The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Talen Hoofdmenu
Algemene conferentie
april 1999
Trouwe volgelingen

Trouwe volgelingen

Ouderling Robert J. Whetten
van de Zeventig

De Heiland wil dat wij, als zijn trouwe volgelingen, net als Hij, anderen onvoorwaardelijker, zuiverder, volmaakter liefhebben.

Ouderling Robert J. Whetten

In die bovenzaal, toen Hij met de elf apostelen alleen was, gebruikte Jezus die laatste leermomenten van zijn bediening op aarde om duidelijk te maken: 'Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb. ( . . . ) Hieraan zullen allen weten, dat gij discipelen van Mij zijt, indien gij liefde hebt onder elkander.'1 Hij spreekt over zijn naderende dood en opstanding: 'Niemand heeft grotere liefde, dan dat hij zijn leven inzet voor zijn vrienden.'2 Hij bevestigt dat Hij de Zoon van God is: 'Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij.'3 En Hij belooft dat zijn Vader hun een andere trooster, de Heilige Geest, zal sturen: '[Hij] zal u alles leren en u te binnen brengen al wat Ik u gezegd heb.'4

Jezus' onvoorwaardelijke liefde voor ons zette Hem aan tot zijn zoenoffer voor onze zonden. Wij behoren het voorbeeld van zijn leven na te volgen. Zonder zijn liefde zouden we niet naar onze hemelse Vader terug kunnen keren. We behoren zijn wijze van leven na te volgen. Zijn manier moet de onze zijn. 'Welk soort mensen behoort gij daarom te zijn? Voorwaar Ik zeg u: Zoals Ik ben!'5 Hij liet ons zien dat we goed moeten doen, dat het geestelijk en lichamelijk welzijn van onze naasten net zo belangrijk is als het onze, en dat we oprechte zorg en meegevoel moeten tonen voor alle kinderen van onze hemelse Vader. Moroni omschrijft christelijke liefde als naastenliefde. 'En nu weet ik, dat deze liefde, die Gij voor de mensenkinderen hebt gehad, reine liefde is; daarom kunnen de mensen zonder reine liefde of naastenliefde niet die plaats beërven, die Gij in de woningen uws Vaders hebt bereid.'6 Het is niet genoeg om te zeggen dat we Hem geloven en van Hem houden, op de laatste dag moeten we in het bezit bevonden worden van zijn tedere liefde voor anderen. Wij hoeven niet, net als Hij, ons leven voor anderen te geven, maar net als onze Heiland moeten we anderen tot zegen zijn door te geven wat we hebben -- onze tijd, onze talenten, onze middelen en onszelf.

Mormon geeft ons de aansporing: 'Bidt tot de Vader met alle kracht van uw hart, dat gij met deze liefde moogt worden vervuld, die Hij op allen, die trouwe volgelingen zijn van zijn Zoon, Jezus Christus, heeft uitgestort.'7 Net als geloof is christelijke liefde een gave van de Geest, verleend volgens de beginselen van rechtschapenheid en in overeenstemming met ons niveau van gehoorzaamheid aan de wetten waarop deze is gegrond. En net als geloof moet liefde beoefend worden om te groeien. Allemaal leven we één dag tegelijk en, ongeacht onze leeftijd of omstandigheden, worden we elke dag voor keuzen gesteld in onze relatie tot anderen. Als we onszelf vergeten en anderen vol meegevoel een helpende hand toesteken, zal de Geest ons zuiveren en vormen, en zullen we begrijpen wat Paulus bedoelde met: 'Maar de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw.'8 De liefdevolle dienst die we anderen onzelfzuchtig bewijzen, zal goddelijke liefde worden en ons veranderen 'en wij [zullen] aan Hem gelijk zijn, wanneer Hij zal verschijnen.'9

Brigham Young heeft gezegd: 'Wij dienen onze liefdevolle werken in de eerste plaats te doen in het gezin waartoe wij behoren en ze dan uit te breiden tot anderen.'10 Koning Benjamin raadde ouders aan hun kinderen te leren 'elkander lief te hebben en elkander te dienen.'11 Die twee -- liefde en dienstbetoon -- horen bij elkaar. President Kimball heeft gezegd: 'God ziet ons echt en waakt over ons. Maar meestal voorziet Hij door een andere sterveling in onze behoeften. Daarom is het in het koninkrijk van groot belang dat we elkaar helpen.'12

In januari van dit jaar werd de stad Armenia in de centrale bergketen van Colombia door een aardbeving verwoest. Bezorgde ringpresidenten belden het gebiedspresidium in Quito om inlichtingen over de noden van de leden in Armenia. Het districtspresidium bevestigde dat veel leden hun huis kwijt waren en onderdak hadden gevonden in de vier onbeschadigde kerkgebouwen, maar dat ze dringend voedsel en kleding nodig hadden. De ZHV en de priesterschapsleiders kwamen in actie en een stroom van voedsel en kleding van leden uit heel Colombia werd in elke stad afgeleverd in een daarvoor aangewezen kerkgebouw. Neidi van zeven was met haar ouders meegekomen naar de kerk in de stad Cali en keek toe terwijl bisschop Villareal giften van de leden in ontvangst nam.

'Bisschop, hoe kan ik de kinderen in Armenia helpen?'

'Neidi, je ouders hebben al geholpen.'

Ze liep naar de andere kant van de kerk en zag dat er weinig kinderkleding en helemaal geen kinderschoenen waren ingepakt. Neidi ging met haar schoenen in de hand terug naar de bisschop: 'Nu weet ik hoe ik kan helpen, geef deze schoenen alstublieft aan een ander meisje in Armenia dat de hare kwijt is.' Haar blote voetjes maakten geen geluid toen ze zachtjes wegliep.

Koning Benjamin gaf zijn volk de raad om gehoor te geven aan de ingevingen van de Heilige Geest, waardoor 'de natuurlijke mens afsterft en een heilige wordt door de verzoening van Christus, de Here, en wordt gelijk een kindeke, onderworpen, zachtmoedig, nederig, geduldig, vol liefde.'13

Laat in de lente van 1829, toen de wonderbaarlijke herstelling begon, zei de Heer door de profeet Joseph Smith tegen Joseph Knight: 'En niemand kan bij dit werk behulpzaam zijn, tenzij hij ootmoedig en vol liefde is.'14 In deze tijd wordt elke jongeman die het waardig is, gevraagd op een voltijdzending van twee jaar te gaan. Als zendelingen zijn evangelie verkondigen en anderen bijstaan met heel hun hart, macht, verstand en sterkte, worden hun gaven van de Geest verleend, inclusief christelijke liefde voor degenen die zij dienen. Dienstbetoon door zendelingen kan en moet de basis worden van een gelukkig leven, gebouwd op liefde en hulp aan anderen.

Het moederschap is, net als het priesterschap, een goddelijke roeping om te dienen en voor anderen te zorgen. Wie kan, als hij getuige is geweest van de liefde van een moeder voor haar kind, ontkennen dat die liefde van God komt? Zusters, diezelfde christelijke liefde kunt u en moet u uw hele leven ook aan anderen geven.

Toen de rijke man naar Jezus toekwam en vroeg: 'Meester, wat voor goed moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven', herhaalde Jezus de geboden, en de man antwoordde: 'Dat alles heb ik in acht genomen; waarin schiet ik nog te kort? Jezus zeide tot hem: Indien gij volmaakt wilt zijn, ga heen, verkoop uw bezit en geef het aan de armen, en gij zult een schat in de hemelen hebben, en kom hier, volg Mij.'15

Als zijn huidige discipelen behoren wij te vragen: 'waarin schiet ik nog te kort?' U kunt goed doen, u kunt anderen liefhebben en helpen in uw gezin, in de kerk en in de samenleving. Op een bepaald moment moet u bereid zijn 'Hem alles te geven wat gij hebt en zijt.'16

Een aantal van de trouwste volgelingen die ik ken, zijn echtparen die voorlopig afgezien hebben van het gemak en het plezier van hun pensioen en Hem gevolgd hebben door een voltijdzending in zijn koninkrijk. Als u samen betere discipelen wilt worden, praat dan met uw bisschop over een zending. Elk zendingsgebied in de kerk heeft meer zendingsechtparen nodig en de honderd tempels die we binnenkort zullen hebben, hebben werkers nodig. President Hinckley heeft gezegd:

'Waarom zijn zendelingen gelukkig? Omdat zij zich verliezen in de dienst aan anderen.

'Waarom zijn degenen die in de tempels werken gelukkig? Omdat hun werk van liefde in ieder opzicht in harmonie is met het grote plaatsvervangende werk van de Heiland van de mensheid.'17

Ik ben dankbaar dat ik dierbare mensen om me heen heb die mij met hun liefde en hulp tot zegen zijn geweest. Net als de bekeerlingen in Alma's tijd moeten we, als we zijn volk genoemd willen worden, 'gewillig [zijn] elkanders lasten te dragen, zodat ze licht mogen worden.'18 Allemaal kennen we wel trouwe volgelingen die de lasten van velen gedragen hebben door hun christelijke liefde en hulp. Ernest LeRoy Hatch was de dokter in de gemeenschap in het noorden van Mexico waar ik ben opgegroeid. Hij was ook mijn zendingspresident en heeft nog diverse andere zendingen vervuld. Een groot deel van zijn leven heeft hij de tekst van de lofzang 'Heer, geef mij meer reinheid' bij zich gedragen. De laatste twee regels luiden: 'Meer blijven in Christus, meer sterkte in U, meer lust U te dienen, Heer, geef mij dit nu.'19

De Heiland wil dat wij, als zijn trouwe volgelingen, net als Hij, anderen onvoorwaardelijker, zuiverder, volmaakter liefhebben. Net als in het verleden blijven zijn apostelen en profeten ook in onze tijd het voorbeeld geven en ons vertellen dat die christelijke liefde het belangrijkste is van het evangelie. Ik heb hun liefde voor elkaar en voor ieder van ons gezien en gevoeld. Ik getuig dat zij trouwe volgelingen van Jezus Christus zijn. Deze kerk is zijn koninkrijk op aarde. We hebben zijn en hun voorbeeld van liefde en dienstbetoon; mogen ook wij trouwe volgelingen zijn. In de naam van Jezus Christus. Amen.

NOTEN

1. Johannes 13:34, 35.
2. Johannes 15:13.
3. Johannes 14:6.
4. Johannes 14:26.
5. 3 Nephi 27:27.
6. Ether 12:34.
7. Moroni 7:48; cursivering toegevoegd.
8. Galaten 5:22.
9. Moroni 7:48.
10. Discourses of Brigham Young, bezorgd door John A. Widtsoe (1954), blz. 271.
11. Mosiah 4:15.
12. The Teachings of Spencer W. Kimball, ed. Edward L. Kimball (1982), blz. 252.
13. Mosiah 3:19.
14. Leer en Verbonden 12:8.
15. Matteüs 19:16, 20­21.
16. Mosiah 2:34.
17. Teachings of Gordon B. Hinckley, blz. 595.
18. Mosiah 18:8.
19. Lofzang 94.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy