De drie aspecten van keuzes

President of the Church


Ieder van ons is naar deze aarde gekomen met alle middelen die we nodig hebben om het goede te kiezen.
 

Mijn geliefde broeders van de priesterschap, vanavond bid ik dat ik hulp van onze hemelse Vader mag krijgen om uiting te geven aan wat ik voel dat ik u moet vertellen.

Ik heb de laatste tijd nagedacht over keuzes en hun gevolgen. Er gaat nauwelijks een uur van de dag voorbij of we moeten iets kiezen. Sommige keuzes stellen niet veel voor, andere zijn verstrekkender. Sommige zullen voor de eeuwigheid niet veel uitmaken, maar andere zullen alle verschil uitmaken.

Bij het overdenken van de verschillende keuzeaspecten, heb ik ze in drie categorieën ingedeeld: ten eerste het recht op keuzes; ten tweede de verantwoordelijkheid voor keuzes; en ten derde de gevolgen van keuzes. Ik noem ze de drie aspecten van keuzes.

Allereerst het recht op keuzes. Ik ben onze liefhebbende hemelse Vader zo dankbaar voor zijn gave van keuzevrijheid, ofwel het recht om te kiezen. President David O. McKay, de negende president van de kerk, heeft gezegd: ‘Na de gave van het leven op zich, is het recht om richting te geven aan dat leven Gods grootste geschenk aan de mens.’ 1

Wij weten dat we onze keuzevrijheid al hadden vóórdat deze wereld er was, en dat Lucifer probeerde ons die af te nemen. Hij had geen vertrouwen in het beginsel van keuzevrijheid, of in ons, en pleitte daarom voor een opgelegd heil. Hij hield vol dat er met zijn plan niemand verloren zou gaan, maar hij leek niet in te zien — of er misschien niet om te geven — dat daarnaast ook niemand wijzer, sterker, mededogender of dankbaarder zou worden als we zijn plan zouden volgen.

Wij die voor het plan van de Heiland kozen, wisten dat we ons op een gevaarlijke en moeilijke reis zouden begeven, want wij bewandelen de wegen van de wereld, we zondigen en struikelen, en snijden onszelf daarmee af van onze Vader. Maar de Eerstgeborene in de Geest bood Zichzelf aan als offerande om verzoening te brengen voor de zonden van alle mensen. Door onuitsprekelijk lijden werd Hij de grote Verlosser, de Heiland van de hele mensheid, waarmee Hij onze geslaagde terugkeer naar onze Vader mogelijk maakte.

De profeet Lehi zegt: ‘Daarom zijn de mensen vrij naar het vlees; en worden hun alle dingen gegeven die voor de mens noodzakelijk zijn. En zij zijn vrij om vrijheid en eeuwig leven te kiezen door de grote Middelaar van alle mensen, of om gevangenschap en dood te kiezen, naar de gevangenschap en macht van de duivel; want hij streeft ernaar dat alle mensen ongelukkig zullen zijn, net als hijzelf.’ 2

Broeders, in wat voor omstandigheden we ons ook bevinden, we hebben altijd het recht om te kiezen.

En bij dat recht op keuzes hoort ook de verantwoordelijkheid voor keuzes. Wij kunnen niet neutraal zijn; er is geen middenweg. De Heer weet dat. Lucifer weet dat. Zo lang wij op deze aarde leven, geven Lucifer en zijn legers nooit de hoop op dat ze onze ziel kunnen opeisen.

Onze hemelse Vader heeft ons niet op onze eeuwige reis gestuurd zonder de middelen te verschaffen waardoor wij goddelijke leiding van Hem kunnen ontvangen voor onze veilige terugkeer aan het eind van het sterfelijk leven. Ik heb het over het gebed. Ik heb het ook over de influisteringen van die stille, zachte stem die ieder van ons in zijn binnenste heeft. En ik zie de heilige Schriften niet over het hoofd, geschreven door zeevaarders die met succes de zeeën hebben bevaren die ook wij moeten oversteken.

Ieder van ons is naar deze aarde gekomen met alle middelen die we nodig hebben om het goede te kiezen. De profeet Mormon zegt: ‘De Geest van Christus wordt aan ieder mens gegeven, opdat hij goed van kwaad zal kunnen onderscheiden.’ 3

Wij zijn omringd door — en worden soms gebombardeerd met — de boodschappen van de tegenstander. Luister maar eens naar enkele daarvan; ze zullen u ongetwijfeld bekend voorkomen: ‘Voor deze ene keer hindert het niet.’ ‘Maak je geen zorgen, niemand komt erachter.’ ‘Je kunt ophouden met roken, drinken of drugs wanneer je maar wilt.’ ‘Iedereen doet het, dus zo slecht kan het niet zijn.’ Er komt geen eind aan de leugens.

Hoewel wij op onze reis splitsingen en bochten tegenkomen, kunnen we ons gewoon niet de luxe veroorloven om een omleiding te volgen waarvan we misschien nooit terugkeren. Lucifer speelt als een soort rattenvanger van Hamelen zijn verleidelijke melodie en leidt nietsvermoedende mensen weg van het veilige pad dat ze hadden gekozen, weg van de raad van liefhebbende ouders, weg van de veiligheid van Gods leringen. Hij richt zich niet alleen op het zogeheten uitschot van de mensheid, maar hij richt zich op ons allemaal, inclusief de uitverkorenen van God. Koning David luisterde, wankelde, volgde hem en viel toen. Dat deed Kaïn in een eerder tijdperk al, en Judas Iskariot in een later tijdperk. Lucifers methodes zijn sluw, zijn slachtoffers talrijk.

We lezen in 2 Nephi over hem: ‘En anderen zal hij sussen en paaien tot vleselijke gerustheid.’ 4 ‘Anderen lokt hij met vleierij en vertelt hun dat de hel niet bestaat (…) totdat hij hen grijpt met zijn verschrikkelijke ketenen.’ 5 ‘En zo bedriegt de duivel hun ziel en voert hij hen bedachtzaam ter helle.’ 6

Als we voor belangrijke keuzes staan, hoe beslissen we dan? Geven we ons over aan de belofte van tijdelijk plezier? Aan onze drang en hartstocht? Aan de druk van anderen?

Laten we zorgen dat we niet zo besluiteloos zijn als Alice in het klassieke verhaal van Lewis Carroll, Alice’s Adventures in Wonderland. U zult zich herinneren dat ze bij een kruising komt waar twee paden voor haar liggen. Elk strekt zich voor haar uit, maar in tegenovergestelde richting. Ze ontmoet de Cyperse kat, en Alice vraagt hem: ‘Welk pad zal ik volgen?’

De kat antwoordt: ‘Dat hangt ervan af waar je naartoe wilt. Als je niet weet waar je naartoe wilt, maakt het niet uit welk pad je neemt.’ 7

In tegenstelling tot Alice weten wij allemaal waar we naartoe willen en maakt het wél uit waar wij heengaan, want met de keuze van ons pad kiezen we ook onze bestemming.

We worden voortdurend geconfronteerd met keuzes. Om verstandige keuzes te doen, hebben we moed nodig — de moed om ‘nee’ te zeggen, de moed om ‘ja’ te zeggen. Beslissingen bepalen onze bestemming

Ik smeek u om hier en nu een besluit te nemen dat u niet af zult wijken van het pad dat naar ons doel leidt: het eeuwige leven bij onze Vader in de hemel. Op dat rechte en ware pad bevinden zich tussendoelen: een zending, een tempelhuwelijk, actief zijn in de kerk, schriftstudie, gebed, tempelwerk. Er zijn talloze goede doelen te bereiken op onze levensreis. We hebben toewijding nodig om ze te bereiken.

Tot slot, broeders, wil ik het hebben over de gevolgen van keuzes. Al onze keuzes hebben gevolgen. Sommige hebben weinig of niets te maken met ons eeuwig heil, terwijl andere daar alles mee te maken hebben.

Of u een groen of een blauw T-shirt draagt, maakt op de lange duur niets uit. Maar of u besluit een toets op uw computer in te drukken waardoor u porno ziet, kan alle verschil uitmaken. U hebt dan een stap naast het rechte, veilige pad gedaan. Als een vriend u onder druk zet om alcohol te drinken of drugs te proberen en u bezwijkt onder de druk, dan volgt u een omleiding waarvan u misschien niet terugkeert. Broeders, of we nu diakenen van twaalf zijn of volwassen hogepriesters, we zijn hier vatbaar voor. Mogen wij onze ogen, ons hart en onze vastberadenheid gericht houden op het doel dat eeuwig is en dat elke prijs waard is, welke offers we ook moeten brengen om het te bereiken.

Geen verleiding, geen druk, geen verlokking kan ons overwinnen, tenzij we dat toelaten. Als we de verkeerde keuze doen, hebben we dat alleen aan onszelf te wijten. President Brigham Young heeft deze waarheid eens op zichzelf betrokken. Hij zei: ‘Als broeder Brigham de verkeerde kant opgaat en het koninkrijk des hemelen niet in mag, heeft hij dat alleen aan broeder Brigham te wijten. Ik ben de enige in de hemel, op aarde of in de hel die ik daar de schuld van kan geven.’ Hij vervolgde: ‘Dit is in gelijke mate van toepassing op elke heilige der laatste dagen. Het eeuwig heil is een individuele kwestie.’ 8

De apostel Paulus heeft ons verzekerd: ‘Gij hebt geen bovenmenselijke verzoeking te doorstaan. En God is getrouw, die niet zal gedogen, dat gij boven vermogen verzocht wordt, want Hij zal met de verzoeking ook voor de uitkomst zorgen, zodat gij ertegen bestand zijt.’ 9

We hebben allemaal wel eens verkeerd gekozen. Als we die verkeerde keuzes niet al hebben goedgemaakt, dan verzeker ik u dat er een manier is om dat te doen. Die procedure heet bekering. Ik smeek u om uw vergissingen goed te maken. Onze Heiland is gestorven om u en mij die gezegende mogelijkheid te bieden. Hoewel het pad niet makkelijk begaanbaar is, is de belofte geldig: ‘Al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw.’ 10 ‘En Ik, de Heer, denk er niet meer aan.’ 11 Breng uw eeuwige leven niet in gevaar. Als u hebt gezondigd, dan geldt dat hoe eerder u aan de terugweg begint, hoe eerder u de zoete gemoedsrust en vreugde zult smaken die gepaard gaan met het wonder der vergeving.

Broeders, u hebt een edele afkomst. Het eeuwige leven in het koninkrijk van onze Vader is uw doel. Zo’n doel bereikt u niet in één heldhaftige poging, maar pas na levenslange rechtschapenheid, een opeenstapeling van verstandige keuzes en het aanhouden van een bestendige koers. Net als alles wat echt de moeite waard is, vergt de beloning van het eeuwige leven inzet.

De Schriften zijn hier duidelijk over:

‘Onderhoudt […] naarstig [wat] de Here, uw God, u geboden heeft; wijkt niet af, naar rechts noch naar links.

‘Heel de weg, die de Here, uw God, u geboden heeft, zult gij gaan.’ 12

Tot besluit wil ik u nog een voorbeeld geven van iemand die al vroeg in zijn leven besloot wat zijn doelen waren. Ik heb het over broeder Clayton M. Christensen, lid van de kerk en hoogleraar bedrijfskunde aan de economische faculteit van Harvard University.

Toen hij zestien was, besloot broeder Christensen onder meer dat hij niet op zondag zou sporten. Toen hij jaren later naar Oxford University in Engeland ging, was hij center in de basketbalploeg. De ploeg werd dat jaar niet verslagen en ging door naar het landelijke basketbaltoernooi.

Ze wonnen hun wedstrijden vrij makkelijk, tot ze de finale bereikten. Toen keek broeder Christensen naar het schema en zag hij tot zijn grote schrik dat de finale op zondag gespeeld zou worden. De ploeg en hij hadden zo veel moeite gedaan om dit te bereiken, en hij had een basisplaats als center. Hij ging met zijn dilemma naar zijn coach. Zijn coach had geen begrip voor zijn situatie en zei tegen broeder Christensen dat hij van hem verwachtte dat hij zou spelen.

Voorafgaand aan de finale werd er echter nog een halve finale gespeeld. Helaas ontwrichtte de tweede center zijn schouder, waardoor er nog meer druk op broeder Christensen werd uitgeoefend om mee te spelen in de finale. Hij ging naar zijn hotelkamer. Hij knielde neer. Hij vroeg zijn hemelse Vader of het in orde was om deze ene keer die wedstrijd op zondag te spelen. Hij zei dat hij nog vóór het einde van zijn gebed het antwoord kreeg: ‘Clayton, waarom vraag je Mij dat? Je weet wat het antwoord is.’

Hij ging naar zijn coach en zei dat het hem speet, maar dat hij niet mee zou spelen in de finale. Toen ging hij naar de zondagsbijeenkomsten in de plaatselijke wijk terwijl zijn ploeg zonder hem speelde. Hij bad heel hard dat ze zouden winnen. En ze wonnen.

Die bepalende, moeilijke beslissing nam hij meer dan dertig jaar geleden. Broeder Christensen heeft gezegd dat hij dit in de loop der tijd als een van de belangrijkste beslissingen is gaan beschouwen die hij ooit heeft genomen. Het zou zo makkelijk zijn geweest om te zeggen: ‘Weet je, over het algemeen is het heiligen van de sabbatdag een goed gebod, maar in mijn persoonlijke verzachtende omstandigheden is het prima om het voor één keer niet te doen.’ Maar, zegt hij, zijn hele leven bleek een oneindige opeenvolging van verzachtende omstandigheden te zijn. Als hij maar één keer die grens had overschreden, dan zou het bij de volgende veeleisende en kritieke situatie des te makkelijker zijn geweest om die grens nogmaals te overschrijden. De les die hij leerde, was dat het makkelijker is om je in honderd procent van de gevallen aan de geboden te houden dan 98 procent van de gevallen. 13

Geliefde broeders, mogen wij dankbaar zijn voor het recht op onze keuzes; mogen wij de verantwoordelijkheid voor onze keuzes aanvaarden; en mogen wij ons altijd bewust zijn van de gevolgen van onze keuzes. Als dragers van het priesterschap kunnen we eensgezind in aanmerking komen voor de leiding van onze hemelse Vader, als we zorgvuldig het goede kiezen. Wij doen het werk van de Heer Jezus Christus. Net als in tijden vanouds hebben wij gehoor gegeven aan zijn oproep. Wij zijn in zijn dienst. Wij zullen slagen in deze plechtige opdracht: ‘Wees rein, gij die de vaten des Heren draagt.’ 14 Dat dit zo mag zijn, is mijn ernstig en nederig gebed. In de naam van onze Meester, Jezus Christus. Amen.

Show References

  1.  

    1.  Leringen van kerkpresidenten: David O. McKay (2003), pp. 225–226.

  2.  

    2.  2 Nephi 2:27.

  3.  

    3.  Moroni 7:16.

  4.  

    4.  2 Nephi 28:21.

  5.  

    5.  2 Nephi 28:22.

  6.  

    6.  2 Nephi 28:21.

  7.  

    7. Aangepast uit Lewis Carroll, Alice’s Adventures in Wonderland (1898), p. 89.

  8.  

    8.  Leringen van kerkpresidenten: Brigham Young (1997), p. 294.

  9.  

    9.  1 Korintiërs 10:13.

  10.  

    10.  Jesaja 1:18.

  11.  

    11.  Leer en Verbonden 58:42.

  12.  

    12.  Deuteronomium 5:32–33.

  13.  

    13. Zie Clayton M. Christensen, ‘Decisions for Which I’ve Been Grateful’ (Brigham Young University–Idaho devotional, 8 juni 2004), www.byui.edu/presentations.

  14.  

    14.  Jesaja 52:11.