The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Talen Hoofdmenu
Algemene conferentie
oktober 2001
Dankbaarheid

Dankbaarheid

Ouderling Steven E. Snow
van de Zeventig

'Onze dankbaarheid kan groter worden als we steeds denken aan onze zegeningen en in ons dagelijks gebed daarvoor danken.'

Elder Steven E. Snow

Sommigen van ons die in het zuiden van Utah zijn opgegroeid, zochten werk bij de vele tankstations langs de oude verkeersweg 91 die toen door het centrum van St. George liep. Mijn jongere broer, Paul, was toen 18 en werkte bij Tom's Service, een tankstation, ongeveer drie straten van ons huis verwijderd.

Op een goede dag in de zomer kwam een auto met een kentekenplaat van New York daar tanken. (Voor broeders onder de dertig: in die tijd kwam er echt iemand naar buiten die je tank vulde met benzine, je ramen waste en je oliepeil nakeek.) Terwijl Paul de voorruit schoonmaakte, vroeg de bestuurder hoe ver het was naar de Grand Canyon. Paul antwoordde dat het 274 kilometer was.

'Ik heb mijn hele leven de Grand Canyon al willen zien', riep de man uit. 'Hoe is het daar?'

'Ik weet het niet', antwoordde Paul. 'Ik ben er nog nooit geweest.'

'Wil je mij vertellen', antwoordde de man, 'dat jij woont op twee en een half uur rijden van een van de zeven wereldwonderen en dat je er nog nooit bent geweest!'

'Dat klopt', zei Paul.

Even later antwoordde de man: 'Nou, ik kan dat wel begrijpen. Mijn vrouw en ik wonen al meer dan twintig jaar in Manhattan en we zijn nog nooit naar het vrijheidsbeeld geweest.'

'Ik wel', zei Paul.

Is het geen ironie dat we vaak vele kilometers willen rijden om de wonderen van de natuur of om de creaties van mensen te bekijken, maar de schoonheid in onze eigen achtertuin niet opmerken?

Ik veronderstel dat het in de menselijke aard ligt om ons geluk ergens anders te zoeken. Het najagen van een carrière, rijkdom en materie kan ons perspectief verduisteren en leidt vaak tot een gemis aan waardering voor onze huidige overvloedige zegeningen.

Het is riskant om ons te blijven afvragen waarom ons niet meer is gegeven. We worden echter gezegend en nederiger als we blijven stilstaan bij de vraag waarom we zoveel hebben gekregen.

Een oud gezegde luidt: 'We zijn rijk als we met weinig tevreden zijn.'

In zijn brief aan de Filippenzen schreef Paulus: 'Niet dat ik dit zeg, als zou ik gebrek lijden; want ik heb geleerd met de omstandigheden waarin ik verkeer, genoegen te nemen' (Filippenzen 4:11).

Alma gaf zijn zoon Helaman de raad die alle vaders hun kinderen behoren te geven: 'Raadpleeg de Heer in alles wat gij doet, en Hij zal u ten goede leiden; ja, wanneer gij u des nachts nederlegt, leg u dan neder in des Heren hoede, opdat Hij in uw slaap over u moge waken; en wanneer gij des morgens opstaat, laat uw hart dan vol dankbaarheid tot God zijn; en indien gij deze dingen doet, zult gij ten laatsten dage worden verheven' (Alma 37:37).

Alma zegt: 'Laat uw hart vol dankbaarheid tot God zijn'. De Heer wil dat we danken. In Tessalonicenzen lezen we: 'Dankt in alles, want dat is de wil Gods in Christus Jezus ten opzichte van u' (1 Tessalonicenzen 5:18).

Als priesterschapsdrager behoren we voortdurend te streven naar meer dankbaarheid. Onze dankbaarheid kan groter worden als we steeds denken aan onze zegeningen en in ons dagelijks gebed daarvoor danken.

President David O. McKay heeft gezegd: 'De jongeman die de deur achter zich sluit, de gordijnen dichttrekt en daar in stilte God om hulp smeekt, behoort eerst zijn hart uit te storten in dankbaarheid voor zijn gezondheid, vrienden, dierbaren, voor het evangelie, voor het teken van Gods bestaan. Eerst behoort hij zijn zegeningen te tellen en ze één voor één te noemen.' (Conference Report, april 1961, blz. 7–8.)

We doen er goed aan in al onze gebeden onze dankbaarheid te uiten. Vaak bidden we om bepaalde zegeningen die we, met ons beperkte inzicht, menen nodig te hebben. Omdat de Heer gebeden beantwoordt volgens zijn wil, zal Hij zeker verheugd zijn als we nederige dankgebeden opzenden.

Broeders, laten we de volgende keer als we bidden, de Heer niet het ene verzoek na het andere doen, maar zo attent zijn om Hem te bedanken voor alles waarmee Hij ons heeft gezegend.

President Joseph F. Smith heeft gezegd: 'De geest van dankbaarheid is altijd aangenaam en bevredigend, want daarmee gepaard gaat de bereidheid om anderen te helpen; liefde, vriendschap en goddelijke invloed zijn het gevolg. Men zegt dat dankbaarheid het geheugen van het hart is.' (Joseph F. Smith,Gospel Doctrine, 5deeditie [1939], blz. 262.)

In oktober 1879 werd een groep van 237 heiligen der laatste dagen uit diverse, kleine nederzettingen in het zuidwesten van Utah geroepen om een nieuwe nederzetting te vestigen in wat we nu kennen als San Juan County in het zuidoosten van Utah. De tocht moest eigenlijk zes weken duren, maar duurde bijna een half jaar. Hun strijd en hun heldendaden zijn goed vastgelegd, met name hun schijnbaar onmogelijke opdracht om de rivier de Colorado over te steken bij een plaats die Hole-in-the-Rock heet. Wie daar geweest zijn, verbazen zich erover dat aangespannen wagens door die nauwe spleet in de rode rotsen konden afdalen en de Colorado in de diepte bereiken. Toen ze echter de Colorado waren overgestoken, wachtten hun nog zware beproevingen op weg naar San Juan County. Moe en uitgeput stonden ze begin april 1880 voor hun laatste obstakel, Comb Ridge. Dat is een steile bergkam van bijna 305 meter hoog.

120 jaar later hebben we op een zonnige lentedag met ons gezin Comb Ridge beklommen. De bergkam is steil en gevaarlijk. We konden ons moeilijk voorstellen dat wagens, trekdieren, mannen, vrouwen en kinderen die konden beklimmen. Maar onder onze voeten bevonden zich de sporen van de wielen, het bewijs van hun inspanningen, zo lang geleden. Hoe voelden ze zich na zo veel te hebben doorstaan? Waren ze verbitterd na die vele maanden van ploeteren en ontberingen? Bekritiseerden ze hun leiders dat die hun zo'n zware taak hadden gegeven, dat ze zoveel moesten opgeven? Onze vragen werden beantwoord toen we de top van Comb Ridge bereikten. Daar stonden de woorden, zo lang geleden in de rode zandsteen gekrast: 'Wij danken U, o God'.

Broeders, ik bid dat ons hart vervuld mag blijven van dankbaarheid en waardering voor wat we hebben, en dat we niet blijven stilstaan bij wat we niet hebben. Ik bid dat wij, priesterschapsdragers, dankbaar zullen zijn in alles wat we doen. In de naam van Jezus Christus. Amen.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy