1. A
  2. B
  3. C
  4. D
  5. E
  6. F
  7. G
  8. H
  9. I
  10. J
  11. K
  12. L
  13. M
  14. N
  15. O
  16. P
  17. Q
  18. R
  19. S
  20. T
  21. U
  22. V
  23. W
  24. Y
  25. Z

Maagd

Een man of vrouw van huwbare leeftijd die nog geen geslachtsgemeenschap heeft gehad. In de Schriften kan het woord maagd een symbool zijn voor iemand die zedelijk rein is (Op. 14:4).

De maagd zal zwanger worden en een zoon baren, Jes. 7:14 (Matt. 1:23; 2 Ne. 17:14). Het koninkrijk der hemelen zal vergeleken worden met tien maagden, Matt. 25:1–13. In de stad Nazaret zag ik een maagd die de moeder van Gods Zoon was, 1 Ne. 11:13–18. Maria was een maagd, een kostbaar en uitverkoren vat, Alma 7:10.