The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Broadcast Archives CES Fireside

Wat voor mannen en vrouwen behoort gij daarom te zijn?

Bisschop H. David Burton
Presiderende bisschop
Haardvuuravond van CES voor jongvolwassenen • 2 november 2008 Brigham Young University

Bisschop H. David BurtonMijn vrouw en ik, en een paar van onze familieleden, onder wie drie studenten van Brigham Young University, een student van Utah State University, en een lieftallige vriendin, Crystal Ming, die het instituut voor godsdienstonderwijs aan de University of Washington volgt, vinden het een eer om op deze sabbatsavond in jullie midden te zijn. Barbara en ik begeven ons graag onder het opkomende geslacht. Jullie enthousiasme is aanstekelijk. Jullie getrouwheid is inspirerend. We zijn onder de indruk van wat jullie al zo jong hebben bereikt en wat jullie nog zullen bereiken, doordat je onze hemelse Vader en elkaar uitmuntend dient. Het doet ons genoegen dat we vanavond zo duidelijk deugd en goedheid in jullie gezichten zien.

Twee weken geleden namen mijn vrouw en ik deel aan een devotional voor tempelwerkers in de Nauvootempel. De meesten van die geweldige mensen zijn een paar generaties ouder dan jullie. We voelden bij die gebeurtenis een geweldige geest in dat glorierijke huis. We voelen diezelfde aangename geest nu we hier bij jullie zijn. En jullie zijn toch een beetje intimiderend, nu jullie met zovelen zijn vergaderd, zowel in dit opmerkelijke gebouw op deze prachtige campus als in andere plaatsen op aarde, via satelliet en technologie verbonden.

Ik zal nooit vergeten dat ik voor de eerste keer in de algemene conferentie moest spreken. In mijn uitnodiging werd ik gevraagd om 14 minuten in de zondagmorgenbijeenkomst te spreken. Ik zou na president Howard W. Hunter spreken. Het hoeft geen betoog dat ik bij die gelegenheid ook enigszins geïntimideerd was. Ongeveer een week voor de algemene conferentie kwam ik ouderling Russell M. Nelson in de gang tegen en hij vroeg mij hoe mijn toespraak er voor stond. Ik vertrouwde ouderling Nelson toe dat het mij zwaar viel, en toen drong het opeens tot mij door dat hij alleen maar kon weten dat ik zou spreken, als er in zijn uitnodiging stond dat hij na mij zou spreken. Gewapend met dit belangrijke stukje informatie vroeg ik ouderling Nelson ronduit waarom iemand zo onervaren en angstig als ik tussen president Hunter en hem op het programma stond. Hij dacht een moment na en zei toen, met pretlichtjes in zijn ogen: ‘Bisschop, de enige reden die ik kan bedenken, is dat u daar onder inspiratie op het programma bent gezet om ons beter uit de verf te laten komen.’ De intimidatiewijzer sloeg ver uit na dit gesprekje!

‘Zal er ooit nog wat van jou terechtkomen?’

Bijna een halve eeuw geleden, vlak voor mijn zending in Australië, kreeg ik de kans om vier jaar te werken in een golfshop van een hele goede Schotse professionele golfer. Zijn naam was Alex McCafferty. Hij was geen lid en hoewel hij meer dan 25 jaar onder de heiligen der laatste dagen woonde, begreep hij onze leer of het evangelie niet echt. Hij was een prima werkgever en ik zal hem altijd dankbaar blijven voor zijn gulheid en zijn vele vriendelijke gestes. Hij bracht mij geduldig de fijne kneepjes van de golfsport bij, wat ertoe leidde dat ik in mijn jeugd nogal eens een wedstrijd wist te winnen en mijn verdere leven heb kunnen genieten van het golfspel. Zo nu en dan was zijn taalgebruik, verpakt in een zwaar Schots accent, tamelijk kleurrijk. Als mijn werk niet voldeed aan de eisen van Alex of als ik een klant niet goed had geholpen, stelde hij mij, voorafgegaan door een krachtterm die niet voor herhaling vatbaar is, zacht maar indringend, steeds dezelfde vraag: ‘David, jongen, zal er ooit nog wat van jou terechtkomen?’

Ik weet nog precies wat Alex zei toen ik eindelijk de moed had gevonden om hem te vertellen dat ik een roeping van een profeet van God had geaccepteerd om een zending van twee jaar in Australië te vervullen, en dus ontslag nam. Hij liet verschillende krachttermen vallen, waarna zijn stellige mening volgde: ‘David, jongen, er zal nooit iets van jou terechtkomen als je de over wereld gaat fladderen om over religie te spreken.’

Een dag of twee voordat ik op zending vertrok, ging ik bij mijn goede vriend Alex langs om afscheid te nemen. Toen hem ik de hand schudde en mijn waardering uitsprak, trok hij mij naar zich toe en duwde toen een envelop in mijn hand. We hadden beiden tranen in onze ogen toen ik mij omdraaide en vlug naar mijn auto liep. Ik reed naar een nabijgelegen park, waar ik in alle rust zijn briefje kon lezen en zag dat hij een aanzienlijk bedrag voor mijn zending in de envelop had gedaan.

Ongeveer een jaar later, toen ik in Adelaide werkzaam was, kreeg ik een brief van Alex. Daarin stond: ‘David, jongen, ik heb mij laten vertellen dat een zendeling na een jaar een nieuw kostuum nodig heeft. Koop met dit geld maar een kostuum van de zuiverste Schotse scheerwol.’

Toen ik een paar dagen uit Australië terug was, ging ik langs bij de golfbaan om hem gedag te zeggen. Alex vroeg of ik weer wilde gaan golfen. Ik zei tegen hem dat mijn golfdagen voorbij waren, omdat ik mijn golfstokken en mijn auto had verkocht om mijn zending te bekostigen. Bovendien was het de hoogste tijd om mij serieus op mijn opleiding te werpen.

Zijn reactie begon met de gebruikelijke krachtterm en daarna: ‘David, jongen, er zal nooit iets van je terechtkomen als je geen golf speelt. Ik wil dat je nu meteen naar die golfshop loopt en voor jezelf een set golfstokken uitkiest.’

Dat deed ik en nu, bijna vijftig jaar later, heb ik die stokken nog steeds. Uiteraard was ik niet blij met Alex’ kleurrijke taalgebruik, maar ik blijf hem wel dankbaar voor de lessen in eerlijkheid, integriteit en gulheid die ik leerde toen ik voor hem werkte.

In de loop der jaren heb ik vaak over Alex’ vraag nagedacht: Zal er ooit nog wat van jou terechtkomen? Alex uitte zo op zijn manier zijn ongenoegen over mij. Hij vroeg zich af of ik wel orders kon opvolgen, of ik wel genoeg zorg besteedde aan de mij opgedragen taken, en of ik mijn baan serieus nam. Hij vroeg zich ook af of ik er wel genoeg aan deed om het tot een succesvolle, productieve en betrokken volwassene te schoppen. Ik ben over die vragen blijven nadenken. Ik geef toe dat dit toen belangrijke vragen waren en dat ze dat nog steeds zijn. Ik ben nog steeds een werk in uitvoering. Ik ben ook tot de conclusie gekomen dat Alex vraagtekens stelde bij mijn prestaties en minder bij mijn leefwijze. Zijn vraag kan niet anders dan een andere vraag opwerpen: Waar bestaat een succesvol leven uit?

Christelijke eigenschappen ontwikkelen

De vraag waar we ons beter mee bezig kunnen houden is niet of er nog iets van ons terecht zal komen om zo de lof van de wereld te verdienen, maar de vraag die de Heiland heeft gesteld: ‘Wat voor mannen [en vrouwen] behoort gij daarom te zijn?’ Jullie herinneren je dat Hij de vraag zelf beantwoordde: ‘Voorwaar, Ik zeg u, zoals Ik ben’ (3 Nephi 27:27). Verder gaf de Heiland aan: ‘Hetgeen gij Mij hebt zien doen, juist dat zult gij doen’ (vs. 21).

Wat voor mannen en vrouwen behoort gij daarom te zijn? Ik blijf mij afvragen: Waaruit bestaat een leven waarin wij Christus gelijk willen worden? Welk patroon volgen wij om de grillen van het leven te slim af te zijn? Wat betekent het om ‘zoals Ik ben’ te zijn? Ik weet zeker niet alle vereisten, maar eigenschappen als liefde voor God en medemens, ontferming, voorbeeld, gehoorzaamheid, dienstvaardigheid, en verbonden nakomen, vallen er zeker onder.

Onlangs overleed een kennis van ons, een goede vriend van onze dochter en schoonzoon, na een dapper en langdurig gevecht met een hersentumor. Kort voor zijn dood stuurde een van zijn vrienden een stukje poëtisch proza naar de vrouw van onze vriend, waarin hij zijn gevoelens onder woorden bracht. Met hun toestemming lees ik dat prozagedicht voor, niet omwille van de literaire kunst, maar om de gevoelens dier erin worden blootgelegd. Het begint zo:

‘[Lieve] Diane,
Wil je Harold namens mij bedanken,
omdat hij mijn leven veranderde
door mij een voorbeeld te tonen
van priesterlijk leiderschap,
van zorg om de ander,
van onzelfzuchtige, onvermoeibare liefdediensten
en ware, christelijke liefde.

‘Wil je Harold vertellen over de vele herinneringen
die ik in mijn hart meedraag,
waaraan ik mij elke dag warm
en die mij leiden —
herinneringen die hij mij heeft gegeven
toen we samen dienden. (…)

‘Wil je Harold vertellen dat hij met zijn voorbeeld
van minzame man
en zorgzame vader,
van getrouwe dienstknecht Gods,
vol humor,
vol visie,
mij een maatstaf heeft aangereikt
die mijn eigen vrouw en kinderen tot zegen is.

‘Wil je tegen Harold zeggen dat het een grote eer is
dat ik hem in dit leven als vriend had
en samen met hem heb kunnen dienen.

‘Wil je Harold vertellen over de tranen die ik gelaten heb
en over de pijn in mijn hart
nu ik weet dat hij spoedig teruggaat
om verslag uit te brengen.

‘Wil je Harold zeggen dat ik van hem houd
om zijn goedheid,
zijn voorbeeld
en zijn vriendschap.

‘Wil je Harold zeggen dat ik hem zal missen
maar mij ijverig zal voorbereiden
om mij met hem te kunnen verheugen
in de hemelse hoven van de Allerhoogste God.

‘Wil je Harold zeggen dat ik de Heer zal dienen
met geheel mijn hart, macht, verstand en sterkte,
ter nagedachtenis van zijn voorbeeld
zijn toewijding
en zijn overgave aan de Heer.

‘Wil je Harold...
bedanken.’1

De eigenschappen van Harold, geprezen in dit prozagedicht, zouden zeer wel hun weg in ons leven kunnen vinden. Als deugden zoals een goed voorbeeld, priesterschapsmacht, zorg voor de ander, dienen, liefde, een liefdevolle man en vader zijn, goedheid, vriendschap, toewijding en overgave aan ons kunnen worden toegeschreven, dan leiden we zeker een christelijk leven, en dus geslaagd en voldoening gevend.

President Thomas S. Monson heeft het vaak over zijn Schotse afkomst en zijn ervaringen als jongen die dicht bij zijn Schotse grootouders, tantes, ooms en neven woonde. Ik vraag mij af hoeveel keer hij zoiets gehoord heeft als: ‘Tommy, jongen, zal er ooit nog iets van jou terechtkomen?’ Ik veronderstel dat een jongen met een ruime belangstelling voor allerlei zaken, een heel creatieve en fantasierijke geest, en een heleboel energie die vraag vast een paar keer gehoord zal hebben.

President Monsons leven biedt ons een patroon dat wij kunnen volgen. Dat geldt in het bijzonder voor wat ik zijn privébediening noem. Zijn openbare bediening is daarentegen een open boek, vol met uitstekend kerkwerk op wijk-, ring-, zendings- en algemeen kerkniveau. Ik denk niet dat er in deze bedeling iemand is geweest die toegewijder aan zijn kerktaken was dan president Thomas S. Monson.

Zo nu en dan krijgen we een kijkje in zijn privébediening. Dienen, betrokkenheid, zorg, aandacht voor het individu, bemoediging en troost zijn alle een wezenlijk deel van zijn privébediening.

Onlangs moest een buurvrouw aan de overkant van de straat van mij een korte tijd naar een herstellingsoord. Toen mijn vrouw, Barbara, en ik bij haar op bezoek gingen, was het eerste wat ze ons vertelde dat president Monson hun avondmaalsdienst had bezocht.

‘Hij was zo dichtbij’, sprak ze opgetogen, ‘dat ik hem kon aanraken.’

Ze was zo blij dat de president van de kerk aandacht aan haar schonk.

President Monson leeft naar het credo dat hij vaak zelf uitdraagt: ‘De vijf belangrijkste woorden in de taal zijn: Ik ben trots op u. De vier belangrijkste woorden zijn: Wat is uw mening? De drie belangrijkste zijn: Als u wilt. De twee belangrijkste zijn: Dank u. Het minst belangrijke is: Ik.2

De Heiland gebruikte vaak gelijkenissen om anderen belangrijke lessen te leren. Ook president Monson vertelt graag verhalen om zijn leringen kracht bij te zetten. President Henry B. Eyring heeft over president Monsons gebruik van verhalen gezegd dat je denkt dat je het verhaal al eens eerder hebt gehoord, maar als je geduld hebt en aandachtig luistert, kom je erachter dat het niet hetzelfde verhaal is, omdat de Geest je ertoe aanzet om de boodschap anders op te vatten.

Een van de verhalen die president Monson vertelt komt uit de tijd dat hij diaken was. Hij en de andere leden van zijn quorum waren kennelijk aangewezen om Eskimo’s te zijn in de roadshow van de wijk. President Monsons zus zou de rol van Vrouwe Vrijheid spelen. Toen zijn zus vlak voor de voorstelling een acute keelontsteking kreeg, was men bang dat ze haar tekst niet zou kunnen voordragen, wat zou afdoen aan de show. De ‘Eskimo’s’ besloten hier iets aan te doen. Ze kwamen bijeen in een kamer in het souterrain van hun kerkgebouw en knielden in gebed. Zij baden of de Heer met zijn Geest tussenbeide wilde komen ten behoeve van president Monsons zus. Op het vastgestelde tijdstip droeg Vrouwe Vrijheid haar tekst met heldere stem voor. De zus van president Monson ervoer dat alles als een wonder in haar leven en was die Eskimo’s erg dankbaar.

Dat eenvoudige verhaal herinnert ons eraan dat president Monson altijd al een man van groot geloof en een man van gebed was. Hij gebruikt die twee grote gaven om velen tot zegen te zijn. Hij is een voorbeeld van de soort mensen die we behoren te zijn — mensen van geloof en mensen van gebed. Gebed is van wezenlijk belang voor onze persoonlijke kracht en overtuiging. Herinner je je Nephi’s vraag aan zijn ongelovige broers: ‘Hebt gij navraag gedaan bij de Heer?’ (1 Nephi 15:8.) President Monsons dienende leven is een patroon dat we kunnen gebruiken om ons eigen leven naar te voegen en vorm te geven.

Bid om hulp bij beslissingen

Velen van jullie bevinden zich in een levensfase waarin je beslissingen zult nemen die bepalend zullen zijn voor je aardse leven alsmede je eeuwige leven. Sommigen van jullie zijn nu aan het nadenken over je verdere opleiding. Anderen overwegen misschien een zending. Velen vragen zich wellicht af welk beroep ze zullen kiezen of wat ze met hun leven zullen doen. Sommigen onder jullie houden zich misschien bezig met de keuze of iemand de juiste is als eeuwige partner. Die beslissingen zullen je gemakkelijker af gaan als je ze in gebed met de Heer bespreekt.

Een paar van jullie hebben het wellicht te kwaad met zonde en proberen te beslissen of ze gereinigd willen worden door de verzoeningsmacht van Jezus Christus. Sommigen van jullie twijfelen misschien aan hun getuigenis van het evangelie en proberen vast te stellen wat ze kunnen doen om het roer om te gooien. Beslissingen over deze en andere belangrijke zaken hebben grote invloed op de soort mensen die jullie zullen zijn en wat je in je leven zult bereiken, of om de woorden van mijn vriend Alex te gebruiken, of er wat van jullie terecht zal komen.

De echt belangrijke en vormende beslissingen zijn doorgaans heel moeilijk te nemen. Er duiken altijd zo veel als-en, en-nen of maar-en op die het antwoord gecompliceerd maken en uitstellen. Ik heb vaak gewenst dat er een toverpil bestond die ik kon innemen om altijd tot de allerbeste beslissing te komen. Maar aangezien die toverpil niet op de markt is, wil ik je een suggestie aan de hand doen om je te helpen bij beslissingen. Ga in nederig gebed om advies naar onze Vader in de hemel, en heb daarna het geloof en de vastberadenheid om de raad op te volgen die Hij door zijn Geest overbrengt. De Heer vraagt van ons dat we het in onze gedachten uitvorsen en dat aan Hem voorleggen. Hij heeft beloofd: ‘[Ik zal] uw boezem in u doen branden; bijgevolg zult u voelen dat het juist is’ (LV 9:8). Het zal de soort mensen die jullie behoren te worden ten goede komen wanneer jullie luisteren en de stille, zachte stem gehoorzamen. Denk eraan dat luisteren deels is ‘voelen dat het juist is.’

In de Verenigde Staten is net het honkbalseizoen afgelopen. De World Series zijn afgelopen en er is een nieuwe kampioen gehuldigd. Ruim vijftig jaar geleden ging er een tophonkballer voor de Boston Red Sox spelen. Zijn honkbalcarrière is minstens tweemaal onderbroken om in de krijgsmacht als gevechtspiloot te dienen. De media gaven hem de bijnaam ‘Splendid Splinter’, omdat hij heel mager was, maar de honkbal heel erg vaak wist te raken. Hij verwierf eeuwige roem waar het de honkbalsport betrof, omdat hij de allerlaatste major-league-speler was die over het hele jaar een slaggemiddelde haalde van .400. Dat betekent dat hij van elke tien slagbeurten de bal vier keer wist te raken. Het is niemand in de laatste vijftig jaar gelukt dat te verbeteren. De naam van die speler was Ted Williams.

Toen Teds honkbalcarrière al lang en breed voorbij was, kwam er iets heel interessants aan het licht over Ted — zijn gezichtsvermogen was, zo bleek, beter dan 20/20. En Ted had met zijn uitstekende gezichtsvermogen een klein voordeel, omdat hij de bal beter zag dan andere spelers en daarom een microseconde meer tijd had om uit te maken of hij zou slaan of niet. Hij kon zien of het een draaibal was, of dat de bal naar de slagzone zou in- of wegdraaien.

Wij die ons hebben laten dopen en de gave van de Heilige Geest als voortdurende metgezel hebben ontvangen, zijn ook in het voordeel als het aankomt op het nemen van moeilijk beslissingen. Net als succes in onroerend goed een kwestie is van locatie, locatie, locatie, ligt het voordeel van de Heilige Geest in luisteren, luisteren, luisteren!

Laat je niet ontmoedigen

Ik maak mij soms zorgen, en ik schaam mij eerlijk gezegd weleens, dat mijn generatie jullie generatie heeft opgezadeld met kwesties en problemen die wij hadden moeten oplossen. Hoewel er veel vooruitgang is geboekt in het scheppen van een beter, langer, veiliger en rijker leven, is er veel blijven liggen in verband met hebzucht, relaties en milieu, om er een paar te noemen. We worden geconfronteerd met onzekerheden die de huidige roerige tijden met zich meebrengen. Iemand zou zomaar ontmoedigd of zelfs een beetje depressief kunnen worden, wanneer hij of zij nadenkt over alle mogelijke gevolgen. De onzekere arbeidsmarkt gekoppeld aan de aanzienlijke economische ontwrichting draagt bij tot het onbehagen van onze tijd. Naties blijven dreigen met oorlog.

Ondanks dit alles, jonge vrienden, hoeven we geen angst te hebben of onze angst tot raadgever te nemen. De Schriften herinneren ons eraan dat we, als we voorbereid zijn, als we gehoorzaam zijn, als we lid zijn van de kerk van de Heer, niet angstig hoeven te zijn voor wat de toekomst zal brengen. ‘De rechtvaardigen hoeven niet te vrezen’ (1 Nephi 22:22; zie ook Alma 1:4; LV 10:55). Wat voor soort mannen en vrouwen we zullen zijn, hangt deels af van hoe goed we omgaan met de angstige en onvoorziene aspecten van het leven. In het besef dat het echte leven bestaat uit inspanningen, problemen, vergissingen, mogelijkheden en lessen geef ik jullie dit oude Chinese spreekwoord aan: ‘Een edelsteen kan niet gepolijst worden zonder wrijving, een man kan niet volmaakt worden zonder weerstand.’ Of zoals de Heer het verwoordde: ‘Want er moest wel een tegenstelling in alle dingen zijn’ (2 Nephi 2:11).

Ondanks alle onzekerheden en gebreken in de wereld is er veel waarvoor we dankbaar en waarover we dolenthousiast kunnen zijn. Ik ben een optimist. Ik ben van mening dat 2008 de spannendste tijd in de wereldgeschiedenis is, een tijd waarin we bovendien de hemelse gave van de volheid van het evangelie van Jezus Christus hebben. Ik krijg kippenvel als ik zie hoe het evangelie wereldwijd in het hart en hoofd van onze Vaders kinderen post vat.

Ik vermoed dat bijna niemand van jullie weet wat er elk jaar op de eerste vrijdag in december plaatsvindt op de hoofdzetel van de kerk. Die dag is traditioneel de dag waarop op aanwijzing van de Heer in afdeling 120 van de Leer en Verbonden de raad van tiendebesteding bijeenkomt. Onder leiding van het Eerste Presidium, het Quorum der Twaalf en de Presiderende Bisschap wordt er besloten hoe de middelen van de kerk in het komende jaar zullen gebruikt worden. Het is schitterend om te zien wat er in die vergadering besloten wordt. Het is schitterend om te zien hoeveel nieuwe kerkgebouwen er worden goedgekeurd. Het aantal tempels blijft stijgen. Bisschoppen over de hele wereld worden voorzien van de middelen om de armen te helpen. Zendelingen in ruim 350 zendingsgebieden worden ondersteund. Projecten om het werk van tempels te versnellen worden goedgekeurd. Er worden gelden vrijgemaakt ter bevordering van het hoger onderwijs en godsdienstig onderwijs. Het werk van de Heer is goed op weg om zijn geprofeteerde bestemming tot stand te brengen.

Ik vat moed als ik denk aan de geweldige, gelovige verklaring van de profeet Joseph Smith: ‘Geen onheilige hand kan de vooruitgang van het werk stuiten.’3 Is het niet schitterend dat jij en ik in de gelegenheid zijn om in de voorste gelederen van dit wonder te staan dat vast en zeker zal plaatsvinden? Wat voor mensen jullie zullen zijn, zal deels het resultaat zijn van je toewijding en hulp aan de opbouw van zijn koninkrijk. Behalve toewijding heb je ook veel zelfdiscipline nodig. Jim Rohn, een bekend bedrijfsfilosoof, heeft gezegd: ‘Discipline is de brug tussen een doel en de verwezenlijking daarvan.’4

Ik houd van gewijde muziek, in het bijzonder bemoedigende lofzangen. Een van de lofzangen die we vaak zingen is: ‘Kom, de reis nu hervat’. De tekst is in de 16de eeuw geschreven door Charles Wesley, en de muziek wordt toegeschreven aan James Lucas. Dit fantastische koor van het instituut van Utah State University zal deze prachtige lofzang vanavond tot slot van deze bijeenkomst ten gehore brengen. De heiligen der laatste dagen komen bijeen in avondmaalsdiensten, devotionals en bij andere gelegenheden om te zingen, te bidden en verbonden en beloften te hernieuwen, alsmede elkaar te bemoedigen. Er is spake van een synergisch-achtige hernieuwing als we samenkomen. Muziek speelt een belangrijke rol in dit proces. Muziek heeft het vermogen om onze ziel te kalmeren en onze geest gevoelig te maken voor hemelse zaken. De Heer heeft ons eraan herinnerd dat ‘het gezang der rechtvaardigen (...) een gebed tot Mij (is)’ (LV 25:12). Luister eens naar de tekst van deze bemoedigende lofzang:

Kom, de reis nu hervat,
voortgegaan op het pad van ’t huidige jaar,
en nooit blijven staan tot de Meester is daar.
Wat zijn wil ons ook vraagt, laat ons ’t doen onversaagd.
Kom, ontplooi elk talent
met de hoop en ’t geduld die de liefde slechts kent. (…)

Ons leven een droom, de tijd als een stroom,
gaan spoedig voorbij
en alles vliedt heen, niets houdt stil voor u of mij.
Ieder ogenblik vlucht in het ijle der lucht.
Het millennium Gods
komt zeer snel naderbij en d’oneindigheid is daar. (...)

O, getuig’ in het uur van zijn komst elk vol vuur:
Mijn strijd is volbracht,
en het werk is voltooid dat door U werd verwacht.
Dat dan worde gehoord dit gezegende woord:
U was kloek in de strijd,
ga de vreugde thans in, in mijn rijk u bereid.’5

De bemoedigende boodschap in deze lofzang is duidelijk. De boodschap is dat wij, willen we de overweging van de Heiland ter harte nemen om te worden zoals Hij is, vaak ons enthousiasme moeten hernieuwen en nooit stil moeten blijven staan in onze goede werken totdat de Meester verschijnt. Als we dat uitstellen, zullen we door de tijd worden ingehaald en zal het ogenblik in de ijle lucht vervliegen. Ieder van ons zal Hem bij zijn komst willen zeggen: ‘Mijn strijd is volbracht, en het werk is voltooid dat door U werd verwacht.’ En heerlijk zal het gevoel zijn als we daarop horen: ‘U was kloek in de strijd, ga de vreugde thans in, in mijn rijk u bereid.’ Dat kan ons deel zijn als ons doel is om de soort mensen te worden die de grote ‘Ik ben’ wil dat wij worden.

Vaak wordt er kritisch gekeken naar de leden van onze kerk, en soms wordt er van ons een hogere norm verwacht dan onze vrienden in andere kerken. Is het jullie ooit opgevallen dat je in de kranten vaak koppen leest als ‘Mormoonse bisschop pleegt...; Voormalig mormoonse zendeling betrokken bij...; Mormoonse moeder aangeklaagd wegens...’? Wat we in ons privéleven doen is net zo belangrijk als wat we in het openbaar doen. Vaak zijn er, zonder dat we het zelf weten, veel ogen op ons gericht. Wij leven, zogezegd, in veel opzichten in glazen huisjes.

Een paar maanden geleden repareerde ik een kapotte waterleiding. Daardoor werden mijn kleren nat en vies, en mijn armen zaten onder het smeer. Toen ik in de gaten kreeg dat ik een nieuw onderdeel nodig had om de leiding te repareren, en in plaats van mij de tijd te gunnen mij om te kleden, sprong ik in de wagen en reed naar het Home Depot. Terwijl ik zorgvuldig het juiste onderdeel stond uit te zoeken, zodat ik de juiste maat met het juiste tapdraad zou kopen, kwam er een man door het gangpad die mij voorbijliep. Toen hij een paar meter verderop was, hoorde ik hem zeggen: ‘Die ziet er niet uit als een presiderende bisschop.’ Ik geneerde mij dat ik niet had voldaan aan de norm die verwacht werd. Dit keer vroeg ik mij kritisch af: ‘David, jongen, zul je het dan nooit nog leren?’

Concentreer je op het belangrijkste

Ambitie en hard werken zijn belangrijke facetten voor de verwezenlijking van rechtschapen doelen. Jullie generatie heeft zoveel in zich. Jullie zijn begiftigd met van God gekregen gaven. Jullie zijn slim en intelligent. Wie van jullie hun intelligentie gebruiken om goed doordachte doelen te bereiken, kunnen niet anders dan succes hebben. Maar wie intelligent, doelgericht en ambitieus zijn, zullen vast en zeker de soort mensen worden, van wie onze hemelse Vader afhankelijk is om zijn koninkrijk verder op te bouwen.

Aan het eind van mijn zending werd het wereldkampioenschap golf gespeeld op de Koninklijke Golfclub in Melbourne, en daar kregen amateurgolfers voorafgaand aan het echte toernooi de gelegenheid om met een prof wat oefenrondes te spelen. Op de allerlaatste dag van mijn zending kreeg ik de kans om aan een oefenronde deel te nemen; ik zal jullie niet vervelen met de bijzonderheden van hoe dat zo kwam. Toen het mijn beurt was om uit de hoed een naam van een prof te trekken waarmee ik zou spelen, trok ik de naam van Arnold Palmer. Weten jullie nog wat ik gezegd heb over in de zenuwen zitten over een toespraak in de algemene conferentie! Dat was niets vergeleken met wat ik voelde toen ik ‘Arnold Palmer’ op mijn strookje zag staan. Ik had, uiteraard, twee jaar lang geen golfstok in mijn handen gehad. Ik had het niet meer!

Ik herinner mij nagenoeg niets over de oefenronde, uitgezonderd dat ik slecht speelde. Bij het 17de hole sloegen we onze tee-slag. We verplaatsten ons een meter of zo, waarna ik mijn tweede slag deed, en kort daarna mijn derde slag, voordat we bij de bal van meneer Palmer waren. De jonge Australiër die fungeerde als caddy van meneer Palmer probeerde in een goed boekje bij hem te komen. Ik hoorde dat hij meneer Palmer vertelde dat het landschap links meeglooide met een meanderend beekje dat uit ons gezichtsveld was. Toen zei hij dat rechts van ons het gras heel lang was en dat het daar moeilijk was om een full swing te geven.

Meneer Palmer stak zijn stok heel precies in de tas en zei daarna rustig maar gedecideerd tegen de jonge caddy: ‘Wil je mij niet lastig vallen met wat er rechts is, en ik heb ook niet echt belangstelling voor wat er links is. De enige informatie die ik van je nodig heb, is de exacte afstand van deze bal naar de vlag op de green.’

Tjonge, dat was een hele goede les voor mij. Ik begreep plotseling dat het van groot belang is om je te concentreren op wat belangrijk is en je niet te laten afleiden door wat er links of misschien wel rechts van je is. Concentratie is van heel groot belang bij de verwezenlijking van doelen. Teveel mensen houden zich bezig met wat er rechts is en wat er links is, zodat het ons niet lukt om ons goed te concentreren op het hoofddoel dat rechtuit voor ons ligt. Als het ons niet lukt om ons op de juiste zaken te concenteren, wordt het moeilijk om de soort mannen en vrouwen te worden die we heel graag willen zijn. Denk eraan wat de Heer ons hieromtrent heeft beloofd: ‘Ik zal voor uw aangezicht uit gaan. Ik zal aan uw rechter- en aan uw linkerhand zijn, en mijn Geest zal in uw hart zijn, en mijn engelen zullen rondom u zijn om u te schragen’ (LV 84:88).

Ik bid dat we ons altijd zullen concentreren op de zaken die het belangrijkst zijn. Ik getuig dat we in dienst van de Heer zijn. We zijn gezegend omdat we door levende profeten worden geleid. Ik ben gezegend omdat ik onder leiding van vier profeten uit deze bedeling werkzaam ben geweest. Ik denk dat ik kan meepraten over profeten en ik getuig dat Thomas Spencer Monson in elke zin des woords een profeet van God is.

Ik weet dat we een liefdevolle Vader in de hemel hebben. Wij zijn zijn zoons en dochters. Ik ben dankbaar voor zijn eniggeboren Zoon, onze Heiland die voor onze zonden heeft geboet. Tot iedereen die zich verloren voelt, of die zonder hoop leeft, of van wie de vooruitgang door zonde gestagneerd is, getuig ik dat zijn verzoening staat en dat zijn barmhartigheid eeuwigdurend is. Ik weet dat Joseph Smith de profeet van de herstelling was.

Ik neem deze gelegenheid te baat om de zegen des hemels over jullie af te smeken. Voor deze zegen bid ik dat jullie openstaan en voornemens zijn om de soort mannen en vrouwen te zijn die onze Vader in de hemel graag ziet dat je wordt en dat doe ik met het gezag dat ik draag en in de heilige naam van Jezus Chrstus, onze Heiland en Verlosser. Amen.

NOTEN

1. Christian Weibell aan Diane Lefrandt, privécorrespondentie; na toestemming gebruikt.

2. Origineel van Robert Woodruff; zie Thomas S. Monson, De Ster, januari 1987, p. 49.

3. History of the Church, 4:540.

4. Jim Rohn, The Treasury of Quotes (2001), p. 40.

5. Lofzang 152.

 
© 2012 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy