President Thomas S. Monson
Eerste raadgever in het Eerste Presidium
Er zullen voor jullie allemaal leerzame tijden aanbreken waarin je getuige zult zijn van de liefde van je moeder, de kracht van je vader en de inspiratie van God.
Lieve zusters, wat is het een zegen om vanavond voor jullie te staan en te bedenken dat er, behalve iedereen die hier in de Tabernakel aanwezig is, nog vele duizenden anderen via de satelliet meekijken en -luisteren. Ik bid om de hulp van de Heer.
Henry Wadsworth Longfellow heeft jullie en jullie toekomst in een klassiek gedicht beschreven. Hij schreef:
Hoe prachtig is de jeugd! Hoe schitterend haar glans,
met haar illusies, idealen, dromen!
Boek vol mogelijkheden, verhaal zonder einde,
elk meisje een heldin, en elke man een vriend!1
Dierbare jongevrouwen, moeders, leerkrachten en jongevrouwenleidsters, ik wil jullie deelgenoot maken van een paar gedachten en ideeën die je door het sterfelijk leven kunnen leiden naar het celestiale koninkrijk van onze hemelse Vader.
Ik heb zorgvuldig vier dingen uitgekozen die daarbij als leidraad kunnen dienen en eeuwige vreugde kunnen geven.
1. Omhoog kijken;
2. Naar binnen kijken;
3. Naar buiten treden; en
4. Doorgaan
Laten we eerst Omhoog kijken bespreken.
Onze hemelse Vader heeft ons allemaal een verlangen naar Hem meegegeven. In de Schriften staat klip en klaar: 'Zie, dat gij tot God opziet en leeft.'2 Er is geen probleem te klein voor zijn aandacht of te groot voor Hem om een gelovig gebed te kunnen beantwoorden. Gebed geeft ons absoluut toegang tot geestelijke kracht. Je kunt bidden met een doel voor ogen als je beseft wie je bent en wat je hemelse Vader wil dat je wordt.
Je zult het niet moeilijk vinden Hem in oprecht gebed te benaderen als je denkt aan de woorden van de apostel Paulus: 'Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest Gods in u woont?'3
Als je je hemelse Vader een plezier wilt doen, eer dan je vader en je moeder, zoals Hij heeft geboden. Zij houden veel van je. Jouw vreugde is hun vreugde, en jouw verdriet is hun verdriet. Zij verlangen voor jou de hemelse leiding waar de Heer in voorziet.
Ik heb een aantal teleurgestelde ouders horen spreken over een dochter of zoon in die 'vreselijke tienerjaren'. Ik geef er veel meer de voorkeur aan jullie te beschrijven als 'vreselijk goede tieners.'
Het is nooit de bedoeling geweest dat het hele leven bestond uit glimlachjes en geluk. Er zullen voor jullie allemaal leerzame tijden aanbreken waarin je getuige zult zijn van de liefde van je moeder, de kracht van je vader en de inspiratie van God.
Ik heb ouderling Russell M. Nelson toestemming gevraagd om jullie te vertellen over een verdrietige les, verzacht door de kennis van het plan van onze hemelse Vader.
Ouderling en zuster Nelson zijn gezegend met negen dochters, gevolgd door één zoon. Ze zijn een gelukkige en hechte familie. Toen de kinderen jonger waren, kwamen ze op een goede avond bij elkaar en de vader zei: 'Veel echtparen worden op zending geroepen, en als het een roeping als zendingspresident betreft, wordt hun gevraagd hun kinderen mee te nemen naar het zendingsgebied.' Toen stelde de vader de beslissende vraag: 'Zouden jullie, als je moeder en ik zo'n roeping zouden krijgen, bereid zijn om mee te gaan?'
Hij wachtte hun antwoord af. Een dochter zei: 'Pa, ze zouden u niet roepen, want ik ben cheer-leader op school!'
Een ouder kind voegde eraan toe: 'Ik zou niet kunnen. Ik studeer aan de universiteit.'
De ene na de andere tiener kwam met een antwoord, totdat kleine Emily, vanuit haar zuivere ziel, antwoordde: 'Pap, als u geroepen werd, zou ik meegaan.'
Eigenlijk zou ieder kind wel bereid zijn om mee te gaan, maar Emily's diepzinnige en toch eenvoudige antwoord was ontroerend.
De jaren vlogen voorbij. De kinderen trouwden. Er kwamen kleinkinderen. Toen werd Emily getroffen door kanker, en na een heldhaftige en moedige strijd werd ze door de Heer bij zich geroepen.
Ouderling Nelson sprak op de begrafenisdienst. Nog nooit heb ik een mooiere of meer doorvoelde toespraak gehoord. Hij sprak over het heilsplan en beschreef Gods beloften met betrekking tot de eeuwige familie. Zachtjes zei hij: 'Emily is gewoon een beetje vroeg overgegaan.' Wat een leermoment!
Toen de grote familie achter de kist liep, droeg ouderling Nelson twee van Emily's kleine kinderen in zijn armen. Alle aanwezigen waren getuige van waarheid en leerzame lessen. Wij werden geïnspireerd om omhoog te kijken.
Ten tweede: Naar binnen kijken.
Laten we ons allemaal afvragen: Weet ik waar ik heen wil, wat ik wil worden, wat ik wil doen?
De Heer heeft dergelijke vragen beantwoord: 'Put woorden van wijsheid uit de beste boeken; zoekt wetenschap, ja, door studie alsmede door geloof.'4
De heilige Schriften, de leiding van je ouders, en het onderwijs dat je in het jeugdwerk, de jongevrouwen, de zondagsschool, de avondmaalsdienst en het seminarie ontvangt, zullen je sterken in je voornemen om het beste uit jezelf te halen.
Studeer met een doel voor ogen, zowel in de kerk als op school. Schrijf je doelen op en wat je wilt doen om ze te verwezenlijken. Mik hoog, want je kunt eeuwige zegeningen ontvangen.
Verwacht niet dat je levensweg zich onbelemmerd voor je ogen ontvouwt als je nog maar aan het begin staat. Je moet erop rekenen dat je op kruispunten belandt en bochten tegenkomt. Maar je kunt niet verwachten dat je op de gewenste bestemming aankomt als je je richting niet kunt bepalen. Je moet beslissingen nemen met een doel in gedachten.
Zoals Lewis Carroll in zijn beroemde boek Alice's Adventures in Wonderland schrijft, volgde Alice een pad door een bos in wonderland en belandde bij een splitsing. Besluiteloos vroeg ze aan de kat, die plotseling in een boom verscheen, welk pad ze moest nemen. 'Waar wil je heen?' vroeg de kat.
'Ik weet het niet', zei Alice.
'Dan,' zei de kat, 'maakt het toch niet zoveel uit?'5
Wij weten waar we heen willen. Zijn we ook vastbesloten -- en hebben we het geloof -- om daar te komen?
'Komt ( . . . ), leert van Mij',6 zei de Heer. 'Kom hier, volg Mij'7, spoorde Hij ons aan. Door in te gaan op zijn vriendelijke uitnodiging, zullen jullie allemaal toe zijn aan ons volgende onderwerp en naar buiten treden.
De apostel Paulus heeft jullie de volgende wijze raad gegeven: 'Niemand schatte u gering om uw jeugdige leeftijd, maar wees een voorbeeld voor de gelovigen in woord, in wandel, in liefde, in geloof en in reinheid.'8
Jonge zusters, jullie hebben onbegrensde mogelijkheden om naar buiten te treden en anderen tot zegen te zijn. Denk bijvoorbeeld eens aan jullie voorrecht om naar de heilige tempel te mogen, om daar overledenen te helpen door hun als plaatsvervangster de zegeningen van de doop te bieden.
Op een goede ochtend liep ik naar de tempel en zag een groep jongevrouwen die al vroeg hadden deelgenomen aan het dopen voor overledenen. Hun haar was nat. Ze hadden een stralende glimlach. Hun hart was vol vreugde. Een meisje keerde zich om naar de tempel en gaf uitdrukking aan haar gevoel: 'Dit is de gelukkigste dag van mijn leven', zei ze.
Er zijn andere mogelijkheden om de levenden te helpen. Jij kunt dat en je kunt ze onnoemelijke vreugde brengen. Verpleegtehuizen worden een thuis voor zieken of ouderen die dergelijke zorg behoeven. Zij verlangen terug naar hun jeugd. Zij hunkeren naar het gezelschap van hun familieleden en het comfort van hun eigen huis.
Tijdens een kerkdienst in een verpleegtehuis, toen de aan hun rolstoel gekluisterde bewoners het avondmaal hadden ontvangen, speelde een jongevrouw van jullie leeftijd op haar viool. De oudere zusters waardeerden dat zeer, Zij uitten hun dankbaarheid met opmerkingen als 'Prachtig', 'Geweldig', 'Ik hou van je'. Dat leidde de violiste niet af; integendeel, zij kon daardoor nog veel mooier spelen.
Die dag zei ze tegen mij: 'Ik heb van m'n leven nog niet zo goed gespeeld. Het leek wel of iets me boven mezelf en mijn eigen mogelijkheden uittilde. Ik voelde de inspiratie van de liefde van mijn hemelse Vader.'
Ik bracht haar in herinnering: 'Wanneer gij in de dienst van uw naasten zijt, [zijt] gij louter in de dienst van uw God.'9
Ze knikte, deed voorzichtig haar viool in de kist en ging, terwijl de vreugdetranen over haar wangen rolden, naar haar plaats.
Laten we eraan denken om naar buiten te treden.
En ten slotte: doorgaan. Vermijd de neiging de kans om te groeien en te helpen uit te stellen. Uitstel is echt een dief van je tijd. Zie je dagelijkse moeilijkheden onder ogen. Hoe lang is het geleden dat je je moeder aankeek en spontaan zei: 'Mam, ik hou echt van u'? En je vader, die dagelijks voor je zwoegt? Vaders vinden het fijn om diezelfde lieve woorden uit de mond van een kind te horen: 'Ik houd van u.'
Het is te gemakkelijk om het vanzelfsprekend te vinden dat je ouders hebt en je niet te realiseren hoeveel zij voor jou betekenen en jij voor hen betekent. Een voorbeeld daarvan vond plaats in een klas. Een van de vragen na een studie van magneten op de Olympus Junior High luidde: 'Wat begint met een M en raapt alles op?' Meer dan een derde van de studenten antwoordde: 'Moeder'.
Ruim tijdelijke beproevingen of blokkades uit de weg die je vooruitgang belemmeren. Een zegen waarvoor je in aanmerking kunt komen is je patriarchale zegen. Je ouders en je bisschop zullen weten wanneer voor jou de tijd rijp is om die te ontvangen. Een patriarchale zegen bevat hoofdstukken uit jouw levensboek vol mogelijkheden. Hij zal voor je zijn als een vuurtoren op een heuvel, je waarschuwen voor gevaar en je leiden naar de rust van veilige havens. Het is een profetische uitspraak van iemand die geroepen en geordend is om je zo'n zegen te geven.
Ik wil van de gelegenheid gebruik maken om namens jullie, jongevrouwen, een gemeend 'dank u' uit te spreken aan het adres van jullie ouders, leerkrachten en leidsters. Zij zijn jullie voorbeeld. Zij weten dat jullie teleurstellingen, dagen van ontmoediging, en frustraties zullen ondervinden. Zij zullen jullie wijzen hoe je die te boven kunt komen en door kunt gaan op de levensweg die opwaarts leidt naar de celestiale heerlijkheid. Onthoud dat je, als je eenmaal iets voortreffelijks hebt ervaren, nooit meer tevreden zult zijn met middelmatigheid.
Een paar jaar geleden werd een lieve jongevrouw, Jami Palmer, destijds 12 jaar, in haar rolstoel door haar ouders mijn kamer binnengereden. Er was kanker bij haar geconstateerd. Ze moest geopereerd worden. Ze zou veel behandelingen moeten ondergaan en het herstel zou lang duren. Het was een plechtig moment. De vader vroeg mij of ik hem wilde bijstaan terwijl hij zijn ontmoedigde dochter een zegen gaf. Zij had net haar dromen, haar hoop en haar plannen uitgesteld. We huilden allemaal. Ze kreeg een priesterschapszegen.
Ik heb contact gehouden met Jami en haar familie. De jaren zijn voorbij gevlogen. Ze heeft anderen oneindig veel diensten bewezen als aanspreekpunt voor de stichting Make-A-Wish, die veel doet voor jongeren met een levensbedreigende ziekte. Jami is een mooie jongevrouw geworden. Ze studeert nu aan de Brigham Young University. Ze is gezond. Ze is gelouterd en haar leven is verlengd. Ze dankt iedereen die haar door die moeilijke jaren hebben heen geholpen, en vooral haar hemelse Vader voor het feit dat ze leeft.
Een keerpunt in Jami's leven vond al vroeg plaats tijdens haar behandeling voor kanker. Ze had samen met de jeugd van haar wijk een trektocht naar de Timpanogos-grot georganiseerd. Degenen die dat al gedaan hebben, weten hoe steil de weg is, en hoe eindeloos hij lijkt voordat je de grot bereikt. Verdrietig zei Jami tegen haar vriendinnen: 'Ik kan niet met jullie mee.'
'Waarom niet?' vroegen ze.
Jami antwoordde: 'Ik kan niet lopen'.
Het was even stil, en toen antwoordde iemand: 'Jami, als je niet kunt lopen, zullen we je dragen.' En dat deden ze -- heen en terug!
Jongevrouwen, zullen jullie omhoog kijken, naar binnen kijken, naar buiten treden en doorgaan? Als jullie dat doen, zal jullie beloning groot en jullie heerlijkheid eeuwig zijn.10
Ik geef jullie, lieve zusters, mijn getuigenis dat onze hemelse Vader leeft, dat Jezus de Christus is, en dat we geleid worden door een profeet voor onze tijd -- door president Gordon B. Hinckley. In de naam van Jezus Christus. Amen.
NOTEN
1. Henry Wadsworth Longfellow, 'Morituri Salutamus', The Complete Works of Longfellow, Cambridge (Massachusetts).: The Riverside Press, 1922, blz. 311.
2. Alma 37:47.
3. 1 Korintiërs 3:16.
4. LV 88:118.
5. Geadapteerd uit Alice's Adventures in Wonderland (1929), 76.
6. Zie Matteüs 11:28, 29.
7. Lucas 18:22.
8. 1 Timoteüs 4:12.
9. Zie Mosiah 2:17.
10. Zie LV 76:6.