Ouderling Neal A. Maxwell
van het Quorum der Twaalf Apostelen
'Het bewaren van het zevende gebod is een onmisbaarschild! Wanneer men dit schild laat zakken of verliest, gaan de zo onontbeerlijke hemelse zegeningen verloren.'
Met u, broeders en zusters, heb ik andermaal waardering voor de profetische bediening van president Hinckley. Ik getuig dat hem heel lang geleden een voorsterfelijke ordening ten deel is gevallen, en we zijn daar blij om.
Ik voel dezelfde tegenzin die Jakob kenbaar maakte toen hij schreef over de problemen van onkuisheid en ontrouw, de overtreding van wat sommigen het zevende gebod noemen. Bezorgd omdat zijn toehoorders gevoelens hadden 'die uitermate teder en kuis en fijngevoelig' waren, wilde Jakob niet 'de wonden (. . .) vergroten van hen, die reeds gewond [waren]', maar hen in plaats daarvan troost brengen en hun wonden genezen. (Zie Jakob 2:7, 9.) Niettemin zijn Jakobs woorden over de wrange gevolgen van onzedelijkheid zowel onthullend als poëtisch: 'vele harten [zijn] gedood, doorstoken met diepe wonden' (Jakob 2:35). Tegenwoordig bevinden wij ons onder zoveel dolende gewonden, en de lijst met slachtoffers blijft groeien.
Vandaar dat er met recht nadruk kan worden gelegd op geruststellende evangeliebeginselen, bijvoorbeeld dat wie zich oprecht bekeren, hoewel hun 'zonden als scharlaken' zijn, 'wit [zullen worden] als sneeuw' (Jesaja 1:18). Maar de rigide vereisten en de rijke beloningen van bekering zijn niet het thema van deze toespraak. Evenmin zal ik de loftrompet steken over de vele heldhaftige jongeren en volwassenen die kuis en trouw zijn hoewel bijvoorbeeld een steeds kleiner deel van de Amerikaanse samenleving nog gelooft dat seks vóór het huwelijk verkeerd is. Bijval derhalve voor wiegeloof tot gehoorzaamheidaan de geboden hebben, en evengoed een hartverwarmende groet aan wie, na overtreding van geboden,'geloof tot bekering'(Alma 34:15; cursivering toegevoegd) hebben geoefend.
Laat er geen misverstand over bestaan, onkuisheid en ontrouw hebben ernstige gevolgen, zoals de schokkende, niet af te schudden, resultaten van seks vóór het huwelijk, zoals buitenechtelijke kinderen, maar ook ziekte en uiteengeslagen gezinnen. Zoveel huwelijken hangen aan een zijden draadje of zijn al geknapt. Deze stille maar diepe crisis coëxisteert met de ergerlijke internationale crises van onze tijd, met inbegrip van oorlog. Jezus heeft over de laatste dagen gesproken, waarin 'radeloze angst onder volken' zou zijn en hoe alles in beroering zou zijn. (Lucas 21:25; zie ook LV 88:91; 45:26.)
Daarom is het bewaren van het zevende gebod een onmisbaarschild!Wanneer men dit schild laat zakken of verliest, gaan de zo onontbeerlijke hemelse zegeningen verloren. Geen individu of volk kan lang voorspoedig zijn zonder die zegeningen.
Het is vreemd dat men zich in een tijd, waarin men zich lijkt bezig te houden met het krijgen van waar men recht op heeft, zo weinig druk maakt over het veiligstellen van hemelse zegeningen. In plaats daarvan heeft een afnemend geloof in de onsterfelijkheid ertoe geleid dat men in toenemende mate de onzedelijkheid aanhangt, waardoor velen zijn weggeleid, doordat hun gezegd is 'dat bij de dood van de mens alles [eindigt]' (Alma 30:18). Confronterend was de uitspraak van een Japans denker, nadat hij onze genotzuchtige, westerse samenleving had beschouwd:
'Als er niets na de dood is, is er ook niets verkeerd aan om zich geheel over te geven aan pleziertjes in de korte tijd dat iemand nog te leven heeft. Het verlies van geloof in de "andere wereld" heeft de moderne Westerse maatschappij opgezadeld met een fataal, moreel probleem. (Takeshi Umehara, 'The Civilization of the Forest: Ancient Japan Shows Postmodernism the Way',At Century's End,onder redactie van Nathan P. Gardels [1995], blz. 190.)
Daarom houdt een goed burgerschap onder meer in dat men het ondubbelzinnige verschil ziet tussen het begeren van iemands naaste en het liefhebben van iemands naaste! Matthew Arnold merkte terecht op dat hoewel 'de natuur zich niet bezighoudt met kuisheid, (. . .) de menselijke natuur (. . .) zich er veel gelegen aan laat liggen.' (Philistinism in England and America,deel 10 vanThe Complete Prose Works of Matthew Arnold,onder redactie van R. H. Super [1974], blz. 160.) Daaraan voeg ik toe: de goddelijke natuur laat zich er oneindig meer aan gelegen liggen!
De invloedrijke tendensen van de natuurlijke mens staan onwelwillend tegenover het zevende gebod, en zijn in zichzelf 'vleselijk, natuurlijk en duivels' en zelfvernietigend. (Mosiah 16:3; zie ook Mosiah 3:19; Mozes 5:13.) Als deze drie woorden te hard klinken, neem dan het vreselijke doel van de tegenstander in overweging: 'Hij tracht alle mensen even ellendig te maken als hij zelf is.' (2 Nephi 2:27.) Misère houdt echt van gezelschap!
Een van de beste manieren waarop we ons kunnen ontdoen van 'de natuurlijke mens' is hem uit te hongeren (Mosiah 3:19). Verzwakt is hij gemakkelijker af te stoten. Anders zal hij erop staan dat zijn kaartje wordt geknipt op elk station waar de verleidingstrein tot stilstand komt. Helaas is de natuurlijke mens meestal niet gevoelig voor correctieve woorden, omdat begeerten het woord 'verstikken'. (Zie Marcus 4:19.)
Het is betreurenswaardig dat de overtreding van het zevende gebod zoveel makkelijker wordt gemaakt door slimme sofisten die sommigen wijsmaken dat wat men ook doet 'geen misdaad' is (Alma 30:17). Sommigen spitsen dan hun oren, omdat ze in feite slechts hunkeren naar een zweem van waarheid. Daarom laten ze hun oren hangen naar lieden die de scherpgekante, lastige geboden proberen af te stompen. (2 Timoteüs 4:3). Niettemin blijft de spreuk, 'Wie overspel pleegt (. . .), is verstandeloos' (Spreuken 6:32). Weer anderen negeren de geboden, omdat zij door andere zaken in beslag worden genomen. Dostojevski legt een van zijn karakters in de mond: 'De eeuwen zullen voorbijgaan, en het mensdom zal verkondigen bij monde van hun sagen dat er geen misdaad is, en daarom geen zonde; er is alleen honger.' (Fiodor Michailovitsj Dostojevski,De broeders Karamasov, uit de vertaling van Constance Garnett [1952], blz. 130131.)
De tegenstander heeft ook het recht op privacy op de spits gedreven, en daarmee de individuele verantwoordelijkheid verder op de helling gezet! Want is het niet zo dat iemand zich op de computer met een paar klikken van de muis, snel en ongehinderd, zonder door de paspoortcontrole te hoeven gaan, op vijandelijk terrein kan begeven, waarna de enige overgebleven belemmering de controlepost van een afgestompt geweten is?
Maar God heeft geen twee stellen tien geboden, een voor binnen en een voor buiten! Noch zijn er twee erkende wegen naar bekering. Een weekendje doorbrengen in spijt kan enige 'droefheid van de verdoemden' teweegbrengen, maar niet de 'grote verandering' die de 'droefheid naar Gods wil' produceert. (Mormon 2:13; Mosiah 5:2; Alma 5:1314; zie ook 2 Korintiërs 7:10.)
Ja, het staat ons stervelingen vrij om te kiezen. Ja, er is een oorlog uitgevochten in de hemel om onze keuzevrijheid veilig te stellen. Maar hier onder de hemelen wordt vaak zonder slag of stoot afstand gedaan van die grote gave van keuzevrijheid!
Er zijn zoveel manieren waarop wij het schild van het zevende gebod stevig op zijn plaats kunnen houden. Zo is het bijvoorbeeld veelzeggend dat de val van David, gedeeltelijk althans, in de hand werd gewerkt door plichtsverzuim: 'In het daaropvolgende jaar, ten tijde, dat de koningen plegen ten strijde te trekken, (. . .) [bleef David] in Jeruzalem' (2 Samuël 11:1). Toen kwam, zoals u weet, de begerige blik vanaf het dak en al het verdriet dat daarop volgde. Vandaar dat in de instructie 'Staat daarom in heilige plaatsen' het vermijden van vergenoegd verpozen impliciet is. (LV 87:8; zie ook Matteüs 24:15.)
Wie een leven van geluk leiden (zie 2 Nephi 5:27), ontwikkelen ook een beschermend, geestelijk leven. Dat komt tot uiting in fatsoenlijke kleding, taal, humor en muziek, waarmee ze de signalen van onwrikbaar discipelschap afgeven. (Zie Spreuken 23:7.)
Tevens moet men ervoor waken, ter vermijding van latere moeilijkheden, dat men de zonden waarvan men zich niet bekeerd heeft, meeneemt naar een nieuw huwelijk, waardoor de echtelieden vanaf het begin al een 'ongelijk span' vormen (2 Korintiërs 6:14). Evenzo kunnen man en vrouw zich welbewust wapenen tegen verwijdering door niet te verslappen in hun wederzijdse loyaliteit en ervoor te waken dat zij zich niet laten meesleuren door de sterke stromingen die hen naar de watervallen zullen wegvoeren. Evenzeer moet het stagnerende moeras van zelfmedelijden vermeden worden. Daar eenmaal in terechtgekomen is het geen kunst elk restant aan verantwoordelijkheidszin weg te redeneren, om zo de inperkingen die zowel het geweten als de verbonden opleggen, aan de kant te schuiven, met als doel 'voor rechtvaardig [door te gaan] voor de mensen, maar (. . .) wat hoog is bij mensen, is een gruwel voor God' (Lucas 16:15).
Het doorzien van de bedrieglijke spiraal van sensualiteit is nog een onmisbare preventieve maatregel. Zo hebben sommigen die het zevende gebod bespotten met hun onzedelijke leefstijl bijvoorbeeld veel weg van Kaïn, die verklaarde: 'Ik ben vrij' (Mozes 5:33), nadat hij, door Abel te doden, het zesde gebod had overtreden. Een dergelijke verkeerde denkwijze over vrijheid roept de waarschuwende woorden van Petrus voor de geest: '(. . .) door wie men overmeesterd is, diens slaaf is men.' (2 Petrus 2:19; zie ook 2 Nephi 2:2630.) Zeker, luidruchtige zielen zullen zelfs vrolijkheid te midden van slavernij en zonde voorwenden, maar een andere spreuk is hier van toepassing: 'Ook onder het lachen kan het hart pijn lijden en het einde der vreugde [is] kommer' (Spreuken 14:13).
In een tijdperk waarin men terechtstaat op waarheidsgetrouwe reclame, zijn bepaalde misleidende benamingen een belediging van het gezond verstand:XTCmoetellendeheten; eenhousepartyis niet meer dansomber gesoluitgebraakt door dolgedraaide zinnelijkheid. Sommige fuifnummers hebben bijvoorbeeld de dwaze notie dat een beetje obsceen gedans geen kwaad kan. Zij zondigen 'niet onwetend' (3 Nephi 6:18). Door de vijand te imiteren en te onderschatten, blameren zij uiteindelijk zichzelf en terzelfder tijd brengen zij hun vrienden in verwarring en stellen hen bovendien teleur!
Heeft u zich ooit afgevraagd waarom de sensuele scene zo vaak gebruik maakt van flikkerende, fluorescerende verlichting? Of waartoe al die gekunstelde glitter dient? Of waarom die luide maskerade doorgaat voor muziek? Omdat het kwaad, bevreesd voor de dageraad, niet bestand is tegen de kritische blik van de heldere waarheid, noch kan het tegen de stille bespiegelingen van een gewetensvolle zelfanalyse!
En zo worden de smaakknoppen van de ziel gedood door al die desensitiserende drumritmes die delegitiemebehoeftes van erbij willen horen en liefdeillegaaluitbuiten, doordat zowel roofdier als prooi, treurig genoeg, 'gevoelloos' zijn geworden. (1 Nephi 17:45; Efeziërs 4:19; Moroni 9:20.)
Henry Fairlie heeft geschreven dat 'men bij een wellustig persoon meestal een afgrijselijk zwart gat in het centrum van zijn leven zal vinden.' (Henry Fairlie,The Seven Deadly Sins Today[1978], blz. 187.) En toch praten sommige naïeve jongeren over 'het laten vollopen van hun heupfles' die leeg zal blijken te zijn met uitzondering van wat overgebleven zand en kiezels van toxische herinneringen. 'Wellust', zo schreef Fairlie ook, 'is niet geïnteresseerd in zijn metgezellen, maar alleen in de bevrediging van zijn eigen begeerten. (. . .) Wellust sterft bij de volgende dageraad, en als hij 's avonds terugkeert op zoek naar meer, wist hij zichzelf in zijn verleden.' (The Seven Deadly Sins Today,blz. 175.)
In welke verschijning hij zich ook voordoet, wellust is geen vervanging van liefde; hij verstikt in feite, broeders en zusters, de ontwikkeling van echte liefde, waardoor de liefde van velen verkilt. (Zie Matteüs 24:12.) Daarom verbaast het ons niet dat ons gezegd is 'al [onze] lusten te beteugelen, opdat [wij] van liefde vervuld [mogen] zijn' (Alma 38:12). Anders nemen binnensijpelende lusten de beschikbare ruimte in de ziel in, en een dubbele bezetting is niet mogelijk.
Voorheen had men in de maatschappij vaak de beschikking over nuttige, hoewel subtiele, evenwichtige en inperkende mechanismen zoals gezin, kerk en school om buitensporig gedrag in toom te houden. Maar nu zijn sommige van die mechanismen maar al te vaak opgeheven, defect of buiten werking gesteld.
Bovendien worden de genoemde trends verder in het zadel geholpen doordat men er tegenwoordig wel voor past om iemand om welk kwaad dan ook te veroordelen zolang hij daarnaast maar iets doet dat prijzenswaardig is. Mussolini liet per slot van rekening wel de treinen op tijd rijden. Overtreders van het zevende gebod kunnen zeer wel een nuttige bijdrage leveren, maar ze betalen wel een verborgen, hoge prijs. (Zie Alma 28:13.) Over koning Morianton lezen we: 'En hij handelde rechtvaardig met het volk, maar niet met zichzelf, wegens zijn vele hoererijen' (Ether 10:11.) Hoewel kennelijk een eerlijk koning, die zonder aanzien des persoons regeerde, respecteerde hij zichzelf niet! De wonden die hij zichzelf had toegebracht, werden gemaskeerd door ornamentele rijkdom en praalgebouwen. (Zie Ether 10:12.)
Al het voorgaande stemt dusdanig tot ernst dat wat nu volgt wel gezegd moet worden, en daarbij aarzel ik geen moment. Uit de openbaringen blijkt duidelijk dat de onbekeerlijke zondaren, evenredig aan hun eigen zonden, 'moeten (. . .) lijden zoals [Jezus], omdat zij op zekere dag de volle gerechtigheid van God zullen ervaren. (Zie LV 19:1618.) Bovendien zullen zij die op welke manier dan ook bij voortduring dit vaak van drugs doordrenkte drama van onzedelijkheid bevorderen en intensiveren hetzij als promotor, afgever van vergunningen, beheerder of profiteur dan alle ellende onder ogen zien en voelen die zij velen hebben aangedaan!
Ten slotte, broeders en zusters, op bepaalde tijden en onder bepaalde omstandigheden, vergt het discipelschap van ons dat we er alleen voor staan! Onze bereidwilligheid dat te doen, hier en nu, is in overeenstemming met de geknielde Christus, daar en toen, in Getsemane. In de afronding van de verzoening 'was [er niemand] met [Hem].' (LV 133:50; zie ook Matteüs 26:3845.)
De getrouwen die bij hun standpunt blijven, zullen niet alleen zijn althans, niet zó alleen. Daarom was het noodzakelijk dat de engel die naar Getsemane kwam om Christus te sterken, Hem verliet. (Zie Lucas 22:43.) Als we het schild des geloofs in God en in zijn geboden omhoog houden, zullen zijn engelen 'rondom [ons] zijn om [ons] te bemoedigen' en '[ons] bewaren'. (LV 84:88; 109:22.) Van deze belofte getuig ik. En verder getuig ik, in termen van het weer in onze ziel, broeders en zusters, dat wij de barometerstand aangeven. Zo bepalen wij de mate van ons geluk in deze en de volgende wereld. Ook getuig ik dat de naleving van Gods geboden, inclusief het zevende, God ertoe noodt zijn hand op die van ons te leggen bij het aangeven van de barometerstand. Het is de hand van Hem die verlangt ons alles te geven wat Hij heeft. (Zie LV 84:38). In de naam van Jezus Christus. Amen.