President James E. Faust
van het Quorum der Twaalf Apostelen
'Mogen we allemaal trouw zijn in de alledaagse, gewone dingen, waarmee we tonen dat we de gedragsnormen naleven, want daardoor komen we in aanmerking voor grote zaken.'
|
|
Geliefde broeders, van de priesterschap Gods overal ter wereld, ik vind het fijn tot u gerekend te worden. Vanavond wil ik de priesterschap van de kerk opwekken tot meer toewijding bij de zaken die geloof, karakter en spiritualiteit ontwikkelen. Het zijn de normale verplichtingen van de priesterschap waaraan we dagelijks, wekelijks, maandelijks jaar in, jaar uit behoren te voldoen. Het werk van de kerk is afhankelijk van fundamentele zaken als tiende betalen; de zorg voor gezin en priesterschapstaken; de zorg voor de armen en behoeftigen; dagelijks bidden, de Schriften bestuderen; gezinsavond; huisonderwijs, deelname aan quorumactiviteiten; en de tempel bezoeken. Als de president van de kerk ons roept, zouden we klaar moeten en kunnen staan, en bereid zijn om 'een grote zaak' te doen, zoals meebouwen aan de Nauvoo-tempel, maar velen zijn niet zo enthousiast over sommige fundamentele zaken.
We kennen allemaal het verhaal uit het Oude Testament over Naäman, de legeroverste van de Arameeërs, die melaats was. Een Israëlitisch dienstmeisje vertelde de vrouw van Naäman dat er in Israël een profeet was die hem kon genezen. Naäman kwam met zijn paarden en wagens naar het huis van Elisa, die een boodschapper stuurde met instructies voor Naäman: 'Ga heen en baad u zevenmaal in de Jordaan, dan zal uw lichaam weer gezond worden en gij zult rein zijn.'1
Jongens, jullie weten wel hoe laat het is als je je handen aan je moeder laat zien: zij zegt dat je ze moet wassen! Maar Naäman was geen jongen. Hij was de overste van het Arameese leger en hij voelde zich beledigd dat Elisa hem gelastte zich in de Jordaan te gaan wassen. Dus 'werd Naäman toornig en ging heen.'2Een van Naämans dienaren die wijsheid bezat, was het niet met hem eens en zei: 'Zo die profeet tot u een grote zaak gesproken had, zoudt gij ze niet gedaan hebben? Hoeveel te meer, nu hij tot u gezegd heeft: Was u en gij zult rein zijn?'3Toen bekeerde Naäman zich en volgde de raad van de profeet op. De melaatsheid verdween 'en zijn lichaam werd weer gezond als het lichaam van een kleine jongen, en hij was rein.'4'Een grote zaak' was in dit geval buitengewoon eenvoudig en gemakkelijk.
In de hedendaagse geschiedenis van de kerk kennen we tegengestelde voorbeelden van mannen die de Heer rijk gezegend had. Een van hen, Hyrum Smith, bleef volkomen trouw en toegewijd, zelfs tot in de dood, terwijl de ander, Oliver Cowdery, ondanks het feit dat hij getuige was geweest van een aantal grote zaken in de geschiedenis van de herstelling, werd verblind door zijn persoonlijke ambities en zijn hoge positie in de leiding van de kerk verloor.
Oliver Cowdery heeft met de profeet Joseph Smith veel diepgaande gebeurtenissen van de herstelling meegemaakt, zoals hun doop onder gezag van Johannes de Doper, de verlening van het Aäronisch priesterschap, de wonderbare verschijningen in de Kirtland-tempel, en hij heeft eigenhandig '(op een paar bladzijden na) het hele Boek van Mormon opgeschreven zoals de profeet [Joseph Smith] hem dicteerde.'5Niemand, behalve de profeet, is meer gezegend met de bediening van engelen dan Oliver Cowdery.
Maar toen de profeet Joseph moeilijkheden ondervond, had Oliver kritiek op hem en raakte van hem vervreemd. Ondanks de pogingen van de profeet om vriendschap met hem te sluiten, stond hij vijandig tegenover de profeet en de kerk, en hij werd op 12 april 1838 geëxcommuniceerd.
Een paar jaar na de dood van de profeet bekeerde Oliver zich en liet merken dat hij in de kerk terug wilde komen. Daarop schreef Brigham Young hem op 22 november 1847 een uitnodiging om 'tot het huis van onze Vader terug te keren, waarvan u bent afgedwaald, (. . .) en om uw getuigenis van de waarheid van het Boek van Mormon te hernieuwen.'6Oliver verscheen voor het hogepriestersquorum en zei: "Broeders, een aantal jaren ben ik van u gescheiden geweest. Ik verlang er nu naar om terug te keren. Ik wil nederig en een van u zijn. Ik streef niet naar status. Ik wil slechts bij u horen. Ik ben uit de kerk, ik ben geen lid van de kerk, ik wil weer lid worden. Ik wil door de deur binnenkomen. Ik ken de deur. Ik ben hier niet gekomen om met voorrang behandeld te worden. Ik kom nederig en onderwerp me aan het besluit van het quorum want ik weet dat hun besluiten goed zijn en gehoorzaamd moeten worden.'7
Hij gaf ook zijn getuigenis: 'Vrienden en broeders, mijn naam is Cowdery, Oliver Cowdery. In het begin van de geschiedenis van deze kerk was ik één met u. (. . .) In mijn handen heb ik de gouden platen gehad waarvan het Boek van Mormon vertaald is. Ik heb ook de uitleggers vastgehouden. Dat boek is waar. Sidney Rigdon heeft het niet geschreven. De heer Spaulding heeft het niet geschreven. Ik heb het zelf opgeschreven zoals de profeet het dicteerde.'8Hoewel Oliver terugkwam, verloor hij zijn hoge plaats in de kerk.
In tegenstelling daarmee, heeft president Heber J. Grant over Hyrum Smith gezegd:
'Er bestaat geen beter voorbeeld van de liefde van een oudere broer dan die van Hyrum Smith voor de profeet Joseph Smith. (. . .) Ze waren zo één, zo toegenegen en liefdevol als stervelingen maar konden zijn. (. . .) Er was nooit een sprankje afgunst in het hart van Hyrum Smith. Geen enkele man kon in leven of dood loyaler, oprechter, trouwer zijn dan Hyrum Smith aan de profeet van de levende God.'9
Hij kwam tegemoet aan elke behoefte en elk verzoek van zijn jongere broer, Joseph, die de kerk leidde en de openbaringen ontving die wij nu hebben. Hyrum was standvastig, dag in, dag uit, maand in, maand uit, jaar in, jaar uit.
Na de dood van hun broer Alvin, voltooide Hyrum het houten huis voor hun ouders. Toen Joseph de gouden platen had ontvangen, zorgde Hyrum voor de houten kist waarin ze werden opgeborgen en veilig waren. Toen de platen vertaald waren, vertrouwde Joseph het manuscript voor de drukker aan Hyrum toe. Hyrum bracht de bladzijden, vaak in gezelschap van Oliver Cowdery, dagelijks naar de letterzetter en weer terug.10
Hyrum werkte als boer en arbeider om zijn gezin te onderhouden, maar toen de kerk in 1830 georganiseerd was, aanvaardde hij de roeping om de gemeente Colesville te presideren. Hij trok met zijn vrouw en gezin in bij het gezin van Newell Knight en besteedde veel tijd 'aan de verkondiging van het evangelie, waar hij maar iemand trof die wilde luisteren.'11Hij was zo'n goede zendeling dat hij niet alleen in de buurt van zijn huis predikte, maar ook aan de oostkust en in het zuiden van de Verenigde Staten. In 1831 ging hij met John Murdock naar Missouri en weer terug en verkondigde onderweg het evangelie.12
Toen de bouw van de Kirtland-tempel in 1833 in zicht kwam, nam Hyrum onmiddellijk zijn zeis ter hand om onkruid van het perceel van de tempel te verwijderen en hij begon het fundament te graven. Toen in 1834 Zionskamp werd georganiseerd, assisteerde Hyrum Lyman Wight bij de werving van deelnemers aan het kamp en leidde hij een groep heiligen van Michigan naar Missouri.
Toen hij zo zijn trouw in kleine dingen bewezen had, werd Hyrum in december 1834 assistent-president van de kerk. Hij werkte onder leiding van zijn jongere broer, de profeet Joseph. Hij was altijd een bron van kracht en troost voor zijn broer, hetzij in de kerk, hetzij in de gevangenis van Liberty. Toen de vervolgingen losbraken en Joseph in 1844 vluchtte voor de bende in Nauvoo, ging Hyrum met hem mee. Toen ze op de oever van de rivier stonden na te denken of ze terug zouden gaan, wendde Joseph zich tot Hyrum met de vraag: 'Jij bent de oudste, wat zullen we doen?'
'Laten we teruggaan, onszelf aangeven en zien wat er gebeurt', antwoordde Hyrum.13
Ze keerden terug naar Nauvoo en werden naar Carthage overgebracht, waar ze enkele minuten na elkaar als martelaar stierven. Hyrum was zijn taak trouw gebleven tot in de dood. In alle opzichten was hij een discipel van de Heiland. Maar door zijn trouw door dik en dun werd hij werkelijk groot. In tegenstelling daarmee was Oliver Cowdery groots toen hij de platen in zijn handen hield en door engelen bediend werd, maar toen van hem gevraagd werd trouw te blijven door de aanhoudende beproevingen en moeilijkheden heen, wankelde Oliver en werd hij afvallig.
We bewijzen onze liefde voor de Heiland niet alleen maar door 'een grote zaak' te doen. Zou jij gaan als de profeet je vroeg op zending te gaan in de een of andere uitheemse plaats? Je zou misschien je uiterste best doen om te gaan. Maar hoe zit het met het betalen van tiende. Hoe zit het met huisonderwijs? We tonen onze liefde voor de Heiland door kleine daden van geloof, toewijding en vriendelijkheid jegens anderen die ons karakter verfijnen. Dat hebben we heel goed gezien in het leven van dr. George R. Hill III, voormalig algemeen autoriteit, die een paar maanden geleden is gestorven.
Ouderling Hill was een gezaghebbende op het gebied van steenkool en een bekend wetenschapper. Hij ontving veel onderscheidingen en eerbewijzen voor zijn wetenschappelijke prestaties. Hij was faculteitsvoorzitter aan het College of Mines and Mineral Resources and Envirotech, en hoogleraar techniek aan de University of Utah. Maar als persoon was ouderling Hill nederig, bescheiden en volkomen toegewijd. Hij is bisschop geweest van drie verschillende wijken en regionaal vertegenwoordiger voordat hij geroepen werd als algemeen autoriteit. Na zijn ontheffing als algemeen autoriteit, werd hij raadgever in een bisschap van een wijk. Terwijl zijn gezondheid achteruit ging, was hij nog directeur van de conservenfabriek van de ring en lid van een wijkkoor. Hij vervulde die laatste roepingen met dezelfde toewijding als alle andere. Hij deed waarvoor hij geroepen was het hoefde niet 'een grote zaak' te zijn.
Een vriend heeft eens gezegd: 'Als we onze talenten, onze aardse of academische eer, of onze steeds beperktere tijd op het altaar aan God offeren, verbindt ons hart zich met Hem door dat offer en voelen we hoe onze liefde voor Hem toeneemt.'
'Welk werk we in het koninkrijk ook doen lesgeven, gedroogde groenten inblikken op Welfare Square het heeft veel minder waarde voor ons als we het alleen zien als iets wat moet. (. . .) Maar als we ons voorstellen dat we onze talenten of onze tijd op het altaar voor God leggen, zoals een bijeenkomst in de kerk die eigenlijk niet gelegen komt, dan wordt ons offer persoonlijk en een eerbetoon aan Hem.'14
Een verhaal van onze dierbare ambtgenoot, ouderling Henry B. Eyring, illustreert dat beginsel van toewijding nog beter. Dat verhaal gaat over zijn vader, de grote geleerde Henry Eyring, die werkzaam was in de hoge raad van de ring Bonneville. Hij was verantwoordelijk voor de welzijnsboerderij, wat ook inhield dat er op een veld uien onkruid gewied moest worden. In die tijd was hij bijna tachtig en leed hij aan botkanker. Hij nam het wieden op zich, hoewel hij zoveel pijn had dat hij zich op zijn buik en ellebogen voortbewoog. Door de pijn kon hij niet knielen. Toch glimlachte en lachte hij, praatte hij vrolijk met de anderen die op die dag onkruid wiedden. Ik citeer nu wat ouderling Eyring over die gebeurtenis heeft gezegd:
'Toen al het werk gedaan was en al het onkruid gewied was, zei iemand tegen hem: "Mijn hemel, Henry! Dat onkruid heb je er toch zeker niet uitgetrokken? Dat is twee dagen geleden bespoten, en het zou toch zijn doodgegaan."
'Pa lachte alleen maar hard. Hij vond het een beste grap. Hij vond het een grote grap. Hij had de hele dag het verkeerde onkruid uitgetrokken. Het was bespoten en zou toch doodgaan.
'Ik vroeg hem: "Pa, hoe kon u dat nou leuk vinden?"
(. . .) Hij zei iets wat ik nooit zal vergeten. (. . .) Hij zei: "Hal, ik was daar niet voor het onkruid."'15
Kleine zaken kunnen groot worden. De televisie, een grote zegen voor de mensheid, is uitgevonden door een tiener in Idaho die met een schijfeg rechte voren ploegde op het land van zijn vader. Hij stelde zich voor dat hij rechte lijnen van het ene elektronische apparaat naar het andere kon overbrengen.16Vaak zien we de mogelijkheden niet als we schijnbaar kleine dingen doen. Die veertienjarige jongen deed gewoon, alledaags werk toen hij dat buitengewone idee kreeg. Zoals Nephi eens gezegd heeft: 'En zo zien wij, dat de Here met kleine middelen grote dingen teweeg kan brengen.'17
Jongemannen, jullie vormen een uitverkoren generatie met een veelbelovende toekomst. De toekomst kan eisen dat je wedijvert met andere jongemannen op een wereldwijde markt. Je hebt een speciale opleiding nodig. Je kunt voor een opleiding worden gekozen, niet vanwege de een of andere buitengewone prestatie of een grote zaak, maar omdat je kroonverkenner bent, de onderscheiding 'Plicht jegens God' hebt gekregen, omdat je je seminarie hebt afgemaakt of op zending bent geweest.
In de gelijkenis van de talenten kreeg degene die zijn talenten vermeerderd had, te horen: 'Wél gedaan, gij goede en getrouwe slaaf; over weinig zijt gij getrouw geweest, over veel zal ik u stellen; ga in tot het feest van uw heer.'18Mogen we allemaal trouw zijn in de alledaagse, gewone dingen, waarmee we tonen dat we de gedragsnormen naleven, want daardoor komen we in aanmerking voor grote zaken. In de naam van Jezus Christus. Amen.
NOTEN
1. 2 Koningen 5:10.
2. 2 Koningen 5:12.
3. 2 Koningen 5:13.
4. 2 Koningen 5:14.
5. Reuben Miller, dagboek, 18481849, kerkelijke archieven, 21 oktober 1848.
6. Brief van Brigham Young aan Oliver Cowdery, 22 november 1847, aangehaald door Susan Eaton Black inWho's Who in the Doctrine and Covenants, blz. 76.
7. Miller, dagboek, 18481849, kerkelijke archieven, november 1848.
8. Miller, dagboek, 18481849, kerkelijke archieven, 21 oktober 1848.
9. Heber J. Grant, 'Hyrum Smith and His Distinguished Posterity',Improvement Era, augustus 1918, blz. 854855.
10. Ronald K. Esplin, 'Hyrum Smith: The Mildness of a Lamb, the Integrity of Job',Ensign, februari 2000, blz. 32.
11. 'Newell Knight's Journal', uit 'Scraps of Biography' inClassic Experiences and Adventures(1969), blz. 65.
12. Zie LV 52:810.
13. Zie 'Hyrum Smith Patriarch' geciteerd inEnsign, februari 2000, blz. 36.
14. James S. Jardine,On Becoming a Disciple-Scholar, blz. 80.
15. Henry B. Eyring, 'Waiting upon the Lord', BYU, haardvuuravond, 30 september 1990, blz. 78.
16. Verhaal over Philo Farnsworth, 'Dr. X's Instant Images',U. S. News & World Report, 17 augustus 1998, blz. 44.
17. 1 Nephi 16:29.
18. Matteüs 25:23.