Ouderling Dallin H. Oaks
van het Quorum der Twaalf Apostelen
Een van Martins belangrijkste bijdragen voor de kerk, waarvoor hij voor altijd geëerd zou moeten worden, was zijn financiering van de publicatie van het Boek van Mormon.
DE WET VAN DE GETUIGEN
Getuigen en getuigenissen zijn van groot belang in Gods plan voor het heil van zijn kinderen. Als lid van de Godheid heeft de Heilige Geest de functie om te getuigen van de Vader en de Zoon (zie 2 Nephi 31:18). De Vader heeft van de Zoon getuigd (zie Matteüs 3:17; 17:5; Johannes 5:3139) en de Zoon heeft van de Vader getuigd (zie Johannes 17). De Heer heeft zijn dienstknechten opgedragen om van Hem te getuigen (zie Jesaja 43:10; Mosiah 18:9; LV 84:62), en alle profeten hebben van Jezus Christus getuigd (zie Handelingen 10:43; Openbaring 19:10).
In de Schriften staat: 'Op de verklaring van twee getuigen of van drie zal iedere zaak vaststaan' (2 Korintiërs 13:1; LV 6:28; zie ook Deuteronomium 19:15). Voor de belangrijkste verordeningen van het heil -- doop, huwelijk, en andere tempelverordeningen -- zijn getuigen vereist (zie LV 127:6; 128:3).
De Bijbel getuigt van Jezus Christus, door profetieën over zijn komst, door verslagen van zijn bediening, en door het getuigenis van degenen die zijn boodschap in de wereld hebben uitgedragen. Het Boek van Mormon heeft dezelfde inhoud: getuigen voorafgaand aan, tijdens, en na de bediening van de Messias. Daarom heeft het nu als ondertitel: 'Een getuige van Jezus Christus'.
GETUIGEN VAN HET BOEK VAN MORMON
Er zijn getuigen van het Boek van Mormon zelf. Ik heb besloten te spreken over het belang van hun getuigenis, en over het leven van een van hen.
Toen Joseph Smith bezig was met de vertaling van het Boek van Mormon, openbaarde de Heer dat de wereld, in aanvulling op het getuigenis van de profeet, het getuigenis zou hebben ' van drie van mijn dienstknechten, die Ik zal roepen en ordenen, en aan wie Ik deze dingen zal tonen' (LV 5:11; zie ook Ether 5:24; 2 Nephi 27:1213). 'Zij zullen met zekerheid weten, dat deze dingen wáár zijn', zei de Heer, 'want van de hemel zal Ik het hun bekendmaken' (LV 5:12).
Er waren ook nog acht getuigen, maar dat is een onderwerp voor een andere keer.
De drie mannen die uitgekozen werden als getuige van het Boek van Mormon waren Oliver Cowdery, David Whitmer, en Martin Harris. Hun geschreven 'getuigenis der drie getuigen' is toegevoegd aan bijna alle honderd miljoen exemplaren van het Boek van Mormon die de kerk sinds 1830 heeft uitgegeven. Deze mannen getuigen plechtig dat zij 'de platen hebben gezien, die deze kroniek bevatten' en ook 'de graveerselen op de platen'. Zij geven hun getuigenis dat die geschriften 'werden vertaald door de gave en de macht Gods, want zijn stem heeft ons dat verkondigd'. Zij getuigen: Wij 'verklaren ( . . . ) in volle ernst, dat een engel Gods uit de hemel nederdaalde en de platen voor onze ogen neerlegde, zodat wij de platen zagen en beschouwden en ook de graveerselen erop: en wij weten, dat het door de genade van God de Vader en van onze Here Jezus Christus is, dat wij deze dingen konden zien en getuigen, dat ze waar zijn.'
En verder: 'De stem des Heren gebood ons, ( . . . ) dat wij hiervan zouden getuigen; daarom getuigen wij, uit gehoorzaamheid aan Gods geboden, van deze dingen.' ('Het getuigenis der drie getuigen', Boek van Mormon.)
Mensen die ontkennen dat er bovennatuurlijke wezens bestaan, kunnen dit opmerkelijk getuigenis verwerpen, maar mensen die openstaan voor wonderbaarlijke gebeurtenissen zullen het boeiend vinden. Aan het plechtige, geschreven getuigenis van de drie getuigen van wat zij zagen en hoorden -- twee van hen tegelijkertijd en de derde bijna onmiddellijk daarna -- behoren wij veel belang te hechten. We weten inderdaad dat op de verklaring van één getuige op grote wonderen aanspraak is gemaakt door veel religieuze mensen en dat in de niet-religieuze wereld het getuigenis van één getuige voldoende is geweest om zwaar te straffen en oordelen te vellen.
Mensen die ervaren zijn in het evalueren van een getuigenis overwegen gewoonlijk in hoeverre een getuige iets heeft zien gebeuren en of hij bevooroordeeld is. Als verschillende getuigen een identiek verslag geven van dezelfde gebeurtenis, zoeken sceptici bewijzen van een onderling complot of andere getuigen die hen kunnen tegenspreken.
Al die mogelijke bedenkingen in aanmerking genomen, behoudt het getuigenis van de drie getuigen van het Boek van Mormon zijn grote kracht. Alle drie hadden zij ruimschoots redenen en de gelegenheid om hun getuigenis te herroepen als dat vals was geweest, of om van mening te verschillen over details, als die niet nauwkeurig waren. Zoals bekend is, zijn alle drie getuigen, wegens onenigheid of jaloezie waarbij andere leiders van de kerk betrokken waren, geëxcommuniceerd binnen ongeveer acht jaar na de publicatie van hun getuigenis. Alle drie gingen zij hun eigen weg, zonder een complot aan te tonen. Maar tot het einde van hun leven -- van twaalf tot vijftig jaar na hun excommunicatie -- heeft geen van deze getuigen zijn gepubliceerd getuigenis herzien of ook maar iets gezegd dat twijfel oproept over de waarheidsgetrouwheid.
Bovendien is hun getuigenis nooit tegengesproken door andere getuigen. Men kan het verwerpen, maar hoe verklaart men dat drie mannen met een goede reputatie en tot het einde van hun leven eendrachtig bij dat geschreven getuigenis blijven terwijl ze uitgelachen werden en op andere manieren gedupeerd raakten? Net als voor het Boek van Mormon zelf is er geen betere verklaring voor dan in het getuigenis gegeven wordt, de plechtige verklaring van goede, eerlijke mannen die vertelden wat ze zagen.
MARTIN HARRIS
Omdat ik bijzonder geïnteresseerd ben in Martin Harris, heeft het me bedroefd hoe de meeste leden van de kerk over hem denken. Hij verdient iets beters dan dat men zich hem slechts herinnert als de man die onrechtmatig de eerste geschreven bladzijden van het Boek van Mormon bemachtigde en ze vervolgens verloor.
Toen het Boek van Mormon werd uitgegeven, was Martin Harris bijna 47 jaar, meer dan twintig jaar ouder dan Joseph Smith en de andere twee getuigen. Hij was een welgesteld en gerespecteerd inwoner van Palmyra (New York). Hij bezat een boerderij van meer dan 97 hectare, groot voor die tijd en plaats. Zijn medeburgers vertrouwden hem veel functies en taken in de gemeenschap toe. Hij werd alom geacht vanwege zijn ijver en integriteit. Beoordelingen van tijdgenoten beschrijven hem als 'een vlijtige, hardwerkende boer, schrander in zaken, sober', en 'strikt eerlijk in zakelijke aangelegenheden' (geciteerd in Investigating the Book of Mormon Witnesses [1981], blz. 9697, 98).
Die welgestelde en eerlijke oudere man sloot vriendschap met de jonge en berooide Joseph Smith, gaf hem de vijftig dollar waarmee hij zijn schulden in Palmyra kon betalen en zich kon vestigen in het noordoosten van Pennsylvania, ongeveer tweehonderd kilometer ver. In april 1828 begon Joseph Smith daar aan zijn eerste definitieve vertaling van het Boek van Mormon. Hij dicteerde en Martin Harris schreef totdat ze een manuscript hadden van 116 bladzijden.
Doordat Martin aanhoudend vroeg of hij het manuscript thuis mocht laten zien, liet Joseph zich overhalen het aan hem mee te geven naar Palmyra, waar de bladzijden van hem gestolen werden, verloren raakten en waarschijnlijk verbrand werden. De Heer berispte Martin en Joseph daarvoor. Joseph had zijn vertaaltalent een tijd ongebruikt gelaten, en Martin werd berispt als 'een zondig mens', 'die de raadgevingen van God als niets heeft geacht en de heiligste beloften, voor God gedaan, heeft verbroken ( . . . )' (LV 3:1213; zie ook LV 10). Gelukkig kregen zowel Joseph als Martin later vergeving van de Heer, en het vertaalwerk werd hervat met andere schrijvers. Wij kennen Joseph onmiskenbaar eer toe voor zijn grote bediening, maar Martins getrouwheid daarna blijft overschaduwd door twijfel, waarvan die belangrijke man verlost zou moeten worden.
Ik zal een aantal hoogtepunten uit Martins leven bespreken die volgden op de verschrikkelijke episode van het gestolen en verloren manuscript.
Ongeveer negen maanden na Martins berisping ontving de profeet Joseph een openbaring dat er drie getuigen zouden zijn van de platen en dat Martin, als hij zich zou vernederen, het voorrecht zou krijgen ze te zien (zie LV 5:11, 15, 24). Een paar maanden later werd Martin Harris gekozen als een van de drie getuigen en gaf het getuigenis dat ik hierboven beschreef.
Een van Martins belangrijkste bijdragen voor de kerk, waarvoor hij voor altijd geëerd zou moeten worden, was zijn financiering van de publicatie van het Boek van Mormon. In augustus 1829 gaf hij zijn huis en boerderij in onderpand aan de drukker, Egbert B. Grandin. Zeven maanden later was de eerste druk, vijfduizend exemplaren van het Boek van Mormon, gereed. Later, toen de rekening betaald moest worden, werden het huis en een gedeelte van de boerderij verkocht voor drieduizend dollar. Zo gaf Martin Harris gehoor aan de openbaring van de Heer:
'Gij [moet] niet aan uw goederen ( . . . ) zijn gehecht, maar er vrijelijk van [afstaan] voor het drukken van het Boek van Mormon. ( . . . )
'Betaal de schuld, die gij bij de drukker hebt gemaakt. Bevrijd u van slavernij' (LV 19:26, 35).
Andere verslagen en openbaringen tonen Martin Harris' belangrijke betrokkenheid bij de activiteiten van de herstelde kerk en zijn relatie tot God. Hij was bij de organisatie van de kerk op 6 april 1830, en liet zich diezelfde dag dopen. Een jaar later werd hij geroepen om naar Missouri te reizen met Joseph Smith, Sidney Rigdon en Edward Partridge (zie LV 52:24). In Missouri kreeg hij dat jaar -- 1831 -- het gebod 'een voorbeeld voor de kerk [te] zijn door zijn gelden aan de bisschop der kerk over te dragen' (LV 58:35), en werd daarmee de eerste man die door de Heer bij zijn naam werd geroepen om zijn eigendom aan Zion toe te wijden. Twee maanden later werd zijn naam genoemd, om samen met Joseph Smith, Oliver Cowdery, Sidney Rigdon en anderen te worden aangesteld 'tot rentmeesters over de openbaringen en geboden' (LV 70:3; zie ook vers 1), een gebod om te publiceren en te verspreiden wat later de Leer en Verbonden werd.
In 1832 werd Martin Harris' oudere broer, Emer, mijn betovergrootvader, uit Ohio geroepen voor een zending (zie LV 75:30). Emer verkondigde het evangelie een jaar lang in de buurt van zijn vroegere huis in het noordoosten van Pennsylvania. Het grootste deel van die periode werd Emer vergezeld door zijn broer, Martin, wiens enthousiaste verkondiging er de oorzaak van werd dat hij een paar dagen in de gevangenis terechtkwam. De gebroeders Harris hebben ongeveer honderd mensen gedoopt. Daarbij bevond zich een gezin Oaks, met mijn betovergrootvader. Mijn middelste naam en mijn achternaam komen dus van mijn voorouders die een ontmoeting hadden met de zendelingen die van 1832 tot 1833 in Susquehanna County waren.
Nadat hij van zijn zending in Kirtland (Ohio) was teruggekeerd, werd Martin Harris in februari 1834 door openbaring gekozen tot lid van de eerste hoge raad in de kerk (zie LV 102:3). Minder dan drie maanden later verliet hij Kirtland met de mannen van Zionskamp en liep meer dan duizend kilometer naar Missouri om daar de verdrukte heiligen te helpen.
Een van de belangrijkste gebeurtenissen van de herstelling was de roeping van een Quorum van Twaalf Apostelen in februari 1835. De drie getuigen, waaronder Martin Harris, werden aangesteld om 'de Twaalven uit te kiezen' (LV 18:37), en om hen, met het gezag dat door de profeet en zijn raadgevers verleend was, te ordenen. [Die ordeningen zijn later bevestigd door het Eerste Presidium] (zie B. H. Roberts, Comprehensive History, deel 1, blz. 372 375).
Alle drie getuigen verloren hun invloedrijke, gezaghebbende positie, ieder op zijn manier. In 1837 bestonden er grote financiële en geestelijke conflicten in Kirtland. Martin Harris zei later dat hij 'het vertrouwen in Joseph Smith had verloren' en dat hij 'negatieve gedachten kreeg' (geciteerd in Anderson, Investigating the Book of Mormon Witnesses, blz. 110). Hij werd in september 1837 uit de hoge raad ontheven en drie maanden later geëxcommuniceerd.
Martins vrouw, Lucy, die betrokken was geweest bij het verloren gaan van het manuscript, overleed in Palmyra in 1836. Minder dan een jaar daarna vestigde Martin zich met zijn gezin in Kirtland en trouwde met Caroline Young, een nicht van Brigham Young.
Toen de meeste heiligen verder trokken -- naar Missouri, naar Nauvoo, en naar het Westen -- bleef Martin Harris in Kirtland. Daar liet hij zich in 1842 opnieuw dopen door een zendeling die daar op bezoek was. In 1856 ondernamen Caroline en hun vier kinderen de lange reis naar Utah, maar Martin die toen 73 was, bleef op zijn bezit in Kirtland. In 1860 vertelde hij tijdens een volkstelling dat hij een 'mormoonse predikant' was, een blijk van zijn trouw aan het herstelde evangelie. Later vertelde hij een bezoeker: 'Ik heb de kerk nooit verlaten; de kerk heeft mij verlaten' (geciteerd in William H. Homer jr., 'Publish It Upon the Mountains: The Story of Martin Harris', Improvement Era, juli 1955, blz. 505), wat natuurlijk betekende dat Brigham Young de kerk naar het westen bracht terwijl de ouder wordende Martin in Kirtland bleef.
Gedurende een deel van de jaren die hem in Kirtland restten, trad Martin Harris op als een door zichzelf benoemde gids en toezichthouder van de verlaten Kirtland-tempel, die hem dierbaar was. Bezoekers meldden zijn vervreemding van de leiders van de kerk in Utah, maar ook zijn vurige bevestiging van zijn gepubliceerd getuigenis van het Boek van Mormon.
Uiteindelijk, in 1870, resulteerde Martins verlangen om met zijn gezin in Utah herenigd te worden in een hartelijke uitnodiging van Brigham Young, een kaartje voor de reis en officiële begeleiding van een van de presidenten der Zeventig. Iemand uit Utah die de 87-jarige interviewde, beschreef hem als 'opmerkelijk energiek voor zijn leeftijd, ( . . . ) heel goed van geheugen.' (Deseret News, 31 augustus 1870.) Hij liet zich herdopen, wat in die tijd veel voorkwam, en sprak tweemaal toehoorders in deze Tabernakel toe. We hebben geen officieel verslag van wat hij gezegd heeft, maar we kunnen zeker zijn van zijn voornaamste boodschap, omdat meer dan 35 mensen eensluidend verslag deden van wat hij in die tijd tegen hen gezegd had. Iemand vertelde dat Martin zei: 'Het is geen kwestie van alleen geloof, maar van weten. Ik heb de platen en de graveerselen erop gezien. Ik heb de engel gezien, en hij heeft ze me laten zien' (geciteerd in Anderson, Investigating the Book of Mormon Witnesses, blz. 116.)
In de laatste dagen van zijn leven herhaalde Martin Harris zijn getuigenis van het Boek van Mormon: 'Ik vertel u dit zodat u anderen kunt vertellen dat wat ik gezegd heb, wáár is en ik durf dat niet te ontkennen; ik heb de stem van God gehoord die mij gebood hiervan te getuigen.' (Ibidem, blz. 118.)
Martin Harris stierf in Clarkson (Utah) in 1875, toen hij 92 jaar was. Zijn leven wordt elke zomer in Clarkson (Utah) herdacht tijdens de gedenkwaardige historische optocht: 'Martin Harris: de man die het wist'.
Wat leren we van dit voorbeeld? (1) Getuigen zijn belangrijk, en het getuigenis van de drie getuigen van het Boek van Mormon is indrukwekkend en betrouwbaar. (2) Geluk en geestelijke vooruitgang worden ons deel als we de leiders van de kerk volgen. (3) Er is hoop voor ons allemaal, zelfs als we gezondigd hebben en ons van de Heer hebben afgekeerd.
De uitnodiging van de Heer is warm en liefdevol: 'Kom terug en doe u te goed aan de tafel van de Heer, en proef opnieuw de zoete en voldoening schenkende vruchten van de omgang met de heiligen.' ('An Invitation to Come Back', Church News, 22 december 1985, blz. 3.) Ik getuig dat dit het woord van de Heer en het werk van de Heer is. In de naam van Jezus Christus. Amen.
LITERATUURLIJST
1. Anderson, Richard Lloyd, Investigating the Book of Mormon Witnesses, hoofdstuk 7 en 8 (Deseret Book Co., Salt Lake City, 1989).
2. Homer, William H., jr. 'Publish It Upon the Mountains, The Story of Martin Harris', Improvement Era, maart tot en met juli, 1955, blz. 144146, 194195, 238239, 244, 310311, 344346, 387, 462463, 505507, 524526.
3. James, Rhett Stephens. The Man Who Knew: The Early Years. 1983. 'Dramatic Biography Annotations'. Blz. 95169.
4. Ludlow, Daniel H., ed. Encyclopedia of Mormonism (MacMillan Publishing Co.: New York, 1992) onder 'Book of Mormon Witnesses', 'Martin Harris' en 'Witnesses, Law of'.
5. B. H. Roberts. A Comprehensive History of The Church of Jesus Christ of Latter-day Saints, deel 1, blz. 371376 (Deseret News Press: Salt Lake City, 1930).
6. Tuckett, Madge Harris en Wilson, Belle Harris. The Martin Harris Story (Press Publishing Co.: Provo, 1983).