The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Broadcast Archives CES Fireside

Eigenwaarde

President James E. Faust
Tweede raadgever in het Eerste Presidium
CES-haardvuuravond voor jongvolwassenen • 6 mei 2007 • Salt Laketabernakel

President James E. FaustHet doet mij deugd dat ik in deze onlangs gerenoveerde en mij dierbare Tabernakel in het gezelschap ben van jullie jongvolwassenen en jullie leiders, alsook van al diegenen die zich hebben vergaderd in ringcentra over de hele wereld om deze haardvuuravond via de satelliet te volgen. Ik denk dat ik er comfortabeler zit dan jullie. Ik weet hoe het voelt om in die banken te zitten, en de renovatie van dit gebouw heeft ze er niet zachter op gemaakt. Het doet ons goed dat jullie er zijn, jullie goede jonge mannen en vrouwen, en we zijn jullie dankbaar en waarderen het dat jullie voorwaarts willen en het goede willen doen en datgene willen bereiken wat de Heer wil dat jullie in je leven bereiken. Jullie, jonge vrouwen, lijken te weten wat jullie doen en wat jullie willen doen, en jullie, jonge mannen zijn aan het leren wat jullie behoren te doen. Ik wil één ding zeggen tegen de jonge mannen, laat je niet al te veel leiden door je angsten. Houd dat in gedachten.

Ik ben dankbaar dat zuster Faust bij mij is. Toen we besloten te trouwen zei ik tegen haar dat ik haar hulp nodig had en dat ik meer scholing wilde en dat ik daarbij haar steun zou waarderen, en ik kan in alle eerlijkheid zeggen dat ze mij die steun gegeven heeft, en nog veel meer. En daardoor heb ik kunnen doen wat ik in mijn leven gedaan heb. Ik denk dat ik wil zeggen dat je voor een huwelijk een helpster nodig hebt, en mijn vrouw is mijn allerbeste helpster geweest.

Vanavond wil ik graag spreken over eigenwaarde: wat we van onszelf vinden, hoe we omgaan met wat anderen van ons vinden en de waarde van wat we tot stand brengen.

Een onbekende Engelsman bad lang geleden eens: ‘O God, help me mezelf hoog te achten.’ President Harold B. Lee merkte hierover op: ‘Dat zou het gebed van elke ziel moeten zijn; geen overmatig gevoel van eigenwaarde dat uitmondt in eigendunk, verwaandheid of arrogantie, maar een gerechtvaardigd zelfrespect ofwel “geloof in je eigen waarde, je waarde voor God en je waarde voor anderen.”’1

De eigenwaarde waar ik vandaag over spreek, is geen blinde, arrogante, ijdele eigenliefde, maar een eigenwaarde gebaseerd op zelfrespect en eerlijkheid, zonder eigenwaan. Zij komt voort uit innerlijke vrede en kracht.

Eigenwaarde vormt de kern van onze persoonlijke groei en prestaties. Zij is de basis van onze zelfstandigheid, onze zelfbeheersing, onze goedkeuring of afkeuring van onszelf, en houdt alle zelfverdedigingsmechanismen in stand. Zij beschermt ons tegen overmatige vormen van zelfbedrog, zelfverwijt, gebrek aan zelfvertrouwen, en pure zelfzucht.

De waarde van een onopvallend leven

In mijn lange leven is het mij duidelijk geworden dat het niet altijd de rijke of beroemde mensen zijn die het meeste respect verdienen, maar de stille, onopvallende, onbekende helden, van wie de naam, net als die van de Onbekende Soldaat, alleen bij God bekend is. Stille helden hebben vaak weinig status, maar veel waarde.

Voorbeeld van een stille held

Ik ben opgegroeid in Cottonwood in Salt Lake County, wat toen nog de plattelandstreek van de vallei was. Een van de eerbiedwaardigste mannen die het grootste respect afdwong, was een oude Scandinavische broeder die dagelijks enkele kilometers te voet aflegde en daarna met de tram de weg naar zijn werk op de begraafplaats van Salt Lake City vervolgde en vice versa. Hij maaide en besproeide het gazon, verzorgde bloemen en delfde de graven. Hij sprak weinig omdat zijn Engels niet zo goed was, maar hij was altijd waar hij moest zijn en deed wat hij moest doen op een uiterst waardige en voorbeeldige wijze. Zijn ego of geloof zaten hem niet in de weg, want hij vond dat hij met zijn werk, het delven van graven, in de dienst van God was. Hij was een man met weinig status, maar van grote waarde.

Waarde en potentieel van de discipelen van Christus

Toen de Heiland zijn discipelen riep, zocht Hij niet naar mannen en vrouwen met status, bezittingen of aanzien. Hij zocht naar mensen met waarde en potentieel. Ze vormden een interessante groep, deze discipelen uit het midden des tijds: de vissers, de tollenaar en de anderen. Toen ze als apostel waren geroepen, stelden ze zich niet hooghartig op, noch namen ze een superieure houding aan. Op een keer, nadat sommigen van hen waren gegeseld, gingen ze verder, ‘verblijd, dat zij verwaardigd waren ter wille van de naam smadelijk behandeld te zijn’ (Handelingen 5:41).

Waarde heeft weinig te maken met leeftijd. Het heeft alles te maken met dienstvaardigheid. De Heer maakt ons duidelijk dat waardigheid is gebaseerd op dienstvaardigheid, niet alleen aan familie en vrienden, maar ook aan vreemden en zelfs je vijanden. Milton schreef in Paradise Lost de volgende waarheid:

Niets baat vaak meer
Dan een goed beheerste eigenwaarde
Die op het juiste en goede is gebaseerd.’
2

Zes sleutels tot eigenwaarde

Ten eerste: zeggenschap over je keuzevrijheid

Ik wil graag zes belangrijke sleutels bespreken tot eigenwaarde. De eerste sleutel is zeggenschap over je keuzevrijheid. Dit betekent dat we onze zelfbeheersing niet moeten verliezen of ons overgeven aan slechte gewoonten, verslavende middelen of schadelijke praktijken. Om onze keuzevrijheid te behouden moeten we de dodelijke valstrikken en valkuilen mijden waaruit wellicht geen ontsnapping mogelijk is. Sommigen die verstrikt zijn geraakt, verspillen de beste jaren van hun leven aan ontsnappingspogingen, wat hen zo uitput dat ze, hoewel ze zich uiteindelijk van de verslaving bevrijden, versleten en opgebrand zijn, hun zenuwen gesloopt en hun mentale vermogens blijvend afgestompt.

Hoeveel beter zou het met ons en onze keuzevrijheid zijn gesteld als we met de psalmist konden zeggen: ‘Ik weerhoud mijn voeten van alle boze paden’ (Psalmen 119:101).

Ten tweede: nederigheid

De tweede sleutel tot eigenwaarde is nederigheid. Ik bedoel geen nederigheid waarbij je in zak en as zit en waarop je je laat voorstaan. Ik bedoel de nederigheid die gepaard gaat met innerlijke kracht en vrede. Het is de nederigheid waarmee we onze eigen gebreken accepteren zonder die te willen verdoezelen. Het is belangrijk om te leren leven met onze fysieke en mentale gebreken zonder te klagen of verklaringen te zoeken. Een paar maanden geleden heb ik een rugoperatie ondergaan, en sindsdien ben ik niet meer de oude en misschien word ik dat ook niet meer. Maar de eerste keer dat ik weer aan de overkant in het Conferentiecentrum sprak achter een laag spreekgestoelte zoals dit, zei een van onze kleindochters: ‘Ach, opa, u zag er zo vredig uit daar, dat ik bijna naar u toe wilde lopen om op uw schoot te kruipen.’

Enkele jaren geleden maakte ik kennis met een fijne en fantastische nieuwe vriend. Hij is een succesvol zakenman, innemend, extrovert en goed verzorgd. Zijn geestelijke instelling is van zijn gezicht af te lezen. Enkele maanden later zag ik dat hij iets mank liep, wat me eerder niet was opgevallen. Ik besloot hem eens nader te observeren. Behalve de vriendelijke glimlach ontwaarde ik nu bij mijn vriend een lichte bochel in zijn enigszins misvormde rug. Zijn fysieke gebreken waren zo goed weggevallen tegen zijn natuurlijke goedheid, warmte en grote charme dat ze weinig of geen betekenis hadden. Mijn vriend accepteert zijn lichamelijke gebreken met nederigheid en kracht en compenseert ze volledig met zijn persoonlijkheid.

Er is nog een dimensie van nederigheid die ik wil noemen: de bereidheid om te leren. De profeet Samuël geeft de raad: ‘Nu dan, stelt u op, opdat ik (…) u (…) voorhoude’ (1 Samuël 12:7). In Spreuken wordt gezegd: ‘Wie tucht liefheeft, heeft kennis lief’ (Spreuken 12:1).

Ten derde: eerlijkheid

De derde sleutel tot eigenwaarde is eerlijkheid. Eerlijkheid begint met trouw aan jezelf. Een aantal jaren geleden keek ik als toeschouwer naar een hartverscheurend drama in de rechtszaal inzake de voogdij over enkele kinderen. Er werd betoogd dat de biologische moeder geen goede huisvrouw was, bedoeld om de bewering kracht bij te zetten dat ze een ongeschikte moeder was. Een maatschappelijk werkster had getuigd dat het huis van het gezin bij haar bezoek een puinhoop was en dat de keuken vies was.

De biologische moeder, die de voogdij over haar kinderen wilde behouden, werd opgeroepen om gehoord te worden. Een zware, onaantrekkelijke vrouw van middelbare leeftijd kwam naar voren. De eed werd afgenomen en ze nam plaats in de getuigenbank. De advocaat van de vader (de vader was opnieuw getrouwd en wilde de voogdij over de kinderen) bleef doorhameren op de eerdere verklaring van de maatschappelijk werkster. Zijn vragen aan de zwaar onder vuur liggende moeder waren indringend.

‘Is het niet onomstotelijk bewezen’, vroeg hij, ‘dat uw huis er als een zwijnenstal uitzag op de dag dat de maatschappelijk werkster kwam?’ Wat een drama! Hoe kon de moeder antwoorden in het belang van haarzelf en de voogdij over de kinderen behouden? Wat moest ze zeggen? De spanning was te snijden! Ze aarzelde een geladen moment en toen antwoordde ze, kalm en volkomen zelfverzekerd: ‘Ja, mijn huis was inderdaad een puinhoop die dag.’

Haar eerlijkheid verraste kennelijk zelfs de rechter en hij leunde voorover en vroeg: ‘Wat bedoelt u met die dag?’

‘Wel, edelachtbare’, antwoordde ze, ‘eerder die ochtend, voordat de maatschappelijk werkster kwam, had ik perziken ingemaakt. Ik had 70 kilo perziken geschild, gekookt en in potten gedaan. Ik was nog niet klaar met opruimen toen de maatschappelijk werkster voor de deur stond. De gootsteen plakte nog van de gemorste siroop die ik in de potten had gegoten, voordat ik de deksels erop deed. Ja, mijn huis was inderdaad een puinhoop die dag. Ik probeer een goede huisvrouw te zijn, maar met drie kinderen kan ik het onmogelijk de hele tijd op orde houden.’

Haar oprechtheid en openhartigheid waren zonder meer ontwapenend en in het nadeel van de tegenpartij. Toen ze klaar was met spreken, wist iedereen in de zaal dat de rechter de zaak in haar voordeel zou beslissen. Ze stond op en verliet de getuigenbank met de zelfbewuste en zelfverzekerde houding van een koningin. Trouw zijn aan jezelf is de essentie van eerlijkheid en een sluitsteen van eigenwaarde.

Ten vierde: werkbereidheid

De vierde sleutel tot eigenwaarde is werkbereidheid. De meest talentvolle atleet op onze universiteit blonk uit in elke sport. Hij deed aan football en hordenlopen en was zelfs recordhouder op de lage horden binnen de groep van elkaar beconcurrerende universiteiten. Onze coach, Ike Armstrong, eiste dat de sprinters één keer per week 275 meter hardliepen samen met de deelnemers aan de 440 meter hardlopen om het uithoudingsvermogen van de sprinters en de snelheid van de andere lopers te verbeteren. Mijn vriend, deze topatleet, ging steevast ongeveer 250 meter op kop, maar zodra de eerste afstandsloper hem inhaalde, haakte hij af en finishte niet eens meer. Met zijn natuurtalent en klasse had hij nooit zijn uiterste best hoeven doen. Hij trouwde, maar het huwelijk strandde. Hij ging professioneel football spelen en was min of meer een ster tot hij in de drugswereld belandde en overleed aan de verwoestende gevolgen van drugs en alcohol. Anderen met veel minder talent hebben veel meer bereikt.

Volgens mij komt echte genialiteit maar zelden voor. Hoewel sommigen een gave hebben, is wat er in de wereld tot stand is gebracht, verwezenlijkt door gewone mensen met een talent dat ze ontwikkelden. Een alledaags talent kan uitgroeien tot een geweldige gave door hard te werken. Sommige ambachtslieden in China werken jaren aan één uitzonderlijk kunstobject met een ongelooflijke elegantie en schoonheid. We hebben niet allemaal een talent voor kunst, zoals schilderen, beeldhouwen of muziek. Er zijn vele gaven die minder aandacht krijgen. Sommigen hebben wellicht een gave om anderen een fijn gevoel te geven, dat ze belangrijk en bijzonder zijn. Een dergelijke gave moeten we ontwikkelen en versterken.

Geestelijke gaven kunnen we eveneens verfijnen en vergroten door ons nauwlettend toe te leggen op een rechtschapen levenswijze, op gebed, op schriftstudie en op gehoorzaamheid. George Lucas heeft naar verluidt gezegd: ‘Het gaat er niet om wat anderen over mij zeggen, of wat ik zeg, het gaat erom wat ik tot stand breng.’ Onze prestaties bevorderen onze eigenwaarde. Soms denken we misschien: ‘Het werk dat ik doe is niet belangrijk’ of ‘Ik ben maar dit of dat’. Elke taak die moet worden gedaan is van belang; hoe gering die ook lijkt, iemand moet hem doen.

Ten vijfde: het vermogen tot liefhebben

De vijfde sleutel tot eigenwaarde is het vermogen om lief te hebben. De Heiland heeft ons geboden om anderen en onszelf lief te hebben.3 Houd ik genoeg van mezelf dat ik om mezelf kan lachen, fouten kan toegeven, een compliment in dank kan aanvaarden? Houd ik genoeg van anderen om een volslagen vreemde vriendelijk te groeten?

Jaren geleden leerden we in onze seminarieklas:

Ik moet met mezelf door het leven
dus is zelfinzicht mijn streven.

Met opgeheven hoofd ga ik heen.
Ik word graag geacht door iedereen.

Mezelf ontlopen kan ik niet.
Ik zie wat een ander misschien nooit ziet.

Mijzelf bedriegen lukt evenmin.
Dus wat er ook gebeurt, ik streef altijd
naar zelfrespect zonder zelfverwijt.
4

Ten zesde: liefde voor God

De zesde en belangrijkste sleutel tot eigenwaarde is de liefde voor God. Mosiah vertelt ons: ‘Hoe kent iemand de meester die hij niet heeft gediend (…)?’ (Mosiah 5:13.) In zijn brief aan Titus schrijft Paulus dat er velen zijn voor wie geldt: ‘Zij belijden wel, dat zij God kennen, maar met hun werken verloochenen zij Hem’ (Titus 1:16).

De apostel Johannes geeft ons een waardevolle aanwijzing: ‘En hieraan onderkennen wij, dat Hij in ons blijft: aan de Geest, die Hij ons gegeven heeft’ (1 Johannes 3:24).

Ook maakt Johannes een belangrijke opmerking over gehoorzaamheid: ‘En hieraan onderkennen wij, dat wij Hem kennen: indien wij zijn geboden bewaren.

Wie zegt: Ik ken Hem, en zijn geboden niet bewaart, is een leugenaar en in die is de waarheid niet’ (1 Johannes 2:3–4).

Bij veel mensen is de eigenwaarde ondermijnd door het verlies van dierbaren, door een echtscheiding of door andere tegenslagen. Sommigen dragen een extra last van schuldgevoelens als gevolg van ernstige zonden. Overtredingen zijn funest voor onze eigenwaarde. Een overtreding wordt vaak gevolgd door goedpraterij en zelfs leugens. Daarom is de gerechtigheid zo genadeloos voor de overtreder.

Gelukkig hebben we het prachtige beginsel van bekering, waarbij zonden die ‘als scharlaken’ zijn ‘wit als sneeuw’ kunnen worden. (Jesaja 1:18.) Ik ben dankbaar voor dit beginsel en bid dat niemand zal aarzelen om de vrede te zoeken die voortkomt uit bekering. We moeten altijd onthouden en nooit vergeten dat ieder van ons, man en vrouw, is geschapen door God, naar het beeld van God. De mens is het edelste wezen van de hele schepping.

‘Wat is de mens?’, vroeg de psalmist, ‘dat Gij zijner gedenkt, en het mensenkind, dat Gij naar hem omziet?

‘Toch hebt Gij hem bijna goddelijk gemaakt, en hem met heerlijkheid en luister gekroond.

‘Gij doet hem heersen over de werken uwer handen, alles hebt Gij onder zijn voeten gelegd’ (Psalmen 8:4–6).

Vaak heb ik in mijn bediening bij de aanstelling van een ringpresident of zendingspresident het onmiskenbare gevoel gehad dat de persoon op wie ik mijn handen legde, voor die roeping in het voorsterfelijk bestaan was geordend. De Heer verzekerde de profeet Jeremia: ‘Eer Ik u vormde in de moederschoot, heb Ik u gekend, en eer gij voortkwaamt uit de baarmoeder, heb Ik u geheiligd; tot een profeet voor de volkeren heb Ik u gesteld’ (Jeremia 1:5).

Wij worden niet allemaal als leider of leidster geroepen in het koninkrijk. Maar gaat er iets boven het werk van een leerkracht, vader of moeder? Niemand is dus een nul. We bezitten allemaal een goddelijke kern. Op een dag moeten we allemaal verantwoording afleggen aan God over wat we hebben gedaan met het goddelijke in onszelf.

Het is een heerlijke avond en het zou leuk zijn als jullie jonge mensen nog wat tijd met elkaar doorbrengen, en daarom ga ik afronden. Daarmee wil ik jullie iets leren wat ik ook tegen de algemene autoriteiten tijdens de afgelopen conferentie heb gezegd: vergaderingen hoeven niet eindeloos te zijn om eeuwige waarde te hebben.

Ik getuig dat God ieder van ons liefheeft, met al onze gebreken. Ik getuig dat Hij ieder van ons bij naam kent. Ik getuig dat ons potentieel in dit leven en in het leven hierna onze stoutste dromen overtreft. Ik getuig door de gaven van de Heilige Geest dat we bezig zijn met zijn heilige werk.

Ik smeek de zegeningen van de hemel over ons allemaal af en bid dat we mogen weten wie we werkelijk zijn: de zoons en dochters van God. De zegen die ik over jullie wil afsmeken, en dat is de zegen die de Heer aan Nephi heeft gegeven, maar ik ga zijn naam door die van jullie vervangen, Bill en Henry en Katherine en Ellen, en hoe je naam ook is:

‘Gezegend zijt gij, [Bill en Henry en ieder van jullie], voor dingen die gij hebt gedaan; want Ik heb gezien hoe gij dit volk onvermoeid het woord hebt verkondigd dat Ik u heb gegeven. En gij hebt hen niet gevreesd, en zijt niet bezorgd geweest om uw eigen leven, maar hebt ernaar gestreefd mijn wil te kennen en mijn geboden te onderhouden.’ Dan volgt nu de zegen: ‘Omdat gij dat zo onvermoeid hebt gedaan, zal Ik u voor altijd zegenen; en Ik zal u machtig maken in woord en in daad, in geloof en in werken’(Helaman 10:4–5). In de naam van Jezus Christus. Amen.

Noten

1. Harold B. Lee, Stand Ye in Holy Places (1974), pp. 6–7.

2. Complete Poetry and Selected Prose of John Milton (1950), 281, boek 8, regels 571–573.

3. Zie Matteüs 22:39.

4. ‘Myself’. In: Collected Verse of Edgar A. Guest (1934), p. 724.

 
© 2009 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy