Margaret D. Nadauld
Algemeen presidente jongevrouwen
De Heer vraagt ons om het koude gevaar van werelds zijn achter ons te laten en in de warmte van zijn licht te komen.
Heb je weleens tastend in het donker rondgelopen, je teen gestoten en gezegd: 'Au, dat doet zeer!'? Wat zou er gebeuren als hier vanavond de lichten uitgingen? Er zou totale verwarring ontstaan! Duisternis kan gevaarlijk zijn voor onze gezondheid -- onze lichamelijke en onze geestelijke gezondheid! Het is een grote zegen dat er licht is -- licht waardoor we de dingen zien zoals ze echt zijn; licht dat ons verstand verlicht; licht dat we in volkomen vertrouwen kunnen volgen. Ik wil dat met een verhaal verduidelijken.
Het was nog maar een paar dagen voor Kerstmis, we waren pas getrouwd en voor de feestdagen op weg naar huis. Het was een rit van 42 uur met de auto, maar dat ontmoedigde ons niet omdat we zo blij waren dat we weer bij onze familie zouden zijn! We waren al de hele dag en bijna de hele avond onderweg toen we in een vreselijke, verblindende sneeuwstorm terechtkwamen. Elk moment werd het pak sneeuw op de weg dikker. Het was pikdonker. We konden niet zien waar we reden, en door het pak sneeuw konden we de strepen op de weg niet zien. Het was beangstigend!
Plotseling zagen we vóór ons een enorme vrachtwagen die langzaam maar zeker vooruitkwam. We konden nauwelijks zijn achterlichten onderscheiden, maar we zagen ze, en dat gaf ons hoop. Mijn man, die achter het stuur zat, hield zijn ogen strak op het achterlicht van de vrachtwagen gericht en in zijn sporen reden we verder door de dikke laag sneeuw. Onze paniek kwam wat tot bedaren met die gids vóór ons, omdat hij de weg wist; hij zat hoger dan wij en had waarschijnlijk beter zicht; en in geval van nood had hij vast en zeker een radio.
Met een gebed op onze lippen en met de handen van mijn man krampachtig aan het stuur volgden we dat licht door de storm. We waren heel wat gestrande auto's gepasseerd toen we merkten dat de vrachtwagen vaart minderde en de snelweg verliet. Vol vertrouwen volgden we hem en merkten tot onze grote opluchting dat we op een veilige plek waren aangekomen. We waren zo ontzettend dankbaar! We popelden om de chauffeur van de vrachtwagen te vertellen hoe dankbaar we waren dat hij ons de weg had gewezen.
We zijn allemaal op weg naar huis, maar we proberen niet om er met Kerstmis te zijn. We proberen er voor eeuwig te komen. We willen veilig thuis aankomen bij onze liefdevolle Vader in de hemel. Hij wil dat we er veilig aankomen, en daarom heeft Hij gezorgd voor een licht dat we kunnen volgen, een Heiland, de Heer Jezus Christus, ons volmaakte voorbeeld. Hij weet de weg. Hij verlicht ons pad in de donkere nacht, in de storm, op kruispunten, en ook overdag. Hij staat altijd klaar om ons de weg naar huis te wijzen.
Hij zegt: 'En Ik zal u tevens tot een licht zijn ( . . . ) en Ik zal de weg voor u bereiden, indien gij mijn geboden zult onderhouden; ( . . . ) gij [zult] weten, dat gij door Mij wordt geleid' (1 Nephi 17:13).
Een jongevrouw schreef me over een weg waarop zij zich bevond. Ze schreef: 'Ik zat met een paar vriendinnen een video te bekijken. Ik wist dat ik niet tot het einde zou blijven kijken. De Geest fluisterde me in dat ik weg moest gaan. Ik was in staat om er gehoor aan te geven en weg te gaan. Ik voelde de Geest zo sterk. Ik wist dat het kwam door de keuze die ik gedaan had.' (Brief in het bezit van het kantoor van de jongevrouwenorganisatie.) Zij volgde het veilige licht.
Datzelfde licht wees twee jongevrouwen de weg op een heel angstige dag in 1833. Een woedende bende stormde door de lege straten van Independence (Missouri) waar Mary Elizabeth Rollins van vijftien en haar zusje Caroline van dertien woonden. De angstaanjagende bende richtte vernielingen aan, stichtte brand en veroorzaakte oproer. Sommigen drongen het huis van broeder William Phelps binnen waar de drukpers stond. Hij had openbaringen gedrukt die de profeet Joseph Smith had ontvangen. Zij vernielden de drukpers en smeten hem op straat. De gedrukte bladzijden, die van onschatbare waarde waren, gooiden ze in de tuin op een hoop om ze te verbranden. Mary Elizabeth en haar zusje Caroline, die zich rillend verstopt hadden achter een omheining, zagen de vernielingen. Mary wist heel goed hoe gevaarlijk een woedende bende was, maar desondanks voelde ze hoe belangrijk het was om die waardevolle papieren te redden. De twee zusjes renden de straat op, grepen armen vol papieren en vluchtten. Sommige bendeleden zagen dat, bevalen ze te stoppen en gingen de moedige zusjes achterna. De meisjes renden een groot maïsveld in en vielen daar ademloos op de grond. Tussen de rijen maïs legden ze de gedrukte bladzijden op de grond en gingen er bovenop liggen. De mannen bleven onvermoeibaar zoeken, en kwamen soms heel dichtbij, maar ze hebben de meisjes nooit kunnen vinden, en op den duur gaven ze het op en gingen verder met hun vernielingen in de stad.
Het licht van de Heer toonde die jongevrouwen wat ze moesten doen en waar ze veilig zouden zijn. Datzelfde licht schijnt voor jou. Het kan jou, net als zij, veiligheid bieden. Er staat een beeldhouwwerk van die zusters in het jongevrouwenkantoor. Het herinnert ons aan de moed van de jongevrouwen, toen en nu.
Jane Allgood Bailey was niet van plan het licht van haar nieuwe godsdienst prijs te geven. Ze liet zich niet verslaan door de kou, de honger en de ziekte op de vlakten van Wyoming. Ze greep de handen van andere vrouwen om door ijskoude rivieren te waden. Toen ze aan de overkant kwamen, waren hun kleren aan hun lichaam vastgevroren, maar ze gingen door. Op hun tocht werd haar zoon van achttien, Langley, ziek en hij was zo zwak dat hij het grootste deel van de reis op de handkar moest worden voortgeduwd. Op een ochtend stond hij op van zijn bevroren beddengoed op de kar, liep voor de groep uit en ging onder een struik liggen om te sterven, omdat hij dacht dat hij teveel last veroorzaakte. Toen zijn trouwe moeder hem vond, gaf ze hem een standje en zei: 'Klim op de handkar. Ik zal je helpen, maar je geeft het niet op!' Toen trok het gezin verder met wat nog over was van de Martin-Willey-handkargroep.
Bij hun aankomst in de Salt Lake Valley leefde Langley nog! Hij was achttien en woog nog maar 28 kilo. Die jongen was mijn overgrootvader. Ik ben dankbaar dat zijn jonge leven gespaard werd en voor de kracht en het uithoudingsvermogen van zijn bewonderenswaardige, moedige moeder die een licht was voor haar gezin en haar zoon in leven hield, ondanks de kleine overlevingskans.
Jullie hoeven geen handkar in een sneeuwstorm over de vlakten te duwen, zusters, of weg te rennen voor een bende, maar misschien moeten jullie wel afstand nemen van vrienden, modegrillen en uitnodigingen die jullie goede normen in gevaar kunnen brengen. En dat vergt moed. Binnenkort ben je ZHV-zuster en op een goede dag ben je een moeder die haar kracht en getuigenis aan toekomstige generaties moet doorgeven. In deze jaren van voorbereiding kun je niet zeggen: 'Ik geef het op. De normen van de kerk zijn te hoog. Het is te moeilijk om de normen van reinheid precies na te leven. Ik ben er te zwak voor.' Je kunt het wel! Omwille van je toekomst moet je het!
Je kunt in de wereld leven maar niet van de wereld zijn. De Heer vraagt ons om het koude gevaar van werelds zijn achter ons te laten en in de warmte van zijn licht te komen. Dat vereist integriteit, een sterk karakter en geloof -- geloof in de waarheden die de Heer Jezus Christus ons leert. 'Ik ben het licht der wereld; wie Mij volgt, zal nimmer in de duisternis wandelen, maar hij zal het licht des levens hebben' (Johannes 8:12).
Door het licht van de Heer kon Shelley Ann Scoffield een beangstigende beproeving in haar jonge leven doorstaan, maar ze doorstond die met groot geloof en liefde voor haar hemelse Vader. Op een dag werd Shelley ziek. Ze bezocht een dokter die vaststelde dat er iets ernstig mis was. Shelley zei: 'Ik was bang. Ik had grote gezwellen op mijn longen, en de dokter had het over kanker, chemotherapie en bestraling.' Maar ze gaf niet toe aan haar angst. Trouw aan de instructies van het programma Mijn persoonlijke vooruitgang, ging ze aan de slag en maakte een lange lijst van doelen die ze wilde nastreven nu ze vanwege de behandelingen niet naar school kon. Ze hield zichzelf bezig met positieve zaken. Ze was zich bewust van haar zegeningen, zoals een vader die haar met zijn priesterschap zegens had gegeven, een geweldig gezin, prima vrienden en goede dokters. 'Maar het mooiste van alles,' zei Shelley, 'is mijn getuigenis van mijn hemelse Vader, dat Hij van me houdt en me hier doorheen zal helpen.'
Shelley heeft haar gedachten opgeschreven voor haar vriendinnen in de jongevrouwen en ik wil jullie graag deelgenoot maken van wat ze geschreven heeft:
'Ik wil jullie zeggen dat het nu de tijd is om dichter bij je hemelse Vader te komen. Doe je best om Hem te bewijzen dat je al je beloften aan Hem kunt nakomen. Ik probeer dat. Ik leer nu meer dan ik ooit eerder over het evangelie wist. Ik weet dat mijn hemelse Vader bij mij is. Als ik pijn heb en verdriet, heeft Hij dat ook, en Hij wil alleen maar dat ik, en jullie allemaal als jullie dat voelen, Hem bidden om hulp, want Hij wil zo graag helpen. Hij houdt zoveel van jullie. Ik bid dat jullie je hele leven van al jullie worstelingen zullen leren, dichtbij Hem zullen blijven en geloof zullen hebben. Zorg dat je een getuigenis krijgt en blijf trouw aan het goede.'
Shelley Scoffield is op 3 november 1998 overleden, sterk in het geloof.
Lieve, dierbare jonge zusters, we zullen niet allemaal hetzelfde meemaken als Shelley of de anderen waarover ik vanavond verteld heb, maar allemaal moeten we dichter bij de Heer komen op onze reis door het leven.
Wij hebben drie voorstellen waardoor jullie het licht kunnen zien en het kunnen volgen. Ten eerste, en het allerbelangrijkste: bid. Als je met je hemelse Vader praat en je hart voor Hem uitstort, zul je dichter bij Hem komen. Wees dan stil en luister naar de gevoelens van je hart. Probeer open te staan voor de influisteringen van de Geest. Als je oprecht bidt, zul je voelen hoeveel je hemelse Vader van je houdt. Ten tweede: bestudeer de Schriften. In de Schriften staat wat de Heer ons aanraadt. Je vindt er antwoorden in voor de vragen over je leven. Ze brengen een licht en een geest in ons leven die we op geen andere manier kunnen krijgen.
Ten derde: wees ijverig werkzaam voor een goede zaak. Dat betekent: help je huisgenoten en je vrienden. Wees actief in de kerk en volg het seminarie. Ontwikkel talenten en vaardigheden. Wees een goed voorbeeld. Sta te allen tijde en in alle dingen en plaatsen als getuige voor God. Als je dat doet, zal het licht in je leven helderder worden en dat zal aan je te zien zijn.
Vanuit het kantoor van de jongevrouwenorganisatie zie je de heilige Salt Lake-tempel, en wij zien de bruiden als ze voor de foto's naar buiten komen. Al die schattige tempelbruidjes zien er prachtig uit omdat er een glans ligt over hun gezicht en er een licht is in hun ogen. Dat licht komt omdat ze begrijpen welke invloed de Heiland op hun leven heeft. Er is iets heel bijzonders aan een jongevrouw die zich heeft voorbereid en waardig is om de heilige verbonden te sluiten en na te komen, en de verordeningen van de tempel te ontvangen.
Zoals wij op een stormachtige winteravond het licht van een vrachtwagen hebben gevolgd, volgden Shelley, Mary Elizabeth en Jane het licht van de Heer, en dat kun jij ook. En als voor jou tijden aanbreken die moed, kracht en geloof vergen, denk dan aan de woorden van de lofzang:
De Heer is mijn Licht; waarom dan gevreesd?
Nabij mij, heel dicht, is Hij door zijn Geest
(lofzang 57).
Ik getuig dat de Heer je altijd wil helpen. Zijn voorbeeld en zijn leringen zijn een bestendige, veilige gids. We kunnen Hem vol vertrouwen volgen, want Hij is onze Heiland. Ik houd van Hem. Ik houd van jullie, en ik getuig van zijn liefde voor jullie. In de naam van Jezus Christus. Amen.