Een getuige

Henry B. Eyring

Eerste raadgever in het Eerste Presidium


Het Boek van Mormon is een hele goede toetssteen om te bepalen hoe we ervoor staan en hoe we ons kunnen verbeteren.

Ik ben dankbaar dat ik in de gelegenheid ben om op deze sabbat in de algemene conferentie van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen tot u te spreken. Ieder lid van de kerk heeft dezelfde heilige opdracht. We accepteerden die en beloofden ernaar te leven toen we ons lieten dopen. We leren uit de woorden van Alma, de grote profeet uit het Boek van Mormon, wat we God hebben beloofd te zullen doen: ‘Gewillig […] te treuren met hen die treuren; ja, en hen te vertroosten die vertroosting nodig hebben, en om te allen tijde en in alle dingen en op alle plaatsen waar gij u ook moogt bevinden, als getuige van God op te treden, zelfs tot de dood, opdat gij door God zult worden verlost en onder de deelgenoten der eerste opstanding zult worden gerekend, zodat gij het eeuwige leven zult hebben.’1

Dat is een nobele opdracht en een glorieuze belofte van God. Ik wil u vandaag moed inspreken. Net zoals het Boek van Mormon de opdracht voor ons verduidelijkt, richt het ons ook voorwaarts op het pad naar het eeuwige leven.

Ten eerste beloofden we liefdadig te worden. Ten tweede beloofden we een getuige van God te worden. En ten derde beloofden we te volharden. Het Boek van Mormon is een hele goede toetssteen om te bepalen hoe we ervoor staan en hoe we ons kunnen verbeteren.

Laten we beginnen met liefdadig worden. Ik herinner u aan een recente ervaring. Velen van u hebben deelgenomen aan een dag van dienstbetoon. Er zijn wereldwijd duizenden van die dagen geweest.

Een raad van medeheiligen bad om te weten te komen wat voor dienstbetoon er moest worden gepland. Ze vroegen God wie ze het beste konden dienen, wat voor dienstbetoon ze konden aanbieden, en wie er aan konden deelnemen. Misschien hebben ze zelfs gebeden om maar niet de schoppen en het drinkwater te vergeten. Bovenal baden ze dat ieder die diende en ieder die werd gediend de liefde Gods zou voelen.

Ik weet dat dergelijke gebeden in ten minste één wijk zijn verhoord. Er deden daar ruim honderdtwintig leden mee. In drie uur knapten zij de tuin op van een kerk in onze gemeenschap. Ze werkten hard en hadden er plezier in. De predikanten van de kerk uitten hun dank. Iedereen die meedeed, voelde op die dag een toename in eenheid en liefde. Sommigen zeiden zelfs dat ze zich blij voelden toen ze onkruid wiedden en struiken snoeiden.

Door een tekst uit het Boek van Mormon wisten zij waarom ze die vreugde voelden. Het was koning Benjamin die tot zijn volk zei: ‘[Leer] dat wanneer gij in dienst van uw medemensen zijt, gij louter in dienst van uw God zijt.’2 En het was Mormon die ons in het Boek van Mormon leerde: ‘De naastenliefde is de reine liefde van Christus en zij houdt eeuwig stand; en wie ook ten laatsten dage in het bezit daarvan wordt bevonden, met hem zal het wel zijn.’3

De Heer houdt Zich aan zijn belofte jegens u als u zich aan die van u houdt. Als u anderen voor Hem dient, laat Hij u zijn liefde voelen. En in de loop van tijd zullen gevoelens van naastenliefde deel van u gaan worden. En de belofte van Mormon zal in uw hart worden gelegd als u anderen blijft dienen, en dan zal het wel met u zijn.

Net zoals u God beloofde om liefdadig te worden, beloofde u Hem ook om overal waar u bent zijn getuige te zijn. En weer is het Boek van Mormon de beste toetssteen die ik ken om ons die belofte te helpen nakomen.

Ik was eens uitgenodigd om bij een diploma-uitreiking aan een universiteit te spreken. De rector magnificus van de universiteit had aanvankelijk president Gordon B. Hinckley willen uitnodigen, maar die bleek verhinderd te zijn. En zo kwam de uitnodiging bij mij terecht. Ik was toen het jongste lid van het Quorum der Twaalf Apostelen.

De medewerkster die mij voor de spreekbeurt had uitgenodigd werd nerveus toen ze erachter kwam welke plichten ik had als apostel. Ze belde me op en zei dat het haar duidelijk was geworden dat het mijn plicht was om een getuige van Jezus Christus te zijn.

In niet mis te verstane bewoordingen vertelde ze mij dat ik het daar in mijn spreekbeurt niet over mocht hebben. Ze legde uit dat de universiteit mensen van alle gezindten respecteerde, met inbegrip van wie het bestaan van God ontkennen. Ze herhaalde: ‘U kunt hier niet uw plicht vervullen.’

Dat telefoongesprek riep moeilijke vragen bij mij op. Moest ik de universiteit laten weten dat ik afzag van de spreekbeurt? De dag naderde met rasse schreden. Mijn bezoek was al aangekondigd. Wat zouden de gevolgen voor de goede naam van de kerk zijn als ik niet kwam?

Ik bad om te weten wat God van mij verwachtte. Het antwoord kwam op een verrassende wijze. Ik besefte dat de voorbeelden van Nephi, Abinadi, Alma, Amulek, en de zoons van Mosiah op mij van toepassing waren. Zij getuigden dapper van Jezus Christus, zelfs als daardoor hun leven in gevaar kwam.

De enige keuze die mij dus overbleef was mij voor te bereiden. Ik las alles wat er te lezen viel over de universiteit. Naarmate de dag naderde, nam mijn bezorgdheid toe en begon ik vuriger te bidden.

Ik vond een nieuwsartikel, het was een wonder, alsof als het ware de Rode Zee openspleet. Die universiteit had lof gekregen voor wat zij op humanitair gebied had gedaan, een gebied waarop de kerk wereldwijd ook haar sporen heeft verdiend. En dus omschreef ik in mijn toespraak wat wij en zij hadden gedaan om mensen in nood te helpen. Ik zei dat ik wist dat Jezus Christus de bron was van de zegeningen die deze hulpbehoevende mensen dankzij ons en hen ten deel waren gevallen.

Na de bijeenkomst stond het publiek op en applaudisseerde, wat voor mij een beetje ongebruikelijk was. Ik was verbaasd, maar toch nog een beetje bezorgd. Ik herinnerde mij hoe het Abinadi was vergaan. Alleen Alma had zijn getuigenis aangenomen. Maar die avond, tijdens een groot formeel diner, hoorde ik de rector magnificus zeggen dat hij het woord Gods in mijn toespraak had gehoord.

Welnu, een dergelijk miraculeuze redding is ongebruikelijk in mijn ervaring als getuige van Christus. Maar het is wel zeker dat het Boek van Mormon invloed heeft op uw karakter, vermogen en moed om een getuige voor God te zijn. De leer en de dappere voorbeelden in dat boek zullen u verheffen, leiden en bemoedigen.

Iedere zendeling die de naam en het evangelie van Jezus Christus verkondigt, zal zegen ontvangen als hij zich dagelijks aan het Boek van Mormon vergast. Ouders die er alles aan doen om een getuigenis van de Heiland in het hart van een kind te leggen, zullen hulp krijgen en een manier vinden om de woorden en de geest van het Boek van Mormon in het gezin en in het leven van de gezinsleden te brengen. Dat was bij ons het geval.

Ik zie dat wonder in elke door mij bezochte avondmaalsdienst en godsdienstklas gebeuren. Sprekers en leerkrachten geven blijk van liefde voor en gedegen kennis van de Schriften, vooral van het Boek van Mormon. En hun getuigenis komt duidelijk recht uit hun hart. Zij onderwijzen met meer overtuiging en leggen krachtig getuigenis af.

Ik zie ook bewijzen dat we het beter doen met het derde onderdeel van de belofte die wij allen bij de doop hebben gedaan. We verbonden ons ertoe om te volharden, om de geboden van God de rest van ons leven te onderhouden.

Ik bezocht een oude vriendin in het ziekenhuis die terminale kanker had. Ik nam mijn twee dochtertjes mee. Ik had niet het idee dat ze ze zou herkennen. Haar familie stond om haar bed toen we binnenkwamen.

Ze keek op en glimlachte. Ik zal nooit haar blik vergeten toen ze zag dat we onze dochters bij ons hadden. Ze wenkte hen dat ze bij haar op bed mochten zitten. Ze ging rechtop zitten, gaf ze een knuffel en stelde ze voor aan haar familie. Ze sprak over de edelmoedigheid van deze twee kleine meisjes. Ze behandelde hen alsof ze prinsesjes waren.

Ik verwachtte niet dat het bezoek lang zou duren. Ik dacht dat ze wel snel moe zou zijn. Maar terwijl ik haar gadesloeg, was het alsof ze er jonger ging uitzien. Ze straalde en was duidelijk vervuld van liefde voor ons allen.

Ze leek het moment te koesteren alsof de tijd even stilstond. Ze had een groot deel van haar leven in dienst van de Heer voor kinderen gezorgd. Ze wist uit het Boek van Mormon dat de herrezen Heer de kleine kinderen één voor één had gezegend en daarna uit vreugde had geweend.4 Ze had die vreugde lang genoeg zelf ervaren om in zijn liefdevolle dienst tot het einde toe te volharden.

Ik zag datzelfde wonder in de slaapkamer van een man die zoveel voor zijn medemens had gedaan dat je zou denken dat hij zijn rust verdiende.

Ik wist dat hij een langdurige en pijnlijke behandeling had ondergaan voor een ziekte waarvan de artsen hem hadden verteld dat die terminaal was. Ze hadden hem geen behandeling geboden, noch enige hoop.

Zijn vrouw ging mij voor naar zijn slaapkamer. Daar lag hij op een zorgvuldig opgemaakt bed. Hij droeg een netjes gestreken wit overhemd, een stropdas en nieuwe schoenen.

Hij zag de blik van verbazing in mijn ogen, lachte zachtjes en legde uit: ‘Als jij mij een zegen geeft, wil ik klaar zijn voor het bevel om mijn bed op te nemen en aan het werk te gaan.’ Het was mij duidelijk dat hij klaar was voor het gesprek dat hij spoedig met de Meester zou hebben, die hij zo getrouw had gediend.

Hij was een voorbeeld van de volledig bekeerde heiligen der laatste dagen die ik vaak ontmoet aan het eind van een toegewijd leven. Ze gaan door.

President Marion G. Romney heeft het zo uitgelegd: ‘In iemand die volledig tot bekering is gekomen, is het verlangen naar zaken die strijdig zijn met het evangelie van Jezus Christus in feite afgestorven, en daarvoor in de plaats is liefde voor God gekomen, met de onveranderlijke en besliste vastberadenheid om zijn geboden te onderhouden.’5

Het is deze onveranderlijke vastberadenheid die ik steeds vaker in de ervaren discipelen van Jezus Christus zie. Evenals de zuster die mijn dochters begroette en de man met de nieuwe schoenen die bereid was om op weg te gaan, geven zij tot het einde toe gehoor aan het bevel van de Heiland. U heeft dat allen weleens gezien.

En u kunt dat weer zien als u het Boek van Mormon openslaat. Ik voel nog steeds bewondering in mijn hart als ik deze woorden van een oude en vastberaden dienstknecht van God lees. ‘Want zelfs nu beeft mijn gehele lichaam ten zeerste terwijl ik tracht u toe te spreken; maar de Here steunt mij en heeft mij toegestaan tot u te spreken.’6

U kunt net als ik moed putten uit het voorbeeld van volharding dat Moroni ons geeft. Hij stond er alleen voor in zijn bediening. Hij wist dat zijn leven ten einde liep. Maar luister eens naar wat hij schreef omwille van mensen die nog niet waren geboren, de afstammelingen van zijn aartsvijanden: ‘Ja, komt tot Christus en wordt vervolmaakt in Hem en onthoudt u van alle goddeloosheid; en indien gij u van alle goddeloosheid onthoudt en God liefhebt met al uw macht, verstand en kracht, dan is zijn genade u genoeg, opdat gij door zijn genade volmaakt kunt zijn in Christus.’7

Moroni gaf dat getuigenis als afscheidsrede van zijn leven en bediening. Hij drong aan op naastenliefde, zoals alle andere profeten in het Boek van Mormon. Hij voegde zijn getuigenis van de Heiland eraan toe terwijl de dood dreigend naderde. Hij was waarlijk een bekeerd kind van God, zoals wij dat ook kunnen zijn: vervuld van naastenliefde, onveranderlijk en onverschrokken als getuige van de Heiland en zijn evangelie, en vastbesloten om tot het einde toe te volharden.

Moroni leerde ons wat dat van ons vergt. Hij zei dat de eerste stap naar volledige bekering geloof is. Een gebedsvolle studie van het Boek van Mormon leidt tot geloof in God de Vader, in zijn geliefde Zoon, en in zijn evangelie. Het zal uw geloof in Gods profeten, vanouds en hedendaags, versterken.

Het zal u dichter bij God brengen dan enig ander boek. Het zal uw leven ten goede veranderen. Ik dring er bij u op aan te doen wat een zendingscollega van mij heeft gedaan. Hij was als tiener van huis weggelopen, en iemand had een exemplaar van het Boek van Mormon in de doos gestopt die hij meenam op zijn zoektocht naar meer geluk.

Er gingen jaren voorbij. Hij reisde van stad naar stad. Op een dag dat hij zich alleen en ongelukkig voelde, zag hij de doos staan. De doos was gevuld met dingen die hij meegenomen had. Op de bodem van de doos vond hij het Boek van Mormon. Hij las de belofte in het boek en toetste die. Hij wist dat het waar was. Dat getuigenis veranderde zijn leven. Hij werd gelukkiger dan hij in zijn stoutste dromen voor mogelijk had gehouden.

Uw exemplaar van het Boek van Mormon ligt misschien verborgen onder de zorgen en de aandacht voor alles wat u op uw reis hebt vergaard. Ik smeek u het aandachtig en vaak te lezen. In het boek staat de volheid van het evangelie van Jezus Christus, dat de enige weg terug naar God is.

Ik geef u mijn onwrikbare getuigenis dat God leeft en dat Hij uw gebeden zal verhoren. Jezus Christus is de Heiland van de wereld. Het Boek van Mormon is een ware en zekere getuige dat Hij leeft, dat Hij onze herrezen en levende Heiland is.

Het Boek van Mormon is een kostbare getuige. Dat getuigenis geef ik u in de heilige naam van Jezus Christus. Amen.

Verwijzingen tonen

  1.  

    1.  Mosiah 18:9.

  2.  

    2.  Mosiah 2:17.

  3.  

    3.  Moroni 7:47.

  4.  

    4. Zie 3 Nephi 17:21–22.

  5.  

    5. Marion G. Romney, Conference Report, oktober 1963, p. 23.

  6.  

    6.  Mosiah 2:30.

  7.  

    7.  Moroni 10:32.