The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Talen Hoofdmenu
Algemene conferentie
oktober 1999
Over zaad en aarde

Over zaad en aarde

President James E. Faust
Tweede raadgever in het Eerste Presidium

Wij willen vooral dat jullie een sterk getuigenis hebben, met stevige wortels, omdat het alleen dan een onfeilbaar kompas voor je zal zijn.

President James E. Faust

Mijn geliefde broeders, de taak om dit enorme leger priesterschapsdragers toe te spreken, drukte zwaar op mij. Ik verzoek om de zegen van de Heer en uw gebeden daarvoor.

Ik ben dankbaar dat mij als kind geleerd is hoe ik zaadjes moest zaaien. Door het wonder van het leven zaaiden we zaadjes en kweekten heerlijke verse doperwtjes, maïs, worteltjes, rapen, uien en aardappelen in eigen tuin. Ik herinner me goed een bijzondere ervaring waarbij mijn grootvader ons toonde hoe je alfalfazaadjes met de hand zaait. Hij had de aarde geploegd en geëgd om het zaaibed voor te bewerken. Toen nam hij een handvol zaadjes en verspreidde kunstig met een grote zwaai van zijn arm de zaadjes terwijl hij in geometrische patronen over de akker liep. Hoewel vogels een deel van de alfalfazaadjes opaten, groeide de oogst en hadden we jarenlang een rijke, overvloedige opbrengst van die akker.

Mede door die ervaring leerde ik later, als zendeling, de gelijkenis van de zaaier begrijpen die de Heiland vertelde, een gelijkenis die eigenlijk over verschillende soorten aarde gaat. Hij vertelde dat 'een deel langs de weg [viel] en de vogels kwamen en aten het op.

'Een ander deel viel op de steenachtige plaatsen, waar het niet veel aarde had. ( . . . )

'Maar toen de zon opkwam, verschroeide het en omdat het geen wortel had, verdorde het.

'Een ander deel viel op de dorens en de dorens kwamen op en verstikten het.

'Een ander deel viel in goede aarde en het gaf vrucht, deels honderd-, deels zestig-, deels dertigvoudig.'1

In deze gelijkenis is het zaad hetzelfde, maar belandt het in vier verschillende soorten aarde. De Heiland heeft ook de betekenis van de gelijkenis uitgelegd. Het zaad dat langs de weg viel, stelt degenen voor die het woord van God horen, maar het niet begrijpen en in handen van Satan vallen. De tweede hoeveelheid zaad, die op de steenachtige plaatsen viel, beschrijft hen die het woord vol vreugde horen en erdoor opbloeien zolang alles goed gaat. Maar komen de beproevingen, en worden ze door anderen onder druk gezet vanwege hun geloof, dan worden ze gekwetst en volharden ze niet. De derde hoeveelheid zaad, die op de dorens viel, stelt diegenen voor die het woord horen, maar wereldsheid en rijkdom belangrijker vinden, en zij vallen af van de waarheid. Maar de laatste hoeveelheid zaad, die in goede aarde viel, stelt diegenen voor die het woord horen, het begrijpen, ernaar leven en een grote eeuwige beloning oogsten.2

In het Boek van Mormon staan verscheidene voorbeelden van zaad dat langs de weg viel. Een daarvan is het verhaal van de Zoramieten. Alma schrijft dat de Zoramieten 'het woord Gods reeds gepredikt [was].

'Doch zij waren in grote dwalingen vervallen, want zij wilden de geboden Gods (. . . ) niet gehoorzamen.'3

Alma ondernam een zendingsreis om ze terug te winnen. Alma vergeleek in zijn leringen het woord met een zaadje, en argumenteerde:

'Indien gij plaats inruimt in uw hart, zodat er een zaadkorrel kan worden gezaaid, en het een echte of goede zaadkorrel is, en gij die niet door uw ongeloof uitwerpt, zodat gij de Geest des Heren wederstaat, ziet, het zal in uw boezem beginnen te zwellen, en wanneer gij dat gevoelt, zult gij tot uzelf zeggen: Het moet wel een goed zaad zijn, of een goed woord, want het begint mijn ziel te verruimen; ja, het begint mijn verstand te verlichten.'4

Uit het verslag blijkt dat veel van de armen onder de Zoramieten tot bekering kwamen en zich voegden bij het rechtschapen volk van Ammon in het land Jershon, nadat Alma en zijn metgezellen het zaad opnieuw gezaaid hadden.

Sommige zaadjes vielen op steenachtige plaatsen, ook in de begintijd van de kerk toen de profeet Joseph Smith een zendingsoproep verstrekte aan enkele bekeerlingen. Een van hen was Simonds Ryder, die op 6 juni 1831 door Joseph Smith tot ouderling geordend werd. Toen hij de openbaring over hemzelf gelezen had en gezien had dat zijn naam gespeld was met een 'i' in plaats van een 'y', raakte hij beledigd, zich schijnbaar niet bewust dat Joseph Smith de openbaringen vaak dicteerde aan zijn schrijver. Zijn teleurstelling over de verkeerde spelling van zijn naam leidde niet alleen tot zijn afval, maar uiteindelijk ook tot het begaan van een schanddaad toen hij hielp bij het met pek en veren insmeren van de profeet Joseph.5 Net als het zaad dat op steenachtige plaatsen viel, ontving Simonds Ryder het woord aanvankelijk met vreugde, maar raakte snel beledigd door een kleinigheid en verloor zijn plek in Gods koninkrijk.

Soms verstikken dorens het zaaibed, zoals in het geval van de rijke jongeling die de Heiland vroeg wat hij moest doen om het eeuwig leven te verkrijgen. Hij zei dat hij zich vanaf zijn jeugd aan alle tien geboden had gehouden, en vroeg: 'Waarin schiet ik nog tekort?' Jezus zag in dat de jongeman erg gehecht was aan zijn rijkdommen, en leerde hem de hogere wet van het evangelie: 'Verkoop uw bezit en geef het aan de armen, en gij zult een schat in de hemelen hebben, en kom hier, volg Mij.' Matteüs schrijft: 'Toen de jongeling [dit] woord hoorde, ging hij bedroefd heen, want hij bezat vele goederen.'6 Het zaad was gezaaid bij deze jongeman, maar vanwege zijn rijkdommen, viel het op de dorens en werd verstikt.

Bereizen wij tegenwoordig de wereld, dan zien we dat veel zaad in goede aarde gevallen is. Wij ontmoeten fijne, standvastige leden van de kerk die getrouw en toegewijd zijn. Sommigen van ons die als zendeling zaad hebben gezaaid, hebben misschien het idee gehad dat die zaadjes op steenachtige grond gevallen is. Het is niet altijd mogelijk om de consequenties te kennen van één enkel contact. Jarenlang was William R. Wagstaff, die van 1928 tot en met 1930 werkzaam was geweest in het zendingsgebied Noordelijke Staten-Midden, teleurgesteld dat hij niet meer mensen gedoopt had. In de zomer van 1929 bezochten zijn collega en hij een boerderij, bijna driehonderd kilometer ten westen van Winnipeg.

'Broeder Wagstaff herinnerde zich dat hij de moeder een exemplaar van het Boek van Mormon had gegeven en gedurende die zomer en de zomer daarna bij talrijke bezoeken het evangelie met haar had besproken.

'Hij herinnerde zich van al die bezoeken dat "ze dan haar schort afdeed, waarop we gingen zitten en het evangelie bespraken. Ze las wat en had veel vragen."

'Maar aan het eind van zijn zending had ze zich nog steeds niet laten dopen, en hij verloor haar uit het oog.'

Broeder Wagstaff ging naar huis, trouwde en kreeg kinderen. En toen bezochten zijn vrouw en hij in oktober 1969 een zendelingenreünie. 'Een vrouw kwam op hem af en vroeg: "Bent u niet broeder Wagstaff?"

'( . . . ) Ze stelde zich voor als de vrouw die hij op die boerderij ver van Winnipeg onderwezen had. In haar hand had ze een versleten exemplaar van het Boek van Mormon -- het exemplaar dat hij haar veertig jaar daarvoor had gegeven.

'"Ze toonde me het boek", vertelde hij. "Ik deed de kaft open en daar stonden mijn naam en adres."

'Toen vertelde ze broeder Wagstaff dat ongeveer zestig leden van haar familie lid van de kerk waren, onder wie een gemeentepresident.'7

Ouderling Wagstaff zaaide het zaad tijdens zijn zending, maar ging naar huis toen het zaad nog in de grond zat. Veertig jaar later kwam hij erachter dat er uiteindelijk een rijke oogst had plaatsgevonden en dat 'wat een mens zaait, [hij ook zal] oogsten.'8

Ieder van ons moet zaadkorrels van geloof voeden zodat ze wortel kunnen schieten. President Hinckley heeft ons ernstig aangespoord om de nieuwe leden te helpen bij het voorbereiden van hun ziel zodat de zaadkorrels van geloof, door de zendelingen gezaaid, verder kunnen groeien en zich ontwikkelen.

Maar tegelijk lijkt de aarde zich te verharden en staan velen minder open voor de zaken van de Geest. De wonderen van de hedendaagse techniek hebben velen een doelmatigheid gegeven op manieren waar zelfs een generatie geleden nog niet van gedroomd werd; maar met die nieuwe techniek is er een stortvloed aan nieuwe moeilijkheden gekomen voor onze morele normen en onze waarden. Sommigen zijn geneigd meer op de techniek te vertrouwen dan op theologie. Ik wil daar snel aan toevoegen dat de wetenschappelijke kennis, de wonderen van de communicatie en de wonderen van de hedendaagse geneeskunde van de Heer gekomen zijn om zijn werk in de hele wereld beter te kunnen verrichten. Een voorbeeld daarvan is de FamilySearch®-website van de kerk met meer dan zeven miljoen hits per dag. Maar uiteraard is Satan zich bewust van deze grote vooruitgang in de techniek, en maakt hij er net zo goed gebruik van voor zijn eigen doeleinden, die vernietiging en beroving inhouden. Hij verheugt zich in de pornografie op Internet en in de vunzigheid in veel films en tv-programma's. Hij heeft zelfs zijn eigen satanische boodschappen in een deel van de hedendaagse muziek laten sluipen. Om de zaadkorrels van geloof uit te laten spruiten, moeten we uit de greep van Satan blijven.

Wij moeten bovendien ons eigen zaaibed van geloof voorbewerken. Om dat te doen, moeten we de aarde ploegen door dagelijks nederig gebed, en dan vragen om kracht en vergiffenis. Wij moeten de aarde eggen door onze gevoelens van hoogmoed te overwinnen. Wij moeten het zaaibed voorbewerken door de geboden zo goed mogelijk te onderhouden. Wij moeten eerlijk zijn tegenover de Heer in de betaling van onze tiende en andere gaven. Wij moeten goed leven en in staat zijn om de grote machten van het priesterschap af te roepen over onszelf, ons gezin en anderen voor wie wij verantwoordelijk zijn. Er is geen betere plek om de geestelijke zaadkorrels van ons geloof te voeden dan in het heiligdom van onze tempels en bij ons thuis.

Jullie, jongemannen van de Aäronische priesterschap, zouden er ijverig naar moeten streven om een vak te leren en zoveel mogelijk scholing te krijgen. Jullie, diakenen en leraren, hoeven niet je hele carrière vast te leggen, maar je moet wel het voorbereidende werk doen ter voorbereiding op het tegemoet treden van de eisen van het leven en uiteindelijk de zorg voor je toekomstige vrouw en kinderen. In zeker opzicht eren jongemannen die niet in een vroeg stadium hun van God ontvangen talenten en mogelijkheden inzien niet ten volle hun priesterschap. Ik weet dat dit in sommige delen van de wereld een uiterst moeilijke opgave is, maar de kansen voor jullie, jongemannen, zullen groter worden als je de een of andere fundamentele vaardigheid goed aanleert. Het zou ook goed zijn voor jullie, jongemannen, om een tweede taal te leren. Als je je niet al in je jeugd voorbereidt, is het te laat om je voor te bereiden als je volwassen bent.

Bij mijn omgang met enkele van onze jongemensen, heb ik me afgevraagd waarom het zaad op steenachtige grond gevallen is. Het lijkt er vaak op dat er niet genoeg moeite is gedaan om de aarde voor te bereiden op het ontvangen van het zaad van geloof, zoals mijn grootvader zijn alfalfa-akker voorbewerkte.

Ik geloof dat veel intelligente, bijzondere en moedige geesten bewaard zijn voor deze moeilijke tijd. Ik denk dan aan een slim jongetje dat Timmy heette.

Timmy had maar twee cent in zijn zak toen hij een boer aansprak en wees naar een tomaat die aan een tak naar hem lonkte.

'Ik geef er twee cent voor', bood de jongen aan.

'Die soort kost een stuiver', zei de boer.

'Deze dan?' vroeg Timmy terwijl hij wees naar een kleiner, groener en minder aantrekkelijk exemplaar. De boer knikte instemmend. 'Oké', zei Timmy, en bezegelde de overeenkomst door zijn twee cent aan de boer te geven. 'Ik haal hem over ongeveer een week op.'9

Jullie, jongemannen, zouden wat kunnen leren van Timmy, die twee cent investeerde in een tomaat die in de toekomst wel vijf cent waard zou kunnen zijn. Als jullie bereid zijn om nu te investeren, zullen jullie kansen krijgen om meer te bereiken dan enige andere generatie die ooit geleefd heeft. Voor velen valt het zaad van het geloof echter tussen dorens en wordt het zaad onvruchtbaar.10

Jullie, broeders die het heilig priesterschap van God dragen, vragen je misschien af waarom wij zo graag willen dat de zaden van geloof in jullie ontkiemen en vrucht dragen. Wij willen vooral dat jullie een sterk getuigenis hebben, met stevige wortels, omdat het alleen dan een onfeilbaar kompas voor je zal zijn, dat je in staat stelt om de sterke winden van de tegenspoed te weerstaan. Wij geloven dat het heil van de wereld afhangt van de priesterschap van deze kerk. Die verantwoordelijkheid rust op ons. Wij kunnen die niet vermijden. President Gordon B. Hinckley heeft gezegd:

'Als de wereld gered moet worden, moeten wij dat doen. Daar is niet aan te ontkomen. Geen enkel ander volk in de wereldgeschiedenis heeft ooit een opdracht gekregen als de onze. Wij zijn verantwoordelijk voor allen die ooit op aarde geleefd hebben. Dat omvat onze familiegeschiedenis en tempelwerk. Wij zijn verantwoordelijk voor allen die nu op aarde leven, en dat omvat ons zendingswerk. En wij zullen verantwoordelijk zijn voor allen die nog op aarde zullen leven.'11

Broeders, omdat wij die waardevolle machten hebben, geloof ik dat wij rekenschap af zullen moeten leggen van onze inspanningen om ons van die overweldigende plicht te kwijten. Wij kunnen ons niet schamen voor de leer omdat zij niet populair of sociaal aanvaardbaar is. Wij mogen ons niet verontschuldigen voor dat wat geopenbaard is door onze profeten in onze tijd. Het is het woord van de Heer aan de wereld. Er is altijd een prijs te betalen als we een getuigenis van dit heilige werk willen hebben. Er is altijd een 'beproeving van ons geloof'.12

Alma zei dat als we voelen dat het zaad van geloof groeit, het onze ziel zal verruimen, ons verstand verlichten en ons aangenaam stemmen. Moge de Heer u zegenen zodat u dat zelf zult meemaken, dat bid ik in de naam van Jezus Christus. Amen.

NOTEN

1. Matteüs 13:3­8.
2. Zie Matteüs 13:19­23.
3. Alma 31:8­9.
4. Alma 32:28.
5. The Heavens Resound, a History of the Latter-day Saints in Ohio 1830­1838, Milton V. Backman jr., Salt Lake City: Deseret Book Company, blz. 95; The Far West Record, gered. door Donald Q. Cannon, Lyndon, W. Cook, Salt Lake City: Deseret Book Co., blz. 286.
6. Matteüs 19:21­22.
7. Julie A. Dockstader, 'Missionary Moments: A Lot of Rejoicing', Church News, 4 mei 1991, blz. 16.
8. Galaten 6:7.
9. Braude's Treasury of Wit and Humor, Jacob M. Braude, Prentice-Hall, Inc. Engelwood Cliffs, N.J., 1964, blz. 175.
10. Zie Matteüs 13:22.
11. Studiebijeenkomst voor zendingspresidenten, 25 juni 1999.
12. Zie LV 105:19.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy