President Boyd K. Packer
Waarnemend president van het Quorum der Twaalf Apostelen
De kerk is niet groter dan een wijk. ( . . . ) Alles wat we nodig hebben voor onze verlossing, uitgezonderd voor de tempel, is daar -- en de tempels komen steeds dichterbij.
Gisteravond heeft president Hinckley in de priesterschapsbijeenkomst hulde gebracht en raad en een zegen gegeven aan onze bisschoppen. Volgens de regel van de twee getuigen, gisteren door ouderling Oaks aan ons uitgelegd, sta ik hier als tweede getuige.
Jaren geleden maakte ik samen met Emery Wight deel uit van de hoge raad van een ring. Emery was tien jaar bisschop geweest van de landelijke wijk Harper. Zijn vrouw, Lucille, werd de ZHV-presidente van de ring.
Lucille heeft me eens verteld hoe een van de buren aanklopte en naar Emery informeerde. Ze zei hem dat hij aan het ploegen was. De buurman sprak toen zijn grote zorg uit. Eerder die morgen was hij langs het land gekomen en had gezien dat het span paarden van Emery alleen halverwege een onafgemaakte vore op het land stonden, met de leidsels over de ploeg. Emery was in geen velden of wegen te bekennen. De buurman besteedde er geen aandacht aan totdat hij veel later weer langskwam en de paarden er nog net zo stonden. Hij klom over de omheining en liep over het land naar de paarden toe. Maar hij zag Emery nergens. Hij haastte zich naar het huis om bij Lucille te informeren.
Lucille antwoordde kalm: 'O, er is niets aan de hand. Er zal wel iemand in nood zitten en die is de bisschop komen halen.'
Dat beeld van een span paarden dat uren op het land staat symboliseert de toewijding van de bisschoppen in de kerk en van de raadgevers aan hun zijde. Elke bisschop en elke raadgever laat, figuurlijk gesproken, zijn span in een onafgemaakte vore staan als iemand hulp nodig heeft.
Ik ben door de jaren heen vaak langs dat land gekomen. Het herinnert mij aan de offers en het dienstbetoon van de mannen die in de bisschappen in de wijken worden geroepen, en niet te vergeten hun vrouw en kinderen zonder wier hulp zij niet werkzaam kunnen zijn.
Onlangs heb ik, heel vroeg op een zondagochtend, op dat land gestaan. Ik blikte naar het huis waarin Emery en Lucille hun kinderen hebben grootgebracht en naar de heuvels verderop. Als jongen, met andere scouts, verlieten we dat huis met bisschop Wight. We gingen de heuvels in, waarbij Emery ons heel veel leerde.
'Een opziener [=bisschop] dan', zo schreef Paulus aan Timoteüs, 'moet zijn onbesproken, de man van één vrouw, nuchter, bezadigd, beschaafd, gastvrij, bekwaam om te onderwijzen.'1
De woorden bekwaam om te onderwijzen hebben bijzondere betekenis. Bekwaam betekent 'doelmatig, geschikt, gepast'.
In de hele wereld is er niets dat vergeleken kan worden met het ambt van bisschop in De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. Uitgezonderd ouders, is de bisschop het beste in de gelegenheid om te onderwijzen en ervoor te zorgen dat zaken die van belang zijn onder de aandacht komen. Een bisschop is in de gelegenheid ouders te leren wat hun taak daarin is; en dan moet hij hun vervolgens de tijd laten om hun kinderen onderwijs te geven.
De bisschop is verantwoordelijk voor de jongemannen van de Aäronische priesterschap alsmede voor de jongevrouwen. Hij ontvangt en verantwoordt de tiende en gaven. Hij is verantwoordelijk voor de materiële aangelegenheden van de kerk, voor de armenzorg en hij heeft vele andere taken.
De bisschop heeft tot taak 'zijn volk te richten volgens het getuigenis der rechtvaardigen, en met behulp van zijn raadgevers, overeenkomstig de wetten van het koninkrijk, die door de profeten van God zijn gegeven.'2 Te richten ten aanzien van hun normgedrag voor de verordeningen en het vervullen van een ambt.
Hij geeft raad en treedt corrigerend op, predikt het evangelie aan zijn kudde, individueel en als collectief. Daarbij onderwijst hij in het evangelie van Jezus Christus, de kruisiging, de verzoening, de opstanding, de herstelling.
Ik heb dit omschreven horen worden als vrijwillig dienstbetoon, omdat de bisschop noch zijn raadgevers betaald krijgen voor wat zij doen. Ook zij betalen hun tiende en gaven, en ze besteden veel tijd aan hun roeping. Ze worden alleen betaald in zegeningen, wat ook geldt voor hen die met hen dienen.
Maar men biedt zich niet vrijwillig aan als bisschop. Hij wordt geroepen als bisschop, 'van Godswege ( . . . ) geroepen, door profetie'. Daarna wordt hij zowel geordend als aangesteld 'door oplegging der handen van hen die daartoe het gezag bezitten' om 'het evangelie te prediken en de verordeningen ervan te bedienen.'3
Een man wordt geordend tot bisschop, een ambt in het priesterschap; daarna wordt hij aangesteld en ontvangt hij de sleutels om een wijk te presideren. Hij vormt met zijn twee raadgevers een bisschap -- een soort presidium.
Eenmaal geordend is hij een bisschop voor de rest van zijn leven. Als hij wordt ontheven van het presideren van een wijk, wordt zijn ambt inactief. Als hij weer geroepen wordt een wijk te presideren, wordt zijn ambt weer geactiveerd. Als hij weer wordt ontheven, wordt zijn ambt weer inactief.
Inherent aan de ordening tot bisschop is het recht en de plicht zich te laten leiden door inspiratie. De bisschop heeft de macht om onder invloed van de Geest te weten wat hij moet doen.
Openbaring is een van de credentialen die alle bisschoppen gelijk hebben. De bisschoppen komen uit vele culturen, uit veel beroepen. Ze verschillen in ervaring, persoonlijkheid en leeftijd, maar ze verschillen niet in het recht geestelijk geleid te worden.
Jaren geleden ging een vriend van mij naar een grote universiteit om daar onder een vermaarde professor therapeutische opvang te studeren. Deze professor stelde gelijk belang in deze voorkomende, intelligente, jonge heilige der laatste dagen. Hij vestigde de aandacht op zich tijdens zijn studie voor zijn doctoraal.
Hij koos de mormoonse bisschop uit als onderwerp van zijn dissertatie. Alles ging goed totdat hij de ordening van een bisschop, het onderscheidingsvermogen en het recht van een bisschop op geestelijk leiding, uitlegde.
De commissie die zijn dissertatie beoordeelde vond het geen pas hebben om dergelijke zaken in een wetenschappelijk werk te behandelen, en ze stonden erop dat hij dat schrapte. Hij vond dat hij toch ten minste kon zeggen dat heiligen der laatste dagen geloven dat de bisschop geestelijk inzicht heeft. Maar de commissie wilde zelfs daar niet van horen, want ze vonden het gênant dat dit geestelijke element in een wetenschappelijke dissertatie voorkwam.
Hem werd gezegd dat zijn dissertatie met enige aanpassing -- concreet, het schrappen van alle verwijzingen naar openbaring -- gepubliceerd zou worden en dat daarmee zijn naam gevestigd zou worden.
Hij deed zijn best. Zijn dissertatie bevatte niet genoeg over de Geest om hem tevreden te stellen en teveel om bij de professors door de beugel te kunnen. Maar hij ontving zijn graad.
Ik vroeg mijn vriend wat het belangrijkste was dat hij van zijn studie van bisschoppen had geleerd. Zijn antwoord was: 'Dat de mantel veel, veel belangrijker is dan het intellect; dat het priesterschap de leidende macht is.'
Twijfel er niet aan dat iemand die als bisschop wordt geroepen geïnspireerde raad en correctie kan geven. Jammer genoeg zijn sommigen die hulp kunnen gebruiken, onwillig om raad te aanvaarden van de bisschop, terwijl anderen voortdurend raad en troost nodig lijken te hebben, en zich verwaarloosd voelen als ze niet constant hulp krijgen.
Bisschoppen zijn geïnspireerd! Ieder van ons heeft de vrijheid om de raad van onze leiders te accepteren of naast zich neer te leggen, maar negeer nooit de raad van uw bisschop, hetzij gegeven vanaf de kansel, hetzij onder vier ogen.
Het kan een harde wereld zijn, het leven kan zwaar zijn, en in sommige opzichten is het in de kerk nog zwaarder. Eliza R. Snow heeft geschreven:
Denk niet als gij opgaat naar Zion,
dat niets daar verbittert uw hart,
dat steeds gij in vreugde zult leven,
verlost van ellende en smart.
Neen! Neen! Want een vurige oven is Zion
en zal het steeds zijn,
verbrandende stro, hout en stoppels. (. . . )
Gezuiverd als goud zult gij zijn.
'Denk niet als gij opgaat naar Zion,
dat 't werk is voor immer gedaan,
dat allen zich daar steeds beijv'ren
om zich met uw zorg te belaân.
Neen! Neen! Want de heiligen werken
verenigd uit al hunne macht.
En alles, wat God heeft gesproken,
zal eenmaal tot stand zijn gebracht.4
Als we hulp nodig hebben, kunnen we bij de bisschop terecht, maar hoed u ervoor niet onnodig beslag op zijn tijd te leggen. Bisschoppen kunnen niet alles doen. De leden van de bisschap moeten de tijd hebben om in hun levensonderhoud te voorzien en voor hun gezin te zorgen.
Vaak wordt ons de vraag gesteld hoe de relatief weinige apostelen in het Eerste Presidium en de Twaalf de kerk, met nu meer dan tien miljoen leden, kunnen leiden.
Eigenlijk is de kerk niet groter dan een wijk. Elke bisschop heeft raadgevers. Hij draagt een bijzonder mantel en is aangesteld als presiderende hogepriester van de wijk. Er zijn andere hogepriesters, en er is een presidium van ouderlingen. Er zijn leidinggevenden en leerkrachten in de hulporganisaties. Als we onze taak bereidwillig en gehoorzaam vervullen, worden wij, gelijk de bisschop, uitbetaald in zegeningen.
Ongeacht of de kerk honderd miljoen leden krijgt (dat zal zeker zo zijn!), zal ze nooit groter dan een wijk worden. Alles wat we nodig hebben voor onze verlossing, uitgezonderd voor de tempel, is daar -- en de tempels komen steeds dichterbij.
Kleine aantallen wijken zijn gegroepeerd onder de bescherming van een ring en gemeenten onder die van een district. Er is een ringpresidium en een raad om de bisschap te instrueren en andere leiders om de andere leidinggevenden in de wijk te instrueren.
Deze organisatie, over de hele wereld vertegenwoordigd, is het product van de herstelling van het evangelie van Jezus Christus. Dit wonder van bereidwillig dienstbetoon is mogelijk doordat men een getuigenis heeft van de Verlosser.
Maar die openbaring, bij aanvang van het systeem gegeven, houdt daarmee niet op, want het doel van het systeem is gezinnen te beschermen. Gezinnen komen bijeen in een wijk of een gemeente.
Het is de taak van de bisschop om erop toe te zien dat elk gezin wordt verenigd in altoosdurende verbonden, elk gezinslid veilig en gelukkig. Het systeem werkt het best als de bisschop de belangrijke taak van de ouders inziet.
Hoewel de bisschop soms de 'vader van de wijk' wordt genoemd, moeten we niet vergeten dat hij niet is geroepen om de kinderen in zijn wijk groot te brengen.
In ons handboek staat:
'In eerste instantie zijn de ouders verantwoordelijk voor het welzijn van hun kinderen.5 De bisschap en andere leiders in de wijk vervangen hen niet bij deze taak.'6
'De quorums, hulporganisaties, programma's en activiteiten in de kerk dienen het gezin te sterken en te steunen. Ze moeten de evangeliegerichte gezinsactiviteiten aanvullen, maar er niet mee wedijveren.'7
Het Eerste Presidium van de kerk heeft onlangs geschreven:
'In het gezin krijgt een rechtschapen leven vorm, en het gezin kan dan ook door niets of niemand worden vervangen, omdat alleen daar de noodzakelijke en door God gegeven taken kunnen worden uitgevoerd. ( . . . )
'Zelfs als andere werkzaamheden en bezigheden waardevol en nuttig zijn, moet men niet toestaan dat die de plaats gaan innemen van de taken die God heeft toegewezen aan ouders en gezin.'8
Gezinnen verschillen, evenals een wijk, in omvang en vorm. De tijd schrijdt voort, en de ene generatie wordt door de andere vervangen. Er worden kinderen geboren, die volwassen worden, het ouderschap op zich nemen en vervolgens grootouder worden. Een gezin splitst zich op in verschillende andere. Wijken groeien en worden gesplitst. Waar er eerst een was, zijn er nu meerdere.
Wat er ook mag gebeuren in de wereld -- welke beschaving of verwording er in de samenleving ook opduikt -- het plan blijft onaangetast. De kerk zal blijven groeien totdat het de hele aarde vult. Maar tegelijk wordt ze niet groter dan een wijk.
De kerk voorziet in activiteiten en vriendschappen, verordeningen en ordeningen, verbonden, overeenkomsten en correcties, die ons voorbereiden op onze verhoging. Daarbij volgt ze een patroon dat zijn oorsprong heeft in de hemel, want geen sterveling kan het hebben uitgedacht.
Nu en altijd zullen gewone mannen hun span paarden in een onafgemaakte vore laten staan, de leidsels over de ploeg, als er iemand hulp nodig heeft. De vrouwen en kinderen zijn met hen werkzaam en zullen hen steunen, voorzien van de waarheid uit de boeken der openbaring, waarvan het Boek van Mormon het kleinood vormt, dat getuigt van Christus, van de verzoening, van zijn opstanding; en wij getuigen van Hem. Beschermd in de wijk binnen het plan dat Hij heeft geopenbaard, zullen wij, met ons gezin, veilig zijn. In de naam van Jezus Christus. Amen.
NOTEN
1. 1 Timoteüs 3:2.
2. LV 58:18; cursivering toegevoegd.
3. Geloofsartikelen 1:5.
4. 'Denk niet als gij opgaat naar Zion', Heilige lofzangen [1956], nr. 178, de verzen 1, 3.
5. Zie LV 68:2528.
6. Handboek kerkbestuur, boek 2: leidinggevenden in priesterschap en hulporganisaties [1998], blz. 178.
7. Handboek kerkbestuur, boek 2, blz. 299.
8. Brief van het Eerste Presidium, 11 februari 1999, geciteerd in Church News, 27 februari 1999, blz. 3.