The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Talen Hoofdmenu
Algemene conferentie
april 2001
Danken en dienen

Danken en dienen

Ouderling David B. Haight
van het Quorum der Twaalf Apostelen

'Moge u een brandend gevoel in uw hart hebben. Moge u zich vandaag voelen zoals ik, dat dit werk waar is en dat het de bedoeling is dat wij mede het eeuwige plan van heil en verhoging uitvoeren.'

Ouderling David B. Haight

Mijn geliefde broeders en zus ters, ik heb gebeden dat de zegeningen van de hemel bij mij mochten zijn op deze paar momenten dat ik hier vandaag het spreekgestoelte gebruik. Ik wil mijn dankbaarheid uiten voor mensen die invloed op mij hebben gehad.

Stelt u zich eens voor: het is 1 mei 1890. Een jonge man en een jongedame in een klein plattelandsdorpje op ongeveer vierhonderd kilometer afstand van de Logan-tempel besluiten te trouwen. Snelwegen -- waren er niet. Mooie wegen -- waren er niet. Paden tussen de alsemstruiken, en karrensporen -- waren er wel.

Het zal ze waarschijnlijk zes of zeven dagen gekost hebben om de reis te volbrengen. In mei regent het in het zuiden van Idaho en in Utah. Denkt u zich eens in dat u in een wagen rijdt met al uw kleding bij u -- terwijl u, neem ik aan, ook iets voor de paarden meeneemt, en wat proviand in kleine zakken of zo bij u hebt. Nette kleding, warme kleding -- hadden ze niet. Slaapzakken -- hadden ze niet. Olielampen of kookpitten -- hadden ze niet. Ze zullen wel lucifers hebben gehad, en zullen droge alsem hebben moeten zoeken om een vuur aan te leggen waarop ze konden koken.

Denkt u zich dat eens in, laat dat eens door uw gedachten gaan, en denk dan aan de dankbaarheid die ik voel, en de zegeningen die zij mij gebracht hebben door te reizen naar een verafgelegen plek om daar in het huwelijk te treden. Ongemak? Dat was geen probleem, ze deden het gewoon. En denk eens aan wat er de afgelopen jaren met president Hinckley is gebeurd -- aan alle inspiratie en leiding die hij heeft gekregen voor de bouw van tempels over de hele wereld. En denk eens aan wat de mensen enkele jaren geleden doormaakten.

Ik heb die zegeningen ontvangen door mijn ouders en hun ouders, en anderen, die invloed op mij hebben uitgeoefend -- leerkrachten en andere goede mensen met wie ik om ben gegaan.

Toen ik ongeveer elf was, kwam er een man in ons dorpje om les te geven aan de academie van de kerk. Hij speelde een beetje viool en we hadden daar lang niemand gehad die viool kon spelen. Mijn moeder was er van onder de indruk en vond ergens een kleine viool, waarschijnlijk ergens op een rommelmarkt, en besloot dat ik viool moest leren spelen.

Hoewel ik nog nooit iemand in het openbaar viool had zien spelen, kwam hij mij thuis beginnerslessen op de viool geven. Tegen de tijd dat ik examen deed aan de middelbare school was ik al aardig gevorderd, en mij werd gevraagd om bij de diploma-uitreiking een vioolsolo te spelen.

Ik had goed geoefend op een kort nummer dat volgens mij 'Träumerei' heette. Mijn zus, die vier jaar ouder was dan ik en destijds een van de populaire meisjes was op school, begeleidde mij op de piano. Bij de diploma-uitreiking hield Connie McMurray namens de leerlingen van de eindexamenklas een toespraak. Meisjes zijn op school slimmer dan jongens. Ze hield haar toespraak op het podium, waarop ook een kleine sokkel stond met een kan water en een glas voor het schoolbestuur. Het schoolbestuur bevond zich op het podium, plus nog enkele leerlingen die hun diploma uitgereikt zouden krijgen.

Tegen het einde van die beroemde toespraak van Connie McMurray merkten we dat het onderleggertje onder de waterkan op de sokkel enigszins naar de rand aan het bewegen was, en toen vielen de kan en het glas met water om! Connie McMurray viel zowat flauw.

Tijdens het tumult dat ontstond toen het water van het podium verwijderd werd en de stoelen weer goed gezet werden, kondigde men aan dat we nu een vioolsolo van David Haight zouden horen. Ik liep naar de kleine, oude piano, en mijn zus kwam uit het publiek. Ik pakte de kleine viool uit de houten kist terwijl mijn zus aan de piano ging zitten en een A gaf. Ik zei: 'Ga je gang, speel maar.'

Zij zei: 'David, je kunt beter even stemmen.'

Ik zei: 'Nee, nee, ik heb hem bij onze piano thuis al gestemd.' We hadden thuis een oude Kimball piano. Weet u, destijds -- als je thuis een piano en boeken had, dat was alles wat je voor het gezin nodig had. Ik had de snaren zorgvuldig gestemd door aan die ebbenhouten pennen te draaien, maar ik wist niet dat niet alle piano's hetzelfde waren. Dus toen mijn zus zei: 'Je kunt beter even stemmen', zei ik: 'Nee, nee, hij is al gestemd. Ik heb hem thuis al gestemd.'

Dus begon ze, en speelde de inleiding, waarop ik mijn eerste noot speelde. We zaten ongeveer twee noten uit elkaar.

Toen ze langzamer begon te spelen, zei ik: 'Blijf spelen', want ik kon me niet indenken dat iemand de tijd zou verknoeien van een beroemd publiek als het mijne -- van die honderd mensen in die kleine schoolaula. Je zou het publiek in Carnegie Hall ook niet laten wachten op het stemmen van je viool! Dat zou een slechte indruk maken. Zoiets deed je in een achterkamertje, zodat je klaar was om te spelen als de tijd eenmaal gekomen was.

Ze ging langzamer spelen. Ik zei: 'Blijf spelen.' We maakten het stuk af, en ze zei daarna dagenlang niets tegen me.

Ik wil een eerbetoon brengen aan dat plattelandsdorpje waar ik bij mijn ouders ben opgegroeid, waar ik ben opgevoed, en waar men aardig en goed voor mij was. Ik ben dankbaar voor de kennis die ik van mijn liefhebbende ouders gekregen heb.

Ik ben dankbaar dat mijn vrouw, Ruby, in mijn leven gekomen is, en ben dankbaar voor onze kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen, en de mensen die nu deel uitmaken van mijn leven en het beïnvloeden. En ik hoop dat ik ook enige goede invloed op hun leven heb.

U herinnert zich beslist Johannes de Doper die tot Johannes de geliefde en Andreas sprak toen hij de Heiland zag. En Johannes de Doper zei: 'Zie, het lam Gods!' (Johannes 1:36.) En toen Jezus zich omkeerde naar die jonge mannen -- Johannes de Doper, Johannes de geliefde en Andreas -- zei Hij: 'Wat zoekt gij?'

En volgens het verslag zei een van hen tot Hem: 'Waar houdt Gij verblijf?' (Joh. 1:39.)

En de Heiland zei: 'Komt en gij zult het zien' (Joh. 1:40).

Zij volgden de Heiland, en volgens het korte verslag dat wij hebben, bleven zij tot het tiende uur bij Hem. Ze hebben dan wel samen de avond doorgebracht, maar het is niet bekend waar Hij verbleef, of wat voor accommodatie Hij had.

Johannes en Andreas waren enkele uren lang bij de Heiland. Denkt u zich eens in dat u bij Hem was, of bij Hem kon zitten en Hem in de ogen kon kijken, of Hem kon horen uitleggen wie Hij was en waarom Hij naar de aarde was gekomen, en dat u zijn stem kon horen terwijl Hij die jonge mannen dat uitlegde. Ze zullen Hem de hand hebben geschud. Ze zullen die bijzondere, geweldige persoonlijkheid hebben gevoeld terwijl ze naar Hem luisterden.

En na die ontmoeting, vertelt het verslag ons, ging Andreas op zoek naar zijn broer, Simon, omdat hij het aan iemand moest vertellen. En nu wij bijeen zijn in een grote conferentie als deze, en het evangelie bespreken, en de verantwoordelijkheid en de kans die wij hebben, denkt u zich eens in dat dit met een van ons gebeurd was, dat een van ons in de aanwezigheid van die goddelijke, bijzondere persoonlijkheid geweest was en naar Hem geluisterd had, en zijn hand geschud had, en Hem in de ogen gekeken had en Hem had horen zeggen wat Hij te zeggen had.

Toen Andreas zijn broer Simon gevonden had, zei hij tegen hem: 'Wij hebben gevonden de Messias' (Joh. 1:42). Hij zei waarschijnlijk: 'We zijn bij Hem geweest. We hebben zijn persoonlijkheid gevoeld. We weten dat wat Hij zegt, waar is.' Ja, Andreas moest het aan iemand vertellen.

Dat doen wij nu ook: vertellen wat wij weten en wat wij begrijpen. En ik ben dankbaar voor de wetenschap die ik heb dat God leeft, dat Hij onze Vader is, en voor de kennis die ik heb van onze hemelse Vader, van zijn Zoon, Jezus de Christus, onze Heiland, en Verlosser van de hele mensheid.

Nog maar enkele dagen geleden kreeg ik een brief van een man uit Edinburgh (Schotland). Zijn naam is George Stewart. Het zal hem verbazen dat ik dit vertel, maar hij wilde mij bedanken omdat ik (zo'n veertig jaar geleden) het zendingsgebied in Schotland presideerde toen hij vijftien was. Hij wilde me bedanken voor de zendelingen die bij hem thuis in Thornliebank, een wijk van Glasgow, kwamen. Samen met zijn moeder werd hij lid van de kerk.

Hij zegt dat hij, toen hij een getuigenis begon te krijgen van het Boek van Mormon, toen hij het begon te lezen, en erin bleef lezen, het niet kon neerleggen omdat hij wist dat het waar was. Hij bleef lezen en lezen, en ontwikkelde in zijn jonge jaren al een getuigenis van het evangelie. Hij vertelt dat hij vaak naar het zendingshuis ging, dat we aardig voor hem waren, en dat we tijd besteedden aan de jonge mensen die gezamenlijke activiteitenavonden begonnen te houden, wat wij in de gemeenten aan het opstarten waren.

Vervolgens vertelt hij van de zegeningen die hij als jonge man gekregen heeft, dat hij zijn geliefde in die kleine gemeente is tegengekomen -- zijn vrouw -- en dat zij getrouwd zijn en vier kinderen hebben gekregen: een zoon die een zending vol- bracht heeft in het zendingsgebied Washington D.C.; een zoon die een zending volbracht heeft in het zendingsgebied Leeds (Engeland); een dochter die in de tempel getrouwd is; en een dochter die momenteel wacht op de terugkeer van een zendeling. Hij spreekt zijn dankbaarheid uit voor alle zegeningen die hij gekregen heeft en die zijn zoons, die op zending zijn geweest, gekregen hebben, en die zijn dochters gekregen hebben.

In de afgelopen veertig jaar is hij vier keer in vier verschillende units bisschop geweest, en zijn vrouw is drie keer ZHV-presidente geweest. Momenteel is hij werkzaam als raadgever in het presidium van de ring Edinburgh. Hij schrijft: 'En ik ga binnenkort met pensioen. Ik heb gespaard, en we zijn van plan om samen op zending te gaan.'

En vervolgens zegt hij: 'Deze verbazingwekkende kerk heeft in ons leven een patroon van wonderen geweven.' Laat ik dat herhalen: 'Deze verbazingwekkende kerk heeft in ons leven een patroon van wonderen geweven.'

En hij zegt dat het evangelie in zijn leven is gekomen, in dat van zijn vrouw, in dat van al zijn kinderen en dat van hun kinderen. De kleinkinderen zijn actief in de kerk, en zijn vrouw en hij willen nu graag de wereld ingaan als ze met pensioen zijn.

Als je denkt aan de majesteit en de uitwerking en de geestelijke leiding van dit werk in de wereld, en dat dit werk de mensen in de wereld moet bereiken, dan is het al opwindend om alleen maar te denken aan wat er nog in het verschiet ligt.

Er waren een broeder en zuster Andrus uit Walnut Creek (Californië) die al vier zendingen vervuld hadden en vervolgens naar Zimbabwe op zending werden geroepen om werkzaam te zijn in het district Bulawayo. Het was hun vijfde zending.

Terwijl zij vertelden over de geweldige dingen die ze daar hebben kunnen doen om mensen te heractiveren, vertelde zuster Andrus dat ze in de kapel een draagbaar elektronisch orgeltje hadden en dat zij begonnen was enkele jongens en meisjes in Bulawayo te laten zien hoe ze orgel moesten spelen. In een ander lokaal was er een klein piano-keyboard, en ze gaf les in de ruimte met het orgel, en een andere les in het lokaal met het keyboard. Ze leerde de kinderen na school orgel spelen. Ze vertelden dat ze als onderdeel van het heractiveringsproces ook een tempelvoorbereidingscursus waren begonnen. Voordat ze vertrokken, was het ze gelukt om in Bulawayo 28 mensen op de bus te zetten voor de lange reis naar Johannesburg -- een afstand van ruim duizend kilometer, en een reis van twee dagen en een nacht. Ze zeiden: 'We hebben het gehad over onze situatie, nu wij achterin de zeventig zijn -- deze twee oude mensen die door Afrika dolen en de fijnste tijd van hun leven hebben, de best mogelijke tijd.'

Denk aan dr. Alan Barker, een gepensioneerd arts van de Salt Lake Clinic, een prima cardioloog uit Salt Lake City, die samen met zijn vrouw een zendingsoproep aanvaard heeft om naar de Filipijnen te gaan. Daar heeft hij fantastisch werk gedaan in het oplossen van ernstige gezondheidsproblemen. Het verkrijgen van de benodigde medische apparatuur en medicijnen was zeer problematisch en hij was er lang genoeg om bij te dragen tot het vinden van een oplossing voor het probleem. Dat zijn voorbeelden van de geweldige dienstbaarheid door oudere zendelingechtparen in verschillende delen van de wereld.

Ik betuig u mijn liefde en laat u mijn getuigenis dat God leeft, dat dit werk waar is. U kunt in de Bijbel het woord pensioen niet vinden. En waarschijnlijk ook niet in een bijbels woordenboek. Is het niet interessant om te bedenken wat er met ons huidige leven kan gebeuren en welke kansen voor ons in het verschiet liggen als we geloven en begrijpen dat we toegezegd en ons toegewijd hebben om de beginselen van het evangelie van Jezus Christus na te leven en om andere mensen tot zegen te zijn?

Moge u zo gezegend worden. Moge u een brandend gevoel in uw hart hebben. Moge u zich vandaag voelen zoals ik, dat dit werk waar is, en dat het de bedoeling is dat wij mede het eeuwige plan van heil en verhoging uitvoeren. In de naam van Jezus Christus. Amen.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy