The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Gospel Library Worldwide Leadership Training Meeting: Supporting the Family Elder David A. Bednar

Het huwelijk is onmisbaar voor zijn eeuwige plan

Ouderling David A. Bednar
van het Quorum der Twaalf Apostelen

OUDERLING DAVID A. BEDNARHet leerstellig huwelijksideaal

Het Eerste Presidium heeft ons dringend geadviseerd om veel tijd te steken in een harmonieus huwelijk en een hecht gezinsleven. Nooit heeft men in de wereld meer behoefte gehad aan een dergelijk advies dan nu, want de heiligheid van het huwelijk ligt onder vuur en het gezin wordt als onbeduidend voorgesteld.

Hoewel de kerkelijke programma’s doorgaans veel steun bieden aan huwelijk en gezin, mogen we de volgende fundamentele waarheid nooit vergeten: geen middel of organisatie kan de plaats innemen van het gezin of invulling geven aan de essentiële functies van het gezin.1 Vandaar dat ik mij vandaag minder tot u richt als leidinggevenden in priesterschap of hulporganisaties, dan wel als mannen en vrouwen, echtgenoten en echtgenotes, vaders en moeders. Mij is gevraagd om dieper in te gaan op de wezenlijke rol van het eeuwig huwelijk in het geluksplan van onze hemelse Vader.

We zullen ons richten op het leerstellige huwelijksideaal. Ik hoop dat dit overzicht van onze eeuwige mogelijkheden en het waarom van het sterfelijke leven ons allen richting, troost en hoop kan bieden, ongeacht onze huwelijkse staat of persoonlijke omstandigheden. De kloof tussen het leerstellige huwelijksideaal en de feitelijke situatie kan zo nu en dan levensgroot lijken, maar gaandeweg wordt u er beter in en waarschijnlijk bent u stukken beter dan u denkt.

Ik verzoek u de volgende vragen in gedachte te houden bij onze bespreking van beginselen die te maken hebben met het eeuwig huwelijk.

Vraag 1: Doe ik mijn best om een betere echtgenoot of echtgenote te worden, of bereid ik mij voor op een goed huwelijk, door deze basisbeginselen te begrijpen en toe te passen?

Vraag 2: Leer ik de anderen in de organisatie waaraan ik leiding geef deze basisbeginselen zodat ze die begrijpen en weten toe te passen in hun huwelijk en gezin?

Ik getuig dat, als we onze eigen huwelijksrelatie en onze kerktaak met een gebed in ons hart in het licht van deze vragen bekijken, de Geest des Heren ons verstand zal verlichten en ons zal aangeven wat we moeten doen en verbeteren (zie Johannes 14:26).

Waarom het huwelijk essentiëel is

In ‘Het gezin: een proclamatie aan de wereld’ verklaren het Eerste Presidium en de Raad der Twaalf Apostelen dat ‘het huwelijk tussen man en vrouw van Godswege is geboden en dat het gezin centraal staat in het plan van de Schepper voor de eeuwige bestemming van zijn kinderen.2 Deze sleutelzin uit de proclamatie wijst op het groot leerstellig belang van het huwelijk en legt nadruk op de voorname plaats van het huwelijk en het gezin in het plan van de Vader. Het eerbare huwelijk is een gebod en een essentiële stap in het ontstaan van een liefdevol gezin dat over het graf heen kan blijven bestaan.

Er zijn twee dwingende leerstellige redenen waarom het eeuwige huwelijk van essentieel belang is voor het plan van onze hemelse Vader.

Reden 1: In wezen zijn de mannelijke en de vrouwelijke geest zodanig dat ze elkaar vervolledigen en vervolmaken; daarom is het de bedoeling dat man en vrouw samen hun verhoging bewerkstelligen.

Het eeuwige karakter en belang van het huwelijk kan eigenlijk alleen maar volledig worden begrepen binnen de context van het plan van de Vader voor zijn kinderen. ‘Ieder mens — man en vrouw — is geschapen naar het beeld van God. Iedereen is een geliefde geestzoon of -dochter van hemelse Ouders, en (…) is in wezen goddelijk en heeft een hemelse bestemming.’3 Het grote geluksplan biedt de geestzoons en -dochters van Vader in de hemel de kans om op aarde een lichaam te krijgen, ervaring op te doen en hun weg naar volmaking te vervolgen.

‘Het geslacht is een essentieel kenmerk van iemands voorsterfelijke, sterfelijke en eeuwige identiteit en bestemming’4 en bepaalt in hoge mate wie we zijn, waarom we op aarde zijn en wat we moeten doen en worden. Om goddelijke redenen zijn mannelijke en vrouwelijke geesten verschillend, onderscheiden en elkaar aanvullend.

Na de schepping van de aarde werd Adam in de hof van Eden geplaatst. God zei evenwel dat het ‘niet goed was dat de mens alleen zou zijn’ (Genesis 2:18; Mozes 3:18), en Eva werd Adams metgezellin en hulpe. De unieke combinatie van geestelijke, fysieke, mentale en emotionele capaciteiten van zowel man als vrouw waren noodzakelijk om het geluksplan te verwezenlijken. Alleen kan de man noch de vrouw aan de doeleinden van zijn of haar schepping voldoen.

In het goddelijke plan ligt besloten dat de man en de vrouw samen naar hun volmaakte en volle heerlijkheid toewerken. Daar zij zowel in constitutie als in aanleg onderling verschillen, brengen man en vrouw beide unieke gezichtspunten en ervaringen mee in de huwelijksrelatie. Hun unieke, maar gelijkwaardige bijdragen creëren een verbondenheid en eenheid die op geen enkele andere wijze tot stand kan komen. De man vervolledigt en vervolmaakt de vrouw, en de vrouw vervolledigt en vervolmaakt de man, omdat zij van elkaar leren en elkaar sterken en tot zegen zijn. ‘In de Here is evenmin de vrouw zonder man iets, als de man zonder vrouw’ (1 Korintiërs 11:11; cursivering toegevoegd).

Reden 2: In het goddelijk plan zijn zowel de man als de vrouw nodig om kinderen op de wereld te zetten en die te voorzien van de best mogelijke opvoeding.

Het gebod om zich te vermenigvuldigen en de aarde met kinderen te vervullen, vanouds door God aan Adam en Eva gegeven, is nog steeds van kracht. ‘God [heeft] geboden dat het heilige voortplantingsvermogen alleen gebruikt mag worden tussen een man en een vrouw die wettig met elkaar gehuwd zijn. (…) De manier waarop het sterfelijk leven tot stand komt [is] door God voorgeschreven.’5 Het huwelijk tussen man en vrouw is dus het voorgeschreven instituut waardoor de voorsterfelijke geesten hun intrede in het sterfelijke leven doen. Volledige seksuele onthouding vóór het huwelijk en volledige trouw binnen het huwelijk beschermen de heiligheid van dit instituut.

Het gezin van een liefdevolle en loyale man en vrouw vormt de ideale plek om kinderen in liefde en oprechtheid op te voeden en in hun geestelijke en stoffelijke noden te voorzien. De unieke kenmerken van man en vrouw liggen niet alleen ten grondslag aan een volwaardige huwelijksrelatie, ze zijn ook onmisbaar bij de opvoeding en verzorging van kinderen. ‘Kinderen hebben er recht op om binnen het huwelijk te worden geboren, en te worden opgevoed door een vader en een moeder die de huwelijksgelofte met volledig trouw eren.’6

Leidende beginselen

De twee leerstellige redenen die we hebben besproken over het belang van het eeuwig huwelijk in het geluksplan van de Vader verwijzen naar belangrijke beginselen die als leidraad dienen voor wie zich voorbereiden op een huwelijk, voor wie al gehuwd zijn, en voor wie in de kerk een roeping vervullen.

Beginsel 1: Het belang van het huwelijk kan alleen worden begrepen binnen de context van het geluksplan van de Vader.

We spreken vaak over het huwelijk in termen van de hoeksteen van de samenleving, de basis van een sterke natie, en een belangrijk sociologisch en cultureel instituut. Maar uit het herstelde evangelie leren we dat het zoveel meer is!

Brengen we misschien het huwelijk ter sprake zonder te wijzen op de voorname plaats die het inneemt in het plan van de Vader? Als we de eenvoudige en fundamentele leer van het geluksplan buiten beschouwing laten, kan het huwelijk in deze wereld, die hand over hand in verwarring en zonde toeneemt, niet voldoende zin, bescherming of hoop bieden. Laten we niet vergeten dat Alma lang geleden heeft verklaard, dat ‘God [de mensenkinderen] geboden [gaf] na hun het verlossingsplan te hebben bekendgemaakt’ (zie Alma 12:32, cursivering toegevoegd).

Ouderling Parley P. Pratt heeft prachtig onder woorden gebracht welke zegeningen ons toevloeien als we het leerstellige huwelijksideaal gaan begrijpen en nastreven:

‘Het was Joseph Smith die mij heeft geleerd hoe ik de vertederende banden tussen vader en moeder, man en vrouw, broer en zus, zoon en dochter op waarde moest schatten.

‘Van hem leerde ik dat mijn eigen geliefde vrouw voor tijd en alle eeuwigheid aan mij verbonden kon worden; en dat de hoogstaande gevoelens voor elkaar en onze wederzijdse liefde, voortkwamen uit een bron van goddelijke, eeuwige liefde. …

‘Ik had eerder liefgehad, maar ik wist niet waarom. Maar nu had ik lief — met een zuiverheid — een intensiteit van verheven gevoelens die mijn ziel boven de vergankelijke zaken van dit lage bestaan zullen verheffen en die als de oceaan zullen uitbreiden. (…) Kortom, ik kon nu liefhebben met de geest en met het juiste inzicht.

‘Want in die tijd had mijn geliefde broeder, Joseph Smith, (…) slechts een tipje van de sluier opgelicht en mij een korte blik in de eeuwigheid vergund.’7

Zien wij in, mannen en vrouwen, echtelieden, leidinggevenden in de kerk, dat het belang van het huwelijk alleen binnen de context van het geluksplan van de Vader kan worden begrepen? De leer van het plan zet mensen ertoe aan hun hoop te stellen op een eeuwig huwelijk en zich daarop voor te bereiden; en zij rekent af met de onzekerheden die voor sommigen reden zijn om een huwelijk uit te stellen of ervan af te zien. Een juist begrip van het plan sterkt ons ook in ons voornemen om het eeuwige huwelijksverbond te eren. We zullen zelf meer leren, beter onderwijzen en krachtiger getuigen, zowel thuis als in de kerk, wanneer wij deze waarheid overdenken en beter gaan begrijpen.

Beginsel 2: Satan wil graag dat alle mensen net zo ongelukkig worden als hijzelf.

Onophoudelijk bestookt en misvormt Lucifer de leerstellingen die voor onszelf, voor ons gezin en voor de wereld van het grootste belang zijn. En waar richt de vijand voornamelijk zijn diabolische aanvallen op? Satan doet er alles aan om verwarring over de geslachtsidentiteit te zaaien, om seks vóór en buiten het huwelijk te stimuleren, en het eerbare huwelijk tegen te werken juist omdat het huwelijk door God is ingesteld en het gezin centraal staat in het plan van geluk. De aanvallen van de vijand op het eeuwig huwelijk zullen almaar intenser, frequenter en geraffineerder worden.

Daar we heden ten dage in een oorlog verwikkeld zijn met het huwelijk en het gezin als inzet, heb ik toen ik laatst het Boek van Mormon las in het bijzonder aandacht geschonken aan de wijze waarop de Nephieten zich voorbereidden op hun veldslagen tegen de Lamanieten. Het viel mij op dat de Nephieten ‘zich bewust [waren] van het voornemen van hun vijanden en zich daarom voorbereidden om hen tegemoet te trekken’ (zie Alma 2:12–13). Ik leerde dankzij mijn schriftstudie dat je bewust te zijn van het voornemen van de vijand een eerste vereiste is om je goed te kunnen voorbereiden. Ook wij dienen ons in deze eindtijdoorlog bewust te zijn van het voornemen van onze vijand.

Vader heeft zijn plan ontwikkeld om zijn kinderen leiding te geven, hun geluk zoveel mogelijk te bevorderen en ze veilig naar hun hemels huis te loodsen. Lucifer valt het plan aan omdat hij verwarring en onheil wil stichten onder de zoons en dochters van God en hun eeuwige vooruitgang wil tegenhouden. De achterliggende bedoeling van deze aartsleugenaar is iedereen net zo ongelukkig te maken als hijzelf is (zie 2 Nephi 2:27), en hij wil datgene wat hij het meeste haat aan het plan van de Vader scheeftrekken. Satan heeft geen lichaam, hij kan niet trouwen, en hij zal nooit een gezin hebben. Onophoudelijk probeert hij de bedoelingen van God met geslachtsidentiteit, huwelijk en gezin in nevelen te hullen. Overal ter wereld zien we dat dit Satan steeds vaker lukt.

Onlangs heeft de duivel in de Verenigde Staten geprobeerd om het verkeerde beeld dat is ontstaan over geslachtsidentiteit en huwelijk uit te buiten en bij wet vast te leggen. Wanneer we over dit leven de eeuwigheid inkijken, wordt het al snel duidelijk dat de valse alternatieven die de duivel aanbiedt nooit zullen leiden tot de volkomenheid die mogelijk wordt gemaakt door de verzegeling van een man en een vrouw, tot het geluk van een eerbaar huwelijk, tot de vreugde van nakomelingen, of tot de zegen van eeuwige vooruitgang.

In het licht van de bedoelingen van onze vijand, dienen wij ons in het bijzonder toe te leggen op en ons open te stellen voor de inspiratie waarmee we ons eigen huwelijk kunnen beschermen die ons vertelt hoe we in ons gezin en in ons kerkwerk de beginselen kunnen leren en overbrengen die verband houden met het eeuwige belang van de geslachtsidentiteit en de rol van het huwelijk in Vaders plan.

Beginsel 3: De hoogste zegeningen van liefde en geluk komen binnen ons bereik door het eeuwig huwelijksverbond.

Het focuspunt in een verbondshuwelijk is de Heer Jezus Christus. U ziet dat Jezus zich bij de bovenste hoek van deze driehoek bevindt en aan de basis een vrouw bij de ene hoek en een man bij de andere hoek. Kijk nu eens wat er gebeurt in de relatie tussen de man en de vrouw naarmate ze ieder gestadig ‘tot Christus komen’ en eraan werken om in Hem vervolmaakt te worden (zie Moroni 10:32). In en door de Verlosser komen de man en de vrouw dichter tot elkaar.

Bij de man en vrouw die beiden tot de Heer worden getrokken (zie 3 Nephi 27:14), die elkaar leren dienen en liefhebben, die zich zij aan zij door het leven slaan, naar elkaar toegroeien en één worden — gezegend doordat zij beiden het unieke in zich ten goede laten komen aan de relatie — ontluikt het besef welke vervulling onze hemelse Vader voor zijn kinderen in gedachte heeft. Men legt de hand op het hoogste geluk, het ware doel van Vaders plan, wanneer men het eeuwig huwelijksverbond aangaat en naleeft.

Een van de belangrijkste taken van elke man en elke vrouw, elk echtpaar en elke leidinggevende in de kerk is de jongeren een goed voorbeeld te geven van een eerbaar huwelijk en hoe zij zich daarop kunnen voorbereiden. Wanneer de jongeren in de kerk huwelijken gadeslaan waarin woorden als deugd, loyaliteit, opofferingszin en verbondsrelatie geen loze kreten zijn, zullen ze diezelfde beginselen in hun eigen hofmakerij en huwelijk willen navolgen. Jongeren die merken dat bij ons het gerief en het welzijn van onze eeuwige partner de hoogste prioriteit heeft, zullen minder aan zichzelf gaan denken, onbaatzuchtiger en hulpvaardiger worden, en zelf een gelijkwaardige en stabiele relatie willen opbouwen. Jongeren die wederzijds respect, genegenheid, zorg en liefde tussen een man en een vrouw zien, zullen zich dezelfde eigenschappen willen eigen maken. Onze kinderen en de jongeren van de kerk leren het meest van wat we doen en wat we zijn — ook al zullen ze zich maar weinig herinneren van wat we zeggen.

Helaas schrikken veel jonge leden van de kerk terug voor een eeuwig huwelijk, omdat ze in de wereld te veel echtscheidingen zien en bij hun thuis en in de kerk geschonden verbonden.

Een eeuwig huwelijk is geen voorlopige overeenkomst die op enig tijdstip om nagenoeg elke reden kan worden ontbonden. Het is veeleer een heilig verbond met God dat man en vrouw in dit leven en in de eeuwigheid bindt. Trouw en verbondenheid moeten meer zijn dan woorden die goed in het gehoor liggen; we moeten ze in ons huwelijk tot leidende beginselen hebben verheven.

Zijn er, gegeven onze voorbeeldfunctie, zaken waar u en ik ons in kunnen verbeteren? Voelen we dat de Heilige Geest ons inspireert en mild stemt, ons aanmoedigt om meer ons best te doen? Leidinggevenden in priesterschap en hulporganisaties, creëren wij een kerkcultuur waarin huwelijk en gezin kunnen gedijen?

Echtparen moeten de tijd krijgen om zichzelf en hun gezin te wapenen tegen de aanvallen van de vijand. Willen we zo graag onze kerkroeping grootmaken dat we het echtparen en ouders onbedoeld moeilijk maken om hun heilige gezinstaken te vervullen? Beleggen we bijvoorbeeld, zonder dat dat nodig is, soms vergaderingen en activiteiten op tijden dat ze de wezenlijke relatie tussen man en vrouw, en tussen ouders en kinderen, in de weg staan?

Deze vragen verdienen onze serieuze overweging, omdat de Geest ons zal laten weten, en misschien doet Hij dat nu al, wat we thuis en in de kerk moeten verbeteren.

Noodzakelijke geestelijke bronnen

Van ons wordt gevergd dat we de leer gaan begrijpen die samenhangt met het plan, dat we werken aan een voorbeeldig huwelijk, en dat we in het gezin en de kerk in de juiste beginselen onderwijzen. Wellicht vraagt u zich af hoe u dat allemaal gaat klaarspelen. Wij zijn gewone mensen die een buitengewone taak hebben te verrichten.

Lang geleden staken mijn vrouw en ik niet alleen veel tijd in ons jonge, drukke gezinnetje, maar ook in onze kerktaken, carrière en sociale leven. Op zekere avond, toen de kinderen op bed lagen, bespraken we uitgebreid hoe we het ervan afbrachten op die terreinen. We beseften dat we in het hiernamaals de beloofde zegeningen niet zouden krijgen als we het verbond dat we hier hadden gesloten niet meer in ere hielden. Samen besloten we onze relatie meer aandacht te geven. Die les van zo lang geleden bracht een enorme kentering in ons huwelijk teweeg.

Het eeuwig perspectief dat de aangename en eenvoudige leer van het geluksplan ons biedt, maakt duidelijk hoe belangrijk het eeuwig huwelijk is. Ons staan alle noodzakelijke geestelijke bronnen ter beschikking. We beschikken over de volle leer van Jezus Christus. We kunnen bogen op de Heilige Geest en op openbaring. Wij bezitten de heilsverordeningen, verbonden en tempels. Wij hebben het priesterschap en de profeten in ons midden. Wij hebben de beschikking over de heilige Schrift en de kracht van het woord Gods. En wij hebben De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen.

Ik getuig tot u dat we toegang hebben tot alle geestelijke bronnen nodig om ons in het huwelijk te verdiepen, het te bepleiten, hechter te maken en te verdedigen, en dat het gezin — man, vrouw en kinderen — wel degelijk gezamenlijk eeuwig geluk wacht. In de heilige naam van Jezus Christus. Amen.

Noten

1. Zie Brief van het Eerste Presidium, 11 februari 1999; Liahona, december 1999, p. 1.

2. ‘Het gezin: een proclamatie aan de wereld,’ Liahona, oktober 2004, p. 49.

3. Liahona, oktober 2004, p. 49.

4. Liahona, oktober 2004, p. 49.

5. Liahona, oktober 2004, p. 49.

6. Liahona, oktober 2004, p. 49.

7. Autobiography of Parley P. Pratt, red. Parley P. Pratt jr. (1938), pp. 297–298.

 
© 2009 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy