Ouderling Joseph B. Wirthlin
van het Quorum der Twaalf Apostelen
'We hoeven vandaag niet volmaakt te zijn. We hoeven niet beter te zijn dan een ander. We moeten alleen zo goed mogelijk doen wat wij kunnen.'
Geliefde broeders en zusters, het is mij een voorrecht hier voor u te staan en mij getuigenis te geven over de waarheid van het evangelie dat is hersteld. We hebben net geluisterd naar ouderling David B. Haight 95 jaar. Ik hoop maar dat mijn geheugen op die leeftijd half zo goed is dat van hem als ik zolang leef.
Ik vind het heerlijk als de heiligen bijeenkomen. Of het nu is als gezin in een bescheiden onderkomen of met duizenden in enorme zalen, de hemelen verheugen zich als zij die de naam van Jezus Christus liefhebben en eren, bijeenkomen om in zijn naam te aanbidden.
Wij maken allemaal iets anders mee in ons leven. Terwijl sommigen vandaag vervuld zijn van vreugde, hebben anderen het gevoel dat hun hart zal breken van verdriet. Hoewel sommigen het gevoel hebben dat de wereld hun pareloester is, hebben anderen het gevoel dat zij zelf de pareloester zijn, uit de oceaan geplukt, opengebroken en beroofd van alles wat hun dierbaar is.
Wat uw huidige situatie ook is, wat uw emotionele of geestelijke toestand ook is, ik wil u graag raad geven waar u, ongeacht waar u nu staat in uw reis door dit sterfelijk leven, wat aan zult hebben.
We hebben veel ontvangen waarvoor we dankbaar kunnen zijn. En ik denk dat we een deel van onze zorgen zullen vergeten als we bedenken hoeveel zegeningen we hebben. Kalmte en vreugde zullen zeker uw deel zijn als u beseft dat we als kerk onder het leiderschap van onze geweldige president, president Gordon B. Hinckley, zeer gezegend zijn. Dat zal ons kracht geven.
Onlangs heb ik gelezen over Erik Weihenemayer, een man van drieëndertig jaar die ervan droomde de Mount Everest te kunnen beklimmen een prestatie die een uitdaging zou zijn voor de meest bedreven klimmers van de wereld. In feite bereikt negentig procent van hen die de poging wagen, nooit de top. De temperaturen daar dalen tot vijftig graden onder nul. Naast de extreme kou, windsnelheden van honderd zestig kilometer per uur, dodelijke bergspleten en lawines, moet de klimmer uitdagingen als grote hoogte, zuurstoftekort en misschien onhygiënisch eten en drinken overwinnen. Sinds 1953 zijn minstens 165 klimmers omgekomen bij hun poging om de top op 8.839 meter hoogte te bereiken.
Ondanks de risico's staan er ieder jaar honderden klaar om de tocht te wagen, onder andere Erik. Maar er is een belangrijk verschil tussen Erik en alle andere klimmers die het eerder hadden geprobeerd: Erik is volslagen blind.
Toen Erik dertien jaar was, verloor hij zijn gezichtsvermogen als gevolg van een erfelijke ziekte in het netvlies. Hoewel hij veel van wat hij graag wilde doen niet meer kon, was hij vastbesloten zijn leven niet te verspillen met gevoelens van depressiviteit en nutteloosheid. Hij begon toen zijn grenzen te verleggen.
Op zestienjarige leeftijd ontdekte hij het bergbeklimmen. Door het oppervlak van een rots af te tasten vond hij steunplekken voor zijn handen en voeten zodat hij kon klimmen. Zestien jaar later ging hij de Mount Everest beklimmen. Het verslag van zijn tocht staat, zoals u zich voor kunt stellen, vol beangstigende en levensbedreigende uitdagingen. Maar uiteindelijk bereikte Erik de top aan de zuidkant en schaarde zich zo bij allen die hem voor waren gegaan; een van de weinigen die op de top van de hoogste berg ter aarde hebben gestaan.
Toen hem gevraagd werd, hoe hij het had gedaan, zei Erik: 'Ik zei steeds tegen mezelf: blijf op het doel gericht. Laat al die twijfel en angst en frustratie daar niet tussen komen.' Maar belangrijker nog, hij zei: 'Neem iedere dag stap voor stap.'1
Ja, Erik heeft de Mount Everest bedwongen door gewoon de ene voet voor de andere te zetten. En hij ging daarmee door totdat hij de top bereikte.
Net als Erik kennen wij waarschijnlijk obstakels die ons belemmeren. Wellicht voeren wij zelfs excuses aan om duidelijk te maken waarom we niet kunnen doen wat we willen. Maar misschien kunnen we, als we in de verleiding zijn om ons gebrek aan prestatie goed te praten, eens aan Erik denken, die, ondanks het verlies van zijn gezichtsvermogen, iets bereikte waarvan velen dachten dat het onmogelijk was, gewoon doordat hij de ene voet voor de andere zette.
Een oude spreuk luidt dat een reis van duizend mijl met een enkele stap begint.
Soms maken we ons het voortgaan moeilijker dan nodig is. We kunnen een reis van duizend kilometer nooit maken door te tobben over hoe lang die zal duren of hoe moeilijk die zal zijn. We maken zo'n reis door elke dag stap voor stap te nemen en dat keer op keer te herhalen totdat we onze bestemming bereiken.
Hetzelfde beginsel is van toepassing op de vraag hoe u en ik geestelijk tot grote hoogten kunnen klimmen.
Onze hemelse Vader weet dat we onze tocht moeten beginnen op het punt waar we nu staan. 'Als u een ladder opklimt,' legde de profeet Joseph Smith uit, 'moet u onderaan beginnen en u stap voor stap omhoog bewegen totdat u bovenaan komt. Zo is het ook met de beginselen van het evangelie u moet bij het eerste beginsel beginnen en doorgaan totdat u alle beginselen van de verhoging leert beheersen. Maar u zult ze pas beheersen als u al lang door de sluier bent gegaan.'2
Onze hemelse Vader houdt van ons allemaal en begrijpt dat klimmen voorbereiding, tijd en vastbeslotenheid vergt. Hij begrijpt dat we af en toe een fout maken, dat we struikelen, dat we ontmoedigd raken, en het misschien zelfs op willen geven en tegen onszelf zeggen dat het de worsteling niet waard is.
We weten dat het de moeite waard is, want de prijs het eeuwige leven is 'de grootste van alle gaven Gods.'3En om te kwalificeren moeten we de ene stap na de andere doen en doorgaan om de geestelijke hoogten te bereiken waarnaar we verlangen.
In de heilige Schrift wordt een eeuwig beginsel geopenbaard: 'Het is niet nodig, dat een mens harder loopt dan zijn kracht hem toelaat. En verder is het nuttig, dat hij naarstig zij, opdat hij daardoor de prijs moge behalen.'4
We hoeven niet snel te zijn. We moeten alleen gestaag doorgaan en ons in de juiste richting bewegen. We moeten doen wat we kunnen, de ene stap na de andere.
Toen ik jong was, hield ik van hardlopen. Hoewel u het misschien moeilijk kunt geloven, heb ik enkele wedstrijden gewonnen. Ik ben niet zo snel meer. Feitelijk weet ik niet eens of ik het er goed vanaf zou brengen in een wedstrijd waarin de enige andere mededingers de andere leden van het Quorum der Twaalf Apostelen zouden zijn.
Mijn vermogen om hard te lopen is niet zo geweldig meer. Ik verheug me op die tijd in de toekomst dat ik, met een herrezen lichaam, weer over een veld kan sprinten en de wind door mijn haren kan voelen. Maar ik sta niet echt stil bij het feit dat ik dat nu niet kan.
Dat zou onverstandig zijn. In plaats daarvan doe ik de stappen die ik wel kan doen. Ondanks de beperkingen van mijn leeftijd, kan ik nog één stap tegelijk doen. Het enige dat mijn Vader in de hemel nu van mij vereist, is dat ik doe wat ik kan. En dat is ook alles wat Hij van u vereist, ongeacht onze handicaps, beperkingen of onzekerheden.
John Wooden was misschien wel de beste coach in de geschiedenis van het college basketbal. Vier seizoenen lang werd hij niet één keer verslagen. Zijn teams hebben tien nationale kampioenschappen gewonnen. Ooit hebben zijn teams achtentachtig keer achter elkaar gewonnen.5
Een van de eerste dingen die coach Wooden er bij zijn spelers inpompte, was iets wat zijn vader hem geleerd had toen hij als jongen op de boerderij opgroeide. 'Maak je niet te veel zorgen over beter worden dan iemand anders', zei zijn vader. 'Leer van anderen, ja. Maar probeer niet alleen maar beter dan zij te zijn. Daar heb je geen controle over. Probeer in plaats daarvan, en werk daar heel hard aan, zo goed te zijn als je maar kunt. Daar heb je wel controle over.'6
Laat me een hypothetisch voorbeeld geven van een lieve zuster in een gegeven wijk met volmaakte kinderen, die nooit in de kerk storen. Ze werkt aan de twintigste generatie van haar familiegeschiedenis, haar huis is om door een ringetje te halen, ze heeft het boek Marcus uit het hoofd geleerd en breit wollen truien voor weeskinderen in Roemenië. Ik zeg absoluut niets ten nadele van deze lofwaardige doelen. Maat als u nu in de verleiding komt om uw handen in de lucht te gooien en op te geven vanwege deze lieve zuster, denk er dan aan dat u evenmin een partij voor haar bent als ik voor de leden van het Quorum der Twaalf bij de zestig meter sprint.
Het enige waar u zich om moet bekommeren is dat u ernaar streeft zo goed mogelijk te zijn. En hoe doet u dat? U houdt het oog gericht op de doelen die er in dit leven het meest toe doen en beweegt u stap voor stap in de richting van die doelen.
Ik weet dat velen vinden dat het pad moeilijk begaanbaar en de weg donker is. Maar net als Erik, de moedige bergbeklimmer, zijn we niet zonder gids.
We hebben Schriften waarin de wil van God aan de mensheid door de eeuwen heen staat geopenbaard. Als wij ons in het woord van God verheugen, stellen we onze geest open voor eeuwige waarheden en ons hart voor de vriendelijk influisteringen van de Heilige Geest. Gods woord, in de vorm van de Schriften en de profeten van deze tijd, is waarlijk een 'een lamp voor [onze] voet en een licht op [ons] pad.'7
Als we lezen over de grote zielen die ons zijn voorgegaan, komen we tot de ontdekking dat ook zij hun perioden van ontmoediging en verdriet kenden. We ontdekken dat ze hebben doorgezet ondanks tegenspoed, soms zelfs ondanks hun eigen zwakheden. We ontdekken dat ook zij voorwaarts bleven gaan, de ene stap na de andere. Wij kunnen zoals die rechtschapen zielen zijn, waarover Lehi zei dat zij 'de ijzeren roede vastgrepen; en zij drongen zich naar voren door de donkere mist heen, (. . .) totdat zij bij de boom kwamen en van de vrucht ervan aten.'8
We hebben ook een levende profeet, president Gordon B. Hinckley. Hij geeft raad en profetische leiding in onze tijd.
Door zijn raad en onze gebeden kunnen wij de hemel bereiken en persoonlijk met de Oneindige communiceren. Door geloof kan zelfs de hemel ten bate van ons worden bewogen. Deuren zullen opengaan en wij zullen antwoord krijgen.
Denk eens aan Joseph Smith. Als jongen zag hij zich omgeven door verwarrende en tegenstrijdige stemmen en snakte ernaar te weten welke van alle kerken de juiste en ware was. Hij voelde zich ook blind omgeven door het duister van zijn tijd. Toen hij in het boek Jakobus in het Nieuwe Testament had gelezen, geloofde hij de woorden van de apostel vanouds die zei: 'Indien echter iemand van u in wijsheid tekortschiet, dan bidde hij God daarom, die aan allen geeft, eenvoudigweg en zonder verwijt; en zij zal hem gegeven worden.'9Joseph geloofde die woorden en trok zich op een lentemorgen in 1820 terug in een stuk bos om zijn ziel in gebed te verheffen en zijn hemelse Vader om wijsheid te vragen.
Het antwoord op zijn gebed vervulde hem met licht en richting. Onze hemelse Vader en zijn geliefde Zoon verschenen aan hem. Hun leiding verjoeg de dikke duisternis die hem had aangegrepen en die hem dreigde te vernietigen. Ze verjoeg zijn verwarring voorgoed.
Vanaf dat ogenblik tot aan zijn martelaarsdood bijna een kwart eeuw daarna wijdde Joseph Smith zich aan het pad dat hem door de Vader en de Zoon was gewezen. Sta er eens bij stil hoe pijnlijk zijn leven was. Sta eens stil bij het lijden en de vervolging die hij te verduren had. Toch ging hij door, stap voor stap; hij heeft nooit opgegeven; hij heeft er nooit aan getwijfeld dat zijn hemelse Vader, als hij zelf maar deed wat hij kon, voor de rest zou zorgen.
Broeders en zusters, onze tijd hier is zo kort. Ik kan me goed inleven in de gevoelens van de profeet Jakob toen hij zei: 'Ons leven is als een droom voorbijgegaan.'10
Onze tijd zal maar al te snel voorbij zijn. Laten we, nu we het kunnen nu we nog tijd hebben in de juiste richting lopen en de ene stap na de andere doen.
Dat is gemakkelijk. We hoeven vandaag niet volmaakt te zijn. We hoeven niet beter te zijn dan een ander. We moeten alleen zo goed mogelijk doen wat wij kunnen.
Hoewel u zich wellicht moe voelt, hoewel u de weg soms misschien niet ziet, weet dat uw Vader in de hemel zijn rechtschapen volgelingen nooit in de steek zal laten. Hij zal u niet zonder troost laten. Hij zal aan uw zijde zijn en u iedere stap op de weg begeleiden.
Luister naar deze prachtige woorden, geschreven door president Joseph Fielding Smith waarmee hij dit leven beschrijft.
Schijnt de reis u wat lang, en het pad soms zo steil?
Raakt met distels en doornen gij slaags?
Wondt g'aan stenen uw voet bij uw worst'len omhoog
naar de top, door de hitte des daags?
Voelt g'u zwak en bedroefd en neerslachtig misschien,
nu gij onder uw vracht gaat gebukt?
Schijnt het kruis u te zwaar, dat u op werd gelegd?
Deelt geen ander de last, die u drukt?
Zonder vrees zij uw hart nu gij zijt onderweg;
er is Eén, die gestadig u wenkt.
Zie met blijdschap omhoog, grijp Hem kloek bij de hand,
die naar 't hoogste geluk u dan brengt.
't Land zo heilig en rein, waar geen moeite bestaat,
zonder zond' volgt gij immer zijn stem
waar geen traan wordt gestort, want men vindt er geen leed;
grijp zijn hand en treed binnen met Hem.
11
Mogen wij de moed hebben om onze eigen Mount Everest te beklimmen; mogen wij stap voor stap op de reis door het leven voorwaarts gaan totdat we het beste dat we in ons hebben, bereiken.
Onze hemelse Vader leeft en kent ons en houdt van ieder van ons. Jezus is de Christus, de Zoon van God, de Heiland en Verlosser van iedereen, de Vredevorst. Joseph Smith is de profeet van de herstelling, en president Gordon B. Hinckley is nu onze profeet, ziener en openbaarder. Ik geef u dit getuigenis, en het is mijn getuigenis dat u gelukkig en content zult zijn als u uw best doet. Dit is mijn gebed in de naam van Jezus Christus. Amen.
NOTEN
1. 'Everest Grueling for Blind Man',Deseret News, 5 juni 2001, A12; zie ook Karl Taro Greenfield, 'Blind to Failure',Time, 18 juni 2001.
2. Joseph Smith,Encyclopedia of Joseph Smith's Teachings, samengesteld door Larry E. Dahl en Donald Q. Cannon (1997), blz. 519.
3. LV 14:7.
4. Mosiah 4:27.
5. http://www.coachwooden.com/ bio.shtml
6. http://www.coachwooden.com/ bodysuccess.shtml
7. Psalmen 119:105.
8. 1 Nephi 8:24.
9. Jakobus 1:5.
10. Jakob 7:26.
11. 'Schijnt de reis u wat lang?',Heilige lofzangen, nr. 150.