The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Talen Hoofdmenu
Algemene conferentie
april 2001
Opoffering -- een eeuwige investering

Opoffering -- een eeuwige investering

Carol B. Thomas
Eerste raadgeefster in het algemeen jongevrouwenpresidium

'Opoffering is een verbazingwekkend beginsel. Daardoor kunnen wij diepgaande liefde voor elkaar en onze Heiland, Jezus Christus, ontwikkelen.'

Als moeder vind ik het verhaal van Abraham die zijn zoon moest offeren een van de meest emotionele in het Oude Testament. Sara moet minimaal honderd jaar oud zijn geweest toen Isaak naar de berg werd meegenomen. Ik denk dat Abraham uit liefde voor haar niet heeft gezegd wat hij moest doen. Daarom moest hij die zware beproeving van zijn geloof alleen dragen.

President Lorenzo Snow heeft ooit gezegd: 'Geen mens kan doen wat Abraham gedaan heeft (. . .) tenzij hij wordt geïnspireerd en de goddelijke aard heeft om die inspiratie te ontvangen.' (Teachings of Lorenzo Snow, onder redactie van Clyde J. Williams [1984], blz. 116.)

Alle profeten uit het Oude Testament, vanaf Adam, leefden de wet van offerande na. Opoffering is een onlosmakelijk deel van de celestiale wet, waardoor onze aandacht op het glorierijkste offer ooit gebracht, wordt gericht: onze Heiland, Jezus Christus.

President Gordon B. Hinckley heeft opoffering prachtig verwoord: 'Zonder opoffering is er geen ware aanbidding van God. (. . .) "De Vader gaf zijn Zoon, en de Zoon gaf zijn leven" -- en we aanbidden God niet als we geen deel van onze middelen, (. . .) onze tijd, (. . .) kracht, (. . .) talenten, (. . .) geloof, (. . .) en getuigenis geven.' (Teachings of Gordon B. Hinckley [1997], blz. 565.)

Broeders en zusters, de wet van offerande is een van de zaken die ons onderscheiden van de rest van de wereld. We zijn een verbondsvolk, gezegend met de mogelijkheden om te aanbidden en te geven; maar zijn we volledig bekeerd tot het beginsel van opoffering? Ik moet denken aan de rijke jongeling die instructies van de Heiland had gekregen en vroeg: 'Waarin schiet ik nog te kort?' (Zie Matteüs 19:20.) Jezus zei: 'Indien gij volmaakt wilt zijn, ga heen, verkoop uw bezit (. . .) en kom hier, volg Mij' (Matteüs 19:21).

Ik wil graag drie manieren bespreken waarop opoffering een hulpmiddel kan zijn om de Heiland te volgen: onderwijs aan onze kinderen, geven aan de armen en behoeftigen, en het doen van zendingswerk.

Ten eerste, hoe kunnen we onze kinderen opoffering leren?

Mijn grootvader, Isaac Jacob, was een groot voorbeeld voor mij. Hij had een schapenfokkerij en vier van zijn zoons zijn op zending geweest. Tijdens de depressie in de jaren dertig kreeg mijn moeder een zendingsoproep om naar Canada te gaan.

Grootvaders financiële situatie werd kritisch toen hij bij de bank moest komen en moest uitleggen waarom hij vijftig dollar per maand uitgaf voor de zending van mijn moeder. Hij had een lening en betaalde twaalf procent rente. De bankiers waren niet tevreden en zeiden dat mijn moeder maar naar huis moest komen.

De volgende dag antwoordde grootvader: 'Als mijn dochter naar huis komt, mogen jullie de schapen hebben. Dan zal ik ze hier persoonlijk afleveren.' Daar schrokken de bankiers van. Ze lieten grootvader al voor andere schapenfokkerijen zorgen die ze hadden verworven, en er was niemand anders om voor al die schapen te zorgen. Mijn moeder maakte haar zending af en door grootvaders voorbeeld leerden zijn hele familie hoe belangrijk opoffering is.

Als we ons gezin opoffering bijbrengen, moeten we hun ook leren dat ze zichzelf moeten wegcijferen. Er is een verhaal over generaal Robert E. Lee uit de burgeroorlog. Een vrouw vroeg hem hoe ze haar kind moest opvoeden. Hij antwoordde: 'Uw kind moet zichzelf leren wegcijferen.' (Zie Joseph Packard, Recollections of a Long Life [1902], blz. 158.)

We mogen onze kinderen niet met materiële zaken overspoelen. We kunnen een kind vreugde ontnemen als we hem of haar te veel geven. Als er nooit iets te wensen overblijft, zal hij of zij nooit de vreugde van het ontvangen ervaren.

Moedigen we onze kinderen aan om offers aan tijd en middelen te brengen, zoals een eenzame buurman helpen of vriendschap sluiten met iemand die aandacht nodig heeft? Als zij zich op de behoeften van anderen concentreren, worden hun eigen behoeften minder belangrijk. Ware vreugde komt voort uit opoffering voor anderen.

Ten tweede kunnen we meer aan de armen en behoeftigen geven. Als ik met leden van de kerk praat, voel ik me blij verrast door de goedheid van getrouwe heiligen der laatste dagen. Een jongeman in Colombia, die door zijn grootmoeder was opgevoed, had verschillende schoenreparatiewinkels en was conciërge in zijn wijk. Toen hij op zending werd geroepen, had hij niet alleen voldoende geld voor zijn eigen zending gespaard, maar kon hij ook een bijdrage aan de zending van een ander leveren.

En hoe zit dat met ons voedsel, onze kleding en onze meubels? De Heer gebiedt ons dat wij ons niet aan bezittingen moeten hechten. Op veel plaatsen zijn we gezegend met Deseret Industries [kringloopwinkels]. We kunnen onze kinderen leren om geregeld kleding uit hun kast te halen en die te doneren, zodat anderen ook moderne kleding kunnen dragen.

We krijgen veel zegeningen als we anderen in onze rijkdom laten delen. Koning Benjamin herinnert ons hieraan als hij zegt: 'Betreffende het van dag tot dag behouden van een vergeving van uw zonden, opdat gij schuldeloos voor God moogt wandelen, zou ik willen, dat gij van uw goederen aan de armen zoudt mededelen (. . .) zoals de hongerigen te voeden, de naakten te kleden, de zieken te bezoeken en hun hulp en steun te verlenen' (Mosiah 4:26). Wij kunnen allemaal op zoek gaan naar mogelijkheden om te geven -- om af te staan.

Ten derde, zendingswerk vergt offers. Als onderdeel van ons werk om wijken en gemeenten in de hele kerk te bezoeken, zien we de grote behoefte aan zendelingechtparen. U kunt zich niet voorstellen wat een groot werk zij verrichten door de zendelingen lief te hebben en de plaatselijke leden in de leer en cultuur van de kerk te onderrichten.

President Hinckley bezocht onlangs een ringconferentie in een welvarend gebied waaruit slechts vier zendelingechtparen op zending waren. Om meer echtparen te inspireren tot het vervullen van een zending beloofde hij dat hun kinderen en kleinkinderen hen niet eens zouden missen als ze weg waren. Door middel van e-mail kunnen dagelijks vriendelijke berichten worden verstuurd en ontvangen.

Uw jarenlange ervaring zal een zegen voor anderen zijn en u zult merken hoe geweldig andere mensen zijn. De zendingsgebieden over de hele wereld hebben u nodig! Bid om die avontuurlijke geest en dat verlangen om een zending te vervullen. Het is veel boeiender dan de caravan of de schommelstoel.

Jonge mensen, wij hopen dat jullie enthousiast zijn over zendingswerk. Vorige week nog is de jongevrouwen van de kerk gevraagd om een andere jonge vrouw in de kerk te brengen. Wat zou het fijn zijn als de jongemannen zich dat ook voornamen.

Velen van jullie leveren opmerkelijke prestaties. Megan, een jongevrouw, bad maandenlang voor twee van haar vriendinnen die geen lid van de kerk waren. Eén van hen schreef zich in voor het seminarie en de andere was bereid om door de zendelingen onderwezen te worden. Onlangs hebben beide jongevrouwen zich laten dopen. De kerk heeft jullie nodig. President Hinckley kan niet door de gangen van jullie school lopen en je vrienden onderwijzen, maar jullie wel en de Heer rekent op jullie. We zijn zo trots dat jullie zo moedig anderen vertellen over je liefde voor het evangelie.

Opoffering is een verbazingwekkend beginsel. Als we bereid zijn onze tijd, talenten en alles wat we bezitten, aan te wenden, wordt dat een van de diepzinnigste vormen van aanbidding. Daardoor kunnen wij diepgaande liefde voor elkaar en onze Heiland, Jezus Christus, ontwikkelen. Door het brengen van offers, kan ons hart een verandering ondergaan. Dan is de Geest dichter bij ons en zullen we minder naar wereldse zaken verlangen.

President Hinckley heeft een grote waarheid verkondigd toen hij zei: 'Het is geen offer om het evangelie van Jezus Christus na te leven. Het is nooit een offer als je meer terugkrijgt dan dat je geeft. Het is een investering, (. . .) de grootste investering. (. . .) De opbrengst is eeuwig en eindeloos.' (Teachings of Gordon B. Hinckley, blz. 567–568.)

Het is fijn om te weten dat we die investering niet alleen hoeven te doen. Net als Abraham hebben wij een goddelijke vonk in ons waardoor we inspiratie kunnen ontvangen door de machten des hemels aan te wenden. Broeders en zusters, ik bid dat we door die dingen te doen het beginsel opoffering volledig toegedaan worden, en dat dit geweldige beginsel ons dichter bij onze Heiland zal brengen. In de naam van Jezus Christus. Amen.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy