The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Talen Hoofdmenu
Algemene conferentie
oktober 1999
Leren van Laman en Lemuël

Leren van Laman en Lemuël

Ouderling Neal A. Maxwell
van het Quorum der Twaalf Apostelen

Daarom werden Laman en Lemuël rebellen in plaats van leiders, verbolgen in plaats van rechtschapen -- allemaal omdat zij het karakter of de doeleinden van God en zijn 'handelingen' met zijn kinderen niet begrepen.

Ouderling Neal A. Maxwell

Zoals zijn profetische woorden zojuist hebben aangetoond, zijn wij zeer gezegend met president Hinckley als onze president!

Broeders en zusters, op uiterst dunne bladzijden die uitpuilen met diepe betekenissen staan enkele bijna verborgen teksten. Daarom moeten we ernaar zoeken, ons erin verheugen en ze overpeinzen (zie Johannes 5:39; Alma 14:4; Alma 33:2; Moroni 10:3; 2 Nephi 9:51). Maar we moeten vooral meer doen wat Nephi deed: 'alle schriftuur op ons toepasselijk' maken. (1 Nephi 19:23.)

Illustratieve woorden, die wij 'op ons toepasselijk' dienen te maken, komen twee keer voor met betrekking tot Laman en Lemuël, die door sommigen onterecht als achtergrondfiguren gezien worden. Bedenk daarom eens hoe de toepassing van de volgende woorden zich veel verder uitstrekt dan alleen die twee mannen: 'En aldus morden Laman en Lemuël ( . . . ) omdat zij de handelingen van de God, die hen had geschapen, niet begrepen' (zie 1 Nephi 2:12; zie ook Mosiah 10:14).

De 'handelingen' van de Heer met zijn kinderen verkeerd opvatten -- zijn band met, en behandeling van, zijn kinderen -- is heel fundamenteel. Morren is slechts één van de symptomen, en is bovendien niet de enige consequentie; in feite, broeders en zusters, heeft dit onbegrip een uitwerking op al het andere!

Iets zo essentieels verkeerd begrijpen, houdt in dat men God niet kent, die dan onterecht gezien wordt als onbereikbaar, niet betrokken, liefdeloos, onmachtig, een beperkte en verzwakte God -- en over die schijnbare beperkingen haasten sommigen zich vervolgens, ironisch genoeg, te beklagen.

Laman verwierp al in een vroeg stadium de rol die hij had moeten spelen, en in plaats daarvan wilde hij de scepter zwaaien, omdat hij voortdurend verbolgen was over Nephi's geestelijke leiderschap. Lemuël was niet alleen Lamans plichtsgetrouwe volgeling, maar steunde hem ook door zich door Laman op te laten hitsen. (Zie 1 Nephi 16:37, 38.) Als Laman in plaats daarvan volledig geïsoleerd was geweest, dan waren bepaalde zaken anders gelopen. Dergelijke steunverleners hebben wij ook in onze samenleving. Zij laten zich ophitsen tegen het goede en steunen het verval. Zij komen net zo min in aanmerking voor verontschuldiging als Lemuël. Ze blijven net als hem nagenoeg onopgemerkt, maar hun huichelarij is groot!

Vermaningen aan het adres van Laman en Lemuël waren 'moeilijk te begrijpen ( . . . ) indien een mens de Heer niet vroeg. En zij hadden hun hart verstokt en wendden zich niet tot de Here, zoals zij behoorden te doen' (1 Nephi 15:3).

Vooral het feit dat zij niet geloofden in een openbarende God, was fundamenteel. Ook nu nog geven zij die afstand willen nemen van God er de voorkeur aan zijn woonplaats een vaste plek in het verleden te geven. Door dat geloof in een beperkte God, kunnen de mensen zo'n beetje doen wat ze zelf willen. Van dit beeld van een onpersoonlijke God ver weg, is het geen grote stap meer om te zeggen: 'Er is geen God, dus ook geen wet en geen zonde!' (Zie 2 Nephi 2:13. Zie ook Alma 30:28.)

Door te proberen God alleen aan het verleden toe te wijzen, zoals velen tegenwoordig doen, houdt Hij op de constante God te zijn van het verleden, het heden en de toekomst. In feite liggen het verleden, het heden en de toekomst voortdurend voor God, waardoor ze een 'eeuwig heden' zijn. (Zie Teachings of the Prophet Joseph Smith [1976], blz. 220; zie ook Leer en Verbonden 130:7.)

Kortom, Laman en Lemuëls gebrek aan karakter weerhield hen van het begrijpen van het volmaakte karakter van God! Dan is het geen wonder dat de profeet Joseph Smith heeft gezegd: 'Als de mensen het karakter van God niet begrijpen, dan begrijpen ze zichzelf niet.' (Teachings, blz. 343.)

Laman en Lemuël beseften ook niet dat een liefhebbende God onvermijdelijk een onderwijzende Vader is, die wil dat zijn kinderen echt gelukkig zijn en terug naar huis komen. Daarom zagen zij, door Gods 'handelingen' niet voldoende te begrijpen, de belangrijkste eigenschap van Gods karakter over het hoofd -- zijn liefde! Hun morren was dus een symptoom van een funest virus.

Laman en Lemuël begrepen evenmin dat de 'handelingen' van God ook inhielden dat profeten gebruikt worden om de mensen te waarschuwen. De Heer had daarvoor Lehi geroepen, maar Laman en Lemuël schaamden zich blijkbaar voor de impopulaire rol van hun vader en zijn ernstige aanval op de in Jeruzalem heersende mentaliteit.

De geestelijk verdoofde Laman en Lemuël vonden dat de inwoners van Jeruzalem de profetische kritiek aan hun adres niet verdienden. (Zie 1 Nephi 2:13.) Maar er was reeds een doordringend geestelijk verval gaande, zich uitstrekkend over, zoals zo vaak gebeurt, 'slechts enkele jaren' (Helaman 4:26). Ook nu zien velen een soortgelijk, kwetsend verval niet. Ironisch genoeg zijn de lemmingen die naar zee marcheren trots op hun individualisme! Daardoor zien zij elke raad als een inbreuk op hun 'rechten' en het aanvaarden van advies als beperking van hun keuzevrijheid.

Ook fundamenteel was dat Laman en Lemuël niet begrepen dat een onderwijzend God weleens wat moeilijks van zijn kinderen kan eisen. De rol van de tegenspoed is te zien in deze strenge, maar geïnspireerde verklaring: 'Niettemin acht de Here het goed zijn volk te kastijden; ja, Hij beproeft hun geduld en hun geloof' (Mosiah 23:21). Hun droevige verwachting van gemak bleek uit hun boosheid over het halen van de platen van Laban, het doorstaan van de ontberingen in de wildernis, het bouwen van een schip, en het oversteken van een grote oceaan. (Zie 1 Nephi 3, 4.) Omdat ze afgestompt en ongevoelig waren, deelden Laman en Lemuël gewoon niet het vertrouwen van Nephi dat de Heer zijn kinderen nooit zou gebieden iets moeilijks te doen zonder eerst de weg voor hen te bereiden. (Zie 1 Nephi 3:7.)

Hun enorme fouten leidden tot bijna komische inconsequenties, zoals de overtuiging van Laman en Lemuël dat God wel de machtige farao en het grote leger van Egypte bij de Rode Zee aankon, maar niet een lokale Laban! Hoeveel mensen maken zich tegenwoordig ook niet op soortgelijke wijze ondergeschikt aan, en geliefd bij, sterfelijke bangmakers?

In de uiteindelijke afscheiding, zoals tussen de Lamanieten en de Nephieten, ging de geestelijke scheiding aan de geografische scheiding vooraf: '( . . . ) ik, Nephi, [nam] mijn gezin ( . . . ) en allen, die met mij wilde medegaan ( . . . ) die ( . . . ) geloofden in de waarschuwingen en openbaringen van God. Daarom luisterden zij naar mijn woorden' (2 Nephi 5:6).

Laman en Lemuël namen niet van de vrucht van de boom des levens, wat de liefde van God is (zie 1 Nephi 11:25). De liefde van God voor zijn kinderen komt op de diepzinnigste wijze tot uiting in zijn gave van Jezus als onze Verlosser: 'Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft' (Johannes 3:16). Deel hebben aan Gods liefde is deel hebben aan de verzoening van Jezus en de bevrijding en vreugde die dat kan geven. Het is duidelijk dat Laman en Lemuël een dergelijk geloof niet hadden -- vooral niet in een Christus die nog moest komen! (Zie Jarom 1:11.)

Nephi, echter, had 'de goedheid [van God leren] kennen' (1 Nephi 1:1), vandaar Nephi's vastbesloten verklaring: 'Ik weet, dat [God] zijn kinderen liefheeft; toch weet ik niet de betekenis van alle dingen' (1 Nephi 11:17). Als wij God liefhebben en zijn goedheid kennen, zullen wij Hem vertrouwen, zelfs als wij ook geen oplossing weten.

Laman en Lemuël begrepen dus niet de relatie van de sterfelijke mens met God, en, erger nog, zij wilden die ook eigenlijk niet begrijpen. Zij wilden juist hun afstand bewaren jegens God. Bovendien, omdat zij intellectueel lui waren, telden zij hun zegeningen niet; dankbaarheid had de afstand kunnen verminderen, maar Laman en Lemuël hielden zich niet bezig met inventariseren.

Laman en Lemuël toonden ook weinig blijvende geestelijke nieuwsgierigheid. Het mag waar zijn dat zij één keer enkele rechtstreekse vragen hebben gesteld over de betekenis van een visioen van de boom, de rivier en de ijzeren roede. Maar hun vragen leken meer op een poging om leerstellige stippen met elkaar te verbinden dan zichzelf met God te verbinden en met zijn bedoelingen voor hen. Zij maakten de antwoorden beslisten niet 'toepasselijk' op zichzelf. (Zie 1 Nephi 19:23.)

Hun berouw duurde nooit erg lang, zoals in de tijd die er lag tussen de verschijning van een engel aan Laman en Lemuël en de hervatting van hun gemor. (Zie 1 Nephi 3:31.) Onder dwang gaven zij zelfs een keer oppervlakkig toe: 'Wij weten ( . . . ) dat de Here met u is, [Nephi]', maar ze werden al gauw weer 'uitermate ruw' in hun gedrag aan boord van het schip. (Zie 1 Nephi 17:55; zie ook 1 Nephi 18:8, 9.) Hun periodieke geweld gaf aan dat hun wrok verder ging dan alleen abstracte, intellectuele geschillen.

Laman en Lemuël werden geïntimideerd door de macht van Laban, maar hun vrees voor macht was alleen maar een bewijs van de macht van vrees. Daar 'volmaakte liefde [ . . . ] alle vrees [verdrijft]', was hun beperkte vermogen om lief te hebben maar al te duidelijk. (Zie Moroni 8:16; zie ook 1 Johannes 4:18.) Ze waren niet alleen zonder principes en onopmerkzaam, maar droevig genoeg nog liefdeloos ook!

Daarom reageerden de verharde Laman en Lemuël zelden op genegenheid die andere mensen betoonden. Empathie, die eeuwige eigenschap, was hun vreemd. Als Lehi hen met alle gevoel van een liefdevolle, bezorgde ouder vermaande, was het gevolg meestal verbolgenheid, met wrede reacties tegenover ouders en broers. (Zie 1 Nephi 8:37.) Toen Nephi zich verdrietig toonde vanwege hun gedrag, waren Laman en Lemuël 'verheugd' dat hij bedroefd was. (Zie 1 Nephi 17:19.) Vermaningen waren al erg genoeg, maar dan moesten ze niet ook nog eens van Nephi komen!

Hun vermogen om lief te hebben was op die manier erg beperkt, waardoor ze gauw boos werden en klaagden dat zij zich hun laatste redding nauwelijks lang genoeg herinneren om hun volgende moeilijkheid tegemoet te treden. In plaats daarvan overschaduwden de zorgen van alledag, zoals nota bene de zorg over een gebroken boog, de zaken van de eeuwigheid. Ook in deze tijd laat men zich leiden door de ieder-voor-zich regel, door de ieder-voor-zich situationele ethiek, de gedemocratiseerde zedenleer, alsof de tien geboden door een stuurgroep in het leven zijn geroepen.

Dachten Laman en Lemuël bij hun aankomst in de beide vruchtbare landen Overvloed, nu echt dat dergelijke goede navigatie puur toeval was? Misschien had Nephi het gewoon 'juist ( . . . ) geraden'. (Zie Helaman 16:16.) Hun ondankbaarheid voor de opmerkelijke Liahona werpt de volgende vraag op: wat vonden Laman en Lemuël nu eigenlijk van dat ingenieuze instrument? Was het gewoon een handig apparaatje of behoorde het tot de standaarduitrusting van elk schip?

Ironisch genoeg zijn velen die net als Laman en Lemuël de eersten zijn om een teken te eisen, ook de eersten om er geen acht op te slaan. Sommigen vragen om meer tekens terwijl ze een dagelijks menu van manna consumeren, daarbij vergetend uit welke opmerkelijke Bron die komt.

Daarom, broeders en zusters, is het boven periodieke wonderen te verkiezen om de Heilige Geest als voortdurende metgezel te hebben. (Zie LV 121:46.) Maar, en dat moeten wij altijd onthouden, de Heilige Geest is weliswaar een Trooster, maar geen indringer!

Laman en Lemuëls verwerping van de profeten en de Schriften hield in dat er voor hen geen nuttige vergelijkingen mogelijk waren, geen in herinnering brengen, en dus ook geen persoonlijke openbaring van tijd tot tijd. Zij begrepen gewoon niet dat Gods wegen hoger zijn dan de wegen van de mens. (Zie Jesaja 55:9.) Zij genoten liefst van een leven dat in intellectueel opzicht armoedig was, een draagbaar equivalent van het hoogmoedige 'gro[te] en ruim[e] gebouw' (1 Nephi 8: 26, 31).

Daarom werden Laman en Lemuël rebellen in plaats van leiders, verbolgen in plaats van rechtschapen -- allemaal omdat zij het karakter of de doeleinden van God en zijn handelingen met zijn kinderen niet begrepen.

Wat hun geestelijke betekenis betreft, zijn Laman en Lemuël droevige nullen. Het is waar dat we meer over ze zouden kunnen weten, maar dat verandert niet de eindconclusie. Als zij, in sommige opzichten, onontwikkelde figuren lijken, dan komt dat doordat zij telkens weer een grote leegte gehad blijken te hebben -- die gevuld had kunnen worden met de 'liefde van God'. In een visioen was er een enkele scène waarin Lehi zijn blik op de verte richtte, zoekend naar Laman en Lemuël, opdat hij 'hen kon ontdekken'. Eindelijk zag Lehi hen 'maar zij wilden niet ( . . . ) van de vrucht nemen' (zie 1 Nephi 8:17­18, zie ook 1 Nephi 11:25; 8:35; 2 Nephi 5:20). Van alle zelf opgelegde straffen, omschrijft dit grafschrift van acht woorden wel de ergste en verstrekkendste!

Gelukkig, broeders en zusters, heeft de rijke herstelling ons extra manieren verschaft om 'de handelingen van God met zijn kinderen te begrijpen', inclusief die met ieder van ons persoonlijk. Wij kunnen zijn liefde leren kennen door de heerlijke verzoening van Jezus toe te passen om meer op Hem te gaan lijken. Door waardevolle schriftuurplaatsen op onszelf toepasselijk te maken, zullen we dat waardevolle proces versnellen! Mogen wij dat doen in de naam van Jezus Christus. Amen!

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy