AFDELING 110
1–10: de Heer Jehova verschijnt in heerlijkheid en aanvaardt de Kirtlandtempel als zijn huis; 11–12: zowel Mozes als Elias verschijnen; zij dragen hun sleutels en bedelingen over; 13–16: Elia keert terug en draagt de sleutels van zijn bedeling over zoals Maleachi had beloofd.
1 DE asluier werd van ons verstand weggenomen en de bogen van ons begrip werden geopend.
2 Wij zagen de Heer op de balustrade van het spreekgestoelte staan, vóór ons; en onder zijn voeten bevond zich een plaveisel van zuiver goud, dat amberkleurig was.
3 Zijn aogen waren als een vurige vlam; het haar op zijn hoofd was zo wit als zuivere sneeuw; zijn bgelaat straalde nog helderder dan de zon; en zijn cstem was als het bruisen van geweldige wateren, ja, de stem van dJehova, zeggende:
4 Ik ben de aeerste en de laatste; Ik ben het die bleeft, Ik ben het die werd gedood; Ik ben uw cvoorspraak bij de Vader.
5 Zie, uw zonden zijn u avergeven; u bent rein voor mijn aangezicht; daarom, heft uw hoofd op en verheugt u.
6 Laat het hart van uw broeders zich verheugen, en laat het hart van mijn gehele volk, dat met zijn kracht dit huis voor mijn naam heeft agebouwd, zich verheugen.
7 Want ziet, Ik heb dit ahuisbaanvaard en hier zal mijn naam zijn; en in dit huis zal Ik Mij in genade aan mijn volk bekendmaken.
8 Ja, Ik zal aan mijn dienstknechten averschijnen en met mijn eigen stem tot hen spreken, indien mijn volk mijn geboden onderhoudt en dit bheilig huis niet cbezoedelt.
9 Ja, het hart van duizenden en tienduizenden zal zich grotelijks verheugen ten gevolge van de azegeningen die zullen worden uitgestort, en de bbegiftiging waarmee mijn dienstknechten in dit huis begiftigd zijn.
10 En de roem van dit huis zal zich verbreiden naar vreemde landen; en dit is het begin van de zegening die op het hoofd van mijn volk zal worden auitgestort. Ja, amen.
11 Toen dit avisioen zich had gesloten, werden de hemelen opnieuw voor ons geopend; en bMozes verscheen voor ons en droeg de csleutels aan ons over van de dvergadering van Israël uit de vier delen der aarde en het leiden van de tien stammen uit het enoorderland.
12 Daarna verscheen aElias, die de bbedeling van het cevangelie van Abraham overdroeg, zeggende dat in ons en in onze nakomelingen alle geslachten na ons gezegend zouden zijn.
13 Toen dit visioen zich had gesloten, werden wij overweldigd door nog een groot en heerlijk visioen; want de profeet aElia, die naar de hemel was bopgenomen zonder de dood te smaken, stond voor ons, en zeide:
14 Zie, de tijd is ten volle gekomen waarvan gesproken is door de mond van Maleachi — die getuigde dat hij [Elia] zou worden gezonden eer de grote en geduchte dag des Heren zou komen —
15 om het hart der vaderen tot de kinderen aterug te voeren, en de kinderen tot de vaderen, opdat de gehele aarde niet met een banvloek zou worden getroffen.
16 Daarom worden de sleutels van deze bedeling in uw handen overgedragen; en hierdoor kunt gij weten dat de grote en geduchte adag des Heren nabij is, ja, voor de deur staat.

