Rust voor uw ziel

Per G. Malm

Of the Second Quorum of the Seventy


Om rust voor onze ziel te vinden, hebben we vrede in ons verstand en ons hart nodig, die voortkomt uit het bestuderen en naleven van de leer van Christus.
 

Door het centrum van Göteborg (Zweden) loopt een brede boulevard met aan beide zijden prachtige bomen. Op een dag zag ik een gat in de stam van een van die enorme bomen. Ik keek nieuwsgierig naar binnen en zag dat de boom helemaal hol was. Wel hol, maar niet leeg! Hij zat vol met allerlei afval.

Ik was verbaasd dat de boom nog overeind stond. Toen ik naar boven keek, zag ik dat er een dikke stalen band om het bovenste deel van de stam zat. Aan de band zaten enkele stalen kabels vast die aan nabijgelegen gebouwen verankerd waren. Van een afstand leek hij op de andere bomen. Maar als je naar binnen keek, kon je zien dat hij hol van binnen was en dat hij geen stevige stam had. Vele jaren eerder was er een proces begonnen waardoor de stam steeds een beetje zwakker werd. Dat is niet van de ene op de andere dag gebeurd. Maar net als een jong boompje langzaam uitgroeit tot een stevige boom, kunnen wij, in tegenstelling tot die holle boom, stap voor stap groeien in ons vermogen om sterker en van binnenuit vervuld te worden.

Door de genezende verzoening van Jezus Christus kunnen we de kracht krijgen om pal te staan en onze ziel te vullen met licht, kennis, vreugde en liefde. Zijn uitnodiging is tot allen ‘om tot Hem te komen en deel te hebben aan zijn goedheid; en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt’ (2 Nephi 26:33). Zijn belofte is:

‘Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven;

‘neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen’ (Matteüs 11:28–29).

Over deze rust heeft president Joseph F. Smith gezegd: ‘Volgens mij betekent het: ingaan in de kennis en liefde van God, met geloof in zijn doeleinden en plan, met zoveel geloof dat wij weten dat we gelijk hebben en dat we niets anders najagen, dat we niet door allerlei wind van leer heen en weer geslingerd worden, of door het valse spel der mensen, in hun sluwheid, die tot dwaling verleidt. Wij weten dat de leer van God afkomstig is, en we stellen er geen vragen over aan allerlei mensen; zij mogen hun eigen mening hebben, hun eigen denkbeelden en grillen. Degene die zo’n mate van geloof in God heeft bereikt dat alle twijfel en vrees van hem zijn afgeworpen, is ingegaan in “Gods rust”’ (Leringen van kerkpresidenten: Joseph F. Smith [1998], p. 56).

Om rust voor onze ziel te vinden, hebben we vrede in ons verstand en ons hart nodig, die voortkomt uit het bestuderen en naleven van de leer van Christus, en uit het dienen en helpen van andere mensen, als verlengstuk van de uitgestrekte handen van Christus. Als we geloof in Jezus Christus hebben en zijn leringen navolgen, krijgen we hoop. En die hoop wordt een stevig anker voor onze ziel. Wij kunnen standvastig en onwrikbaar worden. We kunnen eeuwige gemoedsrust hebben en de rust van de Heer ingaan. Alleen als we ons van licht en waarheid afkeren, zullen we net als die boom een hol gevoel van leegte in het binnenste van onze ziel ervaren. En misschien proberen we die leegte zelfs te vullen met dingen die geen eeuwige waarde hebben.

In het licht van ons leven als geestkinderen voordat we op aarde kwamen en ons onsterfelijke leven in het hiernamaals, is dit aardse leven maar een kort moment.

Het is echter een proeftijd, maar ook een periode van mogelijkheden. Maar dan moeten we wel gehoor geven aan de oproep om de dagen van onze proeftijd niet te verspillen (zie 2 Nephi 9:27). De gedachten die ons bezighouden, de gevoelens die we in ons hart koesteren en de daden die we verrichten, hebben allemaal een bepalende invloed op ons leven, hier en in het hiernamaals.

Het is een nuttige gewoonte om onze visie dagelijks op een hoger plan te brengen zodat we een eeuwig perspectief behouden bij alles wat we doen, vooral als we de neiging hebben om uit te stellen wat we ‘vandaag’ moeten doen in afwachting van ‘morgen’.

Gaandeweg worden we bij onze keuzen geholpen door de invloed van de Geest. Maar als ons gedrag niet in overeenstemming is met het licht en de kennis die we hebben ontvangen, zullen we een slecht geweten hebben, en dat is geen prettig gevoel. Maar een slecht geweten is ook een zegen omdat we er dan onmiddellijk aan herinnerd worden dat het tijd is om ons te bekeren. Als we nederig zijn en een verlangen hebben om het goede te doen, willen we graag direct onze levenswijze veranderen. Maar mensen die hoogmoedig zijn en ‘zichzelf tot wet’ (LV 88:35) verheffen, geven Satan de kans om hen te leiden ‘met een vlassen koord om hun hals, totdat hij hen met zijn sterke koorden voor eeuwig bindt’ (2 Nephi 26:22), tenzij ze de geest van bekering in hun hart krijgen. Als we kwade invloeden volgen, kunnen we nooit een vredig gevoel hebben, want vrede is eenvoudigweg een gave van God die alleen door middel van de Geest van God wordt verkregen. ‘Goddeloosheid heeft nooit geluk betekend’ (Alma 41:10).

In ons dagelijks leven zijn het vaak de kleine en eenvoudige dingen die een blijvende invloed hebben (zie Alma 37:6–7). Wat we zeggen, hoe we handelen en hoe we reageren, beïnvloedt niet alleen onszelf maar ook de mensen om ons heen. We kunnen opbouwen of afbreken. Een eenvoudig en positief voorbeeld is een verhaal dat over mijn grootmoeder wordt verteld. Ze vroeg een van haar jonge kinderen eens om een doos eieren te halen. Het kind liep waarschijnlijk vrolijk over straat naar huis, maar de meeste eieren waren gebroken toen het thuiskwam. Een kennis die op bezoek was, zei tegen mijn grootmoeder dat ze het kind maar flink moest straffen. Maar mijn grootmoeder zei rustig en verstandig: ‘Nee, daar worden de eieren niet heel van. We gebruiken gewoon wat we kunnen en maken wel wat pannenkoeken waar we samen van genieten.’

Als we verstandig en geïnspireerd met de kleine, eenvoudige en dagelijkse dingen leren omgaan, is het resultaat een positieve invloed die de harmonie in onze ziel intensiveert en de mensen om ons heen opbouwt en versterkt. Want alles wat ons uitnodigt om goed te doen, ‘wordt door de macht en gave van Christus uitgezonden; daarom [kunnen wij] met volmaakte kennis weten dat het van God is’ (Moroni 7:16).

De holle boom waar ik u over vertelde, staat er nu niet meer. Enkele jongeren hebben vuurwerk in de holte gegooid, waardoor de boom in brand is gevlogen. Hij kon niet meer gered worden en moest worden gekapt. We moeten oppassen voor dingen die ons van binnenuit vernietigen, groot of klein! Ze kunnen een explosieve uitwerking tot gevolg hebben en de geestelijke dood veroorzaken.

Laten we ons richten op dingen die ons blijvende vrede in ons verstand en ons hart geven. Dan zal ons ‘vertrouwen in de tegenwoordigheid van God sterk worden’ (LV 121:45). De belofte om de rust van de Heer in te gaan, om de gave van vrede te ontvangen, is veel meer dan tijdelijke, wereldlijke voldoening. Zij is een hemelse gave: ‘Vrede laat Ik u, mijn vrede geef Ik u; niet gelijk de wereld die geeft, geef Ik hem u. Uw hart worde niet ontroerd of versaagd’ (Johannes 14:27). Hij heeft de macht om de ziel te genezen en te versterken. Hij is Jezus Christus, en van Hem getuig ik in de naam van Jezus Christus. Amen.