OUDERLING DALLIN H. OAKS
van het Quorum der Twaalf Apostelen
Bekering houdt in dat we al onze gebruiken — persoonlijke, huiselijke,
etnische en nationale —opgeven die in strijd zijn met de geboden
van God.
Ik breng de groeten over uit het gebied Filipijnen, met zijn 520.000 leden
in 80 ringen en 80 districten, en 2.200 zendelingen in 13 zendingsgebieden.
We gaan de goede kant op ondanks de problemen waarmee de kerk te maken krijgt
in gebieden waar haar organisatie nog niet volledig is uitgebouwd.
In deze gebieden in ontwikkeling steunen we in hoge mate op de zendelingechtparen.
Ik zeg dit nadrukkelijk omdat er veel luisteraars zijn die dienen te weten
hoezeer hun dienstwerk wordt gewaardeerd, en we bidden dat er anderen zijn
die zich beschikbaar stellen voor dit belangrijke dienstwerk.
I.
Ik wil een opmerking van een van die moedige zendelingen als inleiding gebruiken.
'Terugkijkend op mijn leven', zei hij, 'kan ik me nauwelijks voorstellen
dat een blootsvoets surfer uit Hawaii nu zijn derde zending vervult. Maar
toen ik de liefdevolle omhelzing van de Heiland voelde, wilde ik Hem dienen,
en wilde ik veranderen.' En dat deed hij! Stanley Y. Q. Ho vertelde mij dat
hij tot zijn dertigste niet anders deed dan 'rondhangen op de stranden van
Waikiki.' Toen vond hij het evangelie, trouwde een meisje in de kerk en veranderde.
Sindsdien heeft hij veel roepingen vervuld, waaronder die van bisschop en
ringpresident. En nu hebben ouderling Ho en zijn geliefde Momi, die de hand
had in zoveel veranderingen in zijn leven, drie voltijdzendingen vervuld.
Een ander voorbeeld staat in het evangelie van Lucas:
'En [Jezus] kwam Jericho binnen en ging erdoor.
'En zie, er was een man, Zacheüs geheten, die oppertollenaar was, en
hij was rijk.
'En hij trachtte te zien, wie Jezus was, en slaagde er niet in vanwege de
schare, want hij was klein van gestalte.
'En hij liep hard vooruit en klom in een wilde vijgenboom om Hem te zien,
want Hij zou daarlangs komen.
'En toen Jezus bij die plaats kwam, keek Hij naar boven en zeide tot hem:
Zacheüs, kom vlug naar beneden, want heden moet Ik in uw huis vertoeven.
'En hij kwam vlug naar beneden en ontving Hem met blijdschap' (Lucas 19:1-6).
Dan staat er in dit evangelie dat Jezus' volgelingen 'morden', omdat Hij
het huis van een zondaar binnenging (vs. 7). Maar daar trok Jezus zich niets
van aan. Zijn evangelie is voor iedereen die zijn oude manier van leven loslaat
en de veranderingen aanbrengt die noodzakelijk zijn om in het Koninkrijk
van God gered te worden.
Laten we terug gaan naar het verslag over de man die zowel zijn huis als
zijn hart voor de Heer openstelde:
'Maar Zacheüs ging staan en zeide tot de Here: Zie, de helft van mijn
bezit, Here, geef ik de armen, en indien ik iemand iets heb afgeperst, vergoed
ik het viervoudig.
'En Jezus zeide tot hem: heden is aan dit huis redding geschonken (...)
'Want de Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te zoeken en te redden'
(vss. 8-10).
Zacheüs uit Jericho en Stanley uit Hawaii staan voor ons allen. Ik
bid dat hun ervaringen model staan voor de ervaringen van iedereen die besluit
om de Heer 'met blijdschap' te ontvangen en te gaan waar Hij hen heen leidt.
II.
Het evangelie van Jezus Christus zet aan tot verandering. Zijn veelvuldige
boodschap is: bekeert u, en zich bekeren houdt in dat we alle gewoonten — persoonlijke,
huiselijke, etnische en nationale — opgeven die ingaan tegen de geboden
van God. Het doel van het evangelie is gewone mensen om te vormen tot celestiale
burgers, en dat vergt verandering.
Johannes de Doper predikte bekering. Zijn luisteraars kwamen uit verschillende
bevolkingsgroepen en hij verklaarde welke veranderingen ze moesten aanbrengen
om vruchten voort te brengen 'die aan de bekering beantwoorden' (Lucas 3:8).
Tollenaars, soldaten en gewone mensen — ieder had gewoonten die in
het bekeringsproces moesten wijken.
De leringen van Jezus stelden ook de overleveringen van de verschillende
groepen ter discussie. Toen de schriftgeleerden en Farizeeën zich beklaagden
dat zijn discipelen 'de overleveringen der ouden' overtraden doordat zij
zich niet aan de rituele wassingen hielden, antwoordde Jezus dat de schriftgeleerden
en Farizeeën 'ter wille van [hun] overlevering (...) het gebod Gods'
overtraden (Matteüs 15:2-3). Hij omschreef hoe zij 'het woord Gods van
kracht beroofd [hadden] ter wille van [hun] overlevering' (vs. 6).
'Huichelaars' noemde Hij degenen voor wie het nakomen van overleveringen
belangrijker was dan het nakomen van de geboden van God (vs. 7).
In een hedendaagse openbaring verklaarde de Heer opnieuw dat 'de boze' licht
en waarheid wegneemt bij de onschuldige kinderen van God 'door ongehoorzaamheid
en wegens de overlevering hunner vaderen' (LV 93:39).
De overleveringen, de cultuur of de manier van leven van een volk bevatten
onvermijdelijk gebruiken waarvan zij die in aanmerking wensen te komen voor
Gods mooiste zegeningen, zich moeten distantiëren.
Kuisheid bijvoorbeeld. 'Gij zult niet echtbreken', gebood de Heer op Sinaï (Exodus
20:14) en Hij herhaalde dat in hedendaagse openbaringen (LV 42:24; zie ook
LV 59:6). 'Vliedt de hoererij', wordt er in het Nieuwe Testament geboden
(1 Korintiërs 6:18; zie ook Galaten 5:19, 1 Tessalonicenzen 4:3). De
profeten van God hebben hoererij altijd veroordeeld. Toch hebben hardnekkige
overleveringen in veel landen ervoor gezorgd dat deze eeuwige geboden vaak
worden genegeerd, bestreden en bespot. Dat wordt vooral duidelijk nu de films,
tijdschriften en internetsites van het ene land ogenblikkelijk hun weg vinden
naar vele andere landen. Veel mensen zien geen kwaad in buitenechtelijke
relaties en verdedigen die zelfs. Alsook de zich snel uitbreidende pornografische
cultuur. Allen die tot die zondige culturen behoren moeten zich bekeren en
veranderen als ze tot het volk van God gerekend willen worden, want Hij heeft
gewaarschuwd dat niets onreins zijn koninkrijk kan binnengaan. (Zie 3 Nephi
27:19.)
Wekelijks kerkbezoek is nog een voorbeeld van een gebod dat indruist tegen
de heersende overleveringen. De Heer heeft ons geboden om op de sabbat naar
de kerk te gaan en '[onze] sacramenten op [te] offeren' (LV 59:9).
Dat houdt meer in dan passief plaats nemen in de bank. Ons is geboden deel
te nemen aan de verering en de dienst, en dat vergt een hele ommezwaai
voor de meeste nietchristenen, en zelfs voor christenen die af en toe naar
de kerk gaan.
Het gebod van de Heer om ons te onthouden van alcohol, tabak, thee en koffie
(zie LV 89) gaat ook in tegen de overleveringen van velen. Breken met al
lang bestaande verslavingen of gewoonten is niet gemakkelijk, maar Gods gebod
is helder, en de beloofde zegeningen zijn de uitdaging van de verandering
meer dan waard.
Een ander voorbeeld is eerlijkheid. Sommige culturen zien liegen, stelen
en andere oneerlijke praktijken door de vingers. Maar oneerlijkheid in welke
vorm dan ook — om straf te ontgaan, om je gezicht te redden of om er
financieel beter van te worden — is lijnrecht in strijd met de geboden
en de cultuur van het evangelie. God is een God van waarheid, en God verandert
niet. Wij zijn het die moeten veranderen. En dat zal een grote verandering
zijn voor eenieder die er door de heersende tradities toe is gebracht te
denken dat ze een beetje kunnen liegen, een beetje kunnen bedriegen, of oneerlijk
kunnen zijn als ze er beter van worden en de kans gering is dat het aan het
licht zal komen.
Een minder ernstige wereldlijke overlevering die in strijd is met de evangeliecultuur
is het idee van de opgaande of neergaande lijn in carrières. In de
wereld spreken we over het bevorderen of terugzetten in functie. Maar in
de kerk wordt men niet bevorderd of teruggezet. We veranderen alleen van
functie. Een bisschop die ontheven wordt en vervolgens leerkracht in het
jeugdwerk wordt, wordt niet teruggezet. Hij gaat vooruit, want hij accepteert
zijn ontheffing in dankbaarheid en aanvaardt en vervult de plichten van een
nieuwe roeping — zelfs een die minder in het oog loopt.
Ik zag hiervan een paar maanden terug een gedenkwaardig voorbeeld in de
Filipijnen. Ik bezocht een wijk in de ring Pasig, bij Manila. Daar ontmoette
ik Augusto Lim, die ik nog kende uit de tijd dat hij ringpresident was, en
daarna zendingspresident, algemeen autoriteit, en president van de Manilatempel.
Nu was hij nederig en dankbaar werkzaam in de bisschap van zijn wijk, als
tweede raadgever van iemand die veel jonger was en veel minder ervaring had.
Van tempelpresident naar tweede raadgever in een bisschap is een prachtig
voorbeeld van de evangeliecultuur in actie.
Met deze voorbeelden vergelijk ik niet de cultuur of tradities van het ene
werelddeel met een ander. Ik vergelijk de wijze van de wereld met de wijze
van de Heer — de cultuur van het evangelie van Jezus Christus met de
cultuur en tradities van elke natie of elk volk. Er is niet één
groep volkomen deugdzaam, noch is er een groep op wie het gebod tot verandering
niet van toepassing is. Jezus en zijn apostelen probeerden geen Joden van
de heidenen te maken. (Zie Romeinen 2:11; Galaten 2:11-16; 3:1-29; 5:1-6;
6:15.) Zij gaven onderricht aan zowel heidenen als joden met de bedoeling
van hen volgelingen van Christus te maken.
Evenzo proberen de hedendaagse dienstknechten van de Heer niet om Amerikanen
te maken van Filippino's of Aziaten of Afrikanen. De Heiland nodigt iedereen
uit om tot Hem te komen (zie 2 Nephi 26:33; LV 43:20), en zijn dienstknechten
proberen iedereen te overreden — met inbegrip van Amerikanen — heilige
der laatste dagen te worden. We zeggen tot iedereen: geef uw overleveringen
en volksgebruiken op die indruisen tegen de geboden van God en de cultuur
van zijn evangelie en voeg u bij zijn volk om het koninkrijk Gods op te bouwen.
Als we niet meer in het duister lopen, leerde de apostel Johannes ons, 'maar
(...) in het licht wandelen, (...) hebben wij gemeenschap met elkander; en
het bloed van Jezus, zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde' (1 Johannes 1:7).
III.
Er is een unieke evangeliecultuur, een pakket waarden, verwachtingen en
gebruiken die alle leden van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der
Laatste Dagen gemeen hebben. Deze evangelische manier van leven vloeit voort
uit het heilsplan, de geboden van God, en de leringen van de levende profeten.
En die komt tot uiting in de manier waarop we onze gezinnen grootbrengen
en hoe we zelf leven. Onze evangeliecultuur komt prachtig tot uitdrukking
in de beginselen die in de proclamatie over het gezin staan.
Wie zich laat dopen in de Kerk van Jezus Christus sluit verbonden. In een
hedendaagse openbaring verklaart de Heer: 'Wanneer mensen tot mijn eeuwig
evangelie zijn geroepen en een eeuwig verbond sluiten, worden zij beschouwd
als het zout der aarde [en de kracht der mensen]' (LV
101:39). Om als het zout der aarde onze verbondsplicht te kunnen vervullen,
moeten we anders zijn dan de mensen om ons heen.
Jezus leerde: 'Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: U is door Mij gegeven het zout
der aarde te zijn; maar wanneer het zout smakeloos wordt, waarmede zal de
aarde worden gezouten? Het zout deugt van die tijd af nergens meer voor dan
om weggeworpen en door de mensen vertreden te worden' (3 Nephi 12:13; zie
ook Matteüs 5:13; LV 101:40).
Dit houdt in dat we veranderingen moeten aanbrengen in onze huiselijke gebruiken,
onze etnische gebruiken of onze nationale gebruiken. We moeten alle aspecten
van ons gedrag veranderen die in strijd zijn met de geboden, verbonden en
cultuur van het evangelie.
Het evangelieplan is gebaseerd op eigen verantwoordelijkheid. In een van
onze geloofsartikelen staat de eeuwige waarheid 'dat de mens zal worden gestraft
voor zijn eigen zonden en niet voor Adams overtreding' (Geloofsartikel 1:2).
Deze verplichting van eigen verantwoordelijkheid komt veelvuldig tot uiting
in onze leer, in tegenstelling tot Satans plan om 'het ganse mensdom [te]
verlossen, dat niet één ziel verloren ga' (Mozes 4:1). Het
plan van de Vader en de Heiland is gebaseerd op individuele keuzes en daden.
De leer en praktijk van eigen verantwoordelijkheid en werkzaamheid botst
met de tradities en cultuur in veel landen. Onze wereld kent grote verschillen
in inkomsten en materiële bezittingen, en veel overheidsen particuliere
initiatieven proberen die verschillen te verkleinen. De volgelingen van de
Heiland is geboden aan de armen te geven en velen doen dat. Maar sommige
vormen van hulp hebben een afhankelijkheidssituatie in de hand gewerkt, waarbij
dan wel wordt voorzien in voedsel en onderdak, maar waarbij men voorbij gaat
aan de eeuwige behoefte van persoonlijke groei. De groei die het evangelieplan
voorstaat vindt plaats op een voedingsbodem van werkzaamheid en verantwoordelijkheid.
Er vindt geen groei plaats op de voedingsbodem van afhankelijkheid. Datgene
wat ons afhankelijk maakt van iemand anders voor beslissingen of bestaansmiddelen
waar we zelf in zouden kunnen voorzien, verzwakt ons geestelijk en vertraagt
onze groei naar wat het evangelieplan met ons voor heeft.
Dankzij het evangelie kan men boven armoede en afhankelijkheid uitstijgen,
maar alleen als de evangeliecultuur, inclusief getrouwe tiendebetaling, zelfs
door de allerarmsten, verkozen wordt boven de traditie en cultuur van afhankelijkheid.
Dat is de les die we kunnen leren van de Israëlieten, die na honderden
jaren van slavernij in Egypte een profeet volgden naar hun eigen land en
daar uitgroeiden tot een machtig volk. Die les kunnen we ook leren van de
mormoonse pioniers, die hun vervolgingen of armoede nooit als excuus gebruikt
hebben, maar in geloof voortgingen, omdat ze wisten dat God hen zou zegenen
als zij zijn geboden onderhielden. En dat heeft Hij gedaan.
De veranderingen die we moeten aanbrengen om deel te gaan uitmaken van de
evangeliecultuur vereisen aanhoudende en soms pijnlijke aanpassingen, en
onze verschillen moeten zichtbaar zijn. Als het 'zout der aarde' zijn wij
ook het 'licht der wereld' en ons licht moet niet verborgen blijven. (Zie
Matteüs 5:13-16.) De apostel Johannes waarschuwde dat dit ertoe zal
leiden dat de wereld ons haat. (Zie 1 Johannes 3:13.) Daarom hebben zij die
het verbond zijn aangegaan om zich te veranderen de heilige plicht van elkaar
te houden en elkaar te helpen. Die aanmoediging moet gegeven worden aan elke
ziel die moeite doet om de cultuur van de wereld achter zich te laten en
de cultuur van het evangelie van Jezus Christus aan te hangen. De apostel
Johannes besloot: 'Kinderkens, laten wij liefhebben niet met het woord of
met de tong, maar met de daad en in waarheid' (1 Johannes 3:18).
Niemand toont zijn liefde voor zijn medemens op indrukwekkender wijze dan
de edele echtparen in deze kerk die het comfort van hun huis en de hun vertrouwde
omgeving opgeven om een zending te vervullen. Zij bieden de geloofwaardigste
en waardevolste hulp aan hen die moeite hebben met verandering. God zegenen
onze zendelingechtparen!
IV.
Jezus heeft ons geboden elkaar lief te hebben, en we tonen die liefde door
elkaar te dienen. Ons is ook geboden God lief te hebben. Die liefde tonen
we door ons continu van onze zonden te bekeren en zijn geboden te onderhouden
(zie Johannes 14:15). En bekering houdt meer in dan onze zonden opgeven.
In zijn ruimste betekenis houdt het verandering in, het opgeven van
al onze tradities en culturele gebruiken die in strijd zijn met de geboden
van God. Naargelang van onze deelname aan de cultuur van het evangelie van
Jezus Christus, worden we 'medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods'
(Efeziërs 2:19).
Ik getuig dat onze Heer en Heiland wil dat we dit doen, zodat we worden
wat door zijn evangelie wordt bedoeld. In de naam van Jezus Christus. Amen.