Verbonden

Russell M. Nelson

van het Quorum der Twaalf Apostelen


Als we ons realiseren dat we de kinderen van het verbond zijn, weten we wie we zijn en wat God van ons verwacht.

Een week nadat ik mijn taak had vervuld om de eerste ring in Moskou1 te stichten, woonde ik een districtsconferentie in Sint Petersburg bij. Terwijl ik sprak over mijn dank voor de eerste zendelingen en plaatselijke leiders die de kerk in Rusland hadden opgebouwd, liet ik de naam van Vijatsjeslav Efimov vallen. Hij was de eerste Russische bekeerling die als zendingspresident werd geroepen. Hij en zijn vrouw kweten zich ongelooflijk goed van deze taak. Niet lang nadat zij hun zending hadden voltooid, overleed president Efimov plotseling, zeer tot ons verdriet.2 Hij was slechts 52 jaar.

Terwijl ik over dit pioniersechtpaar sprak, voelde ik mij ertoe gedrongen te vragen of zuster Efimov misschien aanwezig was. Ver achterin de zaal stond er een vrouw op. Ik vroeg haar naar voren te komen. Ja, het was zuster Galina Efimov. Ze sprak met overtuiging en getuigde krachtig van de Heer, zijn evangelie en zijn herstelde kerk. Zij en haar man waren in de heilige tempel verzegeld. Ze zei dat ze voor eeuwig verenigd waren. Ze waren nog steeds zendingscollega’s, zij aan deze kant van de sluier en hij aan de andere kant.3 Met tranen van vreugde dankte ze God voor de heilige tempelverbonden. Ook mijn ogen vulden zich met tranen, in het volle besef dat de oneindige verbondenheid die dit getrouwe echtpaar ten toon spreidde het gerechtvaardigde resultaat was van het sluiten, nakomen en eren van heilige verbonden.

Een van de belangrijkste beginselen van ware godsdienst is dat van een heilig verbond. In juridische taal duidt een verbond doorgaans op een overeenkomst tussen twee of meerdere partijen. Maar in religieuze context heeft een verbond een veel belangrijker status. Het is een heilig verbond met God. Hij bepaalt de voorwaarden. Ieder kan die voorwaarden accepteren of niet. Als iemand de voorwaarden van het verbond accepteert en Gods wet gehoorzaamt, ontvangt hij of zij de zegeningen die aan dat verbond zijn gekoppeld. We weten dat ‘wanneer wij enige zegening van God ontvangen, is het door gehoorzaamheid aan die wet waarop zij is gegrond.’4

God heeft door de eeuwen heen verbonden met zijn kinderen gesloten.5 Zijn verbonden komen in het hele heilsplan voor, vandaar dat ze deel uitmaken van de volheid van zijn evangelie.6 God beloofde bijvoorbeeld een Heiland voor zijn kinderen te sturen,7 en vraagt hun daarvoor gehoorzaamheid aan zijn wet.8

In de Bijbel lezen we over mannen en vrouwen in de Oude Wereld die de kinderen van het verbond werden genoemd. Welk verbond? ‘Het verbond, dat de Vader met [hun] vaderen maakte, toen Hij tot Abraham zeide: En in uw nageslacht zullen alle geslachten der aarde worden gezegend.’9

In het Boek van Mormon lezen we over mensen in de Nieuwe Wereld die ook de kinderen van het verbond werden genoemd.10 De herrezen Heer vertelde hun: ‘Zie, gij zijt de kinderen van de profeten; en gij zijt van het huis Israëls; en gij zijt van het verbond, dat de Vader met uw vaderen maakte, toen Hij tot Abraham zeide: En in uw nageslacht zullen alle geslachten der aarde worden gezegend.’11

De Heiland legde uit hoe belangrijk het was dat zij kinderen van het verbond waren. Hij zei: ‘De Vader heeft Mij eerst voor u doen opstaan en Mij gezonden om u te zegenen door eenieder van u af te wenden van zijn ongerechtigheden; en wel omdat gij kinderen van het verbond zijt.’12

Het verbond dat God met Abraham13 sloot en daarna met Isaak14 en Jakob15 bevestigde, is van allesovertreffend belang. Het bevatte verschillende beloften, zoals:

  • Jezus Christus zou in Abrahams afstammingslijn worden geboren.

  • Abrahams nageslacht zou talrijk zijn, het recht hebben op eeuwig nakomelingschap en het recht hebben op het dragen van het priesterschap.

  • Abraham zou een vader van een menigte van volken worden.

  • Zijn nageslacht zou bepaalde erflanden krijgen.

  • Zijn nakomelingen zouden alle volken der aarde tot zegen zijn.16

  • En dat verbond zou eeuwigdurend zijn — ja, ‘tot in duizend geslachten’.17

Sommige van die beloften zijn vervuld, andere zullen nog in vervulling gaan. Ik citeer een profetie uit het Boek van Mormon: ‘Daarom heeft onze vader [Lehi] niet alleen over ons nageslacht gesproken, maar ook over het gehele huis Israëls, wijzende op het verbond dat in de laatste dagen zal worden vervuld, welk verbond de Heer met onze vader Abraham heeft gesloten.’18 Is dat niet opmerkelijk? Ongeveer zeshonderd jaar voordat Jezus in Betlehem werd geboren, wisten de profeten dat het verbond van Abraham uiteindelijk pas in de laatste dagen zou worden vervuld.

Om die belofte gestand te doen, is de Heer in deze laatste dagen verschenen om dat verbond van Abraham te hernieuwen. Tot de profeet Joseph Smith heeft de Meester verklaard:

‘Abraham ontving beloften aangaande zijn nakomelingen en de vrucht van zijn lendenen — uit wiens lendenen gij zijt, (…) mijn dienstknecht Joseph. (…)

‘Deze belofte is ook de uwe, want gij zijt uit Abraham.’19

Door deze hernieuwing hebben wij, zoals zij van weleer, het heilige priesterschap en het eeuwige evangelie. We bezitten het recht om de volheid van het evangelie te ontvangen, de zegeningen van het priesterschap te genieten en ons waardig te maken voor Gods grootste zegen: het eeuwige leven.20

Sommigen onder ons zijn letterlijk nakomelingen van Abraham, anderen gaan deel uitmaken van zijn familie door adoptie. De Heer maakt geen onderscheid.21 We ontvangen deze beloofde zegeningen allemaal als we tot de Heer komen en zijn geboden onderhouden.22 Maar als we dat niet doen, gaan de zegeningen van het verbond aan ons voorbij.23 Om ons te helpen verstrekt zijn kerk patriarchale zegens aan de leden van de kerk om ze een blik op hun toekomst te geven, alsmede een verbinding met het verleden, namelijk de vaststelling van de afstamming terug tot Abraham, Isaak en Jakob.24

De broeders van het verbond hebben het recht om in aanmerking te komen voor de eed en het verbond van het priesterschap.25 Als u ‘getrouw [bent] zodat [u] deze twee priesterschappen, waarvan Ik heb gesproken, verkrijg[t] en [uw] roeping grootma[akt], word[t u] door de Geest geheiligd ter vernieuwing van [uw] lichaam.’26 En dat is niet alles. Mannen die het priesterschap waardig ontvangen, ontvangen de Heer Jezus Christus, en wie de Heer ontvangen, ontvangen God de Vader.27 En wie de Vader ontvangen, ontvangen alles wat Hij heeft.28 Er vloeien uit deze eed en dit verbond ongelooflijke zegeningen toe aan waardige mannen, vrouwen en kinderen, waar ook ter wereld.

Wij hebben de taak om het verbond van Abraham te helpen vervullen. Wij zijn de nakomelingen die in het voorsterfelijke leven zijn geordend en voorbereid om alle volken der wereld tot zegen te zijn.29 Daarom moet de priesterschapsplicht wel zendingswerk omvatten. Na vierduizend jaar van verwachting en voorbereiding is dit de aangewezen dag om het evangelie aan de geslachten der aarde te brengen. Dit is de tijd van de beloofde vergadering van Israël. En wij kunnen eraan deelnemen! Is dat niet geweldig? De Heer rekent op ons en onze zoons — en Hij is uitermate dankbaar voor onze dochters — die een eervolle zending vervullen in deze grote tijd van de vergadering van Israël.

Het Boek van Mormon is een tastbaar bewijs dat de Heer begonnen is met de vergadering van het verbondsvolk Israël.30 Dit boek, geschreven voor onze tijd, verklaart dat een van zijn doelen is dat u zult ‘weten dat het verbond dat de Vader met de kinderen Israëls heeft gesloten (…) reeds in vervulling begint te gaan. (…) Want zie, de Heer zal zijn verbond dat Hij met zijn volk van het huis Israëls heeft gesloten, indachtig zijn.’31

De Heer is het zeker niet vergeten! Hij heeft ons en anderen wereldwijd door middel van het Boek van Mormon gezegend. Een van zijn doelen is ‘ter overtuiging van de Joden en de andere volken dat Jezus de Christus is.’32 Het helpt ons om verbonden met God te sluiten. Het nodigt ons uit om Hem indachtig te zijn en zijn geliefde Zoon te leren kennen. Het is eveneens een testament aangaande Jezus Christus.

De kinderen van het verbond hebben het recht om zijn leer te ontvangen en met het heilsplan bekend te worden. Zij laten dat recht gelden door verbonden van heilige betekenis te sluiten. Brigham Young heeft gezegd: ‘Alle heiligen der laatste dagen gaan het nieuw en eeuwig verbond aan wanneer zij lid worden van deze kerk. (…) Zij gaan het nieuw en eeuwig verbond aan om alleen het koninkrijk van God (…) te steunen.’33 Zij eren het verbond door zijn geboden te gehoorzamen.

Bij de doop verbinden wij ons ertoe de Heer te dienen en zijn geboden te onderhouden.34 Als we van het avondmaal nemen, hernieuwen we dat verbond en verklaren we ons bereid om de naam van Jezus Christus op ons te nemen. Daardoor worden wij als zijn zoons en dochters geadopteerd en kennen wij elkaar als broeders en zusters. Hij is de vader van ons nieuwe leven.35 Uiteindelijk kunnen wij, in de heilige tempel, mede-erfgenamen worden van de zegeningen van een eeuwige familie, zoals dat eens aan Abraham, Isaak, Jakob en hun nageslacht beloofd is.36 Aldus is het celestiale huwelijk het verbond van de verhoging.

Als we ons realiseren dat we de kinderen van het verbond zijn, weten we wie we zijn en wat God van ons verwacht.37 Zijn wet is in ons hart geschreven.38 Hij is onze God en wij zijn zijn volk.39 Toegewijde kinderen van het verbond blijven getrouw, zelfs te midden van tegenspoed. Als die leer stevig in ons hart is geworteld, wordt zelfs de doodsprikkel verzacht en onze geestelijke weerstand verhoogd.

Er kan van iemand niets beters gezegd worden dan dat hij of zij zijn of haar verbonden nakomt. Iemand die zijn verbonden nakomt, wordt daarvoor zowel hier als in het hiernamaals beloond. De Schrift raadt aan dat ‘gij nadenkt over de gezegende en gelukkig toestand van hen die de geboden Gods bewaren. Want zie, zij worden gezegend in alle dingen, (…) en indien zij getrouw volharden tot het einde, worden zij in de hemel ontvangen [om] bij God [te] wonen in een staat van nimmer eindigend geluk.’40

God leeft. Jezus is de Christus. Zijn kerk is hersteld om alle mensen tot zegen te zijn. President Thomas S. Monson is zijn profeet. En wij zullen, als getrouwe kinderen van het verbond, nu en voor eeuwig gelukkig zijn. Hiervan getuig ik in de naam van Jezus Christus. Amen.

Show References

  1.  

    1. De ring Moskou (Rusland) is op zondag, 5 juni 2011, gesticht.

  2.  

    2. Vijatsjeslav Efimov was van 1995–1998 president van het zendingsgebied Jekaterinenburg (Rusland). Hij is op 25 februari 2000 overleden.

  3.  

    3. Zie Leer en Verbonden 138:57.

  4.  

    4.  Leer en Verbonden 130:21.

  5.  

    5. Na de zondvloed verklaarde Hij bijvoorbeeld: ‘Wanneer (…) de boog in de wolken verschijnt, zal ik mijn verbond gedenken, dat Ik tussen Mij en u heb gesloten (…) , zodat de wateren niet weer tot een vloed worden om al wat leeft te verderven’ (zie Genesis 9:14–15, naar de Joseph Smith Translation, Genesis 9:20).

  6.  

    6. Zie Leer en Verbonden 66:2; 133:57.

  7.  

    7. Zie Johannes 16:16.

  8.  

    8. Zie Abraham 3:25.

  9.  

    9.  Handelingen 3:25.

  10.  

    10. Zie 3 Nephi 20:26.

  11.  

    11.  3 Nephi 20:25.

  12.  

    12.  3 Nephi 20:26.

  13.  

    13. Zie Genesis 17:1–10, 19; Leviticus 26:42; Handelingen 3:25; Gids bij de Schriften, ‘Abraham, verbond van.’

  14.  

    14. Zie Genesis 26:1–5, 24.

  15.  

    15. Zie Genesis 28:1–4, 10–14; 35:9–13; 48:3–4.

  16.  

    16. Zie verwijzingen in noten 13–15 hierboven.

  17.  

    17.  Deuteronomium 7:9; 1 Kronieken 16:15; Psalmen 105:8.

  18.  

    18.  1 Nephi 15:18; cursivering toegevoegd.

  19.  

    19.  Leer en Verbonden 132:30–31. ‘Zoals Ik heb gezegd tot Abraham aangaande de geslachten der aarde, zo zeg Ik ook tot mijn dienstknecht Joseph: In u en in uw nageslacht zullen de geslachten der aarde worden gezegend’ (Leer en Verbonden 124:58).

  20.  

    20. Zie Leer en Verbonden 14:7.

  21.  

    21. Zie Handelingen 10:34–35.

  22.  

    22. Zie Exodus 19:5.

  23.  

    23. De Schrift verklaart: ‘Ik, de Heer, ben gebonden wanneer gij doet wat Ik zeg; maar wanneer gij niet doet wat Ik zeg, hebt gij geen belofte’ (Leer en Verbonden 82:10).

  24.  

    24. Dit verbondsbeginsel is op 21 september 1823 voor het eerst aan de profeet Joseph Smith geopenbaard. De engel Moroni verklaarde dat de profeet Elia uit de hemel zou komen om kennis over deze beloften in het hart van de kinderen te planten, beloften die eens aan de vaders van het huis Israëls waren gedaan (zie Leer en Verbonden 2:1–3).

  25.  

    25. Zie Leer en Verbonden 84:33–34, 39–40.

  26.  

    26.  Leer en Verbonden 84:33.

  27.  

    27. Zie Leer en Verbonden 84:35, 37.

  28.  

    28. Zie Leer en Verbonden 84:38.

  29.  

    29. Zie Alma 13:1–9.

  30.  

    30. Zie 3 Nephi 29.

  31.  

    31.  3 Nephi 29:1, 3.

  32.  

    32. Titelblad van het Boek van Mormon: eveneens een testament aangaande Jezus Christus.

  33.  

    33.  Leringen van kerkpresidenten: Brigham Young (1997), p. 62.

  34.  

    34. Zie Leer en Verbonden 20:37.

  35.  

    35. ‘Wij spreken over Christus, wij verheugen ons in Christus, wij prediken Christus, wij profeteren over Christus (…), opdat onze kinderen zullen weten op welke Bron zij mogen vertrouwen voor vergeving van hun zonden’ (2 Nephi 25:26).

  36.  

    36. Zie Galaten 3:29; Leer en Verbonden 86:8–11.

  37.  

    37. Dit beginsel betreft ons: ‘Vele geslachten nadat de Messias in het lichaam aan de mensenkinderen zal zijn geopenbaard, dat dan de volheid van het evangelie van de Messias tot de andere volken zal komen, en van de andere volken tot het overblijfsel van ons nageslacht — en te dien dage zal het overblijfsel van ons nageslacht weten dat het van het huis Israëls is en dat het het verbondsvolk des Heren is; en dan zullen zij weten en tot de kennis van hun voorvaderen komen, en ook tot de kennis van het evangelie van hun Verlosser, dat door Hem aan hun vaderen werd bediend; aldus zullen zij tot de kennis van hun Verlosser komen en tot de kenmerkende punten van zijn leer, zodat zij zullen weten hoe zij tot Hem kunnen komen en worden gered’ (1 Nephi 15:13–14).

  38.  

    38. Zie Jesaja 55:3; Jeremia 31:33; Romeinen 2:15; 2 Korintiërs 3:2–3; Hebreeën 10:16.

  39.  

    39. Zie Psalmen 95:7; 100:3; Jeremia 24:7; 31:33; 32:38; Ezechiël 11:20; 37:23, 27; Zacharia 8:8; 2 Korintiërs 6:16; Hebreeën 8:10.

  40.  

    40.  Mosiah 2:41.