The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Broadcast Archives CES Fireside

Geloof en het gezin

Ouderling Russell M. Nelson
van het Quorum der Twaalf Apostelen
CES-haardvuuravond voor jongvolwassenen
6 februari 2005 Brigham Young University

Ouderling Russell M. NelsonBroeders en zusters, het is mij een waar genoegen om hier te zijn. Het spijt mij dat mijn vrouw niet kon komen, ze heeft een zware verkoudheid. Ik ben onder de indruk van deze grote groep jongvolwassenen. Er zijn er nog veel meer bij elkaar gekomen over heel Noord-Amerika, Midden-Amerika, Zuid-Amerika, Europa, Azië, Afrika en Oceanië. Ik bid dat de Geest van de Heer bij ons zal zijn. Aangezien deze bijeenkomst wordt vertolkt in 28 talen bidden we ook voor onze tolken.

Ik wil aan alle jongvolwassenen graag de groeten en liefde overbrengen van president Gordon B. Hinckley, president Thomas S. Monson, president James E. Faust, en mijn collega’s van het Quorum der Twaalf Apostelen. Wij danken je voor je geloof, je inzet en je verlangen om de Heer te dienen. Wij houden van jullie.

Leg nu eens even je blocnote opzij en denk even na over jezelf. Vanavond ben je jong en enthousiast. De meesten van jullie studeren en hebben grootse plannen. Maar sta nu eens stil bij het volgende. Ik wil dat je jezelf voorstelt, niet zoals je nu bent, maar zoals je er vijftig jaar van nu uitziet. Kijk door je denkbeeldige tijdtunnel naar jezelf zoals je dan zult zijn. Je eens zo slanke taille is nu net zo breed als je belangstelling toen was. Je carrière is voorbij. Je zit niet langer in het arbeidsproces — de prikklok is verleden tijd, er komt geen salaris meer binnen. Zie je het voor je?

Goed, dan heb ik de volgende vragen voor je: Hoe zie je jezelf vijftig jaar van nu? Wat wil je zijn vijftig jaar van nu? Wat zou je het liefst willen vijftig jaar van nu?

Ik geloof dat ik jullie hersenen hoor kraken. Sommigen zullen zeggen: ‘Ik wil vijftig jaar van nu gewoon nog in leven zijn.’ Dat is geen slecht idee. Ongelukken en kwalen maken deel uit van het sterfelijk leven, wat inhoudt dat sommigen van jullie over vijftig jaar niet meer in leven zijn. Maar de meesten van jullie wel. Ga maar uit van de regel, niet van de uitzondering. Sommigen zien roem en rijkdom in de toekomst liggen. En de meesten van jullie willen een gezin.

Als mijn vrouw hier vanavond was geweest, zou ik haar gevraagd hebben om naast me te komen staan. Zoals je weet is een man niets zonder een vrouw in de Heer.1 Misschien kan ons huwelijk een leidraad zijn bij je planning en verwezenlijking van wat je wil worden. De titel van mijn boodschap is ‘Geloof en het gezin’. Ik heb geloof doelbewust voorop gezet. Dat is altijd de poolster van ons huwelijksleven geweest: om het geloof te hebben om eerst het koninkrijk van God te zoeken. Wij zijn erachter gekomen dat onwrikbaar geloof in de Heer het huwelijksleven en de liefde tussen man en vrouw ten goede komt. Geloof in Hem verhoogt iemands vermogen tot liefhebben, zowel kwantitatief als kwalitatief.

Vijftig jaar geleden waren we net als jullie jongvolwassen. Deze foto is uit die tijd. We studeerden allebei. Ik zat in mijn tweede jaar medicijnenstudie; zij was eerstejaars. We hielden heel veel van elkaar. Ik denk dat je dat wel aan deze foto kunt zien. Ik was tot over mijn oren verliefd op haar en, broeders, geef me daar eens ongelijk in.

Bedankt dat u die foto toont. Zo zien we er al lang niet meer uit. Maar in mijn ogen is mijn vrouw nu zelfs nog mooier!

Mijn carrière als chirurg zit erop. Ik heb veel operaties verricht, maar dat ligt achter me. Ook mijn vrouw heeft een druk bestaan achter de rug als moeder van tien kinderen. Ik heb geloof ik nog niet gezegd dat onze eerste negen kinderen meisjes waren. Ons huis had veel weg van een studentenflat voor meisjes totdat onze enige zoon geboren werd. Arme knul! De eerste paar jaar wist hij niet wie nu eigenlijk zijn moeder was.

Het leven van mijn vrouw is in rustiger vaarwater terechtgekomen. Ze heeft een minder inspannende rol op zich genomen als oma van onze kleinkinderen, van wie er velen vanavond aanwezig zijn. Willen al onze familieleden even opstaan? Ik wil de cameraman vragen jullie in beeld te nemen, zodat de anderen jullie ook kunnen zien. Wij zijn gezegend met 56 kleinkinderen en 14 achterkleinkinderen. Ons nieuwste kleinkind is hier, nog maar twee weken oud. Er zullen er nog wel meer volgen.

Ik heb overwogen foto’s te laten zien van alle 106 familieleden. Maar toen moest ik denken aan de oma die in een vliegtuig een gesprek begon met de persoon naast haar. Midden in haar gezellige gesprek over haar familie vroeg ze pardoes: ‘Heb ik u al een foto van mijn kleinkinderen laten zien?’

Haar medepassagier antwoordde: ‘Nee! Doet u vooral geen moeite!’

Met meer foto’s zal ik niet voor de dag komen. Daar heb je ook niet zoveel aan. De schoonheid van onze familie overstijgt het fysieke. Zij is geestelijk. Geen familielid is hetzelfde. Ieder is uniek en geweldig.

Wat vinden mijn vrouw en ik nu het belangrijkste? Dat we man en vrouw zijn, getrouwd voor tijd en eeuwigheid. Onze kinderen zijn in het verbond geboren en behoren ons voor eeuwig toe. Die kennis verschaft ons grote vreugde!

Toen we in de tempel trouwden, kenden we niet veel schriftuurplaatsen. Maar we wisten wat er in Matteüs 6:33 staat: ‘Zoekt eerst zijn Koninkrijk en zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken worden.’ Ik heb al eerder gezegd dat dat de poolster werd bij elke beslissing die we hadden te nemen. Pas jaren later kwamen we erachter dat dit vers in de Bijbelvertaling van Joseph Smith zelfs nog krachtiger en duidelijker was: ‘Streef niet naar wereldse zaken, maar streef ernaar eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid op te bouwen, en al het andere zal u gegeven worden’ (BJS, Matteüs 6:38). Die tekst is ons zeer tot zegen geweest! Deze gelovige vrouw die al die jaren aan mijn zij heeft gestaan, is mij zeer tot zegen geweest. Ik heb dankzij haar zegeningen gekregen die heel belangrijk voor mij zijn.

De tijden zijn in een halve eeuw veranderd. De wereld is geestelijk ziek. Die kwaal grijpt snel om zich heen. De verleidingen die wij toen hadden waren niets vergeleken met nu. Je gaat deel uitmaken van een verbruikersmaatschappij waarin men geobsedeerd is door materialistische doelen. De grote massa ligt geknield voor het altaar van zelfzucht. Luidruchtig wordt de misleidende leer verdedigd dat alle samenlevingsvormen van gelijke waarde zijn. Men wil meer rechten en minder plichten. Mensen houden zich meer bezig met hun uitkering dan hun bekering. Een goede vader is iemand die de bezoekregeling nakomt en alimentatie voor zijn kinderen betaalt. Kortom, we hebben te maken met een verbijsterende morele uitholling.

In dit decor van geestelijk verval, betreden jullie jongvolwassenen van de kerk het toneel. Jullie hebben een vast geloofsfundament. Jullie zijn rolmodellen, zowel in verkeringstijd als in het huwelijk. Jullie weten wat goed en wat verkeerd is! Houd je staande! Jullie kennen de leringen van de Heer. En die zul je op je kinderen en kleinkinderen overbrengen. Jullie zijn de ‘hoop van Israël, Zions leger, kind’ren Gods’.2 Je hebt veel meer geestelijke kracht dan wij op jullie leeftijd hadden. Ga voorwaarts op het slagveld van het leven, je behoort tot ‘het verbondsvolk des Heren, (...) dat op het gehele oppervlak der aarde [is] verspreid; (...) gewapend met gerechtigheid en met de macht Gods in grote heerlijkheid.’ (1 Nephi 14:14.) We zijn heel, heel trots op jullie!

Nu mijn vrouw en ik terugkijken, kunnen we in alle eerlijkheid zeggen dat ons gezin en ons lidmaatschap in de kerk het belangrijkste voor ons zijn. We zijn zeer dankbaar dat we gehoor hebben gegeven aan de raad van de kerkleiders om in de tempel te trouwen, een gezin te stichten en de Heer te dienen! Als we onze opleiding belangrijker hadden gevonden dan ons gezin, waren we nu niet zo gezegend. Mijn opleiding had heel wat voeten in de aarde. Ik heb twee doctorsgraden gehaald, maar dat heeft lang geduurd. Daarna moest ik mij nog jaren in de chirurgie specialiseren. De medische faculteit lag al twaalf jaar achter mij toen ik voor mijn eerste operatie een rekening uitschreef! Tegen die tijd hadden we al vijf kinderen. Op de een of andere manier hadden we het hoofd boven water weten te houden.

Ik breng hulde aan mijn vrouw, die nooit heeft gemopperd omdat ze met zo weinig moest rondkomen. Ik weet nog hoe we op een avond in het centrum van Boston waren. We liepen in Boylston Street. We passeerden een meubelzaak. Mijn vrouw drukte haar neus tegen de etalageruit en vroeg: ‘Denk je dat we ons ooit een lamp kunnen veroorloven?’

Broeders, ik raad jullie aan om een vrouw met een langetermijnvisie te zoeken, zoals mijn vrouw. Iedere zuster geef ik de raad om je man zo te motiveren dat hij het beste uit zichzelf haalt, zelfs als dat lange tijd vergt.

Succes en verdriet waren afwisselend ons deel. We hebben te maken gekregen met teleurstelling, ziekte, en de dood in ons gezin. Maar de dood kan een gezin dat in de tempel is verzegeld, niet scheiden. De periode dat we niet bij elkaar zijn is slechts tijdelijk. Dankzij het grootse plan van geluk van de Heer, kunnen we de toekomst met groot geloof en optimisme tegemoet zien.

Mijn vrouw en ik zijn erachter gekomen dat het leven niet een eenakter is. Er is echt een voorsterfelijke periode. En er is echt leven na de dood. De voorsterfelijke en sterfelijke bedrijven zijn slechts voorspelen op ons nasterfelijke leven. De kennis over de drie graden van heerlijkheid die aan de profeten is geopenbaard, geeft ons inzicht in onze nasterfelijke mogelijkheden.3 Het eeuwige leven is luisterrijk en de inspanning meer dan waard.

De voorsterfelijke periode voorziet in een belangrijk leerstellig fundament dat ons geloof verstevigt. Toen is het eeuwig evangelie vastgesteld. Het heilsplan was al vóór de grondlegging van de aarde voorbereid.4 Het omvatte de glorierijke mogelijkheid om een goddelijk erfgoed in het koninkrijk van God te beërven.5

De verzoening van Jezus Christus is de kern van het plan. In vooraardse raden werd Hij door zijn Vader geordend om voor onze zonden verzoening te doen en de banden van de lichamelijke en geestelijke dood te breken.6 Jezus heeft gezegd: ‘Ik ben het, die sedert de grondlegging der wereld bereid was om mijn volk te verlossen. (...) (...) In Mij zal het ganse mensdom, namelijk zij, die in mijn naam zullen geloven, licht hebben, en wel voor eeuwig.’ (Ether 3:14.) Later heeft Paulus gezegd dat de kerk is ‘gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is.’ (Efeziërs 2:20.)

Ook staat het gezin centraal in het plan van God. In feite is het doel van het plan het gezin tot verhoging te brengen. De aarde is geschapen zodat wij, voorsterfelijke geestkinderen van onze hemelse Vader, naar de aarde konden komen om een lichaam te krijgen. We zijn hier gekomen om te worden beproefd en getoetst.7 We zijn hier om ‘vrijheid en eeuwig leven te kiezen (...) of om gevangenschap en dood te kiezen’ (2 Nephi 2:27). En het mooiste van alles: ons wordt toegestaan verliefd te worden, te trouwen, en een gezin te stichten.

Bepaalde zegeningen zijn voor de laatste dagen bewaard. De Heer had al van tevoren bedacht dat Hij ‘zal verkondigen wat sinds de grondlegging der wereld verborgen gebleven is.’ (Matteüs 13:35.) Deze zaken omvatten openbaringen die in het Boek van Mormon staan.8 Ze omvatten ook verordeningen en verbonden van de heilige tempel.9 Tegen de profeet Joseph Smith heeft de Heer gezegd: ‘Het behaagt Mij mijn kerk dingen te openbaren, die van voor de grondlegging der wereld verborgen zijn gehouden, dingen, die tot de bedeling van de volheid der tijden behoren.’ (LV 124:41.)

‘De verordening van het dopen voor de doden [werd reeds] (...) vóór de grondlegging der wereld ingesteld.’ (LV 124:33.) Het eeuwig heil kwam daardoor binnen het bereik van de mensen die ‘zonder een kennis van het evangelie zouden sterven.’ (LV 128:5.) Er werd een verbinding tussen generaties gelegd, waardoor er een volledige en volmaakte samensmelting van generaties, sleutels, machten en heerlijkheden zou plaatsvinden.10 Deze samensmelting van generaties is zo belangrijk dat de doeleinden van de aarde en de doeleinden van de kerk verijdeld worden als gezinnen niet in de heilige tempels worden verzegeld.11

De voorbereiding op ons sterfelijk leven is in het voorsterfelijk bestaan begonnen. Vóór de grondlegging van de wereld leefden wij allemaal als geestkinderen bij onze hemelse Ouders. Onder ons bevonden zich de edelen en groten.12 Abraham13, Jeremia14, Joseph Smith15 en anderen16 waren geordend om profeten van God te worden, van wie sommigen hun leven voor zijn heilige zaak zouden geven.17 De manier waarop het priesterschap verleend zou worden, zou van de vaderen komen ‘sedert het begin van de tijd, [zelfs] van voor de grondlegging der aarde’ (Abraham 1:3).

De Heer verklaart dat iemand om de hoogste graad van het celestiale koninkrijk te verwerven ‘tot deze orde van het priesterschap [moet] toetreden (namelijk het nieuw en eeuwigdurend huwelijksverbond);

‘En indien hij dit niet doet, kan hij deze niet verwerven.’ (LV 131:2–3.)

Vrouwen hebben een bijzondere gave gekregen. Volgens de Heer zijn zij in staat gesteld ‘om zich te vermenigvuldigen en de aarde te vervullen, (...) en om de belofte te vervullen die door mijn Vader werd gedaan vóór de grondlegging der wereld, (...) voor hun verhoging in de eeuwige werelden, opdat zij de mensenzielen zullen baren; want daarin wordt het werk van mijn Vader voortgezet, opdat Hij zal worden verheerlijkt.’ (LV 132:63.) Overdenk de grootsheid van dat besluit. Als een moeder een kind baart en verzorgt, helpt ze niet alleen de aarde aan haar schepping voldoen18, zij verheerlijkt God!

Wij, de verbondskinderen, zijn uitverkoren om de Heiland te dienen. Paulus heeft gezegd dat de Heer ons heeft ‘uitverkoren vóór de grondlegging der wereld’ (Efeziërs 1:4).19 Als onderdeel van die voorsterfelijke ordening stelde God voorwaarden in waardoor wij zijn zegeningen konden ontvangen. Die zegeningen hangen af van onze gehoorzaamheid aan de wetten waarop zijn zegeningen zijn gegrond.20

Een van die voorwaarden houdt in dat wij wereldse verleidingen overwinnen.21 Voordat de wereld was geformeerd, werd Satan toegestaan de mens tegen te werken.22 Hij heeft zich altijd al tegen de Heiland en zijn heilige werk verzet en zal dat blijven doen. Hij heeft de profeten en de Schriften van de herstelling tegengewerkt. En in deze tijd kiest Satan ervoor zijn pijlen te richten op de kern van Gods plan, het gezin. Zijn aanvallen zijn overal waarneembaar. Het aantal gehuwde volwassenen is aan het afnemen,23 evenals het geboortecijfer.24 Mensen trouwen steeds vaker op latere leeftijd25, en men gaat ook steeds vaker samenwonen.26 De onzedelijkheid en pornografie nemen hand over hand toe en worden steeds kwaadaardiger.27

Met dergelijke geestelijke kwalen om ons heen, vergt het groot geloof in de Heer en zijn evangelie om de aanvallen van de tegenstander te kunnen pareren. Ik dring er bij jullie op aan om jezelf alle goddeloosheid te ontzeggen, zowel lichamelijk als geestelijk.28 Houd je stevig vast aan de ijzeren roede van het evangelie!

Broeders en zusters, voordat de wereld was geformeerd, stond het evangelie al centraal in Gods eeuwige plan. Het is een eeuwigdurend evangelie, dat nu in zijn volheid is hersteld.29 Met een dergelijk fundament zal deze kerk blijven bestaan30 zelfs in het millennium.31 Het evangelie van Jezus Christus is een vast fundament waarop we ons individuele geloof kunnen bouwen. Sommigen van ons zijn zwak, anderen zijn sterk. We kunnen wankelen als ‘een golf der zee, die door de wind aangedreven en opgejaagd wordt’ (Jakobus 1:6), of we kunnen ons verankeren in de banden van geestelijk staal, die aan de eeuwige palen van het evangelie zijn bevestigd.32

Ondanks dergelijk geloof zullen we onze problemen hebben, maar dat geloof zal ons wel tot hulp zijn als het misloopt. Het noodlot slaat ook bij goede mensen toe. Niet alles loopt op rolletjes. Een gehuwd paar kan misschien geen kinderen krijgen. Of iemand trouwt niet in dit leven, of iemand trouwt met iemand die zich niet aan de geboden van God houdt. De Heer is zich bewust van die situaties. Hij zal alle zegeningen die Hij in petto heeft voor zijn kinderen aan zijn getrouwe kinderen geven — op zijn eigen manier en in zijn eigen tijd.33 Leid een goed leven, heb geduld, houd een eeuwig perspectief voor ogen. Dan zul je beschermd worden.34

Met het verstrijken der jaren zul je merken dat de apostelen en profeten de regel verkondigen. We verkondigen niet de uitzondering op de regel. Uitzonderingen worden overgelaten aan de individuele keuzevrijheid en verantwoording. De Heer weet dat we in een onvolmaakte wereld leven. Hij weet dat zij ‘rijpt in ongerechtigheid’ (LV 18:6). Zijn oordelen zullen eerlijk, rechtvaardig en barmhartig zijn.

Tien jaar geleden hebben het Eerste Presidium en het Quorum der Twaalf Apostelen, die de geestelijke terugval voorzagen, een proclamatie aan de wereld over het gezin uitgevaardigd. Zij is nu nog meer van toepassing. Wij verkondigen dat ‘het huwelijk tussen man en vrouw van Godswege is geboden en dat het gezin centraal staat in het plan van de Schepper voor de eeuwige bestemming van zijn kinderen.

‘Ieder mens — man en vrouw — is geschapen naar het beeld van God. Iedereen is een geliefde geestzoon of -dochter van hemelse Ouders, en als zodanig heeft iedereen een goddelijke aard en bestemming. Het geslacht is een essentieel kenmerk van iemands voorsterfelijke, sterfelijke en eeuwige identiteit en bestemming. (...)

‘Het eerste gebod dat God aan Adam en Eva gaf, had betrekking op hun vermogen om als man en vrouw kinderen te krijgen. Wij verklaren dat Gods gebod aan zijn kinderen om zich te vermenigvuldigen en de aarde te vervullen van kracht blijft. Wij verklaren ook dat God geboden heeft dat het heilige voortplantingsvermogen alleen gebruikt mag worden tussen een man en een vrouw die wettig met elkaar gehuwd zijn.

‘Wij verklaren dat de manier waarop het sterfelijk leven tot stand komt door God is voorgeschreven. Wij bevestigen de heiligheid van het leven en het belang ervan in Gods eeuwige plan.’

Let op deze waarschuwing, vrienden: ‘Wij waarschuwen degenen die het verbond van huwelijkstrouw schenden (...) of hun taken in het gezin niet nakomen, dat zij op een dag aan God rekenschap moeten afleggen. Verder waarschuwen wij ervoor dat het verval van het gezin de rampen voor personen, gemeenschappen en volken tot gevolg zal hebben die de profeten van vroeger en nu voorzegd hebben.’ (‘Het gezin: een proclamatie aan de wereld’, De Ster, januari 1996, p. 93.)

Als u gehoor geeft aan deze proclamatie, broeders en zusters, zult u gezegend zijn. God leeft en houdt van ons.35 Met zijn hulp kunnen we ons geloof vergroten en ons gezin verzorgen. We kunnen in aanmerking komen voor de belofte van de Heer: ‘Indien een man een vrouw huwt door mijn woord, (...) en door het nieuw en eeuwigdurend verbond, en het wordt op hen verzegeld door de Heilige Geest der belofte, (...) [zullen zij] tronen, koninkrijken, prinsdommen, (...) machten [en] heerschappijen (...) beërven.’ (LV 132:19.)

Ik getuig dat jouw geloof en jouw gezin je hier en hierna grote vreugde zullen brengen. God leeft. Jezus is de Christus. Zijn kerk is hersteld. We worden geleid door zijn profeet, Gordon B. Hinckley. Ik laat jullie, geliefde jongvolwassenen, mijn liefde en zegen, in de heilige naam van Jezus Christus. Amen.

Noten

1. Zie 1 Korintiërs 11:11.

2. Zie ‘Hoop van Israël’, lofzang 171.

3. Zie 1 Korintiërs 15:40–41; LV 76:50–113; 88:17–32; BJS, 1 Korintiërs 15:40.

4. Zie 1 Nephi 10:18; Mosiah 15:19; Alma 12:25, 30; 18:39; 22:13–14; 42:26; LV 76:12–13.

5. Tegen het volk in de oude wereld heeft de Heer gezegd: ‘Komt gij gezegenden mijns Vaders, beërft het Koninkrijk, dat u bereid is van de grondlegging der wereld af.’ (Matteüs 25:34.) De mensen in het oude Amerika werd geleerd dat ‘zij die hebben geloofd in de Heilige Israëls (...) het koninkrijk Gods beërven, dat voor hen is bereid vanaf de grondlegging der wereld’ (2 Nephi 9:18; zie ook Ether 4:19).

6. Zie Johannes 17:5, 24; 1 Petrus 1:19–20; Mosiah 4:6–7; 18:13; 3 Nephi 26:3–5; LV 93:7–9; Mozes 5:57; JST, Genesis 5:43; 14:30–31.

7. Zie Abraham 3:24–25.

8. Zie 2 Nephi 27:10.

9. Zie LV 124:40–41.

10. Zie LV 128:18.

11. Zie LV 138:47–48; zie ook LV 110:14–16; 2:1–3; Geschiedenis van Joseph Smith 1:39.

12. Zie Alma 13:3, 5, 7; LV 132:28; 138:55–56; Abraham 3:22–23.

13. Zie Abraham 3:23.

14. Zie Jeremia 1:4–5.

15. Zie 2 Nephi 3:5–15; LV 127:2; 138:53–55.

16. Zie LV 138:53.

17. Zie Lucas 11:49–51.

18. Zie LV 49:16–17.

19. Zie ook Efeziërs 1:5. Paulus verkondigde ook dat God ‘ons behouden heeft en geroepen met een heilige roeping, (...) maar naar zijn eigen voornemen en de genade, die ons in Christus Jezus gegeven is vóór eeuwige tijden’ (2 Timoteüs 1:9; zie ook LV 38:1–4; Abraham 3:22–26). Het is belangrijk om te weten dat het Boek van Mormon is geschreven ‘om het overblijfsel van het huis Israëls te tonen welke grote dingen de Heer voor hun vaderen heeft gedaan; en opdat zij de verbonden des Heren zullen kennen’ (Titelblad van het Boek van Mormon).

20. Zie LV 130:20–21; 132:5, 11–12.

21. Zie 2 Nephi 2:11–13.

22. Zie BJS, Openbaring 12:6–8.

23. Zie David Popenoe en Barbara Defoe Whitehead, The State of Our Unions 2004: The Social Health of Marriage in America, 2004 (Rutgers University: The National Marriage Project, juni 2004) p. 16–18 (http://marriage.rutgers.edu/).

24. Zie Popenoe en Whitehead, The State of Our Unions, pp. 21–23.

25. Jason Fields, ‘America’s Families and Living Arrangements: 2003’, U. S. Census Bureau, november 2004, pp. 12–13 (www.census.gov/prod/2004pubs/p20-553.pdf).

26. Zie Popenoe en Whitehead, The State of Our Unions, pp. 20–21.

27. B. J. Sigesmund, ‘XXX-ceptable’, Newsweek Web Exclusive, 2 juli 2003 (www.keepmedia.com/pubs/Newsweek/2003/07/02/309790). Met pornografie wordt in de Verenigde Staten grof geld verdiend, zo’n tien miljard dollar per jaar. (Zie www.internetfilterreview.com/internet-pornography-statistics.html.)

28. Zie Moroni 10:32; BJS, Matteüs 16:26.

29. Zie Handelingen 3:20–21.

30. Zie Daniël 2:28, 31–44; LV 65:2–6; 124:45.

31. Zie Bruce R. McConkie, The Millennial Messiah (1982), p. 672.

32. Zie Efeziërs 3:17–19; Kolossenzen 2:6–7; Helaman 5:12. Vergeet ook niet dat een wijs man zijn huis op een rots bouwt en niet op drijfzand. (Zie Matteüs 27:24–27).

33. Zie LV 130:20–21.

34. Iemands perspectief behoort eeuwig in scope te zijn. Paulus heeft gezegd: ‘Indien wij alleen voor dit leven onze hoop op Christus gebouwd hebben, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen.’ (1 Korintiërs 15:19.)

35. Zie 1 Nephi 11:16–17.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy