Ouderling Walter F. González
van de Zeventig
'Kennis alleen is niet genoeg. We moeten de tijd nemen om de beginselen toe te passen.'
|
|
Engels is de taal van de herstelling. In deze conferentiebijeenkomst is Engels, gesproken met een accent, het symbool van de wereldwijde groei van de kerk. Ik kom uit Zuid-Amerika, waar de kerk enorm is gegroeid. Toen ik dertig jaar geleden lid werd, hadden we 108 duizend leden en zes ringen. Toen hadden we geen tempel. Nu hebben we twee miljoen 600 duizend leden en 557 ringen. Er zijn elf tempels in gebruik en twee in aanbouw. Nephi, de zoon van Lehi, heeft gezegd: 'Maar ik, Nephi, heb geschreven wat ik heb geschreven, en ik acht het van grote waarde, in het bijzonder voor mijn volk. Want des daags bid ik onophoudelijk voor hen, en des nachts is mijn peluw nat van tranen om hunnentwil.' (2 Nephi 33:3.) Die oprechte roep wordt in onze tijd verhoord met het Boek van Mormon. Nephi bad dat de woorden die hij in zwakheid had geschreven, voor ons sterk gemaakt zouden worden; 'want ze bewegen hen goed te doen; ze geven hun kennis betreffende hun vaderen; en ze spreken van Jezus, en bewegen hen in Hem te geloven, en tot het einde te volharden, hetgeen het eeuwige leven is' (2 Nephi 33:4).
Ik heb gezien hoe steeds meer leden in Zuid-Amerika leiding vinden in de leer en de evangeliebeginselen. Het blijft onze taak, in Zuid-Amerika en overal elders, te zoeken naar de beginselen in de Schriften en de leringen van de profeten, en die 'niet met inkt (. . .), maar met de Geest van de levende God, niet op tafelen van steen, maar op tafelen van vlees in de harten' (2 Korintiërs 3:3) te schrijven. Dat vergt tijd. Het vergt zowel tijd om de waarheden van het evangelie te leren als om ze toe te passen.
Voor de meeste Zuid-Amerikaanse leden begon onze kennismaking met de evangeliebeginselen met tijd vrijmaken om naar de lessen en het getuigenis van de zendelingen te luisteren. We namen de tijd om te luisteren, en nu zijn we de zendelingen die in ons land gewerkt hebben alleen maar dankbaar. Onze diepe dankbaarheid betreft niet alleen de zendelingen, maar ook hun familie. (Nu sturen honderden Zuid-Amerikanen hun eigen kinderen op zending om de blijde boodschap van het herstelde evangelie te verkondigen.) Wie van ons behoren tot de eerste generatie kerkleden, zijn ook heel dankbaar voor onze ouders, die geen lid waren, dat ze ons rechtschapen beginselen hebben bijgebracht waardoor we voorbereid waren om de boodschap van het evangelie te herkennen en te ontvangen.
De zendelingen hebben de aanzet gegeven tot het aanleren van de leer en de evangeliebeginselen; maar het evangelie in ons hart houden is een aanhoudende taak die tijd vergt. Kennis alleen is niet genoeg. We moeten de tijd nemen om de beginselen toe te passen. Nephi wist bijvoorbeeld dat de Heer onze gebeden beantwoordt. Eeuwen geleden paste hij die kennis toe en zorgde zo voor eeuwige zegeningen voor ons, in onze tijd. Als we aandachtig lezen, zien we dat Nephi in groot geloof tot God bad omdat hij wist dat God zijn 'geroep' zou horen. (Zie 2 Nephi 33:3.) Wat zijn we Nephi dankbaar dat hij de tijd nam om zijn kennis toe te passen. Wat zijn we dankbaar dat Nephi die kennis in zijn hart schreef, niet 'met inkt (. . .) maar met de Geest van de levende God.'
Net als kennis vergt discipelschap ook tijd. Soms zien we dat een beginsel waar is, maar veranderen we onze prioriteiten niet om tijd te maken en dat beginsel na te leven. Zo lopen we waardevolle kansen mis om een verandering van hart te ontwikkelen zoals de Heilige Geest ons leert. Denk eens even na over het voorbeeld van Enos die de toepassing van de kennis die hij van zijn vader ontving, uitstelde. Uiteindelijk nam hij de tijd om volgens die kennis te leven; daardoor hebben wij vele zegeningen ontvangen. Enos zegt dat hij in het bos op jacht was toen zijn hart diep geraakt werd door de leringen van zijn vader over het eeuwige leven en de vreugde van de heiligen. Daarom besloot hij tijd te maken om te bidden. (Zie Enos 1:34.) In goddelijk antwoord op zijn gebed sloot de Heer met Enos een verbond dat Hij de kronieken op een door Hem bepaald moment onder de Lamanieten tevoorschijn zou laten komen. (Zie Enos 1:16.) God beantwoordt onze gebeden. Enos schreef dit beginsel niet op de stenen tafels maar op de tafels van vlees in zijn hart, en verkreeg daardoor kennis van een hoger niveau. Dat bracht hem zegeningen, maar ook ons, in onze bedeling.
Talloze zaken belemmeren ons in onze goede bedoelingen om tijd vrij te maken voor het aanleren van een evangeliebeginsel en vooral voor het naleven ervan. De overvloed aan informatie over welk onderwerp dan ook via de media kan bijvoorbeeld overweldigend zijn. Zo'n overvloed aan informatie kan er de oorzaak van zijn dat sommigen 'zich te allen tijde laten leren, zonder ooit tot erkentenis der waarheid te kunnen komen' (2 Timoteüs 3:7).
Allemaal kunnen we onszelf evalueren, bepalen wat ons ervan weerhoudt tijd te nemen om een bepaald evangeliebeginsel na te leven, ons dan bekeren en de nodige maatregelen treffen zodat we tijd hebben om dat evangeliebeginsel toe te passen. Als we dat doen, heeft de Heer beloofd dat we net als Enos zijn waarheden beter zullen begrijpen. De Heiland heeft gezegd: 'Indien iemand diens wil doen wil, zal hij van deze leer weten, of zij van God komt, dan of Ik uit Mijzelf spreek' (Johannes 7:17).
Tijd vrijmaken om de evangeliebeginselen te leren, erover na te denken en vooral ze toe te passen, zal ons de vreugde en de vrede brengen die van de Geest komen. In Zuid-Amerika en andere delen van de wereld zal de kerk blijven bloeien, omdat steeds meer leden de evangeliebeginselen niet met inkt, maar met de Heilige Geest zullen blijven schrijven; niet op tafels van steen, maar op de tafels van vlees in hun hart. Ik getuig dat de waarheden in de Schriften onze verstandelijke waardering kunnen veranderen in een eenwording met Christus, als we de tijd nemen om die waarheden in ons leven te integreren. Ik weet dat de Heiland de levende Christus is. Daarvan getuig ik. In de naam van Jezus Christus. Amen.