Het juiste doen op het juiste moment, zonder uitstel

van de Zeventig


De Heiland (…) gaf ons een geweldig voorbeeld van zonder uitstel hulp bieden aan wie geen vreugde en geluk meer kenden.

Het is voor veel mensen een sombere en verwarrende tijd. Zij vinden geen antwoorden op hun vragen en kunnen niet in hun behoeften voorzien. Sommigen kennen geen vreugde en geluk meer. De profeten hebben verklaard dat waar geluk komt door het voorbeeld en de leringen van Christus te volgen. Hij is onze Heiland, Hij is onze leraar en Hij is het volmaakte voorbeeld.

Zijn leven was vol dienstbetoon. Als we onze naaste dienen, helpen we mensen die in nood verkeren. Daarbij vinden we vaak oplossingen voor onze eigen moeilijkheden. Als we het voorbeeld van de Heiland volgen, tonen we onze liefde aan onze hemelse Vader en zijn Zoon, Jezus Christus, en gaan we meer op Hen lijken.

Koning Benjamin zei over de waarde van dienstbetoon dat wanneer wij ‘in dienst van [onze] medemensen zij[n], [w]ij louter in dienst van [onze] God zij[n]’.1 Iedereen is in de gelegenheid om anderen te dienen en naastenliefde te betonen.

President Thomas S. Monson heeft ons gevraagd om anderen ‘de reddende hand’ toe te steken en te helpen. Hij zei: ‘We zullen ontdekken dat de mensen die wij helpen, die door middel van ons werk de hand van de Meester hebben gevoeld, niet echt de verandering in hun leven kunnen verklaren. Ze krijgen het verlangen om trouw te dienen, nederig te zijn en meer op de Heiland te gaan lijken. Als ze dat geestelijke gezichtsvermogen ontvangen en een glimp van de beloften van de eeuwigheid opvangen, herhalen zij de woorden van de blinde man die door Jezus weer kon zien: “Eén ding weet ik, dat ik, die blind was, nu zien kan.”’2

Elke dag zijn we in de gelegenheid om anderen te helpen en te dienen — om het juiste te doen op het juiste moment, zonder uitstel. Denk aan de vele mensen die maar moeilijk een baan kunnen vinden of die ziek zijn, die zich eenzaam voelen, die zelfs denken dat alles verloren is. Wat kunt u doen om te helpen? Stel u voor dat een buurman met autopech buiten in de regen u om hulp vraagt. Wat zou u dan voor hem doen? Wanneer moet u het doen?

Ik weet nog dat wij als gezin eens in het centrum van Mexico-Stad kleren gingen kopen voor onze twee kinderen. Ze waren nog heel klein. Ons oudste zoontje was amper twee jaar en de jongste was een jaar oud. De straat zag zwart van de mensen. Tijdens het winkelen namen we onze kinderen bij de hand en stopten we even om ergens naar te kijken. Opeens was ons oudste zoontje weg! We wisten niet hoe het kwam, maar hij was niet bij ons. Zonder uitstel renden we rond om hem te zoeken. We zochten en riepen hem, en waren doodsbenauwd dat we hem nooit meer zouden terugzien. We smeekten stilletjes of onze hemelse Vader ons wilde helpen hem te vinden.

Na een tijdje vonden we hem. Daar stond hij, onschuldig kijkend naar het speelgoed in een etalage. We knuffelden hem en namen ons voor om onze kinderen goed in de gaten te houden zodat we er nooit weer een zouden kwijtraken. We beseften dat we om onze zoon te redden geen geplande vergaderingen nodig hadden. We kwamen gewoon in actie, op zoek naar die ene die verdwenen was. We kwamen er ook achter dat ons zoontje niet eens doorhad dat hij verdwaald was.

Broeders en zusters, er zijn misschien velen die, om de een of andere reden, uit ons gezichtsveld zijn geraakt en niet weten dat ze afgedwaald zijn. Als we niet direct handelen, zijn we ze mogelijk voorgoed kwijt.

Velen die onze hulp nodig hebben, zijn niet gebaat bij nieuwe programma’s of ingewikkelde en dure projecten. Ze hebben alleen ons voornemen om te helpen nodig — om het juiste te doen op het juiste moment, zonder uitstel.

Toen de Heiland aan het volk in het Boek van Mormon verscheen, gaf Hij ons een geweldig voorbeeld van zonder uitstel hulp bieden aan wie geen vreugde en geluk meer kenden. Nadat Hij het volk had onderricht, zag Hij dat ze niet al zijn woorden konden begrijpen. Hij vroeg ze om naar huis te gaan en te overdenken wat Hij tot hen had gesproken. Hij spoorde ze aan om tot de Vader te bidden en zich voor te bereiden op de volgende dag, waarop Hij terug zou komen om ze verder te onderrichten.3

Na die woorden zag hij de menigte in tranen naar Hem opkijken, want zij wilden dat Hij bij hen zou blijven.

‘En Hij zeide tot hen: Zie, mijn binnenste is vervuld met medelijden met u.

‘Hebt gij ook mensen onder u die ziek zijn? Brengt hen hierheen. Hebt gij ook mensen onder u die lam zijn, of blind of kreupel of verminkt of melaats, of die verschrompeld zijn, of die doof zijn, of die op enigerlei wijze lijdende zijn? Brengt hen hierheen en Ik zal hen genezen, want Ik heb medelijden met u; mijn binnenste is vol barmhartigheid.’4

En zij brachten hun zieken bij Hem, die Hij genas. De menigte boog zich aan zijn voeten neer, aanbad Hem en kuste zijn voeten, ‘zodat zij zijn voeten met hun tranen natmaakten’. Daarna gebood Hij hun dat zij hun kleine kinderen moesten brengen, en Hij zegende hen één voor één.5 Dat is het model dat de Heiland ons heeft gegeven. Zijn liefde is voor iedereen, maar Hij verliest de enkeling nooit uit het oog.

Ik weet dat onze hemelse Vader liefdevol, begripvol en geduldig is. Zijn Zoon, Jezus Christus, heeft ons net zo lief. Zij bieden ons hulp door middel van hun profeten. Ik heb geleerd dat er grote veiligheid schuilt in het volgen van de profeten. ‘De reddende hand’ is nog steeds nodig. President Monson zei: ‘De Heer verwacht van ons dat wij nadenken. Hij verwacht dat wij in actie komen. Hij verwacht dat wij aan het werk gaan. Hij verwacht ons getuigenis. Hij verwacht onze toewijding.’6

Er liggen een taak en talloze kansen op ons te wachten. Er zijn vele mensen die smachten naar de zoete vreugde en het geluk van hernieuwde activiteit in de kerk. Die vreugde komt door de verordeningen te ontvangen, heilige verbonden te sluiten en ze na te komen. De Heer heeft ons nodig om hen te helpen. Laten wij het juiste doen op het juiste moment, zonder uitstel.

Ik getuig dat God leeft en onze Vader is. Jezus Christus leeft en heeft zijn leven gegeven zodat wij bij onze hemelse Vader terug kunnen keren. Ik weet dat Hij onze Heiland is. Ik weet dat hun oneindige goedheid voortdurend tot uiting komt. Ik getuig dat president Thomas S. Monson hun profeet is en dat dit de enige ware kerk op het oppervlak der aarde is. Ik weet dat de profeet Joseph Smith de profeet van de herstelling is. Ik getuig dat het Boek van Mormon het woord van God is. Het verschaft ons leiding en voorbeelden om te volgen en meer op God en zijn geliefde Zoon te gaan lijken. Dit verklaar ik in de naam van onze Heer Jezus Christus. Amen.

Show References

  1.  

    1.  Mosiah 2:17.

  2.  

    2. Zie Thomas S. Monson, ‘De reddende hand’, Liahona, juli 2001, pp. 57, 58.

  3.  

    3. Zie 3 Nephi 17:1–3.

  4.  

    4.  3 Nephi 17:6–7; zie ook vers 5.

  5.  

    5. Zie 3 Nephi 17:9–12, 21.

  6.  

    6. Thomas S. Monson, Liahona, juli 2001, p. 58.