PRESIDENT JAMES E. FAUST
Tweede raadgever in het Eerste Presidium
Je zult meer over jezelf te weten komen als je op zoek gaat naar meer
kennis over je voorouders.
Broeders van de priesterschap van God over de hele wereld, wij betuigen
ieder van u onze liefde en groeten u, waar u ook bent.
Stel u een weesmeisje van zes voor dat over de vlakten van Amerika trekt.
Ze heet Elsie Ann. Haar moeder stierf toen ze twee was. Haar vader hertrouwde,
dus een tijdje had ze een stiefmoeder. Toen ze vijf was, stierf haar vader
in Winter Quarters. Haar stiefmoeder hertrouwde en vertrok, waarbij ze dat
weesje achterliet bij Peter en Selina Robison, familieleden van haar stiefmoeder.
Elsie Ann vertrok in juli 1849 met de Robisons uit Winter Quarters naar het
westen. Wanneer ze zag hoe Selina voor haar baby van tien maanden zorgde,
hunkerde ze ongetwijfeld naar de liefde van haar eigen moeder. Soms zal ze
zelfs gevraagd hebben: 'Waar is mijn moeder?'
Mijn hart gaat uit naar die kleine meid als ik eraan denk dat ze haar onzekere
toekomst tegemoet ging zonder bloedverwanten om haar te troosten en te helpen.
Elsie Ann was mijn overgrootmoeder, en pas sinds kort weten we wie haar moeder
was. Jarenlang dachten we dat Elsie Ann de dochter van Jane Robison was.
Zorgvuldig onderzoek bracht haar werkelijke afkomst aan het licht, en na
al die jaren is Elsie Ann nu verzegeld aan haar vader, John Akerley, en aan
haar moeder, Mary Moore.
Mijn grootouders hebben veel invloed op mij gehad. Hoewel ze al jaren dood
zijn, voel ik nog steeds hun liefde voor mij. Eén van mijn grootvaders,
James Akerley Faust, stierf voor mijn geboorte. Ik kende hem alleen uit de
verhalen die mijn grootmoeder en mijn ouders over hem vertelden. Ik voel
me echter sterk verbonden aan hem, omdat ik ten dele ben wat hij was. Zo
was hij onder andere een cowboy, een boer en een postmeester in een stadje
in het midden van Utah. Op een keer is grootvader in de winter naar Idaho
gereisd, naar een kennis die het erg moeilijk had. Het was koud en de vriend
van opa had geen jas. Opa deed zijn jas uit en gaf die aan hem.
Vanavond spoor ik jullie, jongemannen, aan om op zoek te gaan naar meer
kennis over je voorouders. Alex Haley, schrijver van het boek Roots,
heeft gezegd: 'Allemaal hongeren we, diep van binnen, naar kennis over ons
erfgoed — we willen weten wie we zijn en waar we vandaan komen. Zonder
die waardevolle kennis blijven we ernaar hunkeren. Ongeacht wat we in het
leven bereiken, blijft er een leegte en een zorgwekkende eenzaamheid.'1 We
kunnen boeiende ervaringen hebben als we meer te weten komen over onze sterke,
dynamische voorouders. Het waren echte, levende mensen met problemen, hoop
en dromen, net als wij.
In veel opzichten is ieder van ons de optelsom van wat onze voorouders waren.
De deugden die zij bezaten, kunnen de onze zijn, hun kracht die van ons,
en in zekere zin kunnen hun uitdagingen de onze zijn. Misschien hebben we
iets van hun karakter. Een tijdje geleden zag ik dat een van mijn achterkleinzoons,
een peuter nog, een interessante manier van lopen had. Mijn vrouw zei: 'Hij
loopt net als jij!' Ik vraag me nu af van wie ik die eigenschap geërfd
heb.
Het geeft vreugde als we bekend raken met onze gestorven voorouders. Ieder
van ons heeft een boeiende familiegeschiedenis. Zoeken naar je voorouders
kan een van de interessantste puzzels zijn waaraan jullie, jongemannen, kunnen
werken.
We moeten allemaal ergens beginnen, en jong en oud kan dat. Deze zomer hebben
170 kinderen van de ring Accra-Lartebiokorshie in Ghana twee uur lang aan
hun stamboom van vier generaties gewerkt. Meer dan 74 kinderen kregen hem
compleet en lieten die zien.
President Boyd K. Packer heeft gezegd 'Als u niet weet waar u moet beginnen,
begin dan met uzelf. Als u niet weet wat voor gegevens u moet zoeken
en hoe u ze moet zoeken, begin dan met wat u hebt.'2 Je zult te
weten komen dat je een wonder bent. Het kan boeiender zijn dan welke film
of welk computerspelletje dan ook. Je zult moeten uitzoeken wie je grootouders
en overgrootouders waren, en of er tempelwerk voor hen is gedaan. Als je
niet weet hoe je aan die informatie komt, vraag het dan aan mensen in je
wijk die het wel weten.
Vraag familieleden wat zij over je voorouders weten. Zoek in verslagen die
je bij de hand hebt, zoals familiebijbels waar wellicht gegevens in staan,
naar meer bijzonderheden over je voorouders. Vervolgens kun je andere bronnen
raadplegen, zoals levensverhalen, kerkarchieven, volkstellingen en militaire
akten. Als je een computer tot je beschikking hebt, kun je de website van
de kerk, FamilySearch.org raadplegen. Familiegeschiedenis is een verfijnde
activiteit geworden waarbij de computer een enorm hulpmiddel kan zijn bij
je onderzoek. Je hebt gemakkelijk toegang tot een uitgebreide verzameling
familiegeschiedenissen, via internet op je computer thuis of in het dichtstbijzijnde
centrum voor familiegeschiedenis.
Er zijn nu centra voor familiegeschiedenis in 88 landen. Ze vormen onderdeel
van een ongeëvenaard archiefsysteem waardoor het erfgoed van families
over de hele wereld bewaard blijft. In de Bibliotheek voor familiegeschiedenis
in Salt Lake City wisselen mensen voortdurend gegevens uit over hun familiegeschiedenis.
Iemand schreef: 'Wij sturen u vijf kinderen in een aparte envelop.'
Het grote werk van de verlossende verordeningen voor onze gestorven familieleden
vormt een belangrijk onderdeel van de drievoudige zending van de kerk. We
doen dit werk om onze gestorven voorouders te verlossen. Tempelwerk is belangrijk,
zowel voor ons als voor onze gestorven familieleden die erop wachten dat
die verlossende verordeningen voor hen gedaan worden. Dat is belangrijk,
want 'wij kunnen zonder hen niet tot volmaking komen; evenmin kunnen zij
zonder ons tot volmaking komen.'3 Zij hebben de verlossende verordeningen
nodig, en wij moeten aan hen verzegeld worden. Daarom is het belangrijk dat
we onze familie natrekken, en niemand vergeten.
Zoeken naar onze overleden familie is niet slechts een hobby. Het is een
belangrijke taak voor alle leden van de kerk. Wij geloven dat er leven is
na de dood en dat we allemaal zullen herrijzen.4 Wij geloven dat
gezinnen in het volgende leven in stand blijven als zij zich hebben gehouden
aan de verbonden die zij in een heilige tempel onder gezag van God hebben
gesloten. Wij geloven dat onze overleden voorouders ook voor eeuwig met hun
familie herenigd kunnen worden als wij namens hen tempelverbonden sluiten.
Onze gestorven voorouders kunnen, als zij daarvoor kiezen, in de geestenwereld
die verbonden aanvaarden.5
Het belangrijke, plaatsvervangende tempelwerk voor onze voorouders is een
bewijs van de rechtvaardigheid en de redelijkheid van het evangelie van Jezus
Christus. De profeet Joseph Smith heeft uitgelegd voor welk vreselijk dilemma
Gods kinderen kwamen te staan zonder tempelwerk voor onze doden. Hij zei:
'De één sterft en wordt begraven zonder van het evangelie van
de verzoening te hebben gehoord; de ander krijgt de heilsboodschap, hoort
en aanvaardt die, en beërft het eeuwige leven. Zal de één
deelhebben aan de heerlijkheid en de ander hopeloos verdoemd zijn? Kan hij
daar niet aan ontsnappen?'6 Gelukkig hebben onze voorouders de
kans om de verlossende verordeningen te ontvangen als wij ze opsporen en
die heilige verordeningen in hun plaats verrichten. Wij doen voor hen wat
zij zelf niet kunnen. Dat geeft veel voldoening.
Tijdens het visioen in de Kirtlandtempel verscheen de profeet Elia aan de
profeet Joseph Smith en Oliver Cowdery, en overhandigde Joseph Smith de sleutels
van het tempelwerk en de verzegelbevoegdheid.7 Dat was de vervulling
van Maleachi's profetie dat Elia gestuurd zou worden 'om het hart van de
vaderen tot de kinderen te wenden, en de kinderen tot de vaderen, opdat de
ganse aarde niet met een ban worde geslagen.'8
Wat betekent dat? Ons hart tot de vaderen wenden betekent dat we de namen
van onze gestorven voorouders opzoeken en de verlossende tempelverordeningen
voor hen verrichten. Dat smeedt een ononderbroken keten tussen ons en onze
voorouders, uiteindelijk helemaal terug tot aan vader Adam en moeder Eva.
Het hart van een elfjarige jongen keerde zich tot zijn vaders tijdens een
gezinsavond, toen de kinderen gedenkboeken samenstelden. De jonge Jeff wilde
met zijn moeder naar het nationaal archief. Zij was bang dat hij de andere
zoekers daar zou storen. Maar hij drong aan, zij gaf toe en nam hem mee.
Na vier uur zoeken riep hij uit: 'Mama, ik heb opa gevonden!' Hij had echt
zijn betbetovergrootvader gevonden.9 Toch gaat het niet altijd
zo. In een brief aan de afdeling familiegeschiedenis schreef iemand: 'We
zijn onze grootmoeder kwijt. Stuurt
u ons alstublieft een kopie?'
Het evangelie van Jezus Christus leert ons dat de celestiale familie 'een
volledige' organisatie zal zijn, dat wil zeggen: 'een organisatie waarin
vader, moeder, en kinderen uit de ene generatie aan vader, moeder en kinderen
uit de volgende generatie verbonden zijn, en die zich zo uitbreidt tot
het einde der tijden.'10
We merken vaak, afhankelijk van de bron, dat onze familienamen verschillend
gespeld worden. Dat was het geval bij een student in Provo (Utah) die generaties
met elkaar verbond. Op een avond liep hij door de bibliotheek toen hij zich
herinnerde dat iemand van de familie Searing had verteld dat een stad in
de staat New York naar een voorouder was genoemd. Hij besloot die stad op
te zoeken. Hij ontdekte een heel oud exemplaar van een New Yorkse krant en
las daarin over een man, Simon Searing, die midden 1600 Long Island hielp
stichten. Kon Simon zijn voorouder zijn? Hij moest het weten. Hij begon een
serieus onderzoek en vond een aantal vorige generaties. Maar hij moest de
kloof tussen 1800 en 1600 nog overbruggen. Toen gebeurde er een wonder. Onverwacht
vond hij een verhaal over een familie Syring. De families in het boek
over Syring eindigden met dezelfde generatie die hij zelf gevonden had. Hij
kon niet alleen veel generaties aan elkaar verbinden, maar hij verbond ook
zichzelf aan de vroegere kolonist Simon Searing.11
Sommigen die geïnteresseerd zijn in familiegeschiedenis proberen een
fraaier beeld van zichzelf te scheppen door zich met beroemde mensen te verbinden.
Bij mij is dat heel anders. Ik ben geboeid geraakt door het heldhaftige leven
van onbekende, gewone mensen. Arthur R. Bassett heeft ooit gezegd: 'Wie van
ons wil kwaad spreken over zijn voorouders? Hun strijd intrigeert mij — hun
overwinningen en hun nederlagen. (...) Ik raak gefascineerd door de schijnbaar
meest middelmatige levens omdat ik ben gaan beseffen hoeveel spannends er
in het middelmatige verborgen ligt.'12
Waarschijnlijk zal jij geen paardendieven onder je voorouders aantreffen.
Maar is dat wel zo, dan is het belangrijk dat er tempelwerk voor hen gedaan
wordt, want wij geloven ook in bekering voor de doden:
'De doden die zich bekeren zullen worden verlost, door gehoorzaamheid aan
de verordeningen van het huis Gods.
En wanneer zij de prijs voor hun overtredingen hebben betaald en zijn gereinigd,
dan zullen zij loon naar werken ontvangen, want zij zijn erfgenaam van de
zaligheid.'13
Eén voor één onze voorouders opzoeken kan moeilijk,
maar ook spannend en de moeite waard zijn. Vaak voelen we geestelijke leiding
als we bronnen raadplegen. Omdat dit werk heel geestelijk is, kunnen we hulp
verwachten van de andere zijde van de sluier. We voelen dat onze familieleden
wachten totdat we hen vinden en hun ordeningswerk gedaan kan worden. Het
is christelijk dienstbetoon omdat wij voor hen doen wat ze niet zelf kunnen.
Veel van jullie, jongemannen, hebben bij het dopen voor de doden al iets
van het tempelwerk geproefd. Als we vroeg naar de tempel gaan, zien we vaak
jonge mensen in het wit, die klaar staan om nog vóór school
deel te nemen aan dat bevredigende werk. Jullie verdienen een compliment
voor jullie toewijding aan dat belangrijke werk. Daardoor hebben jullie de
vrede en de rust binnen de muren van onze tempels al gevoeld.
Ik getuig dat God een rechtvaardig God is, en Hij zal geen voorrechten aan
ons geven en die onze voorouders onthouden. Maar wij moeten plaatsvervangend
voor hen op aarde dopen en begiftigingen en verzegelingen verrichten om voor
eeuwig met hen verbonden te zijn 'en voort te komen in de eerste opstanding.'14
Ik getuig ook dat de Heer president Hinckley leidt en inspireert nu hij
ons leidt bij dit belangrijke werk. Moge de vrede van het getrouw vervullen
van onze priesterschapstaken altijd in ons hart zijn. In de naam van Jezus
Christus. Amen.
NOTEN
1. 'What Roots Means to Me',Reader's Digest, mei
1977, 73-74.
2. 'Uw familiegeschiedenis: beginnen',Liahona, augustus
2003, p. 15.
3. LV 128:58, 18.
4. Zie Handelingen 24:15; Alma 11:41-45.
5. Zie 'Why Family History?' Internet,
www.familysearch.org.
6.History of the Church, deel 4, p. 425-426.
7. Zie LV 110:13-14,
16.
8. Zie LV 110:14-15.
9. R. Scott Lloyd, 'Hearts of the Children',Church
News, 14 september
1986, p. 16.
10. Joseph Fielding Smith,De leer tot zaligmaking,
bezorgd door Bruce R. McConkie, 3 delen (1954-1956), deel
2, p. 157.
11. Bryan Searing, 'The Link Made',Church News,
27 oktober 1990, p. 16.
12. 'The Relationship of Genealogy
and History', in het verslag van de Wereldconferentie over genealogische
documenten
in 1980, 13 delen.
Archieven
van De Kerk van
Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, deel
2, p. 4.
13. LV 138:58-59.
14. Wilford Woodruff,The Discourses of Wilford Woodruff, bezorgd
door G. Homer Durham (1946), p. 149.