The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Talen Hoofdmenu
Algemene conferentie
april 2001
Het wonder van geloof

Het wonder van geloof

President Gordon B. Hinckley

'Geloof is de basis van het getuigenis. Geloof ligt ten grondslag aan trouw aan de kerk. Geloof staat voor opoffering, die bereidwillig gegeven wordt om het werk van de Heer voort te stuwen.'

President Gordon B. Hinckley

Ik wil het koor bedanken voor die schitterende lofzang. En hoewel ik nu wat minder spreektijd heb, is die prachtige muziek mij dat meer dan waard. Dank u, broeder Ballard, dat u mijn toespraak nogmaals gehouden hebt.

Mijn geliefde broeders en zusters, mijn hart gaat uit naar u, waar u zich op deze sabbatochtend ook mag bevinden. Ik voel verwantschap met u allen die lid bent van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. Ik houd van dit werk en verbaas mij over de kracht en omvang ervan, en de manier waarop het mensen over de hele wereld raakt. Ik spreek in de grootste ootmoed tot u. Ik heb de Heer gesmeekt om mij in mijn gedachten en woorden te leiden.

We zijn zojuist teruggekeerd van een lange reis van Salt Lake City naar Montevideo (Uruguay) om een tempel in te wijden, de 103e tempel die de kerk in bedrijf heeft. Het was een tijd van grote vreugde voor onze leden daar. Er waren duizenden mensen bijeen in dat prachtige, heilige gebouw, en in omliggende kerken.

Een van de sprekers, een vrouw, vertelde een verhaal zoals u dat al vaak gehoord hebt. Voor zover ik het mij kan herinneren, vertelde ze over de dag dat de zendelingen bij haar aanklopten. Ze had niet het minste idee wat zij verkondigden. Maar ze liet ze binnen, en haar man en zij luisterden naar hun boodschap.

Het was voor hen een ongelooflijk verhaal. Ze vertelden haar over een jongen die in de staat New York woonde. Hij was veertien toen hij in het boek Jakobus las: 'Indien echter iemand van u in wijsheid te kort schiet, dan bidde hij God daarom, die aan allen geeft, eenvoudigweg en zonder verwijt' (Jakobus 1:5).

Hij wilde wijsheid omdat verschillende geloofsrichtingen allemaal beweerden de waarheid te hebben, en dus besloot de jonge Joseph om het bos in te gaan en tot de Heer te bidden.

Dat deed hij, en hij kreeg in antwoord op zijn gebed een visioen. God, de eeuwige Vader, en zijn Zoon, Jezus Christus, de herrezen Heer, verschenen aan hem en spraken met hem.

Er volgden andere manifestaties. Een daarvan hield in dat hij uit een heuvel vlakbij zijn ouderlijk huis gouden platen haalde die hij door de gave en macht van God vertaalde.

Er verschenen hemelse boodschappers aan hem die priesterschapssleutels op hem bevestigden en het gezag om in naam van God te spreken.

Hoe kon iemand nou zo'n verhaal geloven? Het leek belachelijk. En toch geloofden die mensen het toen zij erin onderwezen werden. Er kwam geloof in hun hart om te aanvaarden wat hun geleerd was. Het was een wonder. Het was een gave van God. Ze konden het niet geloven, en toch geloofden ze het.

Na hun doop nam hun kennis van de kerk toe. Ze hoorden meer over het tempelhuwelijk, over gezinnen die voor eeuwig door het gezag van het heilig priesterschap verenigd worden. Ze waren vastbesloten om die zegening te verkrijgen. Maar er was in de verre omtrek geen tempel. Ze schraapten en spaarden. Toen ze genoeg hadden, reisden ze helemaal van Uruguay naar Utah met hun kinderen, waar ze zich als gezin in het eeuwig huwelijksverbond lieten verzegelen. Nu is zij assistente van de mater in de Montevideo-tempel in Uruguay. Haar man is raadgever in het tempelpresidium.

Het verbaast mij niet dat relatief weinigen van de mensen bij wie de zendelingen komen lid worden van de kerk. Er is geen geloof. Aan de andere kant verbaast het mij dat zovelen dat wél doen. Het is wonderbaarlijk dat duizenden mensen geraakt worden door het wonder van de Heilige Geest, dat zij geloven en aanvaarden en lid worden. Ze laten zich dopen. Hun leven wordt voor altijd ten goede veranderd. Er vinden wonderen plaats. Er komt een geloofszaadje in hun hart. Dat groeit steeds meer naarmate zij meer leren. En zij aanvaarden het ene beginsel na het andere, tot zij alle heerlijke zegeningen hebben die er zijn voor hen die vol geloof leven als lid van deze kerk, De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen.

Geloof bekeert. Geloof onderwijst.

Zo is het vanaf het begin geweest.

Ik verwonder mij over de kwaliteit van de mensen die het getuigenis van Joseph Smith aanvaard hebben en bij de kerk gekomen zijn. Onder hen waren mensen zoals Brigham Young, de gebroeders Pratt, Willard Richards, John Taylor, Wilford Woodruff, Lorenzo Snow, de echtgenotes van die mannen, en nog heel veel anderen. Het waren vermogende mensen. Velen van hen hadden een goede opleiding gehad. Zij werden door de Heer gezegend met het geloof om het verhaal dat zij hoorden te geloven. Toen zij de boodschap ontvingen, toen de gave van geloof hen raakte, lieten zij zich dopen. Die broeders gaven bereidwillig op wat zij hadden gedaan, en gaven, met de steun van hun gezin, gehoor aan de oproepen om overzee te gaan en te onderwijzen in hetgeen zij in geloof hadden aanvaard.

Ik las laatst weer wat Parley P. Pratt geschreven heeft over de eerste keer dat hij het Boek van Mormon las en lid werd van de kerk. Hij zegt:

'Ik deed het gretig open en las de titelpagina. Vervolgens las ik het getuigenis van verscheidene getuigen over de manier waarop het gevonden en vertaald was. Daarna begon ik aan de inhoud. Ik las de hele dag; eten was een last, want ik had geen behoefte aan voedsel; slapen was een last toen de avond viel, want ik las liever dan dat ik sliep.

'Terwijl ik las, was de Geest van de Heer op mij, en ik wist en begreep dat het boek waar was, zo duidelijk en overtuigend als een mens begrijpt en weet dat hij bestaat.' (Autobiography of Parley P. Pratt, onder redactie van Parley P. Pratt jr. [1938], blz. 37.)

De gave van geloof had zijn leven geraakt. Hij kon niet genoeg doen om de Heer terug te betalen voor wat hij ontvangen had. Hij wijdde de rest van zijn leven aan zendingswerk. Hij overleed als martelaar voor dit grote werk en koninkrijk.

Er worden momenteel prachtige nieuwe tempels gebouwd in Nauvoo (Illinois) en Winter Quarters (Nebraska). Zij zullen staan als een getuigenis van het geloof en de getrouwheid van de duizenden heiligen der laatste dagen die Nauvoo opgebouwd en later verlaten hebben, om onder groot lijden te verhuizen naar wat nu de staat Iowa is, naar hun tijdelijke verblijf in Council Bluffs en in Winter Quarters, iets ten noorden van Omaha.

Het terrein van de Winter Quarters-tempel grenst aan de begraafplaats waar velen liggen die hun leven gaven voor de zaak die zij waardevoller achtten dan hun leven. Hun reis naar de vallei van het Grote Zoutmeer is een ongeëvenaard epos. Het lijden dat zij doorstonden, de opofferingen die zij zich getroostten, werden de prijs van wat zij geloofden.

In mijn kantoor heb ik een beeldje van mijn eigen pionier-grootvader die langs de route zijn vrouw begraaft, en haar broer die op diezelfde dag overleden was. Daarna pakte hij hun baby op en droeg haar naar deze vallei.

Geloof? Daar kan geen twijfel over bestaan. Als er twijfel rees, als er drama's voorvielen, was de stille stem van geloof in de stilte van de nacht net zo zeker en geruststellend te horen als de Poolster een vaste plek aan de hemel boven hen had.

Het was die mysterieuze, wonderbaarlijke manifestatie van geloof die geruststelling gaf, die met zekerheid sprak, die kwam als gave van God voor dit grote werk in de laatste dagen. Ontelbaar, letterlijk ontelbaar, zijn de verhalen hierover uit de pioniersperiode van de kerk. En dat is nog niet alles.

Zoals het toen was, is het nu ook. Die waardevolle, wonderbaarlijke gave van geloof, die gave van God, onze eeuwige Vader, is nog steeds de kracht van dit werk en de stille levendigheid van zijn boodschap. Aan dit alles ligt geloof ten grondslag. Geloof is de kern van dit alles. Of het nu om op zending gaan draait, naleven van het woord van wijsheid, tiende betalen, het is allemaal hetzelfde. Het is het geloof in ons dat blijkt uit alles wat wij doen.

Onze critici kunnen dat niet begrijpen. En omdat zij het niet begrijpen, vallen zij ons aan. Enig onderzoek, een sterk verlangen om het beginsel achter het resultaat te bevatten, zou groter begrip en grotere waardering tot gevolg kunnen hebben.

Op een persconferentie werd mij eens gevraagd hoe wij mannen zover krijgen dat zij hun beroep en thuis achterlaten en de kerk dienen.

Ik antwoordde dat wij het gewoon aan ze vragen, en dat wij weten wat hun antwoord zal zijn.

Wat een wonderbaarlijk iets is dat, die krachtige overtuiging die ons vertelt dat de kerk waar is. Het is Gods heilige werk. Hij heerst over zijn hele koninkrijk en het leven van zijn zoons en dochters. Dat is de reden voor de groei van de kerk. De kracht van deze goede zaak, van dit koninkrijk, is niet te vinden in zijn materiële middelen, hoe indrukwekkend die ook mogen zijn. Die kracht is te vinden in het hart van de mensen. Daarom heeft het zo'n succes. Daarom is het sterk en groeit het. Daarom kan het deze geweldige resultaten boeken. Dat komt allemaal door de gave van geloof, waarmee de Almachtige zijn kinderen begiftigt die niet twijfelen en niet vrezen, maar die voorwaarts gaan.

Ik woonde laatst op een avond een bijeenkomst bij in Aruba. Ik durf te stellen dat de meesten die nu luisteren niet weten waar Aruba ligt, of dat er überhaupt een plek bestaat die zo heet. Het is een eiland voor de kust van Venezuela. Het is een rijksdeel van het Koninkrijk der Nederlanden. Het is een onopvallende plek in deze grote wereld. Er waren ongeveer 180 mensen aanwezig. Op de voorste rij zaten acht zendelingen: zes broeders en twee zusters. De rest van de aanwezigen waren zowel mannen als vrouwen, jongens en meisjes van verschillende rassen. Er werd wat Engels gesproken, veel Spaans, en nog wat dialecten. Toen ik naar de gezichten van die aanwezigen keek, dacht ik aan het geloof dat daar vertegenwoordigd was. Zij houden van deze kerk. Zij waarderen alles wat zij doet. Zij getuigen van het feit dat God, de eeuwige Vader, en zijn herrezen en geliefde Zoon, de Heer Jezus Christus, echt bestaan. Zij getuigen van de profeet Joseph Smith en het Boek van Mormon. Zij doen al het werk waartoe zij geroepen worden. Zij zijn mannen en vrouwen van geloof die het ware, levende evangelie van de Meester omarmd hebben, en in hun midden bevinden zich die acht zendelingen. Ik ben ervan overtuigd dat het een eenzame positie is voor hen. Maar zij doen wat hun gevraagd is vanwege hun geloof. De twee jonge vrouwen zijn knap en gelukkig. Toen ik naar ze keek, zei ik tegen mezelf: Anderhalf jaar is erg lang voor een verblijf op deze afgelegen plek. Maar zij klagen niet. Zij vertellen wat een geweldige ervaring ze daar hebben en wat een fijne mensen ze daar tegenkomen. Door al hun werk heen schijnt het geruststellende geloof dat het werk waar zij mee bezig zijn waar is, en dat zij met hun werk in dienst van God staan.

En dat geldt voor al onze zendelingen, waar zij ook werkzaam zijn, of het nu hier in Salt Lake City is, of in Mongolië. Zij gaan erop uit en werken met geloof in hun hart. Het is een uiterst krachtig fenomeen dat stilletjes fluistert: 'Deze goede zaak is waar, en je hebt de plicht om je ervoor in te zetten, ongeacht de prijs.'

Nogmaals, andere mensen kunnen dit niet begrijpen, dat duizenden intelligente en capabele jonge mannen en vrouwen hun sociale leven opgeven, school verlaten, en onzelfzuchtig daarheen gaan waarheen zij gestuurd worden om in het evangelie te onderwijzen. Zij gaan door de macht van het geloof, en zij onderwijzen met de macht van het geloof, hier en daar een zaadje van geloof zaaiend dat zal opgroeien tot bekeerlingen met kracht en capaciteiten.

Geloof is de basis van het getuigenis. Geloof ligt ten grondslag aan trouw aan de kerk. Geloof staat voor opoffering, die bereidwillig gegeven wordt om het werk van de Heer voort te stuwen.

De Heer heeft ons geboden om 'het schild des geloofs' op ons te nemen 'waarmede gij alle vurige pijlen van de goddelozen zult kunnen uitblussen' (LV 27:17).

In de geest van geloof waarover ik gesproken heb, getuig ik dat dit het werk van de Heer is, dat dit zijn koninkrijk is dat in onze tijd op aarde hersteld is om de zoons en dochters van God in alle generaties tot zegen te zijn.

O Vader, help ons om getrouw te zijn aan U, en aan onze heerlijke Verlosser, om U in waarheid te dienen, om die dienst een uiting van onze liefde te maken, dat is mijn nederig gebed in de naam van Jezus Christus. Amen.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy