President James E. Faust
Tweede raadgever in het Eerste Presidium
De toewijding van de zusters van deze kerk is al sinds het begin een wonderbaarlijk, versterkend ingrediënt van de kerk.
Mijn geliefde zusters, ik voel mij ootmoedig in uw aanwezigheid. Wij zijn vanavond vooral vereerd door de aanwezigheid van president Hinckley en president Monson. De muziek van dit bijzondere koor was verheffend. Het fijne gebed van zuster Butterfield was een uitnodiging aan de Geest van de Heer om bij ons te zijn. Wij zijn geïnspireerd door de boodschappen van de zusters Jensen, Dew en Smoot over het thema van deze conferentie: 'Jubel en verheug u, gij dochter van Zion! want zie, Ik kom in uw midden wonen, luidt het woord des Heren.'
1 Ieder van u straalt, als dochter van Zion, geloof en goedheid uit.
Mijn respect en bewondering voor u, geweldige zusters, jong en oud, zijn niet in woorden uit te drukken. Wij danken u voor uw geloof, toewijding en voorbeeld van rechtschapenheid. De toewijding van de zusters van deze kerk is al sinds het begin een wonderbaarlijk, versterkend ingrediënt van de kerk. Uw moeilijkheden in deze tijd verschillen weliswaar van die van uw voorouders, maar ze zijn er wel degelijk.
Ik spreek vanavond over wat het inhoudt een dochter van God te zijn. De nieuwe verklaring van de ZHV begint als volgt: 'Wij zijn geliefde geestdochters van God.' Een dochter van God zijn, houdt in dat u een nakomeling bent van de Godheid, een letterlijke nakomeling van een goddelijke Vader, dat u goddelijke eigenschappen en potentieel erft. Een dochter van God zijn, betekent ook dat u wedergeboren bent, van een 'zinnelijke en gevallen staat tot een staat van rechtvaardigheid overgegaan'.2
Een zekere jonge vrouw werd zich veel beter bewust van de mooie relatie die wij met onze hemelse Vader hebben toen ze het huis uit ging om te gaan studeren. Haar vader gaf haar een zegen en sprak zijn liefde voor haar uit. Zij schrijft vervolgens:
'Ik hield krampachtig vast aan zijn woorden van liefde en steun toen ik verdrietig afscheid nam van mijn huisgenoten. Ik voelde me alleen en bang in die onbekende wateren. Voordat ik die ochtend mijn kamer verliet, knielde ik neer en vroeg om hulp. Wanhopig smeekte ik mijn hemelse Vader om kracht zodat ik alleen de studentenwereld tegemoet kon treden. Ik had mijn huisgenoten en vrienden en alles wat mij vertrouwd was de dag daarvoor achtergelaten, en ik wist dat ik zijn hulp nodig had.
'Mijn gebeden werden beantwoord toen ik dacht aan de ontroerende ervaring met mijn vader de dag daarvoor. Ik werd overspoeld door een golf van troost toen ik besefte dat ik niet naar de universiteit was gegaan met een zegen van alleen mijn aardse vader. Die dag, nog niet zo lang geleden, voelde ik plotseling dat mijn hemelse Vader mij in zijn armen hield. Misschien gaf Hij mij woorden van raad en bemoediging en zei Hij dat Hij geloof in mij had, net als mijn aardse vader had gedaan. Op dat moment wist ik dat ik het nooit zonder de volmaakte liefde en eindeloze steun van mijn Vader in de hemel hoef te stellen.'3
Het lidmaatschap in de zustershulpvereniging, dat tot elke volwassen vrouw in de kerk komt, verschaft u een huis ver weg van uw hemels thuis, waar u kunt omgaan met anderen die uw overtuiging en waarden delen.
Daar dacht ik onlangs aan toen we de historische stad Nauvoo bezochten. Wij bezochten het gebouwtje waar de zustershulpvereniging op 17 maart 1842 met achttien leden georganiseerd was. Enkele dagen later, op 28 april 1842, verklaarde de profeet Joseph Smith: 'Deze vereniging moet instructie ontvangen door de orde die God heeft ingesteld door middel van hen die zijn aangewezen om leiding te geven.' Daarop volgde deze opmerkelijke en verstrekkende profetische uitspraak: 'En nu overhandig ik u de sleutel in de naam van God, en deze vereniging zal zich verheugen, en van nu af aan zal haar kennis en intelligentie toestromen. Dit is het begin van betere dagen voor deze vereniging.'4
De vrouwen reageerden zowel bij de bouw van de Kirtland-tempel als de Nauvoo-tempel door hun dierbare porselein te vermalen voor de afwerking van de tempelmuren. Sinds het begin van deze vereniging zijn haar inzet en prestaties groot geweest.
Wat is de zustershulpvereniging? Mijns inziens richt zij zich vooral op vier belangrijke punten:
Ten eerste is het een door God ingestelde zusterschap.
Ten tweede is de vereniging een plek om te leren.
Ten derde is het een organisatie die als voornaamste kenmerk heeft dat zij voor anderen zorgt. Haar motto is: 'De liefde vergaat nimmermeer.'
Ten vierde komt de ZHV tegemoet aan de behoefte van vrouwen om met elkaar om te gaan.
Deelname aan de ZHV kan zowel de jongere als de oudere zusters ertoe brengen een betere dochter van God te worden. U, jongere zusters, hebt tijdens de bijeenkomsten misschien het gevoel dat u niet zoveel gemeen hebt met de moeders en grootmoeders. Maar, zoals Bethany Collard van negentien opmerkte: 'Waar in de jongevrouwen een fundament voor wordt gelegd ( . . . ) wordt in de ZHV op voortgebouwd, en het wordt er onderhouden.' Ze begon 'de goede werken' in te zien 'die de leden van de ZHV verrichten' omdat goede werken verricht worden door zusters van alle leeftijden. Ja, dat zijn de banden die de zusters bijeentrekken, ongeacht hun leeftijd of omstandigheden. Zoals Bethany zei: 'Al die zaken zijn kenmerken van een goddelijke vrouw die een rechtschapen dochter van God is.'5 Zoals Emily H. Woodmansee geschreven heeft in een lofzang:
Als zusters te dienen is 't voorrecht der vrouwen,
een gave van God, in vertrouwen verleend;
in liefde te schragen en steeds op te bouwen,
te steunen en helpen waar nood wordt vermeend.6
Nu kunnen sommigen van de oudere zusters vragen: 'Heb ik niet al alle ZHV-lessen gehoord? Wat voor nut heeft het voor mij om nog elke week naar de ZHV te gaan?' Het antwoord op die vragen is misschien het beste te geven door het verhaal van een jongetje te vertellen dat piano leerde spelen. Zijn moeder, die hem wilde aanmoedigen, kocht kaartjes voor een uitvoering van de grote Poolse pianist Paderewski. De avond van het concert brak aan en de moeder en haar zoon namen hun plaatsen in voorin de concertzaal. Toen de moeder met enkele vriendinnen aan het praten was, glipte de jongen stilletjes weg.
'Plotseling was het tijd voor de aanvang van de uitvoering, en sneed een enkel spotlicht door het duister van de concertzaal, waarmee het een vleugel op het podium verlichtte. Toen pas merkte het publiek het jongetje op het pianobankje op, dat onschuldig "Twinkle, Twinkle, Little Star" pingelde.
'Zijn moeder schrok, maar voor ze zich maar kon bewegen, verscheen Paderewski op het podium en liep snel naar de vleugel. Hij fluisterde de jongen toe: "Niet stoppen. Doorspelen." Toen leunde de meester voorover en begon met zijn linkerhand de baspartij mee te spelen. Al gauw reikte hij met zijn rechterarm om de andere kant van de jongen heen, waardoor hij hem als het ware omarmde, en begon parelende omspelingen toe te voegen. Samen hielden de oude meester en de jonge leerling het publiek in hun ban.
'Ook in ons leven, hoe ongeoefend wij ook zijn, is het de Meester die ons omarmt en ons van tijd tot tijd telkens weer in het oor fluistert: "Niet stoppen. Doorspelen." En als wij dat doen, vult Hij onze inzet aan tot er een werk van verbazende schoonheid geschapen is. Hij staat ons allen bij, en blijft ons telkens weer zeggen: "Doorspelen."'7
Als u het inderdaad 'allemaal al gehoord hebt', dan hebt u beslist geheugensteuntjes nodig. Bovendien, zoals president Hugh B. Brown heeft gezegd: 'Terwijl theologie vooral het intellect aanspreekt, raakt godsdienst het hart. ( . . . ) Theologie bestaat slechts uit woorden, maar godsdienst vereist daden.'8 Daden zijn nodig om uw motto uit te voeren: 'De liefde vergaat nimmermeer.'
Wij allen zijn Eva veel dank verschuldigd. In de Hof van Eden kregen Adam en zij de opdracht om niet te eten van de boom van de kennis van goed en kwaad. Maar ze werden er ook aan herinnerd: 'nochtans moogt gij voor uzelf kiezen'.9 En dit wordt ons verteld over de overweging van die keuze: 'En toen de vrouw zag, dat die boom goed was tot spijze, ( . . . ) een boom, die begeerlijk was om haar wijs te maken, nam zij van zijn vrucht en at; en zij gaf ook aan haar man bij haar, en hij at.'10 En zo begon hun aardse proeftijd en ouderschap.
Toen de keus gedaan was, sprak Adam zijn dank als volgt uit: 'Geprezen zij de naam van God, want wegens mijn overtreding zijn mijn ogen geopend, en in dit leven zal ik vreugde hebben, en wederom in het vlees zal ik God aanschouwen.'11
Eva deed na het vertrek uit de Hof van Eden een nog indrukwekkender uitspraak die van zienerswijsheid blijk geeft: 'Ware het niet, dat wij overtreden hadden, dan zouden wij nimmer zaad hebben gehad, en nimmer het goed en het kwaad, en de vreugde onzer verlossing hebben gekend, noch het eeuwige leven, dat God allen gehoorzamen geeft.'12 Zonder Eva was geen van ons hier geweest.
Vader Lehi zegt ons:
'Doch ziet, alles werd gedaan in de wijsheid van Hem, die alles weet.
'Adam viel, opdat de mensen mochten zijn; en de mensen zijn, opdat zij vreugde mogen hebben.'13
President Joseph F. Smith tekende zijn visioen van de dodenscharen op, waarin hij de groten en machtigen zag, onder wie Adam en Eva. Hij beschrijft als volgt hoe hij Eva zag: 'En onze glorierijke moeder Eva, met velen van haar getrouwe dochters die door de eeuwen heen hadden geleefd en de ware en levendige God vereerd.'14 Moeder Eva heeft inderdaad een blijvende nalatenschap achtergelaten die door de eeuwen heen alle mensen tot zegen is geweest.
U, als dochter van God, kunt zich niet voorstellen wat een goddelijk potentieel er in u schuilt. De geheime bron van de innerlijke kracht van de vrouw is ongetwijfeld spiritualiteit. Daarin evenaart u de man en streeft hem zelfs voorbij, en doet dat tevens in geloof, zedelijkheid en toewijding als u echt tot het evangelie bekeerd bent. Zij heeft meer vertrouwen in de Heer en meer hoop op zijn woord. Die innerlijke geestelijke kracht lijkt u een zekere veerkracht te geven die u in staat stelt om te gaan met verdriet, moeilijkheden en onzekerheid.
U kunt zich niet indenken wat een gaven en talenten ieder van u heeft. Alle vrouwen hebben aantrekkelijke kanten. Daarmee bedoel ik geen aantrekkingskracht zoals die van een fotomodel, maar dat wat uit uw persoonlijkheid, houding en uitdrukkingen voortkomt. Ik spoor u aan om de godgegeven vrouwelijke gaven te ontwikkelen waarmee u zo rijkelijk gezegend bent. Geen van u moet zo tevreden zijn met wat u bent, dat u niet meer geeft om hoe u eruit ziet of wat u doet. Brigham Young moedigde in zijn tijd de vrouwen aan om een opleiding te volgen. Dat is nog steeds een goede raad, maar daar voeg ik wel aan toe: raak daarbij uw lieve vrouwelijkheid niet kwijt.
U, zusters, beseft niet ten volle hoever uw invloed zich uitstrekt. U, zusters, verrijkt de hele mensheid. Het menselijk leven begint bij u. Elke vrouw brengt haar eigen afzonderlijke, unieke kwaliteiten mee in het gezin en de kerk. Dat u een dochter van God bent, houdt in dat u, als u ernaar zoekt, uw ware identiteit kunt vinden. U zult weten wie u bent. Dat zal u vrij maken: niet vrij van beperkingen, maar vrij van twijfel, zorgen of druk door kennissen en vriendinnen. U hoeft zich dan geen zorgen meer te maken over 'Zie ik er wel goed uit?', 'Klink ik wel goed?' of 'Wat vinden andere mensen van mij?' De overtuiging dat u een dochter van God bent, voegt troost toe aan uw gevoel van eigenwaarde. Het houdt in dat u kracht kunt vinden in de balsem van Christus. Het zal ertoe bijdragen dat u verdriet en moeilijkheden vol geloof en gemoedsrust tegemoet kunt treden.
Ik vraag me af of u, zusters, de aangeboren gaven, zegeningen en begiftigingen die u als dochter van God hebt, ten volle kunt waarderen. Het is voor een vrouw een vergissing te denken dat het leven pas begint met het huwelijk. Een vrouw kan en moet een identiteit hebben, en moet zich nuttig, gewaardeerd en nodig voelen, of ze nu alleen staat of gehuwd is. Ze moet het gevoel hebben dat ze iets kan doen voor een ander wat niemand anders kan doen.
De profeten van God hebben gelovige, ongehuwde vrouwen geregeld verzekerd dat zij de verhoging kunnen ontvangen. De verhoging vereist dat de kandidaten de verordeningen en de zegeningen ter verzegeling ontvangen, wat uiteraard inhoudt dat zij in het leven hierna verzegeld worden aan een goede priesterschapsdrager en dat zij alle zegeningen van het huwelijk ontvangen.
Mijn oudtante Ada is nooit gehuwd. Misschien geloofde zij in de filosofie: 'Als ik mij erger aan dit leven als alleenstaande, wat ik als mijn lot erken, dan denk ik aan al die mannen wier vrouw ik gelukkig niet ben.' In elk geval was zij een van de eerste vrouwelijke artsen in de staat Utah. Toen ik nog jong was, sliepen mijn broers en ik in het overdekte gedeelte van de veranda van ons huisje. Op een dag sprong ik op en neer op mijn bed, om te zien hoe hoog ik kon komen. Ik sprong te dicht bij de muur, en reet een deel van mijn gezicht open aan een spijker die uit de muur stak. Ik heb tenslotte een excuus nodig voor hoe ik eruit zie! Tante Ada werd geroepen om de wond te hechten. En andere keren als we ons niet goed voelden, gaf ze ons wonderolie en magnesiummelk. Ze kwam aanzetten met mosterdpleisters en zette onze borstkas in brand als we verkouden waren. Als ik tegenwoordig ergens pijn heb, en dat komt steeds vaker voor naarmate ik ouder word, wens ik dat tante Ada er was om te zorgen dat ik gezond blijf. Telkens als ik in de spiegel kijk en het litteken zie -- een blijvend bewijs van mijn botsing met een spijker -- dan welt er een grote liefde voor tante Ada in mij op. Zij vervulde een dierbare, liefdevolle rol in mijn leven.
Met heel mijn hart spoor ik u, zusters die uw begiftiging hebt ontvangen, aan om naar de zegeningen, de gemoedsrust en de troost van de tempel te streven. Naar de tempel te mogen, verschaft zelfs zusters die niet geregeld in aanraking komen met de zegeningen van de tempel grote geestelijke bescherming. De Heer heeft, in zijn oneindige wijsheid, bepaald dat hij van broeders eist dat zij het priesterschap dragen om de tempel te mogen betreden, maar Hij eist van de zusters alleen maar dat zij een goed leven leiden.
Jaren geleden schreef een zuster het volgende na haar eerste tempelbezoek:
'Wat een heerlijke zegeningen, om in dat huis te zijn! Mijn ogen, oren en hart stelden zich wijd open voor de leringen daar. Ik voelde de werkelijkheid van elk verbond dat ik sloot met elke vezel en bot in mijn lichaam. Ik had elke keer dat ik een verbond sloot met de Heer het gevoel dat ik pal voor Hem stond. De invloed van de Heer was zo sterk dat ik geen enkel verlangen had om de tempel te verlaten totdat de dienst voorbij was. Het denkbeeld dat ik in de wereld was, maar niet van de wereld, werd erg werkelijk voor mij.'
Vier weken later ging ze door de tempel voor haar moeder, en schreef:
'Dit was ook een heerlijke ervaring. Ik voelde de aanwezigheid van mijn moeder toen ik de begiftigingsdienst meemaakte, en toen de huwelijksverzegeling voor mijn ouders plaatsvond, voelde ik letterlijk hun aanwezigheid bij het altaar. De invloed van de Heilige Geest in de kamer was zo sterk dat ik in tranen uitbrak toen ik aan mijn ouders verzegeld werd. Ik voelde me echt met ze herenigd. Sinds die dag heb ik hun aanwezigheid zo nabij gevoeld dat ik me nauwelijks kan voorstellen dat ze zijn heengegaan.'15
Zoals er in de verklaring van de ZHV staat, bent u geliefde geestdochters van God. En in een openbaring die ontvangen is door de profeet Joseph Smith, wordt ons gezegd dat 'allen, die mijn evangelie ontvangen, zonen en dochteren in mijn koninkrijk zijn.'16 En als dochter in zijn koninkrijk, kunt u deel hebben aan alle evangeliezegeningen.
Sinds het begin van deze bedeling zijn de vele bijdragen van de zusters aan dit heilig werk werkelijk fantastisch geweest. Ik getuig tot u, zusters, dat er in de geschiedenis van de wereld nog nooit een grotere behoefte heeft bestaan aan uw rechtschapenheid, uw voorbeeld en uw goede werken om dit heilig werk voort te stuwen dan nu.
Mijn geliefde zusters, ik bid dat de goddelijke gaven in ieder van u volledig mogen opbloeien. Mogen uw rijke vrouwelijke gaven van geestelijke kracht, goedheid, liefheid, barmhartigheid en vriendelijkheid volledig tot uiting komen. Dat zal gebeuren als u de Heer dient, maar ook uw gezinsleden, familieleden en uw medemensen. Moge de Heer u zegenen dat u dat zult doen, dat bid ik in de naam van Jezus Christus. Amen.
NOTEN
1. Zacharia 2:10.
2. Mosiah 27:25.
3. 'Leaving Home', Caroline Hinckley, New Era, mei 1999, blz. 35.
4. Notulen Nauvoo, 28 april 1842.
5. Notities van een toespraak, gehouden door Bethany Collard uit Idaho Falls.
6. Lofzang 200.
7. Uit een toespraak, gehouden door Ann Woodland uit Idaho Falls.
8. Conference Report, oktober 1962, blz. 41.
9. Mozes 3:17.
10. Mozes 4:12.
11. Mozes 5:10.
12. Mozes 5:11.
13. 2 Nephi 2:2425.
14. LV 138:39.
15. 'The Glorious Moments', Sipuao Matuauto, Ensign, augustus 1974, 64.
16. LV 25:1.