The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Talen Hoofdmenu
Algemene conferentie
oktober 2001
Het Boek van Mormon: een getuige van Jezus Christus

Het Boek van Mormon: een getuige van Jezus Christus

President Boyd K. Packer
Waarnemend president van het Quorum der Twaalf Apostelen

'Het Boek van Mormon: een getuige van Jezus Christus heeft de voedende kracht om de verhongerende geesten van de wereld te genezen.'

President Boyd K. Packer

In mijn hand heb ik een exemplaar van de eerste editie van het Boek van Mormon. Het is in 1830 gedrukt op een met de hand bediende letterdrukpers van de E. B. Grandin Company te Palmyra (New York).

In juni 1829 bracht Joseph Smith, die toen 23 jaar was, samen met Martin Harris, een plaatselijke boer, een bezoek aan de 23-jarige meneer Grandin. De heer Grandin had drie maanden daarvoor in advertenties zijn bedoeling te kennen gegeven om boeken uit te geven. Joseph Smith gaf hem bladzijden van een met de hand geschreven manuscript.

Als de inhoud van het boek het al niet veroordeelde tot blijvende onbekendheid, dan zou het verhaal over de herkomst ervan dat zeker tot gevolg hebben. Denkt u zich eens in: een engel die een tienerjongen naar het bos dirigeert, waar de jongen een ondergrondse bewaarplaats van steen vindt en een set gouden platen.

De geschriften op de platen waren vertaald met behulp van een Urim en Tummim, iets wat in het Oude Testament1enkele malen genoemd wordt, en wat door Hebreeuwse geleerden wordt beschreven als een hulpmiddel 'waarmee openbaring werd gegeven en waarheid verklaard'.2

Nog voordat het boek van de pers rolde, werden er bladzijden gestolen en afgedrukt in de plaatselijke pers, vergezeld van spottend commentaar. De weerstand ertegen zou hele benden ertoe aanzetten om de profeet Joseph Smith te vermoorden en hen die hem geloofden de wildernis in te drijven.

Sinds dat uiterst onwaarschijnlijke begin zijn er tot op de dag van vandaag 108.936.922 exemplaren gedrukt van Het boek van Mormon: een getuige van Jezus Christus. Het is in 62 talen uitgegeven, in 37 andere talen verscheen een beknopte uitgave, en momenteel wordt het in nog eens 22 talen vertaald.

Momenteel voorzien zestigduizend voltijdzendelingen in 162 landen zelf in hun levensonderhoud en wijden twee jaar van hun leven om te getuigen dat het Boek van Mormon waar is.

Al generaties lang heeft het de lezers geïnspireerd. Herbert Schreiter las zijn Duitse vertaling van het Boek van Mormon. Daarin las hij:

'En wanneer gij deze dingen zult ontvangen, zou ik u willen vermanen, dat gij God, de eeuwige Vader, in de naam van Christus zoudt vragen, of deze dingen niet waar zijn; en indien gij zult vragen met een oprecht hart en met een eerlijke bedoeling, en geloof hebt in Christus, zal Hij door de kracht des Heiligen Geestes de waarheid er van aan u bekendmaken.

'En door de kracht des Heiligen Geestes kunt gij de waarheid van alle dingen weten.'3

Herbert Schreiter beproefde de belofte en trad toe tot De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen.

Toen Herbert in 1946 als krijgsgevangene was vrijgelaten, keerde hij terug naar zijn vrouw en drie dochtertjes in Leipzig (Duitsland). Kort daarna ging hij als zendeling naar Bernburg (Duitsland). Alleen en zonder collega zat hij koud en hongerig in een kamer, zich afvragend hoe hij moest beginnen.

Hij bedacht wat hij het door oorlog geruïneerde volk te bieden had. Met de hand maakte hij een plakkaat met de tekst: 'Is er leven na de dood?' en hing het op een muur.

Rond die tijd kwam er een familie uit een dorpje in Polen naar Bernburg.

Manfred Schütze was vier jaar. Zijn vader was gesneuveld in de oorlog. Zijn moeder, zijn grootouders en zijn tante, ook weduwe, en haar twee dochtertjes waren gedwongen om hun dorpje te evacueren, waarvoor ze slechts een half uur de tijd kregen. Ze pakten wat ze konden en trokken naar het westen. Manfred en zijn moeder trokken en duwden een karretje. Soms reed de zieke grootvader in de kar. Een Poolse officier keek naar de zielige, kleine Manfred en begon te huilen.

Bij de grens plunderden soldaten hun bezittingen en gooiden hun beddengoed in de rivier. Manfred en zijn moeder raakten de rest van de familie toen kwijt. Zijn moeder vroeg zich af of ze misschien naar Bernburg gegaan waren, waar haar grootmoeder geboren was, misschien naar familieleden. Na weken van ongelooflijk lijden, arriveerden ze in Bernburg en vonden de familie.

Ze woonden met zijn zevenen in één klein kamertje. Maar hun moeilijkheden waren nog niet voorbij. De moeder van de twee kleine meisjes overleed. De rouwende grootmoeder riep om een predikant en vroeg: 'Zie ik mijn familie weer terug?'

De predikant antwoordde: 'Beste mevrouw, zoiets als een opstanding bestaat niet. Wie dood is, is dood!'

Ze verpakten het lichaam voor de begrafenis in een papieren zak.

Op de terugweg van het graf opperde de grootvader dat ze zich van het leven konden beroven, zoals zoveel anderen al hadden gedaan. Precies op dat moment zagen ze het plakkaat dat broeder Schreiter op een gebouw had geplakt: 'Is er leven na de dood?', met een uitnodiging van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. Tijdens een bijeenkomst hoorden ze van Het Boek van Mormon: een getuige van Jezus Christus.

In het boek staat uitleg van:

  • Het doel van het sterfelijk leven en de dood.4

  • De zekerheid van het leven na de dood.5

  • Wat er gebeurt als de geest het lichaam verlaat.6

  • De beschrijving van de opstanding.7

  • Hoe je vergeving van zonden ontvangt en behoudt.8

  • Welke greep gerechtigheid of barmhartigheid op je kan hebben.9

  • Waar je om moet bidden.10

  • Het priesterschap.11

  • Verbonden en verordeningen.12

  • De functie en bediening van engelen.13

  • De stille, zachte stem van persoonlijke openbaring.14

  • En, vooral, de zending van Jezus Christus.15

  • En nog vele andere juwelen die samen de volheid van het evangelie van Jezus Christus zijn.

    Zij werden lid van de kerk. Al gauw veranderde hun leven. De grootvader vond werk als bakker en kon zijn familie van brood voorzien, net zoals broeder Schreiter, die hen 'het brood des levens'16had gegeven.

    En toen kwam er hulp van de kerk in de Verenigde Staten. Manfred groeide op met graan uit kleine zakken met een plaatje van een bijenkorf, en met perziken uit Californië. Hij droeg kleding uit de hulpgoederen van de welzijnszorg van de kerk.

    Kort nadat ik was afgezwaaid uit de luchtmacht ging ik naar de fabriek van de welzijnszorg in Kaysville (Utah), waar ik hielp met het vullen van zakken graan voor de mensen in Europa die hongersnood leden. Ik denk graag dat een van de zakken graan die ik zelf vulde naar Manfred Schütze en zijn moeder is gegaan. Zo niet, dan is hij naar anderen gegaan die hem net zo hard nodig hadden.

    Ouderling Dieter Uchtdorf, die vandaag op het podium bij ons zit als een van de zeventigen, herinnert zich tot op de dag van vandaag hoe het graan rook en hoe het aanvoelde in zijn kleine jongenshanden. Misschien heeft zijn familie wel een van de zakken gekregen die ik gevuld heb.

    Toen ik ongeveer tien jaar oud was, deed ik mijn eerste poging om het Boek van Mormon te lezen. Het eerste deel was makkelijk lopende nieuwtestamentische taal. Maar toen kwam ik bij de geschriften van de oudtestamentische profeet Jesaja. Ik begreep het niet en vond het moeilijk te lezen. Ik legde het boek terzijde.

    Ik deed verdere pogingen om het Boek van Mormon te lezen. Maar ik las het pas helemaal uit op een troepentransportschip met andere bommenwerperbemanningen dat op weg was naar de oorlog in de Grote Oceaan. Ik besloot dat ik het Boek van Mormon zou lezen en er zelf achter komen of het waar was of niet. Ik las en herlas zorgvuldig het hele boek. Ik beproefde de belofte die erin staat. Dat was een gebeurtenis die mijn leven veranderde. Daarna heb ik het boek nooit meer terzijde gelegd.

    Veel jonge mensen hebben het beter gedaan dan ik.

    Een vijftienjarige zoon van een zendingspresident ging naar een school voor voortgezet onderwijs waar weinig leden van de kerk naartoe gingen.

    Op een dag kreeg de klas een proefwerk met goed-of-fout-vragen. Matthew was er vast van overtuigd dat hij de antwoorden wist op alle vragen, behalve vraag 15. Die luidde: 'Joseph Smith, de zogenaamde mormoonse profeet, heeft het Boek van Mormon geschreven. Goed of fout?'

    Hij kon de vraag eigenlijk niet goed beantwoorden, dus herschreef hij, als slimme tiener, de vraag. Hij streepte het woordzogenaamdedoor en verving het woordgeschrevendoorvertaald. Toen stond er: 'Joseph Smith, de mormoonse profeet, heeft het Boek van Mormon vertaald.' Hij gaf aan dat het goed was, en leverde het in.

    De volgende dag vroeg de leraar streng waarom hij de vraag had veranderd. Hij glimlachte en zei: 'Omdat Joseph Smith het Boek van Mormon niet heeftgeschreven, maarvertaald, en omdat hij nietzogenaamd, maarechteen profeet was.'

    Toen mocht hij de klas vertellen hoe hij dat wist.17

    In Engeland maakten mijn vrouw en ik kennis met Dorothy James, de weduwe van een predikant die bij de kathedraal van Winchester woonde. Ze haalde een familiebijbel tevoorschijn die jarenlang zoek was geweest.

    Jaren eerder waren de bezittingen van een familielid verkocht. De nieuwe eigenaar vond de bijbel in een bureautje dat meer dan twintig jaar op slot had gezeten. Er zaten ook wat brieven in van een kind dat Beaumont James heette. Hij slaagde erin de familie James op te sporen en gaf ze de verloren familiebijbel terug.

    Op het titelblad las mijn vrouw de volgende notitie: 'Deze bijbel is in onze familie sinds de tijd van Thomas James in 1683, die een rechtstreekse afstammeling was van Thomas James, de eerste bibliothecaris van de Bodleian Library te Oxford, die in augustus 1629 begraven is in de New College Chapel. [Was getekend] C.T.C. James, 1880.'

    De kantlijnen en lege bladzijden waren helemaal vol aantekeningen in het Engels, Latijn, Grieks en Hebreeuws. Eén aantekening raakte haar vooral. Onderaan het titelblad las ze: 'De beste indruk van de Bijbel ontstaat als hij op het hart van de lezer gedrukt wordt.'

    En vervolgens dit citaat uit de Schriften: 'Onze brief zijt gij, geschreven in onze harten, kenbaar en leesbaar voor alle mensen, daar gij toont een brief van Christus te zijn, door onze dienst opgesteld, niet met inkt geschreven, maar met de Geest van de levende God, niet op tafelen van steen, maar op tafelen van vlees in de harten. 2 Korintiërs 3:2–3.'18

    In mijn eigen exemplaar van het Boek van Mormon staan ook veel aantekeningen in de kantlijn en veel strepen onder teksten. Ik was eens met president Hinckley in Florida. Aan het spreekgestoelte draaide hij zich om en vroeg om een exemplaar van de Schriften. Ik gaf hem mijn exemplaar. Hij bladerde er een paar seconden doorheen, keerde zich om, gaf het terug en zei: 'Dat kan ik niet lezen. Je hebt alles doorgestreept!'

    Amos heeft geprofeteerd over 'een honger in het land (. . .), geen honger naar brood, en geen dorst naar water, maar om de woorden des Heren te horen.'19

    In een wereld die veel gevaarlijker is dan de wereld van de kleine Manfred Schütze en Dieter Uchtdorf, heeft Het Boek van Mormon: een getuige van Jezus Christus de voedende kracht om de verhongerende geesten van de wereld te genezen.

    Manfred Schütze is nu lid van het Derde Quorum der Zeventig en houdt toezicht op onze seminaries in Oost-Europa. Zijn moeder, die nu 88 is, gaat nog steeds naar de tempel in Freiberg, waar Herbert Schreiter eens raadgever van de president was.

    Ik ging met ouderling Walter F. González, een nieuw lid van de Zeventig, uit Uruguay, naar een conferentie in Moroni (Utah), een plaatsje met een naam uit het Boek van Mormon. Er is geen enkele dokter of tandarts in Moroni. Voor boodschappen moeten ze de stad uit. Hun leerlingen worden met bussen naar een scholengemeenschap aan de andere kant van de vallei gebracht.

    We hadden een bijeenkomst met 236 aanwezigen. Om ouderling González niet de indruk te geven dat er alleen maar simpele boeren aanwezig waren, sprak ik dit korte getuigenis uit: 'Ik weet dat het evangelie waar is en dat Jezus de Christus is.' Ik vroeg of iemand dat in het Spaans kon herhalen. Er gingen enkele handen de lucht in. Kon iemand anders het in een andere taal herhalen? De zin werd herhaald in het:

    Japans

    Spaans

    Duits

    Portugees

    Russisch

    Chinees

    Tongaans

    Italiaans

    Tagalog

    Nederlands

    Fins

    Maori

    Pools

    Koreaans

    Frans

    ————

    15 talen

    Nogmaals: ik weet dat het evangelie waar is en dat Jezus de Christus is.

    Ik houd van dit Boek van Mormon: een getuige van Jezus Christus. Bestudeer het, dan kunt u zowel het Oude Testament als het Nieuwe Testament in de Bijbel begrijpen. Ik weet dat het waar is.

    In deze uitgave van het Boek van Mormon uit 1830, die door de 23-jarige Egbert B. Grandin gedrukt is voor de 23-jarige Joseph Smith jr., lees ik op bladzijde 105: 'Wij spreken van Christus, wij verheugen ons in Christus, wij prediken Christus, wij profeteren van Christus, en wij schrijven volgens onze profetieën, opdat onze kinderen mogen weten uit welke Bron zij vergeving hunner zonden mogen verwachten.'20

    En dat is, daarvan verzeker ik u, precies wat we doen. In de naam van Jezus Christus. Amen.

    NOTEN

    1. Zie Exodus 28:30; Leviticus 8:8; Numeri 27:21; Deuteronomium 33:8; 1 Samuël 28:6; Ezra 2:63; Nehemia 7:65.
    2. John M'Clintock en James Strong,Cyclopedia of Biblical, Theological, and Ecclesiastical Literature(1867–1881), zie 'Urim and Thummim'.
    3. Moroni 10: 4–5.
    4. Zie 2 Ne. 2:21; 33:9; Alma 12:24; 34:32; 42:4.
    5. Zie 2 Ne. 9:3–7; Mosiah 16:8; 3 Nephi 11.
    6. Zie Alma 34:34; 40:11–14, 21.
    7. Zie 2 Ne. 9:12; Alma 40:23; 41:2; 3 Ne. 11:1–16.
    8. Zie Mosiah 4:1–3, 12, 26; Alma 4:14.
    9. Zie Alma 34:15–16; 41:14; 42:15–16, 22–25.
    10. Zie 2 Ne. 4:35; 32:8–9; Enos 1:9; Alma 13:28; 34:17–27, 37:36–37; 3 Ne. 18:19-21; Moroni 7:26.
    11. Zie 2 Ne. 6:2; Mosiah 18:18; Alma 6:1; 13; 3 Ne. 11:21; 18:37; Moro. 2:2; 3:4.
    12. Zie 2 Ne. 11:5; Mosiah 5:5; 18:13; Alma 13:8, 16.
    13. Zie 2 Ne. 32:2–3; Omni 1:25; Moro. 7:25, 37.
    14. Zie 1 Ne. 16:9; 17:44–45; Enos 1:10; Alma 32:23; Helaman 5:30; 3 Ne. 11:3.
    15. Zie 1 Ne. 11:13–33; 2 Ne. 2:6–10; Mosiah 3:5–12; Alma 7:7–13; 3 Ne. 27:13–16.
    16. Johannes 6:35.
    17. Zie George D. Durrant, 'Helping Your Children Be Missionaries',Ensign, oktober 1977, blz. 67.
    18. Donna S. Packer,On Footings from the Past: The Packers in England(1988), blz. 329.
    19. Amos 8:11.
    20. The Book of Mormon (1830), blz. 105; zie ook 2 Ne. 25:26.

  •  
    © 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy