The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Broadcast Archives CES Fireside

Het gebed

Zuster Cheryl C. Lant
Algemeen jeugdwerkpresidente
Haardvuuravond van CES voor jongvolwassenen • 9 september 2007 Brigham Young University

Zuster Cheryl C. LantIk wil vanavond beginnen met een verhaal dat wij allemaal goed kennen. Het gaat over een jongeman die in een grote stad woonde. In veel opzichten leek die stad erg op de steden waarin wij tegenwoordig wonen. Zij was druk, lawaaierig, en vol mensen die in beslag werden genomen door hun dagelijkse werkzaamheden of ontspanning — mensen die gefrustreerd en gestrest probeerden het leven bij te houden. Het was een stad vol verleiding. Er waren veel stemmen die zijn aandacht opeisten — stemmen die hem uitnodigden om zich over te geven aan zelfzuchtige verlangens naar bezittingen, macht, roem en plezier; stemmen die hem aanmoedigden om hier een beetje te bedriegen en daar een beetje te liegen; stemmen die hem uitdaagden om mee te doen omdat iedereen het deed.

Deze jongeman had veel keuzes te doen. Hij maakte deel uit van een gezin — en dat gezin verschilde waarschijnlijk niet veel van de meeste andere gezinnen. Het was een gezin met sterke en zwakke kanten. Hij had goede ouders die hun kinderen de juiste beginselen wilden bijbrengen en die wilden dat hun kinderen de Heer volgden. Zijn ouders zullen daarbij zo af en toe fouten hebben gemaakt. De vader was priesterschapsleider. Hij vervulde ijverig zijn taken thuis en in de kerk. Sommige kinderen toonden respect en waren gehoorzaam. Andere wilden hun eigen weg volgen — net als in ons gezin.

Die jongeman was net als jullie, jonge mensen, die hier vanavond zijn. Hij was intelligent, serieus, eerbiedig, ijverig en gehoorzaam. Hij hield van zijn huisgenoten en hij had de Heer lief. Hij wilde het goede kiezen. Net als de meesten onder jullie, luisterde hij naar zijn vader. Toch was het niet zo gemakkelijk. En in de loop van de tijd werd het steeds moeilijker. Door zijn vaders woorden ontstond er een verwijdering van zijn vrienden en van de wereld om hem heen. Hij wilde en moest zelf te weten komen of wat zijn vader hem leerde waar was.

We hebben in de Schriften gelezen hoe hij daarbij tewerk ging en wat er toen gebeurde: ‘En het geschiedde dat ik (...) een groot verlangen had om de verborgenheden Gods te kennen; daarom riep ik de Heer aan; en zie, Hij kwam tot mij en verzachtte mijn hart, zodat ik al de woorden geloofde die mijn vader had gesproken’ (1 Nephi 2:16).

Die jongeman stond voor beslissingen die een levenswending teweeg zouden brengen. En hij wendde zich in nederig gebed tot zijn hemelse Vader en kreeg antwoord op zijn gebed. De jongeman heette Nephi.

Nephi stond voor een belangrijke keuze. De keuze waar hij voor stond, lijkt erg op de keuzes waar wij dagelijks mee te maken krijgen. Ook al ziet onze wereld er heel anders uit dan de zijne, de krachten die hem beïnvloedden, leken erg op de krachten die ons beïnvloeden. Hij moest kiezen tussen de wereld en de Heer. Wij moeten dezelfde keuzes maken. Nephi besloot zijn wil en geest over te geven aan de Heer. Hij koos ervoor om zich in gebed te wenden tot de enige echte Bron van waarheid en gerechtigheid. Hij koos ervoor om te luisteren naar de antwoorden die de Heer hem gaf. En hij koos ervoor om God te gehoorzamen. Door die eenvoudige gebeden deed Nephi niet alleen de deur open naar een geweldig leven vol kansen en zegeningen: hij was ook een goed voorbeeld voor ons.

Nephi zegt in 1 Nephi 19:23 zelf dat wij de ‘Schriften op onszelf toe’ moeten passen ‘opdat zij ons tot nut en lering zouden strekken’. En dus hebben we het vanavond over dat fijne evangeliebeginsel waar Nephi zo’n goed voorbeeld van was. We hebben het over het gebed. We wenden ons tot de Schriften en de profeten voor begrip. Laten we die leringen eens ‘toepassen’ op ons eigen leven.

En wil je dan ondertussen nadenken over de plaats die het gebed in jouw leven inneemt, en serieus de antwoorden op enkele vragen overdenken, vragen zoals: Waarover zou ík moeten bidden? Waar en hoe kan ik bidden? Bid ik vurig en vol geloof? Heb ik het gevoel dat de Heer mijn gebeden hoort? Geloof ik echt dat de Heer mij antwoord zal geven? Begrijp ik hoe Hij antwoord geeft op gebed? Herken en aanvaard ik zijn antwoorden, zelfs als ze niet zijn wat ik wil? Begrijp ik wat het inhoudt om geduldig te wachten op de Heer? Bid ik met oprechte bedoelingen en stem ik mijn levenswijze af op de antwoorden die ik krijg? Onderneem ik actie op de antwoorden die ik krijg?

Maar laten we, voordat we die vragen beantwoorden, eerst eens praten over het beginsel van het gebed. Bidden is gewoon de manier waarop we met onze hemelse Vader kunnen communiceren. En dat is tweerichtingscommunicatie. Volgens ouderling Scott is het gebed ‘een goddelijke gave van onze Vader in de hemel aan alle mensen’ (Conference Report, april 2007, p. 5; of Liahona, mei 2007, p. 8). Het maakt niet uit wie we zijn, waar we zijn of wat onze behoeften zijn, of wat we gedaan hebben: we staan niet alleen. We hebben een liefdevolle Vader in de hemel die er altijd voor ons is als we ons maar tot Hem wenden.

Het gebed biedt heel veel mogelijkheden. Het is een van de manieren waarop we onze dank kunnen uitspreken. Het geeft ons gemoedsrust. Door te bidden, kunnen we een getuigenis krijgen. Als we onze zorgen en verlangens voorleggen aan onze hemelse Vader, helpt ons dat om onze gevoelens en gedachten op een rijtje te zetten. We kunnen er antwoorden door krijgen. Ons verstand kan verlicht worden omdat we door het gebed openbaring kunnen krijgen. Bidden is het begin van bekering. Door het gebed kunnen we te weten komen dat we vergiffenis hebben ontvangen. Bovendien kunnen we door het gebed makkelijker onszelf en andere mensen vergeven. Door het gebed kunnen we ons leven richting geven. Het kan ons helpen bij het nemen van beslissingen.

Het kan ons heel concrete hulp geven. Door het gebed kunnen we zowel lichamelijke als geestelijke kracht krijgen. En het kan ons beschermen tegen alle vormen van kwaad en gevaar. Als we er oprecht om bidden, kunnen we toegang krijgen tot elke geestelijke gave. We kunnen antwoord krijgen op elke levensvraag die we in gebed stellen. Ik weet dat het gebed ook een genezende kracht heeft — genezend in de zin van zowel fysieke als geestelijke behoeften.

Het gebed draait om het individu — jij en ik — en om de hele Godheid. Alle drie de leden van de Godheid zijn er als volgt bij betrokken: Als we in de naam van Jezus Christus, die onze Voorspraak is, bidden tot onze hemelse Vader, krijgen we door de Heilige Geest antwoord van onze hemelse Vader. Door de Heilige Geest voelen we de liefde van de Vader en de Zoon.

Ik wil bevestigen dat ik weet dat deze gebedsbeginselen waar zijn. We vinden ze terug in de Schriften en in de woorden van de profeten. Ik heb een getuigenis van de kracht van het gebed, want ik heb zelf veel zegeningen ontvangen door te bidden. Maar waar ik het vanavond eigenlijk over wil hebben, is wat het gebed voor jullie betekent — hoe jullie het gebruiken om toegang te krijgen tot de hemelse krachten. Om dat te bespreken, moeten we het nog eens over de oorspronkelijke vragen hebben:

Waarover kan ik bidden?

De eerste vraag is: Waarover kan ik zoal bidden?

Denk eens na waar je nu in je leven staat. Maak je je ergens zorgen om? Heb je wel eens het gevoel dat het allemaal te veel is, of ben je wel eens in de war? Je hebt vast wel eens moeilijkheden en zorgen. Welke geboden zijn dat? In het Boek van Mormon leert Amulek ons waar we over kunnen bidden. Laten we die tekst samen eens lezen en kijken wat hij concreet noemt. We lezen uit Alma 34, de verzen 17–26:

‘God geve u dus, mijn broeders, dat gij zult beginnen uw geloof tot bekering te oefenen, dat gij begint zijn heilige naam aan te roepen, opdat Hij jegens u barmhartig zal zijn;

‘ja, roept Hem aan om barmhartigheid, want Hij is machtig om te redden.

‘Ja, verootmoedigt u en volhardt in gebed tot Hem.

‘Roept Hem aan wanneer gij op uw velden zijt, ja, voor al uw kudden.

‘Roept Hem aan in uw huis, ja, voor uw gehele huisgezin, zowel des ochtends als des middags als des avonds.

‘Ja, roept Hem aan tegen de macht van uw vijanden.

‘Ja, roept Hem aan tegen de duivel, die een vijand is van alle gerechtigheid.

‘Roept Hem aan voor de gewassen op uw velden, opdat gij er voorspoedig mee zult zijn.

‘Roept aan voor de kudden van uw weiden, opdat zij zullen toenemen.

‘Maar dat is niet alles; gij moet uw ziel uitstorten in uw binnenkamer, en op uw verborgen plaatsen en in uw wildernis.’

Dat zijn toch enkele dingen waarover we kunnen bidden? Het lijkt erop dat we over alles moeten bidden.

Alma bad om barmhartigheid, zodat hij gered mocht worden. Hij vroeg of de verzoening van de Heer actief mocht worden in zijn leven. Hij bekeerde zich. Hij bad voor zijn familie, zijn bezittingen, dat hij succes mocht hebben. Hij bad om bescherming tegen Satan en verleiding. Ik denk dat toen hem gezegd werd om in het verborgene en in de wildernis te bidden de Heer het niet had over waar hij kon bidden — althans, niet alléén over de locaties. Ik denk dat Hij Alma vertelde dat hij naar de verborgen plekjes in zijn hart en in zijn leven moest gaan en moest bidden over al zijn moeilijkheden en zwaktes.

Als we die tekst op onszelf toepassen, kunnen we zien over hoeveel zaken we zoal kunnen bidden. Voor jullie zou dat je huiswerk kunnen zijn, een baan, of het vinden van een goede en misschien wel eeuwige metgezel? Of misschien het stichten van een gezin? Of je gezondheid? En je getrouwheid aan het evangelie? Zou het ook je eigen getuigenis kunnen omvatten, je verlangen om erachter te komen hoe je Hem kunt dienen, je noodzaak tot bekering, of je behoefte aan kracht waarmee je verleiding kunt weerstaan? Zou je kunnen bidden dat de Heilige Geest je in alles mocht leiden?

Als we bidden, moeten we oppassen dat we niet alleen bidden om de dingen die wij willen. We moeten het punt bereiken dat we bidden om de dingen die de Heer voor ons wil. Als we dat doen, geven we in feite ons leven over aan Hem. Dan zeggen we: ‘Ik kan dit niet alleen. Ik wil het niet alleen. Ik wil het op úw manier doen.’

Waar en hoe kan ik bidden?

Dat brengt ons bij de tweede vraag: Waar en hoe kan ik bidden?

Er zijn uiteraard de regelmatig terugkerende gebeden waarvan we allemaal geleerd hebben dat we ze moeten opzeggen: ons persoonlijke gebed ’s avonds en ’s morgens. Er zijn het gezinsgebed en de gebeden die bij onze bijeenkomsten horen. Dat zijn de eerste gebeden die we leren uitspreken. Maar als we niet oppassen, kunnen ze routineus worden en zelfs een sleur.

Hoe vaak spreken we niet even snel een ochtendgebedje uit, staan snel op en rennen de deur uit — zonder er verder bij na te denken? Hoe vaak vallen we niet in slaap bij ons avondgebed, of slaan we dat zelfs helemaal over omdat we zo moe zijn? Als we bedenken tot Wie we eigenlijk spreken als we bidden en hoeveel Hij voor ons heeft gedaan en hoe afhankelijk we van Hem zijn, dan stemt dat tot nadenken. Als we bij het bidden de tijd nemen om te overpeinzen, krijgt de Geest de kans om tot ons te spreken.

Het gezinsgebed kan veel invloed hebben. Het kan de gezinsbanden hechter maken en ons gezin in moeilijke tijden sterken. Het kan bescherming bieden. Het kan troost en gemoedsrust schenken. Toen onze kinderen op zending waren, rekenden we het tijdsverschil tussen onze woonplaats en hun zendingsgebied uit en rekenden uit op welke tijd we thuis ons gezinsgebed moesten houden zodat zij in hun tijdzone wisten dat wij voor ze aan het bidden waren. Enkele van hen hebben gezegd dat ze die gebeden gevoeld hebben en er heel concreet kracht door gekregen hebben op momenten dat ze dat nodig hadden.

Maar in de Schriften staat dat die formele gebeden niet de enige manier zijn waarop we onze hemelse Vader kunnen benaderen. In Alma 34:27 lezen we: ‘Ja, en wanneer gij de Heer niet aanroept, laat uw hart dan vol zijn en voortdurend in gebed tot Hem uitgaan voor uw welzijn.’

We kunnen altijd een gebed in ons hart hebben. Wat houdt dat in?

Ik denk dat het onze ziel is die haar hand uitstrekt naar de hemel — naar onze hemelse Vader. Het is het vluchtige, maar sterke gevoel van ‘Dank U.’ ‘Help mij alstublieft.’ ‘Wat kan ik het beste doen?’ ‘Wat moet ik zeggen?’ ‘Het spijt me.’ Het is een verlangen naar troost, kracht en leiding als je je in een bepaalde situatie bevindt. Het is het gevoel van blijheid en vreugde om iets moois. Het is de erkenning van de werking van de Heilige Geest in je leven. Het is het openstellen van je hart voor voortdurende communicatie. Dergelijke manieren stellen ons in staat om min of meer voortdurend te bidden, als we onszelf dat toestaan. We hebben dat in de hand door onze activiteiten, onze omgeving en de toestand van ons hart.

Wat zijn zoal de zaken die ons hiervan afhouden? Voortdurend naar harde muziek luisteren, zelfs al is het goede muziek, want dat kan zo lawaaierig worden dat het elke gedachte aan gebed smoort voordat die zelfs maar gevormd wordt in onze gedachten. Als we ons met chaos, rommel en verwarring omringen, kan dat de gevoelens van de Geest smoren. Als we te druk en gestrest raken door het dagelijkse leven, kan dat onze gedachten afleiden van de hemel. Als we toestaan dat we in een omgeving komen waarvan we weten dat de Geest daar niet kan verblijven, blokkeren we onze gebeden. Als we toestaan dat ongepaste, platvloerse beelden in onze gedachten komen door dingen die we op het internet, in films en op televisie zien, of waar we over lezen, zal dat onze verbinding met de hemel verstoren. Als we toestaan dat we boos, geïrriteerd of geërgerd raken door andere mensen, kan dat ons hart verharden.

Maar, zul je zeggen: ‘Die dingen maken dagelijks deel uit van mijn leven, hoe kan ik ze dan vermijden?’ Ik geloof dat die dingen alleen deel uitmaken van ons dagelijks leven als we dat toestaan. Wij hebben dat zelf in de hand, of althans, we kúnnen dat zelf in de hand hebben.

Het is zo belangrijk dat we eens nadenken over ons leven en bedenken wat we moeten doen om in aanmerking te komen voor de zegeningen van de hemel. Als we onze hand uitstrekken naar de hemel, zullen we merken hoe dichtbij die eigenlijk is. En alleen al het feit dat we dat doen, kan ons helpen om de geestelijke zaken in ons leven in evenwicht te brengen. Hoe dichter we tot de Geest komen, hoe meer we ons hart kunnen openstellen en het naar onze Vader in de hemel kan uitgaan. Wat mijzelf betreft, kan ik zeggen dat het innige gebed me dichter tot de Heer brengt dan al het andere dat ik kan doen. En ik kan het altijd en overal doen. Voor mij is het een reddingslijn.

Bid ik vurig en vol geloof?

Onze volgende vraag luidt: Bid ik vurig en vol geloof?

Laten we nog eens teruggaan naar Alma 34. Die hele schriftpassage geeft aan dat het nodig is om zowel vurig als vol geloof te bidden. Let op deze woorden: ‘geloof oefenen’, ‘zijn naam aanroepen’, ‘Hem aanroepen’, ‘uw ziel uitstorten’ en ‘laat uw hart in gebed uitgaan’. Dat is meer dan alleen een haastig plichtmatig gebed.

Alle gebeden moeten diep uit ons hart en ons verstand komen. Wat moet het een belediging zijn voor de Heer, die zo veel voor ons heeft opgeofferd, en die klaar staat om ons elke mogelijke zegening ‘voor [ons] welzijn’ te geven, als we ons haasten wanneer we bidden, of als we door het gebed heenslapen, of als we onze gedachten laten afdwalen, of als onze woorden achteloos en respectloos worden gesproken — als we Hem met je en jij aanspreken in plaats van U of Gij te gebruiken. Hoe vaak vergeten we Hem niet volledig totdat we Hem ineens dringend nodig hebben?

Soms zijn onze gebeden inderdaad een dringende smeekbede om hulp. Ik herinner me zo’n gebed toen mijn zoontje van drie kwijt was. Hij had met de andere kinderen in onze achtertuin gespeeld. Ik had hem even uit het oog verloren om naar de baby te gaan kijken. Maar plotseling was hij weg.

Ik sprak meteen een wanhopig gebed om hulp uit. Ik kreeg de ingeving dat hij bij een zwembad was dat bij een flat hoorde, ongeveer drie straten verderop.

Maar hij was nog nooit naar dat zwembad geweest. Hij was zelfs nog nooit naar die flat geweest. Dat zwembad was in het gebouw en de deur zat altijd op slot. Hij wist niet eens dat daar een zwembad was. Maar ik had sterk het gevoel dat hij daar was.

Ik begon te rennen en riep naar mijn zoontje van tien, die op zijn fiets zat, dat hij zo snel mogelijk naar dat zwembad moest rijden. Toen hij daar aankwam, vond hij zijn broertje daar met een ander jongetje van dezelfde leeftijd. Ze waren net het ondiepe deel van het zwembad in gestapt. Ze hadden al hun kleren en schoenen aan — en hoewel de deur open was, was er verder niemand in de buurt.

Sommige gebeden zijn intens en we moeten er onmiddellijk antwoord op hebben! Gelukkig zijn niet alle gebeden zo. Als we regelmatig in gebed tot de Heer gaan, zal Hij er voor ons zijn als we Hem dringend nodig hebben.

Vurig bidden lijkt aan te geven dat we geloven dat we antwoord kunnen krijgen. Geloof is voor sommigen onder ons eenvoudig en kinderlijk. Het kan uit liefde voortkomen of uit het feit dat het nooit beproefd is. Voor de meesten onder ons is geloof iets waar we voortdurend aan moeten werken. We zouden door één enkele ervaring groot geloof kunnen krijgen, maar de volgende keer dat ons geloof beproefd wordt, lijken we weer helemaal opnieuw te moeten beginnen met echt op de Heer te vertrouwen. Maar ik beloof jullie dat als je bidt in het geloof dat je hemelse Vader er is, dat Hij je liefheeft en dat Hij alle gebeden kan verhoren, je geloof zal groeien en sterker zal worden, en dat je een stadium kunt bereiken waarin je weet dat dit echt waar is. Je moet het een kans geven om geloof te kunnen ontwikkelen.

Geloof ik echt dat de Heer mijn gebeden hoort en mij antwoord zal geven?

Volgende vraag: Geloof ik echt dat de Heer mijn gebeden hoort en mij antwoord zal geven?

Ik wil jullie graag vertellen over het gebed van een klein jongetje. Hij heet Brayden. Hij was toen erg jong — vijf of zes jaar. Hij had met de rest van het gezin in het Boek van Mormon gelezen. Ze lazen elke dag een paar verzen samen en hielden dan gezinsgebed.

Op een dag lazen ze Moroni 10:4. ‘En wanneer gij deze dingen ontvangt, spoor ik u aan God, de eeuwige Vader, in de naam van Christus te vragen of deze dingen niet waar zijn; en indien gij vraagt met een oprecht hart, met een eerlijke bedoeling en met geloof in Christus, zal Hij de waarheid ervan aan u openbaren door de macht van de Heilige Geest.’

Het was die dag Braydens beurt om te bidden. Hij begon zijn gebed op de gebruikelijke manier en sprak de gebruikelijke woorden, maar daarna zei hij nog iets anders. Hij zei: ‘Hemelse Vader, is het Boek van Mormon waar?’ Toen was hij even stil.

Het was zo lang stil dat zijn vader naar hem keek om te zien of hij hulp nodig had met het afmaken van zijn gebed. Maar hij had geen hulp nodig. Hij eindigde heel eenvoudig met de woorden ‘Bedankt, hemelse Vader’ en besloot zijn gebed. De Geest getuigde tot dat hele gezin van de waarachtigheid van de Schriften. Zijn gebed was een voorbeeld van eenvoudig, prachtig geloof.

Jij bent net zo goed een kind van God als Brayden. Jij hebt grote waarde voor Hem. Hij heeft ons in de Schriften herhaaldelijk geboden om ‘altijd te bidden’. Hij heeft ons de verzoening verschaft om te zorgen dat we weer bij Hem terug kunnen komen. Waarom zou Hij je gebeden niet verhoren? Hij doet dat. Dat beloof ik je! Maar misschien is het niet de Heer aan wie we twijfelen. Misschien twijfelen we of we zelf wel goed genoeg leven. Of misschien is het een gebrek aan begrip van de manier waarop God onze gebeden verhoort waardoor we twijfelen.

Om beter te begrijpen hoe onze hemelse Vader onze gebeden beantwoordt en verhoort, moeten we die vraag verbinden met de volgende drie vragen — namelijk:

‘Begrijp ik hoe Hij antwoord geeft op gebed?’

‘Herken en aanvaard ik de antwoorden, zelfs als ze niet zijn wat ik wil?’

‘Begrijp ik wat het inhoudt om geduldig te wachten op de Heer?’

Als we zo goed leven dat we ervoor in aanmerking komen, geeft onze hemelse Vader altijd antwoord op onze gebeden. Let goed op de woorden: in aanmerking komen. We moeten hard ons best doen om in aanmerking te komen voor de zegeningen van de Heer.

President Harold B. Lee heeft gezegd: ‘Als u de zegening wilt, doe dan meer dan alleen neerknielen en erom bidden. Bereid u er op elke denkbare manier op voor door zo te leven dat u in aanmerking komt voor de zegening die u verlangt’ (Stand Ye in Holy Places [1974], p. 244).

We moeten goed contact met de Geest hebben om te weten waar we om moeten bidden en om in staat te zijn de antwoorden te herkennen. Dat betekent echter niet in dat we volmaakt — of bijna volmaakt — moeten zijn om te bidden en antwoord te krijgen. Het gebed is immers een van de manieren waarop we ons kunnen bekeren en bovendien een van de manieren waarop we tot volmaking kunnen komen.

Niet alleen verhoort onze hemelse Vader onze gebeden, Hij doet dat op zo’n manier dat zijn antwoord ons eeuwig tot zegen strekt. Dat is een waar beginsel. Maar er zijn veel manieren om antwoord te krijgen op onze gebeden. Hij kan gewoon ja zeggen. Hij kan nee zeggen. Hij kan ‘nu niet’ zeggen. Soms denken we misschien dat Hij ons helemaal geen antwoord geeft, maar dat komt dan doordat we het antwoord niet herkennen. We moeten op de Heer en zijn timing vertrouwen. We moeten de antwoorden die we krijgen leren herkennen.

Sommige antwoorden komen stukje bij beetje, om ons geloof te sterken. Ouderling Dallin H. Oaks heeft gezegd: ‘We kunnen geestelijke zaken niet afdwingen. Het kan nu eenmaal niet anders. Het doel van ons leven om ervaring op te doen en geloof te ontwikkelen, zou tenietgedaan worden als onze hemelse Vader ons in elke handeling zou leiden of onmiddellijk elke vraag zou beantwoorden’ (The Lord’s Way [1991], p. 36).

Sommige antwoorden zijn ons al lang gegeven en de Heer laat het aan ons over om ernaar te handelen. Soms behelst onze vraag een keuze tussen twee even goede opties en geeft de Heer ons de kans om de keuzevrijheid te gebruiken die Hij ons heeft gegeven.

Misschien is ons verlangen om een specifiek antwoord op een gebed te krijgen zo dringend dat we niet bereid zijn om ons leven over te geven aan de Heer en het antwoord dat wij van Hem krijgen te aanvaarden. Wij willen wat wij willen en wij willen het nú!

Misschien schuilt ons probleem in het niet herkennen van de manier waarop wij antwoorden krijgen. We weten dat sommige gebeden op spectaculaire manieren beantwoord worden, zoals het eerste visioen van Joseph Smith, maar meestal krijgen we antwoorden op rustiger manieren. In Leer en Verbonden 8:2–3 staan twee manieren waarop de Heer onze gebeden beantwoordt:

‘Ik zal in uw gedachten en in uw hart tot u spreken door de Heilige Geest, die op u zal komen en die in uw hart zal wonen.

Welnu, zie, dat is de geest van openbaring.’

De eerste manier die hier genoemd wordt, is in onze ‘gedachten’. Dergelijke antwoorden krijgen we door de stille, zachte stem van de Heilige Geest, in de vorm van gedachten, ideeën — kennis. Het kan plotselinge inspiratie zijn die we onmiddellijk herkennen, of het kunnen denkbeelden zijn die we geleidelijk moeten verwerken en ontwikkelen. Ze gaan meestal vergezeld van een goed gevoel.

De tweede manier die hier genoemd wordt, is in ons hart. Dat heeft meer met gevoelens te maken. We kunnen negatieve, verwarde gevoelens hebben die ons waarschuwen dat het antwoord nee is. Of we kunnen fijne, vredige, geruststellende en troostende gevoelens hebben. Die laatste betekenen dat het antwoord ja is. Dergelijke gevoelens worden soms vergeleken met een hevig brandend gevoel, maar het kan ook heel subtiel zijn.

Het belangrijkste beginsel hierbij is dat ons is geboden om tot onze hemelse Vader te bidden. Hij hoort elk gebed. Hij verhoort onze gebeden voor ons welzijn. Als we dat diep in ons hart weten, raken we niet ontmoedigd en keren we ons niet van Hem af. Als de antwoorden niet meteen te herkennen zijn, blijven we getrouw en volharden we — blijven we bidden om zijn wegen te leren kennen. De Geest kan ons helpen en we zullen leren ontdekken hoe we de antwoorden krijgen en wat die zijn. Het kan per persoon verschillen en het kan zelfs verschillen met elke ervaring. Ik weet dat als we ervoor in aanmerking komen om de Heilige Geest voortdurend bij ons te hebben, wij in staat zullen zijn om een en ander duidelijker te zien en de antwoorden op onze gebeden te begrijpen.

Handel ik ernaar?

De laatste vraag is: Richt ik mijn leven in naar de antwoorden die ik krijg? Handel ik ernaar?

Ik weet dat de Heer gebeden hoort en verhoort. Maar ik geloof ook dat als we voortdurend bidden en dan weigeren te luisteren en ernaar te handelen, Hij in de toekomst minder toegankelijk voor ons wordt. In Leer en Verbonden 101, de verzen 7 en 8, lezen we:

‘Zij waren traag om te luisteren naar de stem van de Heer, hun God; daarom is de Heer, hun God, traag om te luisteren naar hun gebeden, om ze te verhoren ten dage van hun moeilijkheden.

‘In de dagen hunner vrede hebben zij mijn raad lichtvaardig opgenomen; maar ten tijde hunner moeilijkheden zoeken zij noodgedwongen naar Mij.’

Als wij antwoord krijgen van de Heer, moeten we daar in vertrouwen naar handelen. Ik denk dat het Hem niet erg gelukkig maakt als we voortdurend proberen een ander antwoord te krijgen dan we al ontvangen hebben. We moeten onthouden wat Hij ons heeft geantwoord en daar in geloof naar handelen.

Heb ik wel eens geen zin om te bidden?

Als je het goed vindt, wil ik nog één vraag stellen: Heb je wel eens geen zin om te bidden?

In 2 Nephi 32:8 lezen we: ‘Want indien gij zoudt luisteren naar de Geest die de mens leert bidden, zoudt gij weten dat gij moet bidden; want de boze geest leert de mens niet bidden, maar leert hem dat hij niet moet bidden.’

President Brigham Young heeft verklaard: ‘Het maakt niet of u of ik zin hebben om te bidden, want als de tijd komt om te bidden, bid dan. Als we geen zin hebben om te bidden, moeten we net zo lang bidden tot we er wél zin in hebben!’ (Discourses of Brigham Young, samengesteld door John A. Widtsoe [1954], p. 44).

Geliefde jonge broeders en zusters, jullie staan nog aan het begin van je leven. Het is een nieuw studiejaar, een tijd voor nieuwe ervaringen, nieuwe relaties — misschien wel eeuwige relaties. Jullie kunnen je leven op veel verschillende manieren beginnen. Je hebt nog veel belangrijke beslissingen voor de boeg. Onze hemelse Vader heeft hoge verwachtingen van u wat die beslissingen betreft. Hij verwacht dat wij alles doen wat we kunnen — om na te denken, te werken, onze capaciteiten te vergroten. Maar als we bereid zijn om dat op zijn manier te doen en ons leven aan Hem over te geven, wordt het veel makkelijker. En dan doen we het goed.

In de LDS Bible Dictionary staat: ‘Het doel van het gebed is niet om de wil van God te veranderen, maar om voor onszelf en anderen de zegeningen te ontvangen die God graag wil geven, op voorwaarde dat wij erom vragen’ (‘Prayer’, p. 753).

Al wat wij hoeven te doen is ons nederig tot Hem te wenden en te vragen, en vervolgens te luisteren en te gehoorzamen. Eenvoudig gesteld: het leven hoeft niet zo moeilijk te zijn als we het zelf soms maken. In 3 Nephi 18:18–20 lezen we:

‘Zie, voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, gij moet altijd waken en bidden, opdat gij niet in verzoeking valt; want Satan begeert u te bezitten om u als tarwe te ziften.

‘Daarom moet gij altijd in Mijn naam tot de Vader bidden;

‘en wat gij de Vader ook in mijn naam vraagt dat goed is, en gelovende dat gij zult ontvangen, zie, het zal u gegeven worden.’

Laten wij het voorbeeld van Nephi volgen. Laten wij ons in nederig gebed tot onze Vader in de hemel wenden. Laten wij de onnoemelijke zegeningen ontvangen die Hij speciaal voor ons en voor onze familie heeft.

Ik weet dat God leeft! Jezus Christus leeft! Zij kennen ieder van ons. Zij hebben ieder van ons lief. Ze wachten op ons. Mogen wij daar goed op reageren door ons in nederig gebed tot Hen te wenden. In de naam van Jezus Christus. Amen.

 
© 2012 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy