The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Broadcast Archives CES Fireside

‘Terreur, triomf, en een bruiloftsfeest’

Uitzending van 12 september 2004
Ouderling Jeffrey R. Holland

Ouderling Jeffrey R. HollandIk wil jullie danken dat je gekomen bent, ondanks dat je wist wie er zou spreken. Het doet me veel dat ik vanavond bij jullie kan zijn. Waar komen jullie allemaal vandaan? Laat maar zitten, daar hebben we de tijd niet voor. En hoewel ik jullie niet allemaal kan zien, weet ik maar al te goed dat er een geweldig, veel groter publiek is dat op andere plaatsen in de wereld naar deze uitzending kijkt, zo’n 80 duizend of zo. We heten jullie welkom en ik dank je voor je komst. Bedankt dat jullie mij als spreker hebben uitgenodigd.

Ik wil zuster Holland verontschuldigen. Ze had er heel, heel graag bij willen zijn, maar ze is nu in Houston, Texas, waar ze onze dochter en schoonzoon helpt met onze nieuwste kleindochter. Wie in Houston de uitzending volgt, moet maar eens langzaam achterom de zaal inkijken, dan zie je misschien een schattig grootmoedertje verscholen op de laatste rij, die doet alsof ze op het instituut zit. Ik weet heel goed hoe jong ze er nog uitziet, maar broeders, denk erom dat ze al bezet is. De steun die zij mij daar geeft is mij net zo lief als die ze me vanavond hier had gegeven. Ik breng u haar liefde, en ik verzeker u dat het enige wat haar ervan weerhouden heeft hier vanavond te zijn, is de plicht die grootmoeders bij tijden hebben. ‘Hermana Holland, te amo.’

Velen van jullie weten dat mijn vrouw en ik net terug zijn van een verblijf van twee jaar in Chili. Daar hebben we, zoals jullie hier vanavond, met jongvolwassenen en instituutscursisten in een ringgebouw, ver weg van de hoofdzetel van de kerk, naar uitzendingen van CES gekeken. Ook wij voelden de Geest van de Heer en de liefde van onze leiders. We ervoeren vooral de warme band met duizenden wereldwijd, zoals jullie, die van dezelfde leeftijd en van hetzelfde geloof waren, en die hetzelfde wilden om een gelukkige toekomst mogelijk te maken.

Ik moet vanavond speciaal denken aan mijn jonge vrienden in Chili. En evenzeer aan al onze andere vrienden wereldwijd — in Engeland en Frankrijk, in Korea en Japan, in Australië, Nigeria en Oekraïne, om nog maar te zwijgen van de vele vrienden die in Noord-Amerika zijn vergaderd. Bienvenidos, allemaal, welke taal je ook spreekt, weet dat ik van je hou. Er is zoveel kracht onder ons. Ik bid dat de Heer zijn Geest en zegeningen op ieder van ons zal uitstorten. Ik verlang oprecht iets te zeggen waar jullie wat aan hebben.

Terreur

Ik wil het vanavond hebben over de angst die in de wereld om zich heen grijpt en de moeilijkheden waar we in ons leven mee te maken hebben. Natuurlijk zijn er in elk tijdperk en elke bedeling moeilijkheden geweest, maar gisteren — 11 september — was het drie jaar geleden dat de wereld werd opgeschrikt door een gewelddadige gebeurtenis die we voor onmogelijk hielden. Je kunt wel zeggen dat de gevolgen van die daad ons leven drastisch en dramatisch, en misschien ook voorgoed, hebben veranderd. Misschien dat de herdenking gisteren, waar terecht veel aandacht aan is geschonken, er misschien debet aan is dat vandaag de angsten en zorgen van deze moderne tijd in ons hart leven.

In ieder geval zijn het vooral onze naasten, de burgers van de naties waar deze bijeenkomst vanavond wordt uitgezonden, naties die het sinds 11 september 2001 zwaar te verduren hebben, die met angst te maken hebben, gealarmeerd door internationale gebeurtenissen en de nieuwe invulling van het woord ‘terror’. Nog niet zo lang geleden werd dat woord alleen in verband gebracht met advertenties voor B-films en de romans van Stephen King. Nu duikt het helaas dagelijks op in het nieuws en komt het zo vaak ter sprake dat zelfs kleine kinderen zich er bewust van zijn, met inbegrip van – en nu vooral – de schoolkinderen in Rusland, dat de wereld waarin we leven op brute wijze kan worden verstoord door mensen die zich ‘terrorist’ noemen. En er zijn allerlei andere rampen, bijvoorbeeld natuurrampen, die het nieuws halen en ons eraan herinneren dat het leven broos kan zijn, dat het leven beslissende wendingen kan nemen.

De laatste dagen

Ik weet dat velen van jullie, dit in ogenschouw genomen, zich afvragen wat dit allemaal inhoudt voor het einde van de wereld en voor jullie leven. Velen hebben de vraag gesteld: ‘Is dit de tijd van de wederkomst van de Heiland en alles wat over die gebeurtenis is geprofeteerd? Niet lang na de aanslagen op 11 september vroeg een zendeling mij in alle oprechtheid en vol geloof: ‘Ouderling Holland, zijn dit de laatste dagen?’ Ik zag de ernstige uitdrukking op zijn gezicht en de angst in zijn ogen, dus wilde ik hem geruststellen. Ik dacht dat een arm om de schouders en een grapje hem over zijn zorgen zouden helpen. Ik sloeg mijn arm om hem heen en zei: ‘Elder, Ik mag dan wel niet de slimste zijn, maar zelfs ik ken de naam van de kerk.’ Vervolgens hadden we het over heiligen der laatste dagen zijn. Ik zei: ‘Ja, elder, we zijn in de laatste dagen, maar daar is eigenlijk niets nieuws aan. De beloofde wederkomst van de Heiland is in 1820 met het eerste visioen van de profeet Joseph Smith begonnen. Daarom hebben we de wederkomst en de laatste dagen zich al 184 jaar zien ontvouwen. We kunnen er dus zeker van zijn dat we in de laatste dagen zijn — eigenlijk al jarenlang’, zei ik, schudde opgewekt zijn hand en nam afscheid van hem.

Hij glimlachte, leek opgelucht dat hij dit alles nu enigszins in de juiste context kon plaatsen en vervolgde zijn weg. Ik neem aan dat hij sindsdien een succesvolle zending heeft vervuld en nu thuis met zijn leven is verdergegaan, misschien dat hij ergens in het publiek zit, op zoek naar een vrouw! En zo hoort ’t!

Ik zeg daar ogenblikkelijk bij dat ik weet wat hij eigenlijk aan me vroeg. Wat hij eigenlijk bedoelde was: ‘Kan ik mijn zending nog voltooien? Heeft het nog wel zin om een opleiding te volgen? Kan ik nog wel trouwen? Heb ik een toekomst? Ligt er geluk voor mij in het verschiet?’ En ik zeg jullie, één voor één, wat ik drie jaar terug tegen hem heb gezegd. ‘Ja, natuurlijk, — op al die vragen.’

Wat de precieze tijd van de definitieve, wereldomspannende wederkomst en de wereldschokkende gebeurtenissen betreft, weet ik niet wanneer dat zal gebeuren. Bovendien heeft president Hinckley gezegd dat hij ook niet weet wanneer de wederkomst plaatsvindt en dat is omdat niemand dat weet. De Heiland heeft gezegd dat zelfs de engelen in de hemel het niet weten (zie Matteüs 24:36).

We moeten letten op de tekenen des tijds en de betekenis daarvan weten, we moeten zo getrouw mogelijk leven, en we moeten het evangelie aan iedereen uitdragen, zodat de zegeningen en bescherming aan velen ten deel vallen, maar we moeten ons niet laten verlammen omdat de wederkomst, en de gebeurtenissen die eraan voorafgaan, ergens voor ons liggen. We kunnen niet stoppen met leven. We moeten zelfs voluit leven, voller dan ooit tevoren. Dit is per slot van rekening de bedeling van de volheid der tijden.

Ik zeg dit omdat ik recentelijk — na 11 september 2001 in ieder geval — heel angstige en zelfs sombere opvattingen heb gehoord van enkelen uit jullie leeftijdsgroep over de vragen waar die zendeling mee zat. Ik heb enkelen van jullie zich horen afvragen of het nog wel zin heeft om op zending te gaan, of om een opleiding te volgen of een carrière te plannen als de wereld waarin we leven zo onzeker blijft. Ik heb zelfs stelletjes horen zeggen: ‘We weten niet of we in deze onzekere tijden wel moeten gaan trouwen.’

En het ergste wat ik vernomen heb is dat sommige pasgetrouwden zich afvroegen of ze nog wel kinderen op deze beangstigende-niet-meer-te-redden-wereld, moesten zetten. Ik zeg jullie dat die soort houding mij, in zekere zin, meer zorgen baart dan Al-Qaeda.

Ik heb twee dingen te zeggen tegen iemand die zich zorgen maakt over de toekomst. Ik zeg het in liefde en het komt uit mijn hart.

Ten eerste, we moeten ons nooit, in welke tijd of omstandigheden we ook leven, door angst en de vader van de angst (Satan zelf), laten wegleiden van ons geloof en een getrouw leven. Er zijn altijd vragen over de toekomst geweest. Iedere jongere of ieder jong paar, in welke tijd ze ook leefden, heeft altijd in zekere mate met onzekerheid te maken gehad — te beginnen bij Adam en Eva die hun eerste onzekere stappen buiten de hof van Eden zetten. Maar dat is niet erg. Dat is het plan. Het komt goed. Wees gewoon getrouw. God heeft de leiding. Hij kent je bij naam en Hij kent je behoeften.

Geloof in de Heer Jezus Christus! Dat is het eerste beginsel van het evangelie. Dat komt ook naar voren in de door K. Newell Dayley geschreven lofzang, ‘Geloof bij elke voetstap’,1 ter herdenking van de eerste pioniers. Maar net als die pioniers moet je wel blijven lopen, eerst één stap en dan weer één, dan de volgende. Zo worden taken vervuld, zo worden doelen verwezenlijkt, zo worden gebieden ontgonnen. In meer verheven taal: zo worden werelden geschapen, en zo zal jij jouw wereld scheppen.

God verwacht van jou dat je genoeg geloof en vastberadenheid hebt, genoeg vertrouwen in Hem, om in beweging te blijven, te blijven leven en te blijven juichen. In feite verwacht Hij niet van je dat je de toekomst lijdzaam onder ogen ziet (wat behoorlijk naargeestig en gelaten klinkt). Hij verwacht van je dat je de toekomst oppakt en er vorm aan geeft — er liefde voor opvat, je erin verheugt en genoegen schept in de geboden kansen.

God verlangt boven alles jouw gebeden te beantwoorden en je dromen in vervulling te laten gaan, zoals Hij altijd gedaan heeft. Maar dat kan Hij niet als je niet bidt en Hij kan het ook niet als je niet droomt. Kortom, Hij kan het niet als je niet gelooft.

Puttend uit mijn enorme repertoire aan verhaaltjes voor het slapen gaan, zou je kunnen zeggen dat je er zelf voor kiest wat voor vogel je bent. Je kunt als ‘Chicken Little’ zijn en rond gaan rennen dat de hemel naar beneden komt, of je kunt als de kleine rode hen zijn en doorgaan met een productief leven, ongeacht van wie je wel of geen hulp krijgt, of wie er wel of niet in jouw manier van leven gelooft.

Genoeg boerderijverhalen voor nu. Wat dacht je van twee teksten, beide bestemd voor hen die in roerige tijden leven.

De eerste is uit afdeling 101 van de Leer en Verbonden. Misschien herinner je je dat deze openbaring gegeven werd toen de heiligen in Missouri veel vervolging te verduren hadden. Die vervolging had haar dieptepunt bereikt. Ze waren door het gepeupel uit hun huizen gejaagd. Ze zochten een onderkomen in andere county’s, maar vijandigheid, zelfs haat, achtervolgde hen. Deze angstige heiligen verloren land, vee, kleding, meubels, gewassen en heel veel persoonlijke bezittingen. Ze werden elke dag met de dood bedreigd. Ik vermoed dat dit dieptepunt de moeilijkste en gevaarlijkste — wellicht de ‘beangstigendste’ — tijd was die de kerk ooit heeft gekend. Later zouden termen als ‘Haun’s Mill’ en ‘Liberty Jail’ voor altijd hun plek in onze woordenschat opeisen.

Toch zei de Heer tot zijn volk in die angstige tijd:

‘Laat uw hart daarom vertroost zijn aangaande Zion; want alle vlees is in mijn hand; wees stil, en weet, dat Ik God ben.

‘Zion zal niet uit haar plaats worden bewogen, niettegenstaande haar kinderen zijn verstrooid.

‘Zij, die overblijven, en rein van harte zijn, zullen met gezangen van eeuwige vreugde terugkeren, en naar hun erfenis komen, zij en hun kinderen, om de woeste plaatsen van Zion op te bouwen —

‘En dit alles, opdat het woord der profeten moge worden vervuld’ (zie LV 101:16–19).

Dus, jonge vrienden, laat je hart vertroost zijn aangaande Zion. En denk eraan dat de fundamenteelste definitie van Zion die we ooit hebben gekregen, is: de ‘reinen van hart’ (LV 97:21). Als jullie je hart rein houden, zullen jullie, je kinderen en je kleinkinderen gezangen van eeuwige vreugde zingen bij de opbouw van Zion — en zul je niet uit je plaats bewogen worden.

In de tweede tekst spreekt de Heiland tot zijn discipelen, vlak voor Hij gekruisigd zou worden, en zij oog in oog met angst, ontreddering en vervolging kwamen te staan. Over roerige tijden gesproken. In zijn laatste instructie aan hen in dit leven, en zich ten volle bewust van wat Hem en hen te wachten stond, zei Hij: ‘Dit heb Ik tot u gesproken, opdat gij in Mij vrede hebt. In de wereld lijdt gij verdrukking, maar houdt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen’ (Johannes 16:33).

Laten we in een wereld vol beproeving, en daar zal er altijd genoeg van zijn, ons geloof in gedachte houden, laten we denken aan al die andere beloften en geruststellende profetieën, en laten we voluit leven, stoutmoediger en moediger dan in welke tijd van de geschiedenis ook.

Christus heeft de wereld overwonnen en voor ons een pad bereid in de wildernis. Hij heeft in onze tijd gezegd: ‘Omgordt daarom uw lendenen, en weest bereid. Ziet, u is het koninkrijk, en de vijand zal niet overwinnen’ (LV 38:9). Verman je dus. Laten we die lofzangen van eeuwige vreugd met meer vuur zingen.

Triomf

Dat leidt ons rechtstreeks tot het andere punt dat ik wil behandelen over de tijd waarin jij en ik leven. In angstige tijden hebben we de neiging ons (zoals die goede zendeling) voornamelijk te richten op het ‘laatste dagen’-gedeelte van die benaming.

Vanavond roep ik ieder van jullie op je te concentreren op het ‘heiligen’-gedeelte van die uitdrukking. Dat is het element in de naam van de kerk dat onze aandacht dient op te eisen. Denk aan de zegeningen die we genieten. Denk aan de bijzondere tijd waarin we leven. Denk aan de economische, educatieve, wetenschappelijke en geestelijke zegeningen die we hebben, zoals geen ander tijdperk in de wereldgeschiedenis die ooit gehad heeft, en denk dan aan onze plicht om in deze tijd als waardig lid van de kerk te leven.

Deze grote bedeling

We zijn in de belangrijkste bedeling van het evangelie in de sterfelijkheid ten tonele verschenen en we behoren er het beste van te maken.

Ik heb hier een citaat van de profeet Joseph Smith dat mij erg aanspreekt: ‘De opbouw van Zion is een zaak waarvoor het volk van God in elke bedeling grote belangstelling aan de dag heeft gelegd. Het is een thema waar profeten, priesters en koningen zich in verheugd hebben. Zij hebben vol verwachting naar onze tijd uitgekeken. En vol hemelse en vreugdevolle verwachting hebben zij over onze tijd gezongen, geschreven en geprofeteerd (...). Wij zijn het begunstigde volk dat God heeft [gekozen] om heerlijkheid in de laatste dagen tot stand te brengen.’2

Dat bevestigde ook president Wilford Woodruff in 1894. Misschien hoef ik je niet te herinneren aan de onthutsende moeilijkheden waarvoor president Woodruff stond. Die jaren hier in het westen waren, zo vermoed ik, in elk opzicht net zo beangstigend als de jaren in Missouri: profeten ondergedoken, apostelen in de gevangenis, angst (in president Woodruffs eigen woorden) ‘dat de ganse natie’ zich tegen ons volk zou keren, en ‘een oorlog tegen de kerk’ zou ontketenen.3

Niettemin zei president Woodruff te midden van al die moeilijkheden: ‘De Almachtige is met zijn volk. We zullen alle openbaring krijgen die we nodig hebben als we onze plicht doen en de geboden van God gehoorzamen. (…) Ik wil in (…) dit leven mijn plicht doen. Ik wil dat de heiligen der laatste dagen hun plicht doen. (...) Zij hebben een grote en omvangrijke plicht. De ogen van God en alle heilige profeten zijn op ons gericht. Dit is de grote bedeling waar zij het sinds het begin van de wereld over hebben gehad. Wij zijn bijeengebracht (…) door de macht en het gebod van God. We doen het werk van God. (...) Laten we onze zending vervullen.’4

Ten slotte wil ik de volgende woorden van president Hinckley aanhalen, onze profeet die ons nu door de moeilijkheden van dit uur loodst. Hij zei in de laatste aprilconferentie naar aanleiding van het thema dat president Woodruff had behandeld, tot ons allen:

‘Wij van deze generatie zijn de opbrengst van al wat vóór ons is gezaaid. Het is niet genoeg om alleen maar bekend te staan als lid van deze kerk. Op ons rust een heilige plicht. Laten we die onderkennen en uitvoeren.

‘Wij moeten leven als ware volgelingen van de Christus, met naastenliefde voor allen, kwaad met goed vergelden, door ons voorbeeld in de wegen van de Heer onderwijzen, en het grote werk verrichten dat Hij ons heeft opgedragen.

‘Mogen wij zo leven dat wij de heerlijke begiftiging met licht, begrip en eeuwige waarheid waardig zijn die door alle zware tijden van het verleden heen tot ons is gekomen. Van alle mensen die op aarde hebben geleefd, zijn wij geboren in deze unieke en opmerkelijke tijd. Wees dankbaar, en bovenal getrouw.’5

Ik vind het opmerkelijk dat onze profeten in deze drie citaten in vergelijkbare situaties, zich niet concentreerden op de angsten van hun tijd en niet op de onheilspellende elementen van de laatste dagen waarin we allemaal leven, maar dat zij spraken over de kansen en zegeningen, en bovenal de plicht, om de voorrechten aan te grijpen die ons in deze grootste van alle bedelingen zijn vergund. Ik word vooral aangesproken door de regel uit het citaat van de profeet Joseph Smith, waarin staat dat profeten, priesters en koningen ‘vol verwachting naar onze tijd [hebben] uitgekeken. En vol hemelse en vreugdevolle verwachting [...] over onze tijd [hebben] gezongen, geschreven en geprofeteerd.’ Waar waren ze dan zo vreugdevol over? Ik kan je wel zeggen dat ze zich niet concentreerden op de terreur en de tragiek. De woorden van broeder Woodruff waren: ‘De ogen van God en alle heilige profeten zijn op ons gericht. Dit is de grote bedeling waar zij het sinds het begin van de wereld over hebben gehad.’6 En van president Hinckley herhaal ik: ‘Door alle zware tijden van het verleden heen (...) van alle mensen die op aarde hebben geleefd, zijn wij geboren in deze unieke en opmerkelijke tijd. Wees dankbaar, en bovenal getrouw.’

Ik weet wat voor gevoel dit alles je geeft, maar opeens verdwijnen bij mij de onterechte angsten over de tijd waarin we leven als sneeuw voor de zon, voel ik mij nederig en geestelijk opgebouwd en gemotiveerd door de kansen die ons zijn geboden. God waakt over zijn wereld, zijn kerk, zijn leiders en Hij waakt zeer zeker over jou. Laten we ervoor zorgen dat we de ‘reinen van hart’ zijn en dat we getrouw zijn. Wat zul je gezegend zijn. Hoe fortuinlijk zullen je kinderen en kleinkinderen zijn.

Ga maar na. In de achter ons liggende evangelietijdperken is er nimmer een volk geweest — in veel gevallen ook onze ouders niet — dat qua zegeningen ook maar in de buurt is gekomen bij wat jij en ik hebben ontvangen.

Denk aan de hulp die we hebben gekregen om het licht van het evangelie aan een duistere wereld te brengen. We hebben nu ongeveer 55 duizend zendelingen. Dat is onmiskenbaar veel meer dan in enig andere tijd van de wereldgeschiedenis. En dat aantal wordt elke twee jaar ververst door zendelingen die de plaats van hun voorgangers innemen! We hebben er nog meer nodig. De kerk is in 170 landen vertegenwoordigd. We publiceren onze Schriften in ruim 100 talen.

Na zo’n zesduizend jaar was er één tempel in de oude wereld (hij mag dan twee of drie keer zijn herbouwd, het bleef dezelfde tempel op dezelfde berg, de berg Moria in Jeruzalem) en twee of drie tempels in de geschiedenis van het Boek van Mormon. Maar nu, nu leven we in een tijd waarin het aantal tempels zo snel toeneemt dat we nauwelijks de tel kunnen bijhouden. Een paar minuten geleden waren er 119 tempels in gebruik, en er zullen er, daar ben ik zeker van, nog meer worden aangekondigd en gebouwd.

Tel daar het wonder van de computer bij op, die ons van pas komt bij de registratie van onze familiegeschiedenissen en de systematische verwerking van de heilsverordeningen voor de verlossing van de doden. Voeg daar de moderne transportmiddelen aan toe, die het Eerste Presidium, de Twaalf en de andere algemene autoriteiten in staat stellen om de wereld rond te reizen en de heiligen in alle landen persoonlijk hun getuigenis te geven van de Heer. Doe daar bij dat waar we zelf niet kunnen komen, we nu, zoals in de Schriften staat, satellietuitzendingen ‘zenden’, zoals vanavond (zie LV 84:62).

Tel daarbij alle elementen van opleiding en van wetenschap op, en van technologie, communicatie, transport, geneeskunde, voedingsleer, en openbaring die ons omringen en het begint tot ons door te dringen wat de engel Moroni bedoelde toen hij keer op keer tegen de profeet Joseph Smith zei, de oudtestamentische profeet Joël citerend, dat God in de laatste dagen zijn Geest op ‘al wat leeft’ zou uitstorten, en dat de hele wereld, het hele mensdom, als onderdeel van de herstelling van het evangelie van Jezus Christus, zou worden gezegend door het licht dat uit een verscheidenheid aan disciplines zou komen. (Joël 2:28, cursivering toegevoegd; zie tevens Geschiedenis van Joseph Smith 1:41.)

We overwegen alle zegeningen die we in deze bedeling hebben en zeggen dan eerbiedig tot onze Vader in de hemel — ‘Gij zijt groot7 en ‘Gij zijt goed’.

Ik heb een theorie over die vroegere bedelingen en de leiders, gezinnen en mensen die toen leefden, over wie de profeet Joseph, president Woodruff en president Hinckley hebben gesproken. Ik heb vaak mijn gedachten naar hen laten uitgaan en naar de verwoestende omstandigheden waarmee ze toen te maken hadden. Ze leefden in vreselijk moeilijke tijden, en voor het grootste gedeelte hebben ze in hun evangeliebedelingen geen succes gekend. In elk vroeger tijdperk in de geschiedenis van de mens kreeg afvalligheid en duisternis op den duur de overhand. Het hele punt is juist dat de herstelling van het evangelie in deze laatste dagen plaatsvindt, omdat het in voorgaande tijden geen stand kon houden. Daarom moest het in het laatste, triomferende tijdperk plaatshebben.

We kennen de moeilijkheden waarmee het nageslacht van Abraham te maken had, en nog steeds te maken heeft. We weten welke problemen Mozes met de Israëlieten had, die Egypte verlieten, maar er niet echt in slaagden Egypte achter te laten. Jesaja was de profeet die zag dat de tien stammen in het noorden verloren zouden gaan. Jeremia, Ezechiël en Daniël waren allen profeet in ballingschap. Petrus, Jakobus, Johannes en Paulus, de grote figuren uit het Nieuwe Testament, zagen allen hoe de afval de wereld insloop, zelfs voordat de Heiland was vertrokken en zeer zeker nog tijdens hun leven. Denk aan de profeten van het Boek van Mormon, een bedeling die eindigde met een zeer pijnlijke briefwisseling tussen Mormon en Moroni over de situatie waarin het volk dat zij liefhadden, verkeerde, dat uiteenviel in ontaarding, terreur en chaos.

Kortom, het uiteindelijke lot van alle bedelingen die er door de tijden heen zijn geweest, was afval en verwoesting. Maar hier is mijn theorie. Mijn theorie is dat die grote mannen en vrouwen, die leiders uit voorbije tijden, doorgingen met getuigen, met hun best doen, niet omdat ze wisten dat zij zouden slagen, maar omdat ze wisten dat jij zou slagen. Ik geloof dat zij niet zo zeer moed en hoop putten uit hun eigen situatie als wel uit die van jullie, een schitterende groep jongvolwassenen die vanavond wereldwijd bij de honderdduizenden vergaderd zijn, en die er hun best voor zullen doen om het evangelie te laten zegevieren, te laten triomferen.

Moroni heeft ooit tot ons die zijn kroniek in de laatste dagen in handen zouden krijgen, gezegd:

‘Ziet, de Here heeft mij grote en wonderbare dingen getoond aangaande hetgeen te dien dage, wanneer deze dingen onder u zullen voortkomen, spoedig moet geschieden. ‘Ziet, ik spreek tot u, alsof gij aanwezig waart, hoewel gij het niet zijt. Maar ziet, Jezus Christus heeft u aan mij getoond, en ik weet uw handelingen’ (Mormon 8:34–35).

Ik denk dat zowat alle profeten en apostelen van weleer op de een of andere manier hun visionaire momenten van onze tijd hebben gehad, visioenen waaruit zij moed hebben geput in hun minder succesrijke tijdperken. Die broeders van weleer wisten verbazend veel over ons. Profeten zoals Mozes, Nephi en de broeder van Jared hebben de laatste dagen in ongelooflijk gedetailleerde visioenen gezien. Niet alles wat zij zagen was aangenaam, maar al die eerdere generaties hebben moed geput uit de kennis dat er uiteindelijk een bedeling zou zijn die niet zou falen.

Onze tijd, niet hun tijd, gaf hun de ‘hemelse en vreugdevolle verwachtingen’ en liet hen zingen en profeteren over de triomf. Onze tijd is de tijd waarnaar de profeten vanaf het begin der tijden hebben gekeken, en die broeders van weleer zijn er nog steeds om ons aan te moedigen! In zeer letterlijke zin zullen zij hun succes afmeten aan onze getrouwheid en onze overwinning. Het idee spreekt mij wel aan om in de laatste dagen te strijden voor Alma en Abinadi en waarvoor zij stonden, en voor Petrus en Paulus en de offers die zij brachten. Als je niet warm loopt voor een dergelijke opdracht op dit hoogtepunt van de geschiedenis, zul je nergens voor warm lopen!

Een bruiloftsfeest

Sta me toe een ander element aan deze zienswijze op de bedeling toe te voegen, dat volgens mij daar automatisch uit voortvloeit. Daar onze bedeling de laatste en grootste van alle bedelingen is, en omdat alles uiteindelijk zal samenkomen en vervuld zal worden in onze tijd, is er één heel specifieke taak die op de schouders is gelegd van de kerkleden nu, waar door de kerkleden in voorgaande bedelingen toch anders tegenaan werd gekeken. In tegenstelling tot de kerk in de dagen van Abraham of Mozes, Jesaja of Ezechiël, of zelfs de nieuwtestamentische tijd van Jakobus en Johannes, hebben wij de taak om de kerk van het Lam Gods voor te bereiden op de komst van het Lam Gods — in persoon, in triomfantelijke heerlijkheid, in zijn millenniaanse rol van Heer der heren en Koning van koningen. Geen enkele andere bedeling had die taak.

Om de taal van de Schriften te gebruiken: wij zijn het, die door de geschiedenis zijn aangewezen om de bruid voor te bereiden op de komst van de bruidegom, en zelf een uitnodiging voor het bruiloftsfeest waardig te zijn (zie Matteüs 25:1–12; 22:2–14: LV 88:92, 96). Collectief gesproken — of dat nu in ons leven of dat van onze kinderen of kleinkinderen plaatsvindt of wanneer dan ook — hebben we de taak als kerk en als individueel lid van die kerk, om zo te leven dat we waardig zijn dat Christus tot ons komt, dat Hij ons begroet, en dat Hij ons accepteert en ontvangt, ons omhelst. De levenswijze die we in dat heilige uur aanbieden, moet Hem waardig zijn!

Aanvaardbaar zijn voor Hem

Ik houd me dus niet bezig met de angst voor de toekomst of met de afmetingen van een eventuele schuilkelder in de achtertuin, maar ik ben vervuld van ontzag, van een overweldigend plichtsbesef om mijn leven in gereedheid te brengen (en waar dat in mijn vermogen ligt om de leden van de kerk in gereedheid te brengen) voor die sindslang geprofeteerde dag, voor die overdracht van gezag, voor de tijd dat we de kerk presenteren aan de rechtmatige eigenaar van deze kerk.

Dit geloof ik stellig: wanneer Christus verschijnt, moeten de leden van zijn kerk er uitzien en handelen zoals de leden van de kerk eruit behoren te zien en behoren te handelen als ze door Hem geaccepteerd willen worden. We moeten zijn werk aan het doen zijn en zijn leringen aan het naleven zijn. Hij moet ons direct kunnen onderscheiden, ons gemakkelijk kunnen herkennen als zijnde zijn discipelen. President J. Reuben Clark jr. heeft ooit terecht opgemerkt: ‘Ons geloof moet niet moeilijk te herkennen zijn.’8

Ja, als we in dat grote, beslissende uur zeggen dat we gelovig zijn, dan kunnen we dat maar beter laten zien. De Herder kent zijn schapen en wij moeten op die grote dag herkenbaar zijn als zijn volgelingen in woord zowel als daad. Daarom heeft president Hinckley ook gezegd:

Het is niet genoeg [voor ons, jij en ik, nu in deze tijd] om alleen maar bekend te staan als lid van deze kerk (....) Wij moeten leven als ware volgelingen van (...) Christus.’9

Ja, mijn geliefde jonge vrienden, dit zijn de laatste dagen en jij en ik dienen de best mogelijke heiligen der laatste dagen te zijn — met nadruk op het eerste woord, alstublieft.

Wanneer zal het einde zijn? Wanneer zal Christus zegevierend in het openbaar verschijnen en zal het millennium beginnen? Ik heb je al gezegd dat ik het niet weet. Wat ik wel weet is dat die gebeurtenis 184 jaar geleden is ingeluid. Ik weet dat wij als een gevolg van het eerste visioen en wat daarna kwam, in een tijd van ongekende zegeningen leven, zegeningen die tot doel hebben dat we een getrouw leven leiden, en die uitsluitend worden geschonken, zodat wanneer Hij, de Bruidegom, uiteindelijk en triomferend verschijnt, Hij gerechtvaardigd is om ons persoonlijk uit te nodigen voor het bruiloftsfeest.

Ligt er een gelukkige toekomst voor jou en je nageslacht in deze laatste dagen? Absoluut, wis en waarachtig heb jij een schitterende toekomst. Alle bruiloftsfeesten zijn blijde gebeurtenissen. Zullen er moeilijke tijden zijn in de laatste dagen wanneer die onheilspellende waarschuwingen en profetieën in vervulling gaan? Natuurlijk zullen die er zijn. Ze zijn er altijd geweest. Wees daarop voorbereid. Zullen zij die zijn gebouwd op de rots van Christus bestand zijn tegen de winden, de hagel, en de scherpe pijlen in de wervelwind? Je weet dat dat zo is. Je weet dat uit goede bron. Je weet dat uit zijn bron! Die ‘rots, waarop gij zijt gebouwd, die een vast fundament is, indien de mensen op dat fundament bouwen, kunnen zij niet vallen.’ (Zie Helaman 5:12.)

Geliefde jonge broeders en zusters, ik laat jullie mijn liefde en ik geef jullie mijn getuigenis dat God niet alleen leeft, maar ook dat Hij van ons houdt, dat Hij van jullie houdt. Alles wat Hij doet is voor ons welzijn en onze bescherming. Er is kwaad en verdriet in de wereld, maar er is geen kwaad of onrecht in Hem. Hij is onze Vader, een volmaakte Vader, en Hij zal ons beschermen tegen de storm.

Ik getuig niet alleen dat Jezus de Christus is, de Heilige en de eniggeboren Zoon van God, maar ook dat Hij leeft, dat Hij van ons houdt, en dat wij op de kracht en verdienste van zijn zoenoffer eeuwig zullen leven. Hij heeft voor ons dood en hel overwonnen, en op dezelfde wijze ook de angst.

Dit is de kerk en het koninkrijk van God op aarde. Joseph Smith was een profeet en president Gordon B. Hinckley is een profeet. De waarheid is hersteld. Jij en ik zijn gelukkigerwijs geboren in een tijd dat al die kennis en al die veiligheid ons ter beschikking staan.

Ik geef ieder van jullie binnen het bereik van mijn stem individueel een apostolische zegen dat jullie met vertrouwen, optimisme, geloof en toewijding zullen leven. Ik zegen jullie dat je de levensproblemen ernstig opvat, maar niet angstig of ontmoedigd. Ik zegen je dat je de vreugde van de heiligen in de laatste dagen zult voelen, en geen verlammende angst of verwoestende wanhoop. De enige zorg die we in feite moeten hebben is een heel persoonlijke — hoe kunnen we een voller leven hebben, een getrouwer leven, zodat alle zegeningen van deze grote bedeling over ieder van ons en op hen op wie wij invloed hebben, kan worden uitgestort.

‘Vreest daarom niet kleine kudde (...). Blikt tot [Christus] op bij iedere gedachte; twijfelt niet, vreest niet. (...) Gij hebt nog niet begrepen welke grote zegeningen de Vader (...) voor u heeft bereid. (...) Weest goedsmoeds. (...) Het koninkrijk is het uwe, en de zegeningen er van zijn de uwe, en de rijkdommen der eeuwigheid zijn de uwe’ (LV 6:34, 36: 78:17–18).

Ik laat u mijn zegen, mijn liefde, en een apostolisch getuigenis van de waarheid van deze dingen in de beschermende naam van de Heer Jezus Christus. Amen.

Noten

1. ‘Geloof bij elke voetstap’, De Ster, januari 1997, p. 22.

2. History of the Church, deel 4, pp. 609–610.

3. Het dagboek van Wilford Woodruff, 31 december 1889, zoals aangehaald door James B. Allen en Glenn M. Leonard in The Story of the Latter-day Saints, herz. druk 1992, p. 420.

4. In: James R. Clark, samensteller, Messages of the First Presidency of The Church of Jesus Christ of Latter-day Saints, 6 delen [1965–1975], deel 3, p. 258; door president Hinckley geciteerd in Liahona, mei 2004, p. 83.

5. Gordon B. Hinckley, Liahona, mei 2004, p. 84.

6. Cursivering toegevoegd.

7. ‘Gij zijt groot’, Lofzang 54; cursivering toegevoegd.

8. Zie ‘Charted Course and the Church in Education’, herz. druk 1994, pp. 3–7.

9. Liahona, mei 2004, p. 84.

 
© 2009 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy