV 124:40–41.
28. Zie Moroni 10:32; Matteüs 16:26.
29. 'Temples and Temple Work', Ensign, februari 1982, blz. 3.
30. Zie Filippenzen 4:7.
31. Zie Alma 42:8.
32. 'Verbonden', De Ster, juli 1987, blz. 19.
33. LV 128:15.
34. Zie 2 Nephi 9:41.
35. Zie LV 137:9.
36. 1 Nephi 14:14.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy