The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Talen Hoofdmenu
Algemene conferentie
oktober 1999
'Hoed mijn schapen'

'Hoed mijn schapen'

Ouderling Ben B. Banks
van het Presidium der Zeventig

Ik geloof dat ieder actief lid van de kerk een verloren schaap kent dat aandacht en liefde nodig heeft.

Ouderling Ben B. Banks

Een aantal jaren geleden hadden mijn vrouw Susan en ik de kans om het zendingsgebied Christchurch (Nieuw-Zeeland) met president en zuster Melvin Tagg te bezoeken. President Tagg stelde voor om tijdens een voorbereidingsdag met de bus naar het prachtige Milford Sound te gaan. De bus stopte onderweg verscheidene malen op mooie uitzichtpunten. Toen we tijdens een van de onderbrekingen terug naar de bus liepen, keek ik nieuwsgierig naar een groep passagiers die in een kring op de weg foto's stonden te nemen. Toen ik over de mensen heenkeek, zag ik in de kring een angstig lammetje dat wankel op de benen stond. Het was volgens mij pas een paar uur oud. Ik heb in mijn leven veel schapen gezien omdat mijn schoonvader een schapenfokkerij heeft gehad. Daarom had ik ook geen interesse in foto's van een eenzaam lammetje. Ik stapte de bus in en wachtte.

Toen uiteindelijk alle passagiers weer in de bus zaten, pakte de buschauffeur het angstige lammetje op, hield het liefdevol in zijn armen en nam het mee in de bus. Hij ging zitten, sloot de deur, pakte de microfoon en zei: 'Er is hier vanmorgen ongetwijfeld een kudde schapen langsgekomen en dit lammetje is afgedwaald. Als we het meenemen, komen we onderweg de kudde misschien tegen en kunnen we dit lammetje aan zijn moeder teruggeven.'

We reden verscheidene kilometers door prachtige bossen en kwamen uiteindelijk bij een prachtige weide met lang, golvend gras. In de weide stond een kudde schapen. De buschauffeur stopte en excuseerde zich. We dachten allemaal dat hij het lammetje langs de kant van de weg zou zetten, maar dat deed hij niet. Met het lammetje in zijn armen liep hij voorzichtig en rustig door het gras naar de kudde. Toen hij zo dichtbij was gekomen dat hij ze nog net niet verstoorde, zette hij het lammetje zachtjes op de grond en bleef toen wachten totdat het lammetje zich bij de kudde voegde.

Toen hij weer in de bus zat, pakte hij opnieuw zijn microfoon en zei: 'Kunt u het moederschaap horen zeggen: "O, dank u, dank u, dank u wel, dat u mijn verloren lammetje terug hebt gebracht?"'

Als ik aan dit geweldige leermoment denk, dwalen mijn gedachten af naar de gelijkenis die de Heer over het verloren schaap heeft gegeven.

'Al de tollenaars nu en de zondaars plachten tot Hem te komen om naar Hem te horen.

'En de Farizeeën en de schriftgeleerden morden en spraken: Deze ontvangt zondaars en eet met hen.

'En Hij sprak deze gelijkenis tot hen en zeide:

'Wie van u, die honderd schapen heeft en er één van verliest, laat niet de negenennegentig in de wildernis achter en gaat het verlorene zoeken, totdat hij het vindt?

'En als hij het vindt, tilt hij het met blijdschap op zijn schouders, en thuisgekomen, roept hij zijn vrienden en buren bijeen en zegt tot hen: Verblijdt u met mij, want ik heb mijn schaap gevonden, dat verloren was.

'Ik zeg u, dat er alzo blijdschap zal zijn in de hemel over één zondaar, die zich bekeert, meer dan over negenennegentig rechtvaardigen, die geen bekering nodig hebben' (Lucas 15:1­7).

Onze hedendaagse profeet, president Gordon B. Hinckley, heeft ook zijn zorg over de verloren schapen uitgesproken:

'Er zijn zoveel jonge mensen die doelloos ronddolen over het tragische pad van drugs, bendes, onzedelijkheid, en alle ellende die daarmee gepaard gaat. Er zijn weduwen die verlangen naar een vriendelijke stem en naar wat bezorgdheid waar liefde uit spreekt. Er zijn mensen die eens een brandend geloof hadden, maar bij wie het geloof gedoofd is. Velen van hen willen terugkomen, maar weten niet goed hoe ze dat moeten doen. Ze hebben een vriendelijke, uitgestoken hand nodig. Met wat moeite kunnen velen van hen worden teruggebracht voor het feest aan de dis van de Heer.

'Broeders en zusters, ik hoop en bid dat ieder van ons ( . . . ) zich vast zal voornemen om mensen op te zoeken die hulp nodig hebben, die zich in wanhopige en moeilijke omstandigheden bevinden, en hen met een geest van liefde terug te brengen in de omhelzing van de kerk, waar sterke handen en liefdevolle harten hen zullen verwarmen, troosten, steunen, en hen op het pad naar een gelukkig en productief leven zetten.' ('Reik anderen de reddende hand', De Ster, januari 1997, blz. 83.)

Met betrekking tot de bezorgdheid van onze profeet kunnen we ons afvragen: 'Waarom zijn sommige mensen die voorheen zo sterk in het geloof stonden, nu afgedwaald?'

Als we willen slagen in de opdracht van de profeet om de heiligen te vervolmaken, moeten we ook slagen in onze pogingen om de mensen te helpen die zijn afgedwaald. Voordat we daaraan beginnen, moeten we eerst weten waarom ze niet meer naar de kerk gaan en met de heiligen omgaan.

De meeste actieve leden geloven dat de minder-actieve leden zich anders gedragen omdat ze de leer van de kerk niet geloven. Een studie door de afdeling informatief onderzoek van de kerk staaft deze veronderstelling echter niet. Daaruit bleek dat bijna alle minder-actieve leden geloven dat God bestaat, dat Jezus de Christus is, dat Joseph Smith een profeet was en dat de kerk waar is.

Als onderdeel van een andere studie werd een aantal actieve leden, die ooit minder-actief waren geweest, gevraagd waarom ze toen niet naar de kerk gingen. De meest genoemde redenen waren:

  • Schuldgevoelens.

  • Persoonlijke of gezinsproblemen.

  • De ouders of de huwelijkspartner waren minder-actief.

  • Opstandigheid of luiheid als tiener.

  • Problemen met werktijden.

  • De kerk was te ver weg, geen vervoer.

    Er werd vervolgens gevraagd waardoor ze weer actief in de kerk waren geworden. De meest genoemde antwoorden waren:

  • Een levenscrisis.

  • Persoonlijke problemen opgelost.

  • Het voorbeeld van een huwelijkspartner, vriend of vriendin.

  • Invloed van familieleden.

  • Wilde de invloed van het evangelie voor andere gezinsleden.

  • Begeleiding van andere leden, naar een andere wijk verhuisd waar de mensen veel om hen gaven.

    (Vergelijkend onderzoek van de afdeling informatief onderzoek, september 1999.)

    Ik geloof dat ieder actief lid van de kerk een verloren schaap kent dat aandacht en liefde nodig heeft.

    President Hinckley heeft aangegeven wat iedere bekeerling nodig heeft om actief in de kerk te blijven: een vriend, een taak en voortdurende voeding met het goede woord Gods. De verloren schapen hebben dezelfde zorg nodig om tot de kudde terug te keren.

    Ik ken een gezin dat tijdens een kampeertocht een zoon kwijtraakten. Toen ze hem niet konden vinden, hebben ze om hulp gevraagd en gingen honderden mensen op zoek totdat de jongen zich weer veilig in de armen van zijn moeder en vader bevond. Ik pleit deze ochtend dat we allemaal dezelfde soort oprechte zorg en liefde zullen hebben, zodat we ervoor zullen zorgen dat de kostbare zoons en dochters van God die zijn afgedwaald weer actief worden.

    Dat is een enorme opdracht. Er is veel geloof, energie en toewijding nodig om deze broeders en zusters te bereiken. Maar we moeten het doen. De Heer rekent op ons.

    We mogen niet vergeten dat verandering langzaam tot stand komt. We moeten allemaal geduldig zijn, begeleiding en vriendschap aanbieden, leren luisteren, liefhebben en niet oordelen.

    In iedere wijk en gemeente zijn goede, eerlijke mannen en vrouwen. Velen weten niet hoe ze tot de kerk moeten terugkeren. Er bevinden zich goede vaders en moeders onder hen. Velen hebben één ding gemeen: ze zijn niet de geestelijk leider thuis. Als gelovige mannen en vrouwen deze mensen bezoeken, vriendschap met hen sluiten, hen liefhebben en hen in het evangelie onderwijzen, geloof ik dat zij en hun gezin terug zullen keren.

    Nu wil ik iets zeggen tegen de mensen die van de kudde zijn afgedwaald. Ik hoop dat een aantal van u die niet volledig actief in de kerk is vanmorgen naar deze bijeenkomst van de conferentie luistert. In veel gevallen hebt u nieuwe vriendschappen gesloten en houdt u zich niet meer aan de kerkelijke normen. Veel van uw kinderen gaan hetzelfde pad op en volgen uw voorbeeld. Kinderen zijn niet alleen op lichamelijk en emotioneel gebied van hun ouders afhankelijk, maar ook op geestelijk gebied.


    Was een schaap, geen lam dat was afgedwaald
    In de gelijkenis die Jezus vertelde,
    Een volwassen schaap dat was afgedwaald
    Van de negenennegentig in de kudde.
    En waarom moeten wij naar dit schaap zoeken
    En oprecht hopen en bidden?
    Want er schuilt gevaar als het schaap is afgedwaald;
    Ook de lammeren kunnen dat voorbeeld volgen.
     
    Lammeren volgen het voorbeeld van de schapen, weet u,
    Waar het schaap ook naar toe gaat.
    Als het schaap er vandoor gaat, duurt het niet lang
    Tot de lammeren net zo zijn afgedwaald.
     
    En daarom smeken wij tot de schapen
    In het belang van de lammeren,
    Want als de schapen afdwalen,
    Moeten de lammeren de prijs betalen.
    ('The Echo', by C. C. Miller, geciteerd in Hugh B. Brown, The Abundant Life [1965], blz. 166­67.)

    De Heer heeft gezegd: 'Mijn schapen horen naar mijn stem.' (Johannes 10:27.) Uw kinderen reageren op uw stem. Niemand kan uw plaats als vader en moeder innemen. Er was eens een zesjarig meisje dat haar moeder in een drukke supermarkt was kwijtgeraakt. Ze begon in paniek 'Martha, Martha' te roepen. Toen ze haar moeder had gevonden en ze weer bij elkaar waren, zei haar moeder: 'Je moet me niet Martha noemen, hoor, maar mama.' Het meisje antwoordde: 'Ja, dat weet ik, maar de winkel was vol moeders, en ik wilde alleen de mijne.' (Spencer W. Kimball, Faith Precedes the Miracle [1972], blz. 117.)

    Wat zou het een zegen voor uw gezin zijn als u uw leven in overeenstemming met het evangelie zou brengen. De beslissing om uw leven te veranderen, weer actief in de kerk te worden en tot Christus te komen, is de belangrijkste beslissing die u in dit leven kunt nemen.

    Tot slot wil ik nog iets tegen de herders van de kudde zeggen. De Heiland heeft in een openbaring tegen de profeet Joseph Smith gezegd hoe waardevol iedere ziel is:

    'Gedenkt, dat de waarde van zielen groot is in Gods ogen;

    'Want ziet, de Here, uw Verlosser, onderging de dood in het vlees; aldus leed Hij de pijnen van alle mensen, opdat alle mensen zich mochten bekeren en tot Hem komen.

    'En Hij is wederom uit de doden opgestaan, opdat Hij alle mensen tot Zich mocht brengen op voorwaarde van bekering.

    'En hoe groot is zijn vreugde over de ziel, die zich bekeert!

    'Daarom zijt gij geroepen om bekering tot dit volk te prediken.

    'En wanneer gij al uw dagen zoudt besteden met bekering tot dit volk te prediken, en slechts één ziel tot Mij brengt, hoe groot zal dan uw vreugde met deze zijn in het koninkrijk mijns Vaders!' (LV 18:10­15.)

    De goede Herder heeft zijn leven gewillig voor zijn schapen gegeven, voor u en voor mij, ja, voor iedereen, opdat wij voor eeuwig bij onze Vader in de hemel kunnen wonen. Ik bid dat wij de aanmoediging zullen opvolgen die onze Heiland Jezus Christus drie keer aan Petrus gaf: '( . . . ) Weid mijn lammeren ( . . . ) Hoed mijn schapen ( . . . ) Weid mijn schapen.' (Zie Johannes 21:15­17.) In de naam van Jezus Christus. Amen.

  •  
    © 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy